Hulpbronverhaal over echtscheiding

Geplaatst door:

Lieverd en Liefje Lieveheersbeest (uit: Van allebei… Reinalda Kerseboom, illustraties Annelot Kamminga)

Er bestaan op de wereld heel veel verschillende lieveheersbeestjes. Er zijn lieveheersbeestjes met twee stippen, met zeven stippen en met tien stippen. Er zijn zelfs lieveheersbeestjes met elf of veertien stippen. Er zijn rode, bruine, oranje, zwarte, groene, gele en veelkleurige lieveheersbeestjes. Sommige lieveheersbeestjes hebben vlekken of strepen in plaats van stippen.

In de achtertuin, midden tussen het perk met geurende rozenstruiken en naast het perk vol plantjes die de naam Gebroken Hartjes droegen, woonde eens een familie lieveheersbeestjes. Lieverd en Liefje Lieveheersbeest waren van het oranje soort. Lieverd had tien stippen, misschien omdat hij de oudste was. Liefje droeg er zeven. Het schild van Hero, hun vader, was rood en het droeg strepen. Het schild van Hera, hun moeder, was geel en het had vlekken. Lange tijd leefde de familie Lieveheersbeest heel gezellig en gelukkig met elkaar in de achtertuin. Ze hadden het er goed. Hero en Hera zorgden dat de rozenstruiken altijd luisvrij waren en volop konden bloeien. Ze deden dat samen zo goed dat je tot in de verste verte van de achtertuin een zwoele rozengeur kon ruiken.
Lieverd en Liefje groeiden als kool. Ze speelden en dartelden door de lucht. Ze gingen naar school en leerden alles wat een lieveheersbeestje zoal moet weten.  Alles ging goed. Ze waren gelukkig en tevreden.

Maar op een groezelige grijze dag veranderde alles. Die dag vroegen Hero en Hera hun kinderen namelijk zich na het avondeten te verzamelen in het perk Gebroken Hartjes. Lieverd en Liefje hadden al wel gemerkt dat hun vader en hun moeder de laatste tijd minder vaak samen aan het werk waren in de rozenstruiken. De ene keer zat hun vader te zwoegen tussen de rozentakken en dan zat hun moeder lange tijd in het perk Gebroken Hartjes voor zich uit te staren. De andere keer zat juist hun moeder te ploeteren tussen de stekelige doorns van de rozen, terwijl hun vader in geen velden of wegen te bekennen was. Soms hoorden ze hen ook ruzie maken in het donker.
Toch schrokken Lieverd en Liefje van wat ze te horen kregen. “We gaan uit elkaar”, vertelden hun ouders. “Het lukt ons niet meer om samen goed voor de rozen te zorgen en ze luisvrij te houden. Het is beter dat we ieder ons eigen perk gaan onderhouden.” Lieverd en Liefje voelden zich akelig. Het kon toch niet waar zijn? Wat ging er nu gebeuren? Wat moest er nu met hen? Ze zagen dat allebei hun ouders verdrietig waren. Iedereen had tranen…
Na de tranen pakte hun vader zijn spullen. “Ik ga naar het veld met rode klaprozen”, zei hij. Daar tussen het rood probeerde hij zich helemaal thuis te voelen. Na de tranen pakte hun moeder haar spullen. “Ik ga naar de akker met gele zonnebloemen”, zei ze. En in de warmte daar probeerde ze zich te koesteren. Lieverd en Liefje reisden heen en weer. De ene week waren ze bij hun vader in het veld met rode klaprozen. De andere week waren ze bij hun moeder op de akker met de gele zonnebloemen. Het was vreemd en het was wennen, dat heen en weer gevlieg. Voor iedereen op zijn eigen manier. Wanneer ze bij hun vader waren misten Lieverd en Liefje hun moeder. En hun moeder miste hen. Dat voelde alsof ze midden in het veld Gebroken Hartjes gevangen zaten. Wanneer ze bij hun moeder waren misten Lieverd en Liefje hun vader. En hun vader miste hen. Ook dat voelde alsof ze midden in het veld Gebroken Hartjes gevangen zaten.

Toen Lieverd lang genoeg in het perk Gebroken Hartjes had rondgedwaald vond hij vanzelf de uitgang naar buiten. Hij ontdekte dat het leven op het veld met de rode klaprozen net zo leuk en vrolijk en gezellig als saai en vervelend kon zijn als op de akker met de gele zonnebloemen. Hij wende aan het heen en weer vliegen. Hij genoot van de dingen zoals ze nu waren. Hij deed leuke en minder leuke dingen samen met zijn vader. Hij deed leuke en minder leuke dingen samen met zijn moeder. Natuurlijk verlangde hij nog wel eens terug naar het perk met de geurende rozen. Maar hij begreep dat alles in het leven verandert en dat niets ooit hetzelfde blijft. Als hij zich boos voelde, liet hij dat merken en als hij verdrietig was ook. Dat vonden zijn ouders niet altijd gemakkelijk, maar ze begrepen het wel.

Voor Liefje was het allemaal ingewikkelder. Ze doolde door het perk met de Gebroken Hartjes en aan elke bloem en elke knop vroeg ze: “Waarom kunnen wij niet meer bij elkaar zijn?” “Jouw ouders houden niet meer van elkaar”, was het antwoord van de Gebroken Hartjes. Dat hielp haar niet veel. Nog veel meer vragen tolden door haar hoofd.
Op een goede dag verschenen er, terwijl Liefje daar zo zat te tobben, twee mensen in de tuin. Een oude man en een klein meisje streken naast het perk met de Gebroken Hartjes op tuinstoelen neer en begonnen te praten. Tot haar eigen verbazing kon Liefje hun woorden verstaan. “Er zijn veel verschillende soorten houden van”, hoorde zij de oude man zeggen. “Je kunt houden van eten, van drinken, van spelen, van werken, van mensen en dieren. En je kunt houden van je familie. Er zijn veel verschillende manieren waarop je van familie kunt houden. Ouders houden van hun kinderen. Kinderen houden van hun ouders. Broers en zussen houden van elkaar. Je houdt van de rest van je familie: van opa’s en oma’s, van tantes en van ooms, van neefjes en nichtjes. Je kunt houden van je vrienden en vriendinnen. Als je dit hoort weet je meteen hoe anders en verschillend al dat houden van is. Houden van je ouders, de mensen bij wie je hoort, gaat meestal vanzelf. En ouders houden al van hun kinderen zelfs voordat ze geboren zijn. Zo steken we allemaal in elkaar, zo zijn we zelfs geboren. Die manier van houden van gaat eigenlijk nooit meer over. Ouders kunnen boos zijn op hun kinderen, omdat ze dingen hebben gedaan die niet horen. Kinderen kunnen boos worden op hun ouders, omdat ze straf geven of dingen verbieden. Maar, ook al verandert alles en blijft niemand hetzelfde, je hoort je hele leven bij elkaar, zoals een bloem voor altijd bij zijn steeltje hoort.
Houden van andere mensen, bij wie je niet hoort, moet je meestal leren. In het begin gaat het wel gemakkelijk. Dan heet dat verliefd zijn. Als je verliefd bent vind je alles aan die ander leuk. Maar alles verandert en niemand blijft precies hetzelfde. Na de verliefdheid ontdekken sommige mensen hoe moeilijk het is om echt te houden van de ander. Soms ontdekken ze dan dat ze niet blij en gelukkig met elkaar kunnen zijn en dat hun manier van doen en denken helemaal niet bij elkaar past.”
Het meisje vroeg: “Is dat mijn ouders overkomen?”
De oude man knikte. “Ze houden niet genoeg van elkaar om bij elkaar te blijven. Dat is jammer en verdrietig, maar niemand kan dat veranderen. Je mag je verdriet laten zien, want door het te delen zal het slijten. Soms zal het je ook boos maken, jij hebt er toch zeker niet om gevraagd dat ze uit elkaar zijn gegaan en dat jij nu steeds moet wisselen. Die boosheid mag je laten zien, want door het te delen zal de boosheid afnemen. Jouw ouders zullen dat niet gemakkelijk of leuk vinden, maar begrijpen doen ze het wel. Ze willen je altijd helpen. Ze zullen tot het einde der dagen jouw ouders blijven. Dat houden van blijft altijd bestaan en zal nooit overgaan.”
Het kleine meisje knikte en er biggelden tranen over haar gezicht. Een voor een drupten de tranen op de bloemen in het perk Gebroken Hartjes waar Liefje verscholen zat. Toch kon zij zien dat het gesprek het meisje opluchtte.

Terwijl Liefje naar die twee mensen keek veranderden de tranen van het meisje in een regenboog en ze vormden samen een brug uit het perk Gebroken Hartjes. Met haar kleine pootjes trippelde Liefje eroverheen op weg omhoog. Toen ze boven was aangekomen vouwde ze haar vleugeltjes open. Ze vloog een rondje over het veld met rode klaprozen. Ze vloog een rondje over de akker met gele zonnebloemen. Ze keek nog een keer naar het perk met de rozen en snoof de bijna vervlogen rozengeur op. Ze vloog langs de rivier en zag hoe het water stroomde op weg naar zijn eigen eindbestemming.
En terwijl ze zo haar eigen rondjes draaide borrelde vanuit de regenboog een liefdesliedje omhoog dat tot in de wijde omtrek was te horen.

Al zijn ze niet meer bij elkaar,

mijn ouders staan altijd voor me klaar.

Voel ik me eenzaam en alleen,

dan zoek ik vrienden om mij heen.

Want door mijn verdriet te delen,

zal mijn gebroken hart weer helen.

 

Het duurde nog een poosje en Liefje wilde haar liefdesliedje nog regelmatig horen.
Maar op een dag, ergens in het voorjaar, ging het beter.
Ook met haar.

0

Over de auteur:

Reinalda Kerseboom is al meer dan 30 jaar speltherapeut. Ze volgde haar NLP-opleidingen en de opleiding tot provocatief coach bij het IEP. Ze is gespecialiseerd in het werken met metaforen. Ze is auteur van een aantal boeken met en over hulpbronverhalen. Ze heeft een praktijk in Renkum, waar ze kinderen, jongeren en ouders ziet. Ze verzorgt workshops en trainingen.
  Artikelen die hiermee samenhangen

Voeg een Commentaar