CPH voor een jong kind met behulp van een metafoor

Geplaatst door:

Change Personal History voor een jong kind met behulp van een metafoor.

Toen hij 2½ jaar oud was overleed zijn opa, voor iedereen totaal onverwacht. Toen zijn vader 2½ jaar oud was, raakte hij betrokken autoongeluk. De vader lag als kind langdurig in coma en hield er een hersenbeschadiging aan over.
Dat wat zijn vader niet (goed) meer kon doen, deed zijn opa daarom dus in het gezin van de jongen. Vlak voor diens dood had de jongen opa nog ‘geholpen’ met het bouwen van een schuurtje in hun tuin.
Toen de moeder 2½ jaar oud was overleed haar inwonende oma en dat had veel impact op haar. Van de moeder werd gedacht dat zij leed aan een contactstoornis.
De levenslijnen van deze familie leken voor iedereen bij die 2½ jaar dus nogal bijzonder en beladen.
De jongen kwam uit een gezin dat men nogal eens als ‘multi-problem’ etiketteert. Zelf beschreven zij zich liever als een ‘niet-standaard’ familie.

De inmiddels 10 jarige jongen werd naar mij verwezen door een collega. Zij gaf hem in een groepje een sova-training. Daar liet dit kind zich zien als een joch met weinig zelfvertrouwen. Een kind dat een beetje het pispaaltje van de groep was en dat zich er zelden bij hoorde voelen. Hij was snel van de wap en reageerde vaak overdreven emotioneel op relatief kleine stressvolle gebeurtenissen.
Zij vroeg mij hem met een verhaal te helpen de dood van zijn opa een plekje te geven. De jongen begon namelijk altijd heel erg te huilen als er over zijn opa werd gepraat. Ook in allerlei andere situaties, die op de een of andere manier aan afscheidnemen haakten, barstte hij in onbedaarlijk snikken uit.
We zaten aan tafel en hadden het over waarom hij bij mij gekomen was. Daarbij zag ik zo’n emotionele reactie; eerder passend bij een 2½ jarige dan bij een kind van zijn leeftijd. Hij moppelde braaf “iets over afscheid nemen” en toen ik dat herhaalde en aangaf: “en ook omdat jouw opa is doodgegaan en …”, rende de jongen hard huilend naar zijn moeder om zich stevig aan haar vast te klampen en zich bijna in haar te begraven.
“Zo gaat dat altijd”, liet zij enigzins ontredderd weten.

De jongen hield veel van knutselen. Hij bouwde in mijn spelkamer een prachtige houten boot. Terwijl hij dat deed hoefde ik niet eens zo heel actief een sponsorhouding te activeren. Al knutselend liet dit kind mij zijn talenten, kwaliteiten en krachten zien!
Toen ik hem vroeg wie de held van zijn verhaal moest worden zei hij: “een bouwvakker die een zwembad zou gaan maken”.

Mijn idee was dat hij bij het luisteren naar mijn hulpbronverhaal voor hem als vanzelf geassocieerd zou raken en dat hij opnieuw de lastige gebeurtenis en de daarbij horende gevoelens en overtuigingen van toen zou ervaren door meegenomen te worden naar dat specifieke moment in zijn leven. In het verhaal wil ik hem dan stapje voor stapje naar het nu en de toekomst laten opgroeien,  inmiddels met helpendere overtuigingen en met zijn opa als mentor en sponsor.
Hoe dat in het leven van alle dag uitgewerkt heeft blijft nog even de vraag: Het hele gezin is inmiddels bij een andere hulpverlener aanbelandt.
Toch heb ik er vertrouwen in dat het inmiddels al beter met hem gaat. Zijn opgeluchte en voldaan tevreden zucht na het voorlezen van onderstaand verhaal en moeders warme liefdevolle glimlach daarbij waren voor mij een prachtige future pace en ecologiecheck.

Van het verhaal is een klein boekje gemaakt dat de jongen heeft meegekregen. Zo kan hij het zo vaak als hij wil herlezen en blijft het als een anker bij hem.

Bouke Bouwvakker ©Reinalda Kerseboom

Er was eens een stoere en heel handige bouwvakker. Zijn naam was Bouwe.
Hij kon stenen metselen, kapotte deuren repareren en nieuwe deuren afhangen.
Hij kon stoepjes leggen, schuurtjes bouwen en waterleidingen aanleggen.
Hij maakte van elk huis dat hij bouwde een soort klein paleis.
Overal waar Bouwe de bouwvakker was geweest waren de dingen heel goed voor elkaar.
Alles was stevig. Alles wat sluiten moest sloot en alles wat open moest liep soepel.
Kortom deze bouwvakker was echt vakbekwaam en de mensen hielden van hem en van zijn werk.

Zoals elke bouwvakker dat heeft, kreeg ook Bouwe op een goede dag een eigen leerling. Zijn naam was Bouke.
Bouke hielp Bouwe en dat was fijn voor Bouwe. Zo werd hij minder moe en gingen zijn klusjes sneller.
Bouke reed auto, hij ging zware tegels halen. Hij opperde de stenen die Bouwe metselde.
Bouwe leerde Bouke allerlei handigheidjes en dat was fijn voor Bouke.
Bouke leerde timmeren en zagen. En hij leerde hoe hij stroom aan en ook weer af kon sluiten.

Niet eerder in zijn leven had Bouwe een knechtje gehad aan wie hij alles kon leren.
Bouke leerde graag: bouwen was wat hij het liefste deed.
Het was voor Bouke heel prettig in Bouwe een leermeester te hebben gevonden die hem de speciale foefjes en fijne kneepjes van het bouwen kon leren.
Thuis waren ze goed voor hem, maar niemand kon er zo bouwen als Bouwe.
Al gauw waren Bouwe en Bouke onafscheidelijk.
Ze legden samen stoepjes, ze repareerden samen deuren, ze metselden samen muurtjes, met een tegelpad door de tuin erheen.
Ook maakten ze samen een heel mooi rood schuurtje.
Bouwe zette er een torenachtig gebouwtje naast waardoor zelfs het rode schuurtje ook iets paleisachtigs kreeg.
Bouke bouwde er, helemaal alleen, een mooie schutting om heen.
Toen het klaar was gaven Bouwe en Bouke elkaar een High Five. Het resultaat was prachtig.

Bouke had het heel erg naar zijn zin als knechtje en leerling van Bouwe.
Bouwe was blij en tevreden met Bouke als leerling en hulpje.
Ze besloten samen een zwembad te gaan maken, want dat zouden de mensen in Bouwe’s en Bouke’s straat fijn vinden:
Een eigen zwembad waar ze verkoeling in konden zoeken op warme dagen.
Bouwe maakte de tekening.
Bouke stapte in zijn autootje en begon tegels te verzamelen.
Het was een prachtig plan.

Maar nog voor ze aan het bouwen van hun zwembad konden beginnen, gebeurde er op een winterse dag iets onverwachts en vreselijks:
Bouwe ging plotseling dood.
Zo maar, zonder waarschuwing.
Niemand had vooraf in de gaten gehad dat dit zou gebeuren.
Bouke begreep er niets van.
Hij had niet eens tijd gehad om afscheid van zijn leermeester te nemen.
Hij bleef achter met de bouwtekening en de tegels en alle andere spullen die hij voor hun zwembad had gehaald.
Hij werd overmeesterd door verdriet, want hij voelde zich zo leeg en eenzaam.

Hoewel hij nu de enige bouwvakker was in de straat, was Bouke natuurlijk niet alleen.
Ook alle andere mensen in de straat treurden om de dood van Bouwe Bouwvakker.
Iedereen treurde op zijn eigen manier. Hun verlies voelde groot en zwaar, of zwart en stekend, of kwaad en koud.
Alle mensen misten Bouwe en zijn vaardige handen.
Gelukkig dat met de tijd zulk verdriet bijna altijd slijt.
Na een poos raakten de mensen er aan gewend dat Bouwe er niet meer was.
Ze droogden hun tranen en bewaarden hun goede herinneringen aan hem in hun hart.
Ze keken naar zijn paleisjes en ze vertelden over zijn vakmanschap.
Zo hielden zij hem in hun gedachten.

Wanneer er in de straat een nieuw muurtje moest worden gemetseld, dan vroegen ze een vreemde metselaar.
De muren die hij maakte zagen er anders uit als een echte Bouwe-muur.
“Het lijkt niet zo stevig als een muur van Bouwe”, zeiden ze als de vreemde bouwvakker klaar was.
Dan voelde iedereen het gemis weer even, alsof het nog maar gisteren was dat Bouwe doodging.
De straatbewoners zuchtten en sloegen een arm om elkanders schouders.
Dat hielp en het troostte.

Als Bouke zo’n muur zag, herinnerde hem dat er aan dat zijn mooie tijd als knecht en leerlingbouwvakker voorbij was.
Hij miste Bouwe zo ontzettend en verschrikkelijk dat hij niet eens gewoon, zonder tranen, aan hem kon denken.
Doordat zijn verdriet hem zo de baas was, bleef de bouwtekening  van het zwembad onaangeroerd liggen.
Maar nergens staat de tijd stil en natuurlijk ging ook Bouke’s leven door.
Zonder Bouwe probeerde Bouke toch een goede bouwvakker te zijn.
Hij haalde bouwspullen, hij sloot de stroom aan en hij begon zelfs aan de bouw van een nieuwe schuur.

Zijn bouwsels waren bijzonder. Ze misten misschien het paleisachtige dat Bouwe altijd aan zijn gebouwen had mee weten te geven. Er werd van zijn bouwsels weleens gezegd dat ze eigenheid en robuuste charme uitstraalden.
Maar Bouke dacht dat de straatbewoners hem daarmee voor het lapje hielden. Voor hem leek zonder Bouwe alles grauw en grijs. En dus bouwde hij grijzige schuren, waarvan hij geloofde dat geen straatbewoner ze waardeerde.

Maar op een dag ging dat allemaal veranderen.
Vanaf zijn eigen ster in de hemel hield Bouwe het leven op aarde en de mensen van wie hij hield liefdevol in de gaten.
Zo had hij gezien dat iedereen hem miste. Hij zag ook dat iedereen zijn beste best deed.
Net als de straatbewoners vond hij Boukes schuurtjes heel speciaal.
Hij vond het jammer dat Bouke die robuuste eigenheid en charme nog niet herkende.
Bouwe was trots op wat zijn knechtje zonder hem voor elkaar kreeg en hij vond dat Bouke er zelf ook best trots op mocht zijn.
Hij dacht een poosje na en toen besloot hij vanaf zijn ster nog een keer de helpende hand toe te steken.
Met een ferme ruk trok hij de grijze wolk die zich over Bouke’s schuurtjes had gekruld omhoog en hij nam hem mee tot achter de Regenboog.

Toen Bouke de volgende dag wakker werd kon hij ogen bijna niet geloven!
Zijn schuurtjes zagen er zo schitterend uit. Tranen van geluk sprongen in zijn ogen.
Heel voorzichtig begon hij te geloven in zijn eigen vakmanschap.
Met het hoofd geheven en de borst vooruit begon hij daarna aan zijn werk.
Bij het opruimen van alle grijze en grauwe rommel in zijn werkplaats vond hij ook tekening van Bouwe’s zwembad terug.
Bouke hoefde niet lang na te denken voor hij een dapper besluit nam.
Hij pakte de tegels die hij ooit gehaald had en zocht een goede plek voor het zwembad uit.
Toen hij begon met bouwen kwam er een jong bouwvakkertje op hem af dat heel graag zijn knechtje wilde zijn.
Hij heette Bonke.
Bouke leerde hem alles wat hij ooit van Bouwe had geleerd.
Al snel kwamen er nog veel meer bouwvakkertjes die met Bouke samen wilden werken.
Het werd een heel goed team.

En zo kon het gebeuren dat de straatbewoners een heel schitterend eigen zwembad kregen waar ze verkoeling konden vinden op de warmste dagen  van het jaar.
Op de dag van de opening lieten ze er zelfs een bootje in varen.
Bouke genoot. Hij wist dat hij veel van Bouwe had geleerd.
Hij wist ook dat hij door de straatbewoners gewaardeerd werd om zijn vakbekwaamheid en zijn eigen bouwstijl.

Toen het openingsfeest ’s avonds voorbij was keek hij blij en gelukkig naar de sterrenhemel. En zonder precies te weten op welke ster Bouwe zat en naar hem terugkeek fluisterde hij:

Al ben ik hier en ben jij daar
Wij horen voor altijd bij elkaar
Je leerde mij om goed te bouwen
Nu kan ik op mezelf vertrouwen
Daar op jouw ster laat ik je weten
Dat ik je nooit meer zal vergeten

Ineens zag Bouke een van de sterren naar hem twinkelen en toen wist hij het.

 

 

0

Over de auteur:

Reinalda Kerseboom is al meer dan 30 jaar speltherapeut. Ze volgde haar NLP-opleidingen en de opleiding tot provocatief coach bij het IEP. Ze is gespecialiseerd in het werken met metaforen. Ze is auteur van een aantal boeken met en over hulpbronverhalen. Ze heeft een praktijk in Renkum, waar ze kinderen, jongeren en ouders ziet. Ze verzorgt workshops en trainingen.
  Artikelen die hiermee samenhangen

Voeg een Commentaar