Artikel Sjoerd Slagter: Van sociaal panorama naar moreel landschap

Geplaatst door:

In het kort
In het vorige artikel heb ik laten zien hoe filosofische inzichten ons kunnen helpen bij de vraag ‘wie we zijn’. Bijna alle (grote) filosofen hebben een boodschap voor ons met betrekking tot de vraag naar het wezen van de mens. Hedendaagse denkers als Peter Sloterdijk, Pierre Hadot en Joep Dohmen  pleiten voor oefeningen in levenskunst en reiken gedachten aan voor een authentiek leven.  Zo’n authentiek leven vooronderstelt een authenticiteitskern die keuzes maakt en stuurt; een ‘kern’ die op zoek gaat naar die ene unieke identiteit die bij jou past. Deze aandacht heeft geleid tot een mensbeeld waarin begrippen als ‘zelfbeeld’ en je ‘ware zelf’ een bepalende rol spelen.
De vraag naar jouw identiteit is van belang omdat iemands identiteit nauw samenhangt met zijn zelfbeeld. Je zelfbeeld bepaalt wat je wel of niet  kunt (doen); het stelt grenzen aan je handelen. Verander maar eens iemands zelfbeeld; je verandert dan direct gedrag en mogelijkheden mee. Daarom is het ontwikkelen van een ‘waar’ en krachtige zelfbeeld zo belangrijk; het verschaft iemand nieuwe vermogens zodat  – letterlijk – falen verandert in succes. Alle mensen beschikken over een mentale afdruk van zichzelf, een conceptie van ‘de soort persoon die ik ben’. Zo’n zelfperceptie is opgebouwd uit het verhaal dat wat wij over onszelf vertellen, ingekleurd door onze herinneringen en het resultaat van al onze succeservaringen en mislukkingen. Daarbij geldt dat onze hersenen herinneringen manipuleren. Douwe Draaisma vergelijkt het geheugen met een ‘hond die gaat liggen waar hij wil’. Om die reden wijzen neurobiologen een z.g. waarheidsgetrouw geheugen af als een mythe. Ons geheugen helpt ons bij het overleven; en bij overleven is het criterium niet of de herinnering (aan gevaar) klopt, maar dat de informatie die de hersenen oproepen er voor zorgt dat je adequaat (op de bedreiging) reageert. Vandaar zoveel lastige en hinderlijke overtuigingen die ooit nuttig waren, maar je nu danig in de weg kunnen zitten.
Een kerntaak van de filosofie is het expliciteren van zulke overtuigingen (in jargon: vooronderstellingen); bewustwording en verruiming van ideeën over de wereld en over jezelf draagt bij aan het vinden van je ‘ware ik’. Friedrich Nietzsche verwoordt dit met een opdracht: Hoe men wordt wat men is. We moeten aan ons zelf werken om ons te vervolmaken. En hier raken we het terrein van de moraal. Er is een bepaalde manier van mens-zijn die de mijne is, een zelf dat ik mijn ‘ware zelf’ mag noemen. Nietzsche, en met hem veel anderen, beschouwt dit streven naar zelfvorming als ‘iets’ moreels, iets dat je goed of fout kan doen. Er is zo iets als ‘de waarheid van ons verlangen’. In deze bijdrage verbind ik de morele verkenning van die opdracht met bestaande NLP-oefeningen. Want, zoals ik de vorige keer al meldde, filosofen mogen dan pleiten voor zelfzorg en levenskunst, een passende training of oefening leveren ze er niet bij.

Toegepaste filosofie
Van de NLP-trainers die actief zijn binnen het IEP besteedt met name Lucas Derks aandacht aan het zelfbeeld. In zijn boek Social Panoramas verkent Derks het zelf en het zelfbeeld met behulp van personificaties. Personificaties zijn mentale presentaties van al dan niet bestaande personen en dingen. Personificaties – ook die van het zelf – bevinden zich in een mentale ruimte (het sociaal panorama), grotendeels gelokaliseerd in het onbewuste. Met behulp van denk-oefeningen verkent Derks die ruimte. Hij laat zien hoe de aard van onze relaties bepaald wordt door de plaats die onze personificaties in de mentale ruimte innemen. Sociale relaties worden gestuurd door afwegingen over wie het belangrijkste (grootst, dikst, stralendst) is. Sociale macht of invloed is gebaseerd op de metafoor ‘groot is belangrijk’. Door in oefeningen met de plaats, grootte, intensiteit, enz. van deze personificaties te schuiven, worden problemen met anderen (autoriteit, onderdanigheid) niet alleen kenbaar, maar ook veranderbaar. Zo ontdekken we in onze mentale ruimte niet alleen met wie en wat we allemaal te maken hebben, we ontdekken ook hoe ons zelf zich verhoudt tot de buitenwacht. Weten wie ik ben, is een afgeleide van weten waar ik sta.
Deze kijk op onze zelf-conceptie sluit aan bij recente neurologische inzichten over het ontstaan van het bewustzijn en het zelf. Zo bestaan er aanwijzingen dat het verband met ruimtelijke oriëntatie diep in de menselijke psyché is verankerd. De neuroloog Antonio Damasio spreekt in dit verband over ‘het geheimzinnige vermogen’ van onze hersenen om kaarten te maken. Met het maken van kaarten, maken onze hersenen voorstellingen en het bewustzijn schept de gelegenheid om zulke voorstellingen waar te nemen en te manipuleren. Kaarten maken en deze inkleuren op basis van waarnemingen en waarden is een karakteristiek kenmerk van onze hersenen. De kenner in onze geest – het ego of het zelf in de termen van Damasio – geeft gebeurtenissen een betekenis, het verbindt gevoelens, het ontwikkelt voorkeuren en patronen en het associeert dat alles met ‘iets’ dat we zelf zijn gaan noemen. En net als Derks is Damasio van mening is dat je het besef van een zelf kunt trainen. Bewust de rol van toeschouwer kiezen, is een kwestie van oefening. Door als toeschouwer afstand te nemen van al die geconstrueerde verhalen over jezelf, verander je de betekenis van die verhalen. Je leert afstand nemen van belemmerende overtuigingen, van destructieve gedachten, van opvattingen over wie je bent of zou moeten zijn; kortom: je beïnvloedt het zelfbeeld.

De morele ruimte
In het voorafgaande gaf ik al aan dat NLP en filosofie verschillen in de morele geladenheid van oefeningen. Charles Taylor verwoordt dit het scherpst als hij zegt ‘Weten wie je bent, betekent weten waar je staat in de morele ruimte. In zo’n morele ruimte gaat het over goed en kwaad, over wat van waarde is. Mijn identiteit wordt gedefinieerd door  – wat Taylor noemt  – sterke waarderingen. Het hoort bij ons mens-zijn dat wij bepaalde activiteiten of keuzen belangrijker achten dan andere. De keuze of ik vandaag een wit of gekleurd overhemd aantrek, is van een andere orde dan de keuze voor een (levens)partner. We geven zin aan ons leven door activiteiten, mensen, gebeurtenissen een bepaalde waarde toe te kennen; sommigen ‘waarderen’ een duurzaam leven, anderen zijn volgeling van Marx of hechten aan een familieleven. Waarden geven ons identiteit. Zonder deze sterke waarderingen is het niet mogelijk een persoon te zijn. We hebben op de een of andere manier een referentiekader (met waarderingen) nodig waaraan we de kwaliteit van ons leven afmeten.
Taylor is van mening dat zo’n referentiekader je moet worden aangereikt en daarbij speelt taal een cruciale rol. Met NLP- pioniers als John Grinder en Alfred Korzybski vraagt Taylor aandacht voor de relatie tussen taal en zelfbeeld. Wij geven onze identiteit vorm  door middel van een interpretatieve taal die ik gebruik om mijn waarderingen onder woorden te brengen. Het spreken van een taal neemt ons op in een gemeenschap. De betekenis van goed en slecht, mooi en lelijk leer ik binnen een gemeenschappelijke (taal)ruimte. Dit levert een andere cruciaal kenmerk van het zelf: je bent slechts een zelf te midden van andere zelven. De volledige beschrijving van iemands identiteit houdt dus zowel zijn standpunt in de morele ruimte in als zijn verwijzing naar een bepalende gemeenschap.
Taylor stelt verder vast dat de 21e-eeuwse mens onthecht is geraakt van een gemeenschap en van traditie en dat om die reden de zoektocht naar een zelf snel ontaardt in narcistische zelfverwerkelijking. Het moderne individu gaat geen blijvende verbintenissen meer aan. Ons werk, onze relaties, onze woonplaats, ze kunnen zo ingewisseld worden voor nieuwe, en al even losse, verbindingen. Dat maakt ons vrijer, maar ook angstiger en eenzamer. Onze identiteit wordt vloeibaar. De onvrede die dit oproept, blijkt uit uitingen van isolement, onverschilligheid, dwangmatige genot en een wanhopig verlangen naar zingeving, getuige de opmars van geluksgoeroes. Want ook de moderne mens gaat op zoek naar morele bronnen; maar, inmiddels los van tradities, zoekt hij die bronnen in zichzelf. Taylor noemt dat de wending naar binnen. We zien dat om ons heen in het enorme aanbod aan cursussen voor zelfonderzoek. Het vormgeven van een ‘ware’ identiteit niet lukt zonder waarden, en als we die niet meer ‘buiten’ vinden, zoeken we die ‘binnen’, in onszelf.

De mentale ruimte representeert dus niet alleen onze relaties (Derks), maar geeft tegelijkertijd aan hoe we personen waarderen: sommigen vertegenwoordigen liefde, respect, waardering of bewondering; anderen roepen gevoelens op van angst, achterdocht, wantrouwen of verachting. Vanwege het toeschrijven van waarderingen aan personen, zien we dat de plek waar deze personen zich bevinden deze waarde of kwaliteit gaat vertegenwoordigen. De mentale ruimte breidt zich uit tot een morele ruimte. Met vragen als waar staan de ‘goeden’ en waar staan de ‘slechten’ worden we ons bewust van de plek waar zich onze sterke waarderingen bevinden. We bewonderen personen  – bestaand, mythisch, goddelijk – om de waarde die ze vertegenwoordigen (Mandela, Gandhi, Jezus); bewustwording van de plek waar zij verschijnen, kleurt de morele ruimte in.
Als ik bovenstaande toepas in (NLP-)trainingen merk ik dat de rol van de coach verandert: afhankelijk van de morele inkleuring worden sommige doelen als ‘verkeerd’ gekwalificeerd en andere als waardevol en nastrevenswaardig. In oefeningen met cursisten heb ik gemerkt dat een nog te maken keuze, een voornemen, vaak verbonden is met een persoon of dat gevoelens die bij zo’n keuze horen, opduiken op een bepaalde plek in de mentale ruimte. Afhankelijk van de waarderingen die bij zo’n plek horen, kan bewustwording daarvan een keuze vergemakkelijken of is het juist een reden om van een voornemen af te zien. Door ook nog mee te wegen de plek waar het ‘zelf’ staat (afstand van het voornemen), krijgt de waardering nog meer kleur. Verkenning van onze morele ruimte geeft zo inhoud aan de roep  ‘trouw zijn aan mijzelf’. Immers: als ik doelen kies die niet bij mijn waarderingen horen, mis ik dat ene levenspad dat van mij is.
Bovenstaande visie sluit nauw aan bij wat een andere hedendaagse filosoof, Michael Sandel, schrijft over vrijheid. Het idee van ‘ je moet zelf weten wat je doet’ is niet hetzelfde als ‘zelfontplooiing. Jezelf vinden en jezelf ontplooien  – heeft een tegenover nodig, een leraar of een leergemeenschap die je dieper uitdaagt dan jezelf zou hebben gedaan. Zelfontplooiing is het resultaat van een dialoog.
Het is duidelijk dat het met cliënten verkennen van onze morele ruimte een geheel extra  – en in mijn ogen verrijkende  – invulling geeft aan de rol van NLP-coach. We moeten leren de waarheid van onze verlangens en doelen te ontcijferen.

NLP-ers die mee willen denken over oefeningen die de morele ruimte verder (en misschien nog beter) in kaart brengen, zijn van harte welkom (sjoerdslagter@casema.nl).

1

Over de auteur:

  Artikelen die hiermee samenhangen

Comments

  1. Jaap  april 5, 2017

    Prachtig stuk Sjoerd!

    antwoorden

Voeg een Commentaar