Casus Janneke Swank: Overtuig nooit

Geplaatst door:

Marina zit kaarsrecht op het puntje van de stoel te vertellen dat ze in Griekenland op vakantie was, al een jaar geleden en dat ze plotseling ‘helemaal naar’ werd na het eten in een restaurant, omdat het nogal pittig was, veel te veel knoflook. ‘Volgens mij ben ik allergisch voor knoflook en kruiden, peper of zo, of het was van de alcohol, of misschien wel van de suikers in het toetje. Ik weet het niet, maar sindsdien let ik heel goed op wat ik koop en eet, alle verpakkingen lees ik goed door en als er staat ‘kruiden’ eet ik het niet en suiker ook niet en alcohol durf ik helemaal niet meer te nemen, ik ben gewoon altijd bang om iets te eten, want je weet maar nooit.’

In het psychologie magazine van maart 2013 stond een artikel van Ranne Hovius over de kunst van het luisteren. Dat er in de hulpverlening steeds minder tijd voor is. Men dient te werken met DBC’s (diagnose-behandel-combinaties) en hoe sneller er een diagnose is, hoe efficiënter men denkt te werken. Pillen en gedragstherapie zijn volgens de schrijfster ook behulpzaam, maar bij angstklachten is het effect matig. Zij beweert dat mensen graag willen dat de therapeut rustig de tijd neemt om te luisteren en mee te denken.

Dit herinnerde mij aan het boek van Servan Schreiber ‘Uw brein als medicijn’. Servan Schreiber was in zijn tijd een psychiater die jaren geleden onderzocht hoeveel tijd huisartsen namen om te luisteren voordat ze het recept uitschreven of een ander soort reactie gaven. Het was veel minder dan één minuut. Hij gaf een aantal huisartsen de opdracht om minstens drie minuten te luisteren zonder onderbreking en wat bleek? De tevredenheid van de patiënten was beduidend groter geworden en daarmee werd bereikt dat de patiënten de adviezen van de arts beter opvolgden. Servan Schreiber ontwikkelde een simpele methode van luisteren en vragen stellen die hij W.E.L.K.E. noemde.

De W staat voor: wat is er gebeurd? (drie minuten luisteren zonder onderbreking)
De E voor: wat voelde u daarbij? (de emotie)
De L voor: wat was het lastigste, het ergste daarvan?
De K voor: Klim in het zadel: ‘wat heeft u nodig?’
En de E voor: empathie, even laten merken dat je meeleeft.

Ik kon makkelijk drie minuten blijven luisteren naar het verhaal van Marina omdat ze achter elkaar door vertelde wat er allemaal gebeurd was. Ik miste wel de emotionele ondertoon of uitstraling en toen ik vroeg wat ze voelde zei ze: ‘onzekerheid.’ ‘Onzekerheid voelde je?’ ‘Ja.’ ‘Je was onzeker over …..?’ ‘Ja, ik wist niet wat er aan de hand was met me en waar het door kwam.’
Het was tijd voor de volgende vraag: ‘Wat was het lastigste?’ ‘Dat ik dan alleen ben.’ ‘Dat je dan alleen bent?’ Ik had begrepen dat ze samen met haar vriend op die vakantie was, dus het antwoord verraste me. ‘Ja, dat niemand me dan helpt of me kan vertellen wat er is.’ ‘En wat heb je nodig?’ ‘Iemand die me helpt.’
De laatste E was aan de beurt: ‘Ik kan me voorstellen hoe moeilijk het is als zoiets je overkomt en je hebt geen idee wat je doen moet, geen idee waar het door komt en ook nog het gevoel hebt dat niemand je kan helpen. En daarom wil je dit niet meer meemaken, toch?’ ‘Nee, nee, dit wil ik niet meer.’ ‘Wat wil je dan wel?’ ‘Normaal kunnen eten, zonder te letten op wat ik eet of als ik iets koop dat ik dan niet de hele verpakking moet controleren.’
‘En wat doe je dan in plaats van controleren of letten op wat je eet?’ ‘Gewoon net als vroeger, gewoon eten en gewoon dingen kopen die ik nodig heb.’
‘Waar zou je dat vooral willen, gewoon eten en gewoon dingen kopen?’ ‘Vooral in een restaurant of op vakantie, daar ben ik het meest onzeker.’
‘En hoe zou je weten dat je normaal eet en gewoon dingen koopt?’
‘Dat ik niet meer let op wat er in zit.’ Tja, maar ook de antwoorden op de vraag naar de toetsbaarheid moeten in positieve termen omschreven worden, net als de omschrijving van het doel, dus ik vroeg: ‘Wat doe je dan wel in plaats van opletten?’ En ik liet haar gedissocieerd een voorstelling maken van een toekomstige gewenste situatie, zodat ze kon antwoorden: ‘Gewoon eten, net als iedereen.’ Ik liet haar een situatie beschrijven en associëren en vroeg: ‘En wat voel je daarbij?’ ‘Geen angst meer.’
Vooral bij mensen met angstklachten is het opvallend dat ze ‘away from’ in hun metaprogramma hebben. Logisch, want een kenmerk van angst is het vermijdingsgedrag.
‘Geen angst meer nee, gelukkig maar. En als die angst er niet meer is, wat zit er dan wel voor een gevoel?’ ‘Tja, nou, gewoon genieten, gezellig, net als vroeger.’
‘Ja, natuurlijk, dan geniet je weer en wat denk je daarbij?’
Nu kwam ze in de stemming, want ik zag de uitdrukking op haar gezicht veranderen. Ze lachte een heel klein beetje en zei: ‘Ja, dan denk ik, ha, lekker eten, ja dat is het, gewoon lekker eten.’ ‘En als je zover bent, wat kan er dan nog mis gaan?’ ‘Dat ik het weer krijg.’ De overtuiging keek al om de hoek.
‘Ja, dat kan,’ zei ik, ‘we kunnen niet blind vertrouwen op ons eten, mensen kunnen even ziek zijn van voedsel of zelfs doodgaan en toch blijven we eten, thuis of in restaurants of in een snackbar en we vertrouwen er op dat het goed gaat of dat we weer genezen als het niet goed gaat.’
Ze knikte en zei: ‘Ja, maar die hebben niet meegemaakt wat ik heb meegemaakt.’ ‘Klopt,’ zei ik, ‘dus als je dit hebt meegemaakt kun je nooit meer normaal eten?’
Ze bloosde een beetje en zei met zachte stem:’nou, niet helemaal, ik wil dit echt nooit meer meemaken.’
‘Wat goed dat we door angst zo mooi beschermd worden hè?’ Ze bleef even stil en zei: ‘Ja, zo kun je het ook zien. Maar ik wil toch niet zo blijven.’
Wat zat hier nog meer achter? Dat gevoel liet me niet los en ik vroeg: ‘Vertel me eens, wat is het allerergste van een paniekgevoel?’ ‘Dat niemand me kan helpen.’ Mijn wenkbrauwen gingen iets omhoog. Dat had ik haar al eerder horen zeggen. Wat was toch het verband tussen die paniekaanval en dat gevoel van alleen zijn, en die overtuiging, dat niemand je kan helpen? Toch niet goed geluisterd?
‘Dat niemand je kan helpen? Waar baseer je dat op?’
Ze vertelde dat ze toen in Griekenland zo bang was om dood te gaan en dat ze haar vriend had gevraagd om een dokter te roepen of met haar naar een ziekenhuis te gaan, maar dat wilde hij niet. Hij zei dat ze in een vreemd land toch geen goeie dokters hadden en ‘toen ja, toen, ik heb me nog nooit zo alleen gevoeld.’
De Kleenex kwam er aan te pas en na een zucht van haar zei ik: ‘Dus als je ziek wordt van eten is er niemand die je kan helpen?’ ‘Zo voelt dat echt ja, maar ik weet dat hier wel een dokter is, alleen, wat als mijn vriend me weer in de steek laat?’ ‘Wat als je vriend je niet in de steek laat?’ ‘Dan is het niet zo erg.’
‘Heb je er met hem over gepraat?’  Ze was even stil, keek me aan, toen weer naar omlaag, toen weer naar mij en zei: ‘We hebben niet zo’n goede relatie meer.’ En ze vertelde dat ze al een paar jaar bij hem weg wilde, er waren ruzies, hij hield zich niet aan afspraken en in de vakantie besefte ze helemaal dat ze er mee wilde stoppen, maar ja, samen een huis, waar moet je naar toe, hoe gaat het verder en zonder hem is het ook maar eenzaam. Dus ze zat met een ‘double bind’, een innerlijk conflict met: als ik het ene doe heeft het nadelen, als ik het andere doe heeft dat ook nadelen.
Ik zei dat ik blij was dat ze me dit vertelde zodat het me duidelijk werd waar die paniek mee te maken had. Dat angst en spanning kunnen leiden tot een paniekaanval en dat die overal kan komen, bij de kassa van de supermarkt, op de wc, in bed, in de auto en de eerste reactie is: dat nooit meer, dus nooit meer bij de kassa staan, de deur van de wc moet open blijven, bang om naar bed te gaan of….iets te eten. Dat was de verklaring en begrip is heel wat waard, maar niet genoeg om te veranderen.
Ik deed met haar het traumaproces en gaf haar oefeningen om te ontspannen en daarna voelde ze zich wat beter in staat om gewoon te eten, al was de neiging om op te letten nog te groot. Wel had ze met haar vriend gepraat en gezegd dat ze weg wilde zodra ze een plek gevonden had om te wonen en hij was eerst woedend geworden, was het huis uit gelopen en had een paar dagen niet tegen haar gepraat. ‘En toch,’ zei ze, ‘toch voelde ik me sterk en absoluut niet eenzaam meer.’ ‘Je bent al waar je wezen wil?’ ‘Nee, ik wil nog van dat laatste restje angst af, dat ik nu nog heb. Ik let teveel nog op wat ik koop en ik voel gewoon hoe overgevoelig ik reageer op wat kruiden of zo. Het lijkt wel een allergie.’ ‘Een allergie?’ ‘Ja, dan ben je toch ook overgevoelig?’ ‘Ja,’zei ik, ‘dan reageert je lichaam abnormaal op stoffen die ongevaarlijk zijn.’
Er is een allergieproces bedacht ik me, maar dat heb ik nog nooit toegepast voor angstreacties. En wat is het verschil tussen lichamelijk benauwd of geestelijk benauwd? Ik besloot het haar voor te leggen en ze zei: ‘We kunnen het toch proberen?’ ‘Ja, dat kan altijd.’
We gingen er voor zitten en zochten eerst naar een ‘counter example’ voor kruiden. ‘Wat lijkt op de kruiden waar je wel tegen kunt?’ ‘Kaneel,’ zei ze, ‘of nootmuskaat.’ Mooi, dit zijn ook kruiden, maar ze gaven haar geen angstreactie.
We konden aan de slag.
Zie voor de beschrijving van het allergieproces mijn post van 2012 in de EE of het boek van Ian McDermott en Joseph O’Connor: ‘NLP en Health.’

Een maand later kwam ze vertellen dat het echt gewerkt had, hoewel ze nog wel lette op de beschrijvingen op verpakkingen, maar ‘dat is niet erg, toch? Ik ben die angst kwijt en daar ging het om. En na het eten voel ik me gewoon goed.’

Ik vroeg me af hoe het gegaan zou zijn als ik de overtuiging (‘als ik in paniek ben helpt niemand me’) had veranderd met een reïmprint of zo. En was het wel alleen maar een overtuiging? Ze was immers echt even alleen daar en niemand hielp haar. Ze had het alleen maar gegeneraliseerd, wat overigens een kenmerk is van een overtuiging.
‘Hoe denk je daar nu nog over?’ vroeg ik. ‘Ik was alleen en dat was vreselijk en ik besef nu dat ik al jaren alles alleen doe en dat is niet erg, zolang ik het kan, maar een goede relatie is er niet en daarom ga ik echt weg.’
Ik wenste haar geluk. De eerste stap was gezet. Soms wil ik misschien teveel. En dat deed me denken aan het verhaal van Wibe Veenbaas in zijn boek: ‘Op verhaal komen.’ Het heet: ‘Overtuig nooit.’ Het gaat over een zeeman, een zeilmaker die tijdens de reizen op het schip de passagiers ’s avonds mooie verhalen vertelt. De passagiers willen weten hoe hij dat doet, zulke mooie verhalen vertellen en hij weet het antwoord niet, maar op een avond zegt hij (ik citeer): ‘ach, weet je, het is met verhalen net als met zeilmaken….Je hebt er als zeilmaker voor te zorgen dat zeilen op tijd gedroogd worden, daar waar nodig gerepareerd, dat zij ook hun eigen plek krijgen…..Bovendien heb je ervoor te zorgen dat zij van goed materiaal zijn en dat zij – in overleg met de kapitein en de stuurman – goed gebruikt worden in de wind…. En wellicht het allerbelangrijkste voor een zeilmaker op zo’n prachtig schip in de omgang met de zeilen is: overtuig nooit.’

Janneke Swank
swank@wxs.nl

0

Over de auteur:

Posting is geen auteur. Dit is iemand van het IEP secretariaat die een artikel in de bibliotheek heeft geplaatst. De auteur is degene die bij het artikel staat aangegegeven. Wilt u ook een artikel in de IEP bibliotheek plaatsen? Stuur dan een mailtje naar mail@iepdoc.nl.
  Artikelen die hiermee samenhangen

Voeg een Commentaar