Zelfspraak en energie

Geplaatst door:

Ho’oponopono
Een gevleugeld woord in de NLP-wereld is: “Alles wat je aandacht geeft groeit”. De Amerikanen zeggen het nog iets mooier: “Energy flows where attention goes”. Dit is een van de stellingen van de Huna, een spirituele leer waarvan de makers zeggen dat hij gebaseerd is op oude Hawaïaanse tradities. Die Hawaïaanse bron van de Huna is omstreden, maar op zich sluit het idee – dat het energie kost om je aandacht ergens op te richten en dat je daarmee vaak datgene versterkt waar je je aandacht op richt – prima aan bij die oude Hawaïaanse tradities. Ho’oponopono bijvoorbeeld, een traditie die wel wetenschappelijk geverifieerde wortels heeft in Polynesië en Hawaï, draait om vergeving geven en vergeving ontvangen. Mensen maken fouten, aldus Ho’oponopono, en dat maakt de Goden boos. Daardoor worden ze – die mensen – ongelukkig en uiteindelijk ook lichamelijk ziek. Daarom kun je je fouten maar beter opbiechten en er vergeving voor vragen, want zo maak je jezelf los van je fouten en voorkom je dat ze zich al maar hoger opstapelen. Misschien zouden onze Nederlandse politici zich eens in Ho’oponopono moeten verdiepen…. Fouten opbiechten werkt reinigend en bevrijdend. Enfin, iedereen die hier in Nederland is opgegroeid met het Katholieke geloof, kan daar van meepraten. Je kunt dat biechten heel goed zien als een manier om de aandacht te richten. Want schuldgevoelens kosten aandacht. En dat brengt ons terug bij “Alles wat je aandacht geeft groeit”. Op het eerste gezicht lijkt dat misschien tegenstrijdig. Want als alles wat je aandacht geeft groeit, worden je schuldgevoelens dan niet juist groter als je ze aandacht geeft? In eerste instantie wel, maar daarna kun je ze – in meerdere of mindere mate – loslaten, dus dan stroomt er juist minder energie naartoe. Zo houd je op den duur houd je meer energie over voor andere dingen. Het is een soort aflossen van een lening: in eerste instantie kost dat natuurlijk geld, maar uiteindelijk betaal je minder rente.

Schuldgevoelens kosten bloedsuiker
Als je weet dat je fouten hebt gemaakt, word je vaak – ergens op de achtergrond van je bewustzijn – geplaagd door onprettige gevoelens. En mocht dat bij jou totaal niet het geval zijn, juich dan niet te vroeg, want dan heb je waarschijnlijk een ander – ernstiger – probleem. Schuldgevoelens: het kan gaan om knagend, zeurend gevoel, alsof er zand in je onderbroek zit. Het voelt niet goed, maar vaak is het ook weer niet erg genoeg om er serieus iets aan te doen. Mijn oude buurman sukkelt met zijn gezondheid, maar ik ben al weken niet bij hem langs geweest. Elke dag neem ik me voor om dat snel te doen, en dan vergeet ik het weer. Of dit: jaren geleden heb ik samen met een collega een theorie ontwikkeld, die ik laatst uitgebreid in nieuw boek heb beschreven, maar ik ben vergeten om hem daarbij te vermelden. Ik was het echt, eerlijk vergeten. Maar ik had dat natuurlijk nooit mogen vergeten. Al tien keer heb ik gedacht: voordat dat boek uitkomt moet dat nog gauw even rechtzetten. Het is er nog steeds niet van gekomen. En met één van mijn beste vrienden ga ik altijd op de eerste dinsdag van de maand iets leuks doen. Maar de afgelopen twee eerste dinsdagen was ik het vergeten…. En die notulen van het laatste trainersoverleg heb ik ook nooit geschreven…. En ik zou mijn zoon echt vaker moeten bellen…. En mijn ouders heb ik trouwens ook veel et weinig aandacht gegeven…. Enzovoort, enzovoort. Weten dat je dat soort fouten hebt gemaakt, en het is inderdaad vaak een hele stapel als je er bij stilstaat, dat kost veel energie. Al was het alleen maar om die schuldgevoelens te onderdrukken. Het kost niet heel veel energie tegelijkertijd, maar doorlopend een beetje. Recente psychologische onderzoeken laten zien dat je dat zelfs letterlijk mag opvatten: voor processen zoals beslissingen nemen of onprettige gevoelens onderdrukken hebben de hersenen glucose nodig. Dus het onderdrukken van schuldgevoelens kost letterlijk energie (bloedsuiker) die je niet aan andere dingen kunt besteden. Dus als je zoiets – d.w.z. het hele proces van fouten maken en daar schuldig over voelen – kunt afsluiten, door vergeving te vragen of door je zonden op te biechten, komt er energie vrij voor andere dingen. Ik voelde dat daarnet al een beetje gebeuren, toen ik die opsomming gaf van wat ik de laatste tijd allemaal fout heb gedaan. Zaken zoals wilskracht, toewijding en doorzettingsvermogen kosten ook allemaal bloedsuiker en je kunt je glucose maar één keer uitgeven. Dus alles wat opgaat aan schuldgevoelens is niet meer beschikbaar voor betere dingen. Voor je gezondheid bijvoorbeeld, want ook activiteiten van je immuunsysteem blijken glucose te kosten.

Verschillende dingen kosten hetzelfde soort energie
In het licht van de bovenstaande, dit terzijde, zijn we veel kwijtgeraakt aan nuttige rituelen met een prima psychologisch effect. De kerken zijn leeg en slechts een enkele bejaarde gaat nog biechten bij de pater. Het verbaast mij dan ook niet dat Ho’oponopono zich de laatste jaren in een grote belangstelling mag verheugen. Het zou misschien niet zo’n slecht idee zijn, om een soort moderne biechtgroepen op te richten, waar mensen simpelweg kunnen vertellen wat ze allemaal verkeerd hebben gedaan en waar ze allemaal tekort zijn geschoten. Leuke tip voor een jonge psycholoog?

De dingen die we aandacht geven verseisen energie. En de hoeveelheid energie die we beschikbaar hebben is beperkt, niet alleen psychologisch maar ook biologisch. Denk aan het NLP-uitgangspunt dat lichaam en geest een stuurkundige eenheid zijn. Beslissingen nemen kost energie. Gevoelens onderdrukken kost energie. Taken afmaken, vooral waar je geen zin in hebt, kost energie. Je enthousiast in een nieuw project storten kost energie. Je beheersen kost energie. En het nieuwe psycho-biologische inzicht is dat dat allemaal hetzelfde soort energie is. De Amerikaanse psycholoog Roy Baumeister beschrijft bijvoorbeeld in zijn boek ‘Willpower’ een verschijnsel dat Amerikaanse relatietherapeuten is opgevallen. Hoogopgeleide stellen waarvan beide partners een drukke baan hebben, kunnen vaak in opvallend hevige ruzies terechtkomen waarvan zowel zijzelf als hun therapeut (achteraf) denken: waarom hebben we over zoiets onbelangrijks zo enorm ruzie gemaakt? Baumeister geeft als verklaring dat deze stellen gedurende de dag op hun werk al zoveel energie hebben besteed aan het nemen van beslissingen, dat ze niet genoeg glucose meer over hebben om de irritaties naar hun partner toe te beheersen.

Stuurloos dobberen van de ene actie naar de andere
Dus, als je a. je energie maar één keer kunt besteden, en als b. alles waar je aandacht aan geeft energie kost, dan wordt het logischerwijze c. van groot belang waar je je aandacht op richt. Dat richten van de aandacht is een belangrijk idee. Het vooronderstelt dat aandacht geven een doelgericht proces is. Een verrekijker kun je ergens op richten. De wolken kun je niet richten. Ik hoop dat je dat met me eens bent…. Eigenlijk zijn er maar weinig mensen die er überhaupt van uitgaan dat ze hun aandacht bewust kunnen richten. En ook als ze daar wel van uitgaan, dan nog dobberen ze vaak toch nog ongericht door de dag heen, voortbewogen door de stromingen waar ze via via in terechtkomen. Ik begin bijvoorbeeld op een ochtend te werken en ik wil even iets veranderen aan een tekst op onze website. Maar wat blijkt: ik heb het juiste wachtwoord niet. Dus zoek ik eerst even een document op waar ik dat wachtwoord kan vinden. Op zoek naar dat document kom ik twee mailtjes tegen die ik nodig moet beantwoorden, dus dat doe ik eerst. Dan vind ik het wachtwoord waar ik naar op zoek was. Op weg naar de betreffende pagina op de website, kom ik langs de lijst van recente tweets. Dat brengt mij op een idee. Gisteren heb ik een prachtig citaat van Bruce Lee gezien, dat ik eigenlijk wilde tweeten. Dus ga ik terug naar de website waar ik dat citaat had gevonden. Ik open mijn twitterlijst om een nieuwe tweet in te geven. Daar valt mij een storende typefout op in een van de tweets die al op de lijst staan. Die corrigeer ik eerst. Daarna ga ik weer terug naar de website waar dat mooie citaat had gevonden. Daar kom ik een link naar een andere website tegen, waarvan ik helemaal niet wist dat hij bestond! Wow, dat is interessant! Maar ik moet wel eerst lid worden, dus ik zoek even mijn creditcard op in mijn andere colbertje…. En zo ben ik al anderhalf uur bezig, wanneer ik me afvraag: Wat ging ik ook alweer doen? En ik soms weet het echt niet meer. Herken je dat? Je begint met een duidelijke focus, maar al snel rol je van het een in het ander. En dan heb ik het nog niet eens over mensen die bellen of langskomen. Dus dat komt er ook nog eens bij: het is überhaupt al moeilijk om je aandacht te richten, en onze moderne informatietechnologie, hoe fantastisch die ook is, maakt het niet bepaald gemakkelijker….

De wil en de verbeelding in de jaren ‘20
Wat weten we eigenlijk over het richten van de aandacht? Daar bestaan diverse neurologische ideeën en filosofische redenaties over. Aan de hand van fMRI scans weten we ongeveer welke hersengebieden actief zijn als we onze aandacht ergens op richten. Niet dat we daar in de praktijk veel aan hebben, maar we weten het wel. En Descartes stelde al, dat we overal aan kunnen twijfelen, maar dat we houvast kunnen vinden door onze aandacht op heldere, duidelijke ideeën te richten. Als het echter gaat over de dagelijkse praktijk, dan denk ik eerder aan meditatie en hypnose, met name aan de hypnotherapie uit de jaren ‘20. In die tijd, net na de eerste wereldoorlog, maakte een zekere Emile Coué, een Franse apotheker, furore met zijn methode van zelfsuggestie. Overigens, en ook dit terzijde, was Nederland in die tijd het Mekka van de hypnotherapie. Wij hadden hier hypnotherapeuten, zoals de psychiater Berthold Stokvis, die decennia lang als internationale autoriteiten golden op dit gebied. Ook was dit ongeveer dezelfde periode dat Max Freedom Long zijn Huna begon te ontwikkelen. Blijkbaar had die periode een goede tijdsgeest voor trance en persoonlijke ontwikkeling. Coué’s belangrijkste stelling was: in een conflict tussen de wil en de verbeelding, zal de verbeelding winnen. Soms gebruikte hij, als illustratie het beeld van de plank die tussen twee kerktorens is opgehangen. Stel je dit maar eens voor: er zijn twee hoge kerktorens die een meter of tien naast elkaar staan en daartussenin is een plank opgehangen. En helemaal aan het begin van die plank daar sta jij. Je zet je voet voorzichtig op de plank. Nu begint je te lopen in de richting van kerktoren nummer twee. En als je naar beneden kijkt, zie je mensen naar je zwaaien. Zij lijken vanaf deze hoogte slechts kleine stipjes. Die plank veert een beetje. Je wilt natuurlijk rustig en veilig naar de andere kant lopen. Maar wat nu als er een conflict, een incongruentie is tussen je wil en je verbeelding? Wat gebeurt er als je je in gedachten voorstelt dat je valt? Dan loop je heel anders over die plank. Onzekerder. Wankeler. Ondanks dat je dat helemaal niet wilt. In de strijd tussen de wil en de verbeelding heeft de verbeelding weer eens gewonnen. Imagination strikes again! Je kunt dit zien als Coué ’s versie van het Huna idee dat je met je aandacht datgene versterkt waar je die aandacht op richt. Als je je aandacht richt op de verbeelding van het vallen, daar op die plank daar tussen die kerktorens, dan maak je de kans om te vallen inderdaad groter.

Telkens weer en tekens meer
Wat hield de methode van Coué in? Het was een soort meditatieve praktijk waarbij je jezelf dagelijks positieve, optimistische suggesties gaf. Helemaal niet zo’n slecht idee. Een soort mindfullness avant la lettre. Je nam aan het begin en aan het eind van de dag even een moment om jezelf helemaal leeg te maken en als een soort mantra te herhalen:“Telkens weer en telkens meer, gaat het beter en beter”. (Tous les jours à tous points de vue je vais de mieux en mieux.) Je richtte je aandacht heel systematisch elke dag een paar keer op het goede. Ik heb dat altijd een heel goed idee gevonden, maar – suggestief gezien – wel een vrij zwakke formulering. Het hoeft immers maar één keer niet beter te gaan en dan klopt deze suggestie al niet meer. Dat is het probleem met van die brede generalisaties: op een gegeven moment worden het altijd weer leugens. Hoewel, als je maar de juiste ‘framing’ toepast valt het wel mee. Ook al voel je je nog zo beroerd en ook al zit alles maximaal tegen, dan nog kan het beter en beter gaan, bijvoorbeeld doordat je er steeds beter tegen kunt of doordat je slechte stemming steeds korter duurt. Ik noem maar iets. Als je net ziek bent geworden en je partner is er vandoor en je kinderen willen je niet meer zien en je bedrijf is failliet, zelfs dan kun je altijd nog tot de conclusie komen dat je veel hebt geleerd en dat je er sterker uit gaat komen. Coué had veel succes in de praktijk van alledag. Enthousiaste volgelingen stuurden hem getuigenissen van hoe ze ernstige lichamelijke en psychische kwalen hadden genezen met zijn Couéisme. Toen Coué steeds populairder werd, en de wetenschappers uit die tijd tegen zijn ‘kwakzalverij’ te hoop liepen, zei iemand: “Ik begrijp dat het wetenschappelijk gezien allemaal onzin is wat Coué doet, maar deze onzin heeft mijn ziekten genezen en mijn leven verbeterd, dus laat mij deze onzin alstublieft houden!” En in onze tijd hebben we bijvoorbeeld de affirmaties van Louise Hay, die – niet qua inhoud, maar wel qua proces – lijken op de autosuggestie van Coué. Dus als we het hebben over het richten van de aandacht, zeg maar: het verstandig besteden van de schaarse glucose in onze hersenen, dan is autosuggestie een goede kandidaat om ons daar bij te helpen.

Lex parsimoniae in coaching
In onze MindSonar training (MindSonar is een computertest voor denkstijlen) gebruiken we een gelaagd model voor het veranderen van denkstijlen. Het uitgangspunt van dit model is, dat je begint met de simpelst mogelijke interventie. Dit idee is een soort ‘scheermes van Occam’ voor de moderne coach. Occam stelde dat de redenering die de feiten kan verklaren met de minste aannames, automatisch de beste verklaring is. “Lex parsimoniae’ heette dat in het Latijn, de wet van de beknoptheid. Mijn therapeutische versie hiervan is: Het eenvoudigste dat je kunt doen om iemand te helpen is het beste. Dus, om een lang verhaal kort te maken, ik had nagedacht over wat überhaupt de eenvoudigste techniek is om iemand te helpen veranderen. Uiteindelijk had ik voor het ‘overbrengen van een hulpbron’ gekozen. Dat gaat ongeveer als volgt: 1. Wanneer had je die manier van denken ooit heel sterk ‘aan staan’? 2. Hoe dacht je toen precies? 3. Hoe zou je – in de situatie waar het nu om gaat – weer zo kunnen denken? Iets eenvoudigers kon ik op dat moment niet bedenken. Het zal wel aan mijn eigen denkstijl liggen; ik denk meestal heel structureel, in elementen en verbanden. Maar twee van mijn cursisten hadden toch nog iets eenvoudigers bedacht: activeringsvragen. Als je bijvoorbeeld meer ‘towards’ (naartoe) wilt gaan denken, dan is de eenvoudigste methode om aan jezelf te vragen: “Waar wil ik nu naartoe?” of “Wat wil ik nu bereiken?” of “Wat wil nu wel?”. Zij hadden een MindSonar-project gedaan met een uitzendbureau en veel succes gehad met die activeringsvragen. Dat is nog veel eenvoudiger dan hulpbronnen overbrengen, of wellicht is het een eenvoudiger manier om hulpbronnen over te brengen, dus volgens mijn eigen versie van de lex parsimoniae was dat de betere interventie om mee te beginnen.

De wonderen van het woord
En zo waren de wonderen van het woord mij weer eens duidelijk geworden. Of iets scherper geformuleerd: de mogelijkheid om met behulp van zelfspraak je aandacht te richten. En, zo bedacht ik mij toen ineens, het christendom is vast ook niet toevallig gebaseerd op ‘In den beginne was het Woord’…. Ik had dat net daarvoor nog aan den lijve ondervonden. Ik had namelijk een project waar ik erg tegen op zag. Aan de ene kant wilde ik me goed voorbereiden. Aan de andere kant had ik het al zo vaak gedaan dat ik totaal geen zin had om me er voor de zoveelste keer in te verdiepen. Een innerlijk conflict dus. In de dagen voor dat project raakte ik in een steeds slechtere stemming. Ik zat inwendig te mopperen op het project, op mijn collega’s, op de doelgroep, op het vakgebied, op het leven, noem maar op. Hoe meer ik mopperde, hoe slechter ik me voelde en hoe slechter ik me voelde, des te meer mopperde ik. Tot ik zo genoeg had van mijn eigen gedoe, dat ik dacht: Wat zou er gebeuren als ik mijzelf gewoon luidkeels toeriep: ‘Ik bekijk het positief!’ ‘Ik bekijk het positief!’ Ik verwachtte daar niet veel van, dus mijn zelfspraak, mijn zelfkreten of zelfroepen kan ik het beter noemen, had in het begin een ironische, om niet te zeggen cynische ondertoon. Toch was het effect dramatisch. Al na een paar keer begon ik inderdaad ineens de positieve kanten te zien. Het project werd interessanter, de doelgroep werd leuker, mijn stemming klaarde op, enzovoort. Waardoor ik nog meer positieve kanten begon te zien. Dezelfde spiraal die eerst naar beneden draaide, draaide nu omhoog. Wel goed om hierbij te bedenken: ik was gemotiveerd; ik had helemaal genoeg van mijn eigen gemopper. Waar ik vooral weer verbaasd over was, was dat zo iets simpels zo veel kan opleveren. Hoe je het ziet bepaalt wat het je doet. En hoe je het ziet kun je beïnvloeden door wat je tegen jezelf zegt.

Gouden tips voor het dagelijks leven
En dan komen we nu bij de centrale vraag: wat kan ik hier nu mee, in mijn dagelijks leven? Kan ik dit toepassen? Want ik ga ervan uit dat NLP alleen maar nuttig is voor zover het concrete, tastbare resultaten oplevert. Dus hier komt de gouden NLP-tip, of eigenlijk is het deze keer een combinatie van vijf met elkaar samenhangende tips.

 

    1. Bedenk dat de dingen die je aandacht geeft energie kosten. Niet dat ze niet ook heel veel energie kunnen opleveren, maar ze kosten in eerste instantie wel energie. En de hoeveelheid energie die jij beschikbaar hebt is eindig. Dat is niet alleen een metafoor, maar ook een biologisch gegeven: je hersenen hebben glucose nodig om je aandacht ergens op te richten.“Ik heb het recht om mijn aandacht en mijn energie zorgvuldig te besteden.”
    2. Vraag jezelf af en toe eens af, of het bekende Huna principe wellicht opgaat voor waar jij je aandacht aan besteedt: “Maak ik datgene waar ik nu mijn aandacht op richt misschien daardoor juist sterker?” Dat is natuurlijk extra belangrijk als het gaat om dingen die je helemaal niet sterker wilt maken.“Maak ik dit misschien sterker door er aandacht aan te geven?”
    3. En bedenk ten slotte, dat je diezelfde energie, diezelfde glucose, nodig hebt voor allerlei uiteenlopende dagelijkse taken: beslissingen nemen, dingen afmaken, je gevoelens beheersen en het afweren van infecties door je immuunsysteem.“Waar wil ik energie voor overhouden?”
    4. Sta er daarom af en toe even stil bij de vraag: “Waar wil ga mijn aandacht op richten?” Laat je niet als een soort flipperbal door de omstandigheden heen en weer schieten. Dobber niet – althans niet altijd – automatisch met toevallige stromingen mee.“Waar ga ik mijn aandacht op richten?”
    5. Als je dan hebt besloten, waar je je aandacht op wilt richten, roep dan – luidkeels of op rustige toon, wat maar het beste werkt voor jou – in gedachten iets dat dat bevordert. Een meditatieve slogan. Een mantra. Een affirmatie. Een strijdkreet. Kortom: zorgvuldig gekozen woorden die je vaak herhaalt.Voorbeelden:
      • Mensen komen voor mij op de eerste plaats!”
      • “Vandaag doe ik niets waar ik geen zin in heb, want ik wil snel van deze griep af”.
      • “Ik tel mijn zegeningen!`
      • “Ik sta in mijn kracht.”
      • “Ik verdien het om gezond te zijn.”
      • “Mijn leven wordt iedere dag mooier.”
      • “Ik kijk met liefde naar de wereld.”
      • “Ik kijk met liefde naar mijzelf.”
      • `Wat er ook gebeurt, ik bekijk het positief!`
      • `Vandaag maak ik dit artikel af, al het andere is ver weg en onbelangrijk`
      • `Telkens weer en telkens meer gat het beter en beter!`
      • “Mijn lichaam is fantastisch.”

Hier valt natuurlijk nog veel meer over te vertellen, bijvoorbeeld over de emotionele toestand of de bewustzijnstoestand waarin je deze dingen tegen jezelf zegt, over de toon waarop je ze zegt, de auditieve submodaliteiten, over de neurofysiologie van herhaling (mental practice) of over met wat voor beelden je deze uitspraken combineert of dat je misschien er juist helemaal geen beelden bij wilt vormen of over de kaders waarbinnen je deze dingen tegen jezelf zegt, en ga zo maar door. Maar dat bewaar ik allemaal voor een volgende keer.

Veel succes!

4

Over de auteur:

Psycholoog, NLP-trainer, Trainer provocatief coachen, schrijver (11 boeken), directeur IEP --- Geeft NLP- en provocatieve workshops en -opleidingen. --- Stond vijf jaar achtereen in de top-500 professionals van ‘Quote’. --- Ontwikkelde MindSonar.
  Artikelen die hiermee samenhangen

Comments

  1. Stef de Beurs  juni 19, 2012

    Gaaf artikel, Jaap, en zo grondig dat je er veel gerichte aandacht in zult hebben gestoken.
    Ik zal mijn cliënten van de MotivAider op het artikel wijzen, want die wordt bij uitstek voor het slot van je artikel gebruikt.
    Hartelijke groet,
    Stef

    antwoorden
    • Jaap  juni 19, 2012

      Dank je Stef! Wat is MotiVaider?

      antwoorden
  2. Andre Bor  juni 29, 2012

    Goed verhaal, Jaap. Interessant idee dat veel verschillende dingen dezelfde soort energie kosten. Dat als je s’avonds niet meer normaal met je partner kunt praten, dat je dan te weinig glucose over hebt, omdat je het overdag hebt “opgebruikt”.

    Volgens mij kunnen we hier ook wat van atleten leren. Op lange afstanden verdelen die hun energie zo, dat ze bij de finish nog een sprint kunnen trekken. Een verkeerde verdeling, en ze zijn halverwege bekaf.

    En wat te denken van ochtend- of avond-mensen? De 9-5 kantoormentaliteit gaat volledig voorbij aan optimaal functioneren. Sommige mensen zijn s’avonds na 20:00 uur op hun best! Wat hebben die dan overdag gedaan? Met Het Nieuwe Werken (zeg maar werken op je eigen tijd, onafhankelijk van een plaats) kun je gelukkig weer terug naar je eigen ritme.

    antwoorden
    • Jaap Hollander  juli 2, 2012

      Goede vergelijking, Andre. Dat het allemaal hetzelfde soort energie kost, was voor mij een belangrijk inzicht. Het oude excuus van ‘hard day at the office’ daar blijkt dus toch wel iets in te zitten.

      antwoorden

Voeg een Commentaar