Motivational Interviewing meets Solution Focus

Geplaatst door:

Hoewel u mij misschien kent van de artikelen over motiverende gespreksvoering, ben ik mij al enige tijd grondig aan het verdiepen in de oplossingsgerichte manier van werken en ik ben daarover al net zo enthousiast. Beide manieren zijn effectief, ‘prettig in het gebruik’ en goed aan te leren. Misschien vindt u het – net als ik – interessant om eens stil te staan bij overeenkomsten, verschillen en de plek van beide modellen. Zo ja, dan nodig ik u uit om verder te lezen.

Voor het gemak gebruik ik vanaf nu de termen MI voor Motivational Interviewing en SF voor Solution Focus, al was het maar omdat die afkortingen me ook doen denken aan ‘Mission Impossible’ en ‘Science Fiction’ (met dank aan een humoristische deelnemer van onze 3-daagse ‘Het Motiverende Gesprek’). Zonder definitief of volledig te willen zijn neem ik u graag eerst mee langs enkele opvallende overeenkomsten, zoals ik ze nu zie. Overigens ontwikkelen beide methoden zich voortdurend, net als mijn begrip ervan. Welnu: een eerste belangrijke overeenkomst is dat beide methoden krachtgericht zijn, oftewel ze werken vanuit vertrouwen in de innerlijke wijsheid en het veranderpotentieel van de cliënt. Ze gaan uit van wat er wel is in plaats van wat er niet is. Persoonlijk spreekt mij dat enorm aan en daarbij spreek ik ook uit ervaring aan de ontvangende kant van zowel probleemgerichte als krachtgerichte vormen van begeleiding.

Een andere overeenkomst die meteen opvalt is de grondhouding: de nadruk op samenwerking, het respecteren van de autonomie en het ontlokken ipv opleggen van ofwel motivatie ofwel mogelijkheden, doelen en oplossingen zie je bij beide modellen terug. Voor beide is wetenschappelijk bewijs dat ze effectief zijn. Van MI weten we dat het zeer effectief is bij zo’n beetje alle vormen van ongezond of zelfs destructief gewoontegedrag (gebruik uw fantasie maar, voor voorbeelden). Van SF is bekend dat het net zo effectief is als gangbare therapievormen, maar dat het sneller werkt. Doorgaans zijn 3-6 gesprekken al voldoende voor blijvende verandering, zo blijkt uit de ervaring van vele beoefenaars. Overeenkomst 2: bij beide modellen is er sprake van een interessant ‘wip-wap- effect’, dat je overigens ook ziet bij het provocatieve coachen. Hoe meer ik (MI-trouw) vraag naar de voordelen van het problematische gedrag, hoe eerder de cliënt me gaat vertellen over de nadelen ervan (en ik weet dat het zelf benoemen van de nadelen hem zal helpen om te veranderen). Hoe meer ik (SF-trouw) de cliënt vraag wat er allemaal al goed gaat in zijn/haar leven, hoe meer (z)hij me zelf gaat vertellen wat er nog niet goed gaat en toch echt dient te veranderen en dat geeft weer de benodigde focus. Zo coachte ik laatst een manager die ontslagen was en voor zich zelf wilde beginnen. Op mijn vraag wat er al goed ging in zijn leven volgde een mooie lijst aan successen en vaardigheden, maar doorvragend raakten de goede dingen op en kwam hij als vanzelf en herhaaldelijk terug op het feit dat hij te vermijdend was en netwerkvaardigheden ontbeerde en dat toch echt nodig zou hebben in de toekomst. Op dat moment was er een duidelijke richting en motivatie voor het verdere gesprek. Tenslotte is een belangrijk overeenkomst dat beide modellen bijzonder prettig zijn in het gebruik, zowel voor de hulpverlener/manager/coach als voor de cliënt. De coach weet dat hij het zware werk niet hoeft te doen, of dat nu gaat over motiveren of oplossingen aanreiken; de cliënt gaat dit namelijk zelf doen. En juist hierdoor wordt de cliënt serieus genomen en voor vol aangezien.

Dan over naar de verschillen. Een interessant verschil is hoe beide modellen omgaan met confrontatie. U kunt zich voorstellen dat bij gewoontegedrag wel iets stevigs nodig is om dit te veranderen. MI hanteert hiervoor het zogenaamde ‘discrepantie vergroten’. Doordat de cliënt meer contact krijgt met dieper gelegen waarden, wensen en doelen en die plots in fel contrast ziet tegen het huidige (destructieve) gedrag, ontstaat een pijnlijk maar diep verlangen naar verandering. Als dat niet één keer gebeurd, maar herhaaldelijk, valt er dikwijls een besluit richting verandering.
Bij SF confronteert men simpelweg niet, vanuit de overtuiging dat confrontatie meer hoort bij een traditionele, probleemgerichte aanpak (die uiteindelijk terug te leiden is tot Freud). Ik merk zelf dat ik – als ik oplossingsgericht werk – wel degelijk confronteer, maar dan positief. Laatst vroeg ik een jonge man wat hij het afgelopen jaar zoal bereikt had. Hij vertelde onder andere dat hij binnenkort vader zou worden, maar dat dat geen prestatie was. Aanvankelijk beaamden wij dit, grappend zeggende dat die activiteit vooral erg aangenaam is, tot bij mij het beeld van een eeuwig vrijgezelle vriend langskwam. Ik zei meteen: ‘Ho, wacht eens even, ik neem aan dat het gepland is?’ (‘Ja…’) ‘Aha, wat zegt dit dan over hoe vaardig jij bent in relaties? Over het winnen van het vertrouwen van een vrouw? Over het aangaan van verantwoordelijkheid?’ De jongeman moest beamen dat dat inderdaad geen vanzelfsprekendheden waren en kon echt even stilstaan bij zijn groei hierin, waarna we met hernieuwd vertrouwen konden werken aan zijn doelen.
Ook het ideale toepassingsgebied van beide modellen is volgens mij verschillend. Hoewel beide modellen steeds breder worden ingezet, is het goed om te weten in wat voor context en bij welke problematiek ze ontstaan en ontwikkeld zijn. SF is ontstaan in een achterstandswijk in Milwaukee in het werken met multi-problem-gezinnen. U kunt zich misschien voorstellen dat het zoeken naar de oorzaak van de problemen daar weinig zinvol was. De problemen en oorzaken waren simpelweg te talrijk en te complex. Vragen naar de oorzaak leidde slechts tot naar elkaar wijzen: ‘Papa drinkt omdat mama zeurt omdat de kinderen lastig zijn omdat papa te weinig geld verdient omdat etc. etc.’ De grondleggers Insoo Kim Berg en steve de Shazer ontdekten dat men het veel sneller eens werd als er van begin af aan werd gesproken over  positieve doelen en mogelijke oplossingen. Als u mij nu vraagt waar SF op haar sterkst is, dan denk ik: bij complexe systemen, zoals gezinnen, teams, scholen, organisaties. Overigens maakt het daarbij niet uit of je met met het hele systeem werkt, of slechts  met één lid van zo’n systeem, zoals bij therapie en coaching nu eenmaal vaak het geval is. MI is weer ontstaan in het werken met verslaving, wat natuurlijk een duidelijk, maar helaas voor veel mensen herkenbaar voorbeeld is van destructief gewoontegedrag. Verslaving heb je immers in vele soorten en maten: roken, shoppen, eten, drinken, sex, drugs, rock & roll… Jongeren zijn tegenwoordig zelfs verslaafd aan hun mobieltje… ik zou haast zeggen: wie heeft er niet een beetje last van de een of andere (milde) verslaving? Ach, zo lang het binnen de perken blijft is de schade te overzien, maar helaas is dat vaak niet het geval. Het goede nieuws is dat MI werkt, met name bij alle vormen van gewoontegedrag. Natuurlijk werkt het niet als een wondermiddel, of als een manipulatie-truckje, maar de bewijzen van haar effectiviteit stapelen zich op. Als u daar meer over wilt weten verwijs ik u naar onderstaand artikel dat een samenvatting is van vier meta-analyses en dus de bevindingen van zeer vele onderzoeken samenvat: http://faculty.fortlewis.edu/burke_b/CriticalThinking/Readings/MI-Burke.pdf
In dat artikel kunt u ook lezen dat MI effectief is bij ‘increasing client engagement in treatment’, oftewel bij het motiveren van mensen tot verdere behandeling met andere methodieken. Hoewel dat over therapie gaat, denk ik dat ook coaches hun voordeel kunnen doen met die kennis: MI als voortraject voor andere vormen van coaching, zoals… oplossingsgericht?

Als ik het verschil tot één woord zou moeten reduceren dan denk ik dat MI meer gaat over ‘willen’ en SF meer over ‘kunnen’. En wat komt er nu eerst? Natuurlijk moet je eerst willen, voordat je je gaat inspannen om iets te kunnen. Aan de andere kant moet je geloven dat je iets kan, voordat je het durft te willen. Zijn het misschien de sporten van twee ladders, waarbij je beide nodig hebt om boven te komen? Zoals Oost en West tot 1989 gescheiden werden door ‘de muur’ hoop ik dat ook de scheidslijn tussen MI en SF ooit vervalt en men steeds meer gaat samenwerken en leren van elkaar met als ultiem doel: nóg effectiever worden in het faciliteren van blijvende verandering in mensenlevens, scholen, organisaties en – je mag zeggen dat ik een dromer ben, maar ik ben niet de enige – op mondiaal niveau. Hoe? Door te onderzoeken wat onze diepste waarden zijn en hoe die contrasteren met ons huidige gedrag. En door het verlangen dat dan hopelijk ontstaat te gebruiken om te zoeken naar mogelijkheden en oplossingen, uitgaande van wat er nu al goed werkt. Door te wijzen naar oplossingen in plaats van te wijzen naar elkaar…

Oh ja, voor ik het vergeet: op 13, 14 en 15 juni verzorg ik samen met GZ-psychologe Anne van Stralen al weer voor de 4e keer de drie-daagse training Motiverende gespreksvoering voor het IEP. Hulpverlener, trainer, manager of coach, u bent welkom!

Sergio van der Pluijm

0

Over de auteur:

Posting is geen auteur. Dit is iemand van het IEP secretariaat die een artikel in de bibliotheek heeft geplaatst. De auteur is degene die bij het artikel staat aangegegeven. Wilt u ook een artikel in de IEP bibliotheek plaatsen? Stuur dan een mailtje naar mail@iepdoc.nl.
  Artikelen die hiermee samenhangen

Voeg een Commentaar