Een verhaal als steun en troost na een familiedrama

Geplaatst door:

Fiona – Reinalda Kerseboom

Soms maken kinderen dingen mee die niemand mee zou moeten hoeven maken. In mijn praktijk kom ik ze af en toe tegen. Fiona is zo’n kind. Haar moeder werd vermoord en haar vader was de dader.
Fiona schreef zelf een indrukwekkend verhaal over de feitelijke gebeurtenissen. Dat hielp haar om haar verhaal met anderen te delen. Ze kan nog steeds moeilijk met al haar emoties uit te voeten en de spanningen rondom haar lopen ernstig op. “Mijn hele leven is veranderd en soms denk ik dat het beter is dat ik er niet meer ben’, zegt ze. Met al de veranderingen die hebben plaatsgevonden heeft ze moeite en het lukt nog niet goed om, ook na lange tijd, haar draai te vinden.
Woorden kunnen zo betrekkelijk weinig aan het verdriet doen, schrijft Peter Høeg. Ze kunnen zo betrekkelijk weinig aan wat dan ook doen, maar wat hebben we anders?
Deels daarom gaf ik Fiona dit verhaal in de hoop dat het een beetje helpt de realiteit vanuit een ander perspectief te kunnen zien.

Lang geleden, toen de zon nog met breekbare gouden zonnestralen op de wereld scheen, leefde er in een groot moeras een jonge dotterbloemelf met schitterende vleugels.
Het moeras was een bron van leven. Er groeiden lisdodden en grote dotterbloemen, die met hun gele bloemen wel zonnetjes in het water leken.  Het was er zo goed dat bijzondere  vissen en andere waterwezens er thuis waren.
Fiona woonde, samen met haar familie, in het midden van een gele dotterbloem. Het leven was goed en Fiona genoot van het leven; van het zuivere water, de dieren, de planten, de andere elfen en waterwezens om haar heen. Ze deed leuke dingen met haar moeder, de Vrouwe van het Water. Ze had plezier met haar vader, de Heer van het Moeras. Ze leerde en speelde en groeide samen op met de andere dotterbloemelfen in het moeras.
Soms rimpelde het water om de dotterbloem van hun klaterende gelach. Soms ook rimpelde het water om de dotterbloem als er onder elkaar ruzie was, zoals dat overal gebeurt.

 In een groen meer, niet eens zo heel ver van het moeras waar de dotterbloemen bloeiden, woonde de rest van Fiona’s familie. Fiona kwam graag naar dat groene meer en het liefst bracht ze een bezoek aan de Vrouwe van de Waterlelie.  Zij woonde in een rozerode waterlelie en ze was Fiona’s tante. Ondanks het feit dat ze in andere bloemen woonden verschilden ze beiden net zoveel en net zo weinig als twee waterdruppels.  Er was iets, maar niemand wist precies te benoemen wat, dat maakte dat Fiona -als ze niet bij haar ouders was- het liefst van alles bij haar verbleef.
Lange tijd leefde Fiona heel gelukkig met haar ouders in de dotterbloem in het moeras. Dat had voor altijd zo mogen duren, of tenminste tot Fiona groot en sterk genoeg was om op eigen kracht haar leven verder te leven, maar het lot besliste anders. In het moeras was namelijk, zonder dat iemand het in de gaten had, iets duisters aan de hand. Door onbekende oorzaak was de rivier, die het moeras voorzag van vers water,  langzaamaan dichtgeslibd.  Het moeras droogde heel stilletjes op en de gewone processen die een moeras gezond maken, vonden niet meer plaats. Zo kon het gebeuren dat de levende planten in het moeras bij hun wortels begonnen te rotten en dat er giftige dampen langs de stengels omhoog kropen.
Niet iedereen in het moeras had daar evenveel last en hinder van. Maar de sfeer in de dotterbloem waar Fiona met haar ouders woonde raakte langzaam aan vergiftigd.
Iedereen reageerde daar weer anders op.
De energie van Fiona’s moeder, de Vrouwe van het Water, raakte er door aangedaan. Haar kracht nam af en ze had steeds meer moeite om op te staan en zich aan haar taken te wijden. Ze zocht verwoed naar oplossingen door langdurig de meeldraden en de stampers van de dotterbloem te bestuderen.
Met Fiona’s vader, de Heer van het Moeras,  leek  weinig aan de hand. Hij leefde zijn leven even uitbundig als voorheen.  Maar onder het oppervlak van zijn ziel nestelden zich donkere gedachten en duistere bedoelingen.
In een nacht, die iedereen had willen overslaan als ze daartoe de macht hadden gehad, besloot hij dat het beter was om verder te leven zonder de Vrouwe van het Water. Met een stengel van de lisdodde, die bekend staat als waterreiniger, maakte hij een eind aan haar bestaan op aarde.
Door die daad brak een heftige storm uit en het water om de dotterbloem rimpelde die nacht en de dagen erna zo hevig dat de dotterbloem van zijn wortels werd losgescheurd en in delen los door het moeras dreef,  terwijl zijn elfen roerloos ronddobberden.
Het duurde niet lang voor Fiona’s familie, bij de waterlelie in het groene meer, van de storm op de hoogte was.
Toen het dode lichaam van Fiona’s moeder, na dagen vol spanning en zorgen, werd gevonden  tussen de stengels van de lisdodde was het verdriet van alle elfen bijna ondragelijk.
Fiona’s vader, de Heer van het Moeras, werd door de veldwachters meegenomen naar het eiland Bajus. Daar werd hij in een kerker gezet met de deur op slot. Hij kreeg een lange straf, om te kunnen nadenken over zijn onbezonnen daad.
Fiona’s tante, de Vrouwe van de Waterlelie, ontfermde zich over de jonge elfen, die zonder dotterbloem eenzaam in het drassige water rond spartelden. Ze hoefde er niet eens over na te denken; ze wist direct dat deze gruwelijke gebeurtenis haar leven en de taak die zij daarin had voor altijd had veranderd.
Anders dan de andere elfen wist Fiona, ook zonder na te denken, meteen waar zij wilde zijn. Dat had ze immers altijd al geweten. Daar waar zij, als ze niet bij haar ouders was, het liefst verbleef: bij de Vrouwe van de Waterlelie.

De tijd die daarna aanbrak werd gekleurd door verdriet en pijn. Het was voor iedereen zo moeilijk om het leven te leven zonder de Vrouwe van het Water.
Iedereen voelde het gemis op zijn eigen manier. Iedereen was boos op zijn eigen wijze. Iedereen probeerde er toch het beste van te maken.
De Vrouwe van de Waterlelie begreep dat er veel tijd nodig was om de wonden die in ieders ziel waren geslagen te laten helen. Zij deed wat ze kon en wat in haar macht lag, geholpen door haar man, de Heer van het Meer.  Ze droeg haar eigen verdriet en boosheid en ze probeerde het verdriet en de pijn en de boosheid van Fiona’s elfenschouders te tillen. Maar niemand kan het lot van een ander dragen.
Vaak voelde zij daarom dat het nooit genoeg kon zijn, wat ze ook deed en hoe ze het ook probeerde.
Ook Fiona deed haar uiterste best te wennen aan het leven in de rozerode waterlelie. Maar ze had zoveel verdriet en het was in de waterlelie allemaal zo anders en zoveel ingewikkelder dan wat ze in haar oude leven in de dotterbloem gewend was. Haar vleugels, die eens zo geschitterd hadden, verschrompelden en werden dof. Ze torste haar eigen verdriet en pijn en boosheid met zich mee en –gevoelig als ze was- probeerde ze ook de pijn van de Vrouwe van de Waterlelie te verminderen. Maar niemand kan het lot van een ander dragen. Vaak voelde zij daarom dat het nooit genoeg was, wat ze ook deed om een perfecte waterlelieelf in plaats van een dotterbloemelf te zijn.

Dagen en nachten was Fiona aan het piekeren.  Ze kon maar niet begrijpen waarom haar vader, de Heer van het Moeras, haar moeder de Vrouwe van het Water bij hen had weggehaald en naar een andere wereld had geleid.
Wanneer ze bij hem op bezoek ging naar de kerker op het eiland Bajus werd ze bevangen door allerlei verschillende gevoelens tegelijkertijd. Ze voelde angst en boosheid. Ze voelde verdriet en pijn en vaak voelde ze ook een tinteling van blijdschap om het weerzien en de herinneringen aan gelukkiger dagen die dat in haar deed opwellen. Ze vroeg zich af hoe hij ooit in het reine kon komen met het verleden en ook of ze van hem kon blijven houden.
Van al die gevoelens door elkaar en de vele vragen in haar hoofd raakte Fiona verward. Het deed haar vleugels nog meer verschrompelen en zelfs haar kleur begon te vervagen. Daardoor kon het gebeuren dat ze de meest gewone dingen ingewikkeld vond of zelfs vergat. Hoewel ze ooit zo zeker en zuiver had geweten waar ze het liefste was als ze niet bij haar eigen ouders kon zijn, wist ze nu niet meer waar ze thuishoorde.  Ze had het gevoel dat ze nergens meer bij paste en bij niemand meer hoorde. Niet bij de andere dotterbloemelfen, niet bij de Vrouwe van de Waterlelie en de Heer van het Meer. Ze voelde zich wanhopig en eenzaam. Ze voelde zich onbegrepen. En omdat ze diep in haar hart wel wist hoeveel moeite de Vrouwe van de Waterlelie en de Heer van het Meer zich om haar getroosten, voelde ze zich ook schuldig en mislukt.
De Vrouwe van de Waterlelie zag het met lede ogen aan. Ze schreeuwde het soms uit van ellende en verdriet. Ze wilde de pijn wel van  Fiona’s schouders slaan en ze wenste dat ze vanzelf een waterlelieelfje werd. Nu het lot bepaald heeft dat ze bij mij zal opgroeien, wil ik dat ze hier in de rozerode waterlelie zo gelukkig mogelijk wordt, dacht zij steeds. Maar hoe ze ook dacht en wat ze ook deed, Fiona’s kleur bleef vervagen en haar vleugels wilden maar niet meer schitteren. Ook haar eigen vleugels leken te krimpen en De Vrouwe van de Waterlelie voelde kou en kilte in haar hart.

Zo ging een hele tijd voorbij waarin ze beiden merkten dat gedeelde smart dubbele smart is. Nacht na nacht lagen Fiona en ook de Vrouwe van de Waterlelie zich af te vragen hoe het geluk en de levenslust weer in hun levens terug kon keren.
Zonder het van elkaar te weten staarden ze op een heldere nacht allebei naar de hemel waarin miljoenen sterren stonden te stralen. Daar werd hun aandacht getrokken door een ster die heel helder in de nachtelijke lucht stond te schitteren. Zo hoorden ze elk die ster met een stem zo zuiver als kristal een boodschap fluisteren:
“Ik ben hier in het oneindig wijde universum. In het universum is elk mens het middelpunt. En al die middelpunten maken samen de wereld”, fluisterde de ster. “Op mijn ster heeft de Vrouwe van het Water haar eeuwige thuis gevonden. In haar universum ben jij het middelpunt. Ze wil dat ik je laat weten dat het goed met haar gaat. Vanaf hier houdt ze je met vertrouwen en liefde in haar hart in de gaten. Ze weet hoe ingewikkeld het leven voor je geworden is. Maar vanaf hier, waar alle tijden samenkomen, weet ze ook dat het lot het zo bepaald heeft en dat alles zo is als het heeft moeten zijn. Ze weet dat er niet op alle moeilijke vragen een antwoord is, maar ze weet dat jouw bedoelingen zuiver zijn en dat daarom betere tijden en gelukkiger dagen zullen aanbreken. Ze wacht op de dag dat ze ziet dat je in staat bent jouw leven daar ten volle te leven. Vanaf hier kan ze het ogenblik al zien dat jij je vleugels weer laat schitteren en je kleur weer glans laat krijgen. Ze ziet dat er om jou heen ruimte is voor alle wezens van de wereld. Jij hoeft niet te kiezen bij wie je hoort. Een hart, elk hart, jouw hart is groot genoeg om tegelijkertijd te houden van alle mensen die met je verbonden zijn. Die verbinding in liefde is het enige dat telt. Ga nu om te ontdekken dat gedeeld plezier dubbel plezier is. Kijk morgen onder je kussen. Je zult een geschenk  vinden.”
De Vrouwe van de Waterlelie en Fiona veegden zonder het van elkaar te weten een traan van ontroering en van liefde weg. Voor het eerst sinds tijden voelden zij zich geheeld en verbonden.
Vanuit het universum was een geschenk van de Vrouwe van het Water naar hen onderweg.
Zonder het van elkaar te weten vielen ze voor het eerst sinds tijden met een gerust hart in een diepe en weldadige slaap.

De volgende ochtend werd de Vrouwe van de Waterlelie wakker. Ze voelde nieuwe energie door haar lichaam stromen en ze wist haar hart gevuld met warmte en liefde. Toen ze onder haar kussen keek vond ze daar een papierrolletje. Toen ze het openmaakte las ze de volgende boodschap:

In iedere verandering verbergen zich
duizenden mogelijkheden.

 Wat je ook doet,
doe het met heel je hart.

 In het universum ben ik
voor altijd bij jou

In de kamer naast haar werd Fiona de dotterbloemelf wakker. Ze merkte hoe ze weer kleur kreeg  en hoe haar vleugels voorzichtig ontschrompelden en glans terug begonnen te krijgen. Onder haar kussen vond ze een hartvormig doosje. Daarin lag een glanzende edelsteen. Die nam ze voorzichtig in haar hand en ze wreef er zachtjes over. Terwijl ze dat deed klonk in haar hart de stem van haar moeder, de Vrouwe van het Water:

  Vandaag begint de rest van je leven als
dotterbloemelf in een waterlelie.

 Waar je ook bent,
ben er met heel je hart.

 In het universum ben ik
voor altijd bij jou


Dit verhaal kan doorverteld worden aan wie er steun aan zou kunnen hebben. Bronvermelding wordt op prijsgesteld. info@despeltherapeut. Reinalda Kerseboom.
De illustratie komt uit “Het elfenorakel”.

1

Over de auteur:

Reinalda Kerseboom is al meer dan 30 jaar speltherapeut. Ze volgde haar NLP-opleidingen en de opleiding tot provocatief coach bij het IEP. Ze is gespecialiseerd in het werken met metaforen. Ze is auteur van een aantal boeken met en over hulpbronverhalen. Ze heeft een praktijk in Renkum, waar ze kinderen, jongeren en ouders ziet. Ze verzorgt workshops en trainingen.
  Artikelen die hiermee samenhangen

Comments

  1. ria eijck  juni 13, 2013

    Wat een prachtig en ontroerend verhaal. Dank je wel.

    antwoorden

Voeg een Commentaar