Rapport maken met een metafoor

Geplaatst door:

De jongen voor wie ik het volgende verhaal maakte, misdroeg zich voortdurend: op school en thuis liep zijn gedrag de spuigaten uit. Hij was wild, woest en werd zelfs agressief genoemd.
Ook in mijn spelkamer gedroeg hij zich zo dat het echt ingewikkeld was rapport met hem te maken. In zijn eerste uurtje bij mij zat hij bij de waterbak en dumpte daar de hele bak met dierentuindieren in een keer in. Vervolgens liet hij ze wild tegen elkaar aan botsen en daarna gooide hij ze met een boos gezicht en boze geluiden een voor een de kamer door. Ik zat erbij en keek ernaar. Er waren bij hem thuis, zo wist ik, heel veel conflicten en er dreigde een scheiding.
Daar had deze jongen last van. Veel kinderen voelen zich schuldig over problemen en conflicten tussen hun ouders. Ze denken vaak dat de ruzie aan hen ligt of door hen veroorzaakt wordt. Er zijn ook kinderen die proberen te fungeren als bliksemafleider voor problemen tussen de ouders. Door zich extreem lastig te gedragen dwingen ze de ouders zich minder op zichzelf en hun relatie te richten. Onbewust willen deze kinderen de schuld van de moeilijkheden op zich nemen. De dieperliggende gedachte of verwachting lijkt dan te zijn dat de ouders wel bij elkaar zullen blijven als ze zich gezamenlijk in moeten zetten om de moeilijkheden van en met hun kind op te lossen.
In het woeste spel probeerde ik aan te sluiten en rapport te maken. Ik maakte bijpassende geluiden en ik zei dingen als: “Boink! Knal, Plons, Zo weg ermee!!!!”. Het leek de jongen allemaal niet te deren.Hij keek niet op of om.
Toen liet hij een grote krokodil een kleinere bijten en ik zei: “Goh, die brengt zijn jong naar een veilig plekje”.
De jongen keek mij oprecht verbaasd aan, waarbij me opviel dat hij hele lieve blauwe ogen had. “Nee, joh. Krokodillen zijn nooit lief”, antwoordde hij stellig. Hij was oprecht verbaasd toen ik bleef volhouden dat krokodillen op deze manier hun jongen echt liefdevol verplaatsen, maar hij kon het niet geloven.
Het volgende contact vertelde ik hem onderstaand verhaal en dat bleek een goede manier om rapport met hem te maken.
Daarna heb ik het verhaal nog heel vaak verteld aan van die ‘raddraaiertjes’ die er zo van overtuigd zijn dat ze lastig ZIJN, dat ze ook bijna alleen nog maar negatieve aandacht van hun omgeving krijgen.
Het is altijd weer ontroerend om te zien hoe zo’n gefrustreerd snuitje tijdens het luisteren verzacht. En ik kan je niet zeggen hoe vaak door zo’n kind niet herhaald is: “zelfs het lieveheersbeestje…”.

Het ongelooflijke verhaal van de krokodil die dacht dat hij niet lief kon zijn

Tekst: Reinalda Kerseboom- uit: “Vertel mij wat, kinderen helpen met verhalen”

Illustratie: Paco Kamil

Ver hier vandaan, aan de rand van een reusachtig woud, dicht bij een heldere waterbron woonde eens een jonge krokodil. Hij had een prachtig groen krokodillenlijf. Zijn poten waren sterk en zijn lange staart kon krachtige klappen maken. Hij had een grote krokodillenbek met mooie witte krokodillentanden. Zijn naam was Krook.

Zijn ouders zorgden goed voor hem, zoals alle krokodillen dat met hun jongen doen. Ze waren trots op Krook: op zijn mooie groene lijf, op zijn sterke poten en zijn krachtige staart en op zijn grote krokodillenbek met de mooie witte tanden. Ze vonden hem de krokodilste krokodil van het woud en het water. Dat maakte Krook blij.

Krook deed zijn grote krokodillenbek wijd open, zodat iedereen zijn witte krokodillentanden zag. Hij stampte met zijn sterke poten. Hij sloeg krachtig met zijn krokodillenstaart. De andere dieren vonden hem ook de krokodilste krokodil van het woud en het water. Maar als ze over hem spraken klonk er bangheid of boosheid in hun stem. Als ze Krook zagen, dan liepen ze allemaal een eindje om. Dat maakte Krook niet blij.

Op een dag lag Krook eenzaam bij het water en hij keek uit over het woud. In de verte zag hij dieren samen spelen en hij hoorde hun klaterende lach. Plotseling kwamen er tranen in zijn krokodillenogen. “Wat heb ik aan een mooi groen lijf, sterke poten, een krachtige staart en een grote bek met witte tanden”, dacht Krook, “als niemand met me spelen wil”. Dat maakte Krook verdrietig.

Een rupsje dat op een blad vlakbij hem zat zag het. “Wat heb jij?”, vroeg het met een zijden stem. “Niemand wil met me spelen”, antwoordde Krook. “Ze denken allemaal dat ik gemeen ben, want krokodillen zijn nooit lief”. Er biggelden twee dikke krokodillentranen over zijn groene gezicht. “Oh”, sprak het rupsje en het kroop weg. “Zie je nou wel”, dacht Krook. En dat maakte Krook nog verdrietiger.

Een vis die net uit het water omhoog keek zag het. “Wat heb jij?”, vroeg zij met een waterige stem. “Ik ben gemeen”, antwoordde Krook. “Dat komt omdat krokodillen niet lief kunnen zijn”. Hij veegde gauw zijn tranen weg en hij sloeg geïrriteerd met zijn krachtige staart in het water. Een grote golf spoelde de vis een heel eind weg. “Help”, sputterde de vis en ze dook onder. “Zie je nou wel”, dacht Krook. En dat maakte Krook ook boos.

Een neushoorn die een slokje water wilde nemen zag het. “Wat heb jij?” vroeg hij met een zware stem. “Niets”, antwoordde Krook. “Ga weg, ik ben de krokodilste krokodil van het woud en het water en ik ben gemeen”. Hij stampte met zijn sterke poten op de grond. “Pas op”, antwoordde de neushoorn. En hij liep hard stampend weg. Zo hard dat de grond onder Krooks groene lijf bibberde en trilde. “Zie je nou wel”, dacht Krook. En dat maakte Krook ook bang.

Een nijlpaard dat de kant op klom voor een zonnebad zag het. “Wat heb jij?”, vroeg ze met een gaperige stem. “Ga weg”, gilde Krook. En hij sperde zijn bek gevaarlijk ver open, zodat zijn witte tanden schitterden in de zon. “Je ziet toch wel dat ik gemeen ben, het krokodilst van allemaal!” Het nijlpaard deed van verbazing haar bek wijd open en toen met een klap weer dicht. “Ik begrijp er niks van”, zei ze. En ze draaide zich om met haar gezicht naar de zon. “Zie je nou wel”, dacht Krook. En dat maakte Krook erg eenzaam.

Een lieveheersbeestje maakte vlakbij hem een landing op de grond. “Hallo”, zei het lieveheersbeestje opgewekt. “Wie ben jij?”. “De krokodilste krokodil van het woud en het water”, antwoordde Krook met een diepe zucht. “Wat is er, jij klinkt helemaal niet blij”, zei het lieveheersbeestje. “Ik wou dat ik lief kon zijn”, sprak Krook. “Maar dat kan nooit, want ik ben gemeen”. Het lieveheersbeestje keek heel verbaasd. “Hoe kom je daar nu bij”, zei ze. “Ik heb nog nooit gehoord van iemand die niet lief kan zijn”.

“Ik kan het echt niet”, antwoordde Krook. “Ik wou dat ik een lieveheersbeestje was”. En de krokodillentranen stroomden over zijn krokodillenwangen. “Ik wil je wel helpen”, zei het lieveheersbeestje. En dat maakte dat Krook zich wat beter voelde.

Het lieveheersbeestje haastte zich weg om drie potjes met verf te halen. Een potje rode, een potje zwarte en een potje witte verf. En met een kwastje verfde ze Krook zo dat de groene krokodil op een lieveheersbeestje leek. Toen Krook zich in het spiegelende water van de bron bekeek zag hij een mooi rood lijf met zwarte stippen. Dat maakte dat hij zich weer een beter voelde.

Vol vertrouwen rende hij op zijn stevige poten naar de andere dieren toe. Zijn sterke rode staart maakte ferme klappen. Zijn roodzwarte snuit sperde hij open en tussen zijn flonkerende witte tanden door riep hij: “Nu ben ik lief en nu moeten jullie met me spelen”. De andere dieren schrokken zich een ongeluk en ze renden allemaal een eindje weg. Alleen het lieveheersbeestje, dat bleef bij hem. “Zie je nou wel”, zei Krook. En hij merkte dat hij zich heel ongelukkig voelde.

Het lieveheersbeestje kroop heel dicht naar Krook toe. Het kroop tot bovenop zijn snuit en met een witte zakdoek veegde ze zijn tranen weg. De andere dieren keken van een afstandje toe. Ze hielden hun adem in. “Pas op, kijk uit, niet doen”, dat riepen ze allemaal. “Hij is de krokodilste krokodil van het woud en het water. Hij is gemeen”. Maar het lieveheersbeestje ging verder en zei: “Hij is mijn vriend”.

Dat maakte dat Krook zich verlegen voelde.

“Toch ziet hij er gemeen uit, zelfs nu hij is geschminkt als een lieveheersbeestje. Als je er zo uitziet, dan kun je nooit lief zijn”, zeiden de rups, de vis, de neushoorn en het nijlpaard hardop tegen elkaar. En Krook die snikte luid.

Maar het lieveheersbeestje vroeg: “doe jij altijd alleen maar lief rups?”. En de rups antwoordde verlegen dat hij vaak erg rupsig was, maar ook wel eens gemeen. “En jij dan vis”, vroeg het lieveheersbeestje weer. En de vis vertelde dat hij meestal vissig was, maar ook wel eens gemeen. “En jij neushoorn”, vroeg het lieveheersbeestje. En de neushoorn sputterde dat hij zich wel eens zwak voelde en dan graag geholpen werd. Het nijlpaard bekeek de krokodil eens goed “hij heeft wel lieve ogen”, zei hij toen. Het was lang stil toen zeiden de andere dieren: “ja dat klopt”. Krook kon zijn oren niet geloven. Zou het echt…? Hij…..? Lieve ogen….? En hij schudde vol ongeloof zijn kop. “Toch is het zo”, sprak het lieveheersbeestje en het keek hem vol warmte aan. Ze vinden mijn ogen lief, dacht Krook. En dat maakte hem weer blij.

Vanaf die dag probeerden de rups, de vis, de neushoorn en het nijlpaard ook met Krook te spelen. Iedereen begreep nu dat lief en gemeen doen niets te maken heeft met hoe je eruit ziet of met wat je bent. Krook leerde van het lieveheersbeestje elke dag de spelregels van een nieuw spel dat ze samen speelden. En hij speelde altijd heel gezellig mee. Natuurlijk deed Krook nog wel eens iets gemeens. Net als de rups, de vis, de neushoorn en het nijlpaard. En wie heel goed oplette kon zelfs het lieveheersbeestje soms eventjes gemeen zien doen.

Jaren gingen zo voorbij. Over lief zijn hoefde Krook nooit meer na te denken. Hij wist dat hij heel krokodillig was, maar ook dat hij desondanks toch lief kon doen. En dat maakte Krook heel blij!

Reinalda Kerseboom

0

Over de auteur:

Reinalda Kerseboom is al meer dan 30 jaar speltherapeut. Ze volgde haar NLP-opleidingen en de opleiding tot provocatief coach bij het IEP. Ze is gespecialiseerd in het werken met metaforen. Ze is auteur van een aantal boeken met en over hulpbronverhalen. Ze heeft een praktijk in Renkum, waar ze kinderen, jongeren en ouders ziet. Ze verzorgt workshops en trainingen.
  Artikelen die hiermee samenhangen

Voeg een Commentaar