Artikel Sjoerd Slagter: Hoe men weet wat men wil

Geplaatst door:

In het kort
In mijn praktijk van coachen leg ik steeds meer de nadruk op het beoordelen van wensen, verlangens en doelen. En ik merk dat deze morele dimensie, iets goed of niet-goed noemen, verwelkomd wordt als een nuttige reactie op de instrumentele aanpak in veel praktijken. De NLP-praktijk wordt omschreven als ‘het beter benutten van onze mogelijkheden’; door aan deze instrumentele dimensie een morele toe te voegen, wint de training aan kracht.
In een serie artikelen wil ik laten zien dat de startvraag van veel NLP-coaches,  – wat wil je bereiken – een problematische vraag is. Problematische omdat lang niet altijd eenvoudig is vast te stellen wat iemand ‘werkelijk’ wenst of wil. In veel sessies werken coach en cliënt aan doelen, doelen die voortkomen uit wensen en verlangens om een bepaald persoon te zijn. In Essenties van NLP (Hollander en Derks) wordt aan de hand van een voorbeeld beschreven hoe dat werkt (blz. 45 e.v.).  Een personeelsmanager, Jan,  roept de hulp in van een NLP-coach: hij wil directeur worden, maar is niet creatief genoeg. De NLP-coach gaat er in principe vanuit dat Jan alles in huis heeft  om zijn doel te bereiken en gaat vervolgens op de bekende manier aan de slag. De coach gaat terug naar een moment van grote creativiteit en koppelt dat gevoel aan situaties waarin Jan creatief moet zijn. Jan blijkt wel degelijk over creativiteit te beschikken en het lukt hem nu ook dat vermogen op zijn werk toe te passen. Een jaar later is Jan directeur van het bedrijf. Kernvraag: behoort het tot de taak van de coach om te vragen of de wil om directeur te worden wel bij Jan past? En als deze wil niet direct past, bijvoorbeeld omdat een gedeelte in Jan (nog) niet creatief wil zijn, past het dan om dat gedeelte gerust te stellen, past het om overtuigingen die Jan hinderen om creatief te worden, op te ruimen; kortom: moet de coach niet beginnen met een ecologietest?

Weten wat je wilt
Het is verbluffend moeilijk om te weten wat je wilt, schrijft Peter Bieri (alias Pacal Mercier, schrijver van Nachttrein naar Lissabon). Nooit was er zoveel te kiezen. Nooit voelden we ons zo onzeker. Dat geldt voor de keuze van het nu (welke smaak ijs) en voor een keuze voor de lange termijn (welke studie). Door te kiezen doen we iets mét onszelf en vóór onszelf.  Na iedere keuze zijn we net wat anders dan ervoor. Vandaar dat we even stilhouden en ons afvragen wat ons drijft. Welke doelen en welke wensen brengen ons dichter bij ons ideaal? Bij tegenstrijdige wensen moet ik partij kiezen: waar ga ik me mee identificeren, wat past bij mij en wat past niet bij mij? Geen gemakkelijke vragen. Wat gebeurt er als ik een wens als vreemd of juist als passend beoordeel? Waaraan vreemd en waarbij passend? Volgens Bieri zijn er wensen die inhoudelijk wel en niet passen bij het profiel van de overige wensen van die persoon. Verrassende wensen: nooit geweten dat ik van reizen houd! Ineens ervaar je een wens waarop je niet meer durfde te hopen, en toch heb je direct het gevoel dat die bij je hoort. Onbegrepen wensen: waarom past het streven naar zekerheid eigenlijk niet bij mij? Bieri beschouwt het proces van wel of niet passen van wensen als een proces van toe-eigening. Sommige wensen (om doelen te bereiken) moet je willen en andere moet je niet willen. Daartoe moet je je wens (of wil) niet alleen goed begrijpen, je moet de wens ook beoordelen. Met name in crisissituaties worden we gedwongen na te denken over onze wensen. Oude wensen verliezen ineens hun aantrekkingskracht en nieuwe, vage, verlangens duiken op. Het jezelf duidelijkheid verschaffen over wat je nu precies wenst, is een ingewikkeld proces waarbij zelfbedrog om de hoek ligt. Bieri roept dan ook op tot ontmaskering van zelfbedrog. Zelfbedrog is in zijn visie een door belangen gestuurde vergissing omtrent onszelf. Heel vaak koesteren we wensen of streven we doelen na, die na beoordeling, niet bij ons passen. En daar komen we achter door, samen met een coach, afstand te nemen van wensen en doelen en deze te beoordelen: welke wil ik hebben, wat hoort bij mij?

Zelfbeeld
Centraal staat hierbij de vraag wat voor soort persoon wil ik zijn. Wat is mijn gewenste zelfbeeld? Lucas Derks beschrijft in zijn boek Social Panoramas het complexe proces van vorming van een zelfbeeld. Derks gebruikt de metafoor van een kompas: het zelfbeeld wijst jou het sociale noorden. En door naast de verkenning van de sociale ruimte (het sociaal panorama) ook de morele ruimte te verkennen (zie hiervoor mijn vorige artikel Van sociaal panorama naar morele ruimte) beschik je als persoon over een instrument om wensen en verlangens te beoordelen. Sommige wensen keur ik goed omdat ze bij mijn gewenste zelfbeeld passen. Zulk een willen eigen ik me toe. Er zijn dus wensen die aan het zelfbeeld gemeten worden (past dit bij mij), én er zijn wensen die het zelfbeeld uitmaken. Het beoordelen van wensen gebeurt dus in het licht van andere wensen. En deze wensen, waarop het zelfbeeld berust, moeten, om als maatstaf te kunnen dienen, heel nadrukkelijk mijn wensen zijn – wensen waarmee ik mij heb geïdentificeerd. En aangezien Derks geen zelfbeeld van de ‘tweede orde’ beschrijft, een zelfbeeld waaraan ik mijn plooibare zelfbeeld zou kunnen meten, draait het om de vraag hoe het willen en wensen bijdraagt aan dat ‘maatstaf-zelfbeeld’. Hier ligt misschien wel de belangrijkste taak van de NLP-coach: begrijpen wat er gebeurt als zich een wens aftekent, die in eerste instantie niet bij het bestaande zelfbeeld past, die toch niet als vreemd wordt beoordeeld en zo tot bijstelling van het zelfbeeld dwingt. Het behoort tot het wezen van zelfbeelden dat ze censuur met zich meebrengen, maar er is ook opstand tegen innerlijke censuur mogelijk. De waarde van veel NLP-oefeningen bestaat uit de opstand tegen die censuur. Weten wat je wil, heeft iets weg van een gevecht met jezelf. Wilsvrijheid is een fragiel goed, dat zomaar verloren kan gaan, bijvoorbeeld door we blind worden voor manipulatie van media en reclame die ons valse zelfbeelden voorschotelen.

Beoordelen
De vraag die de cliënt, samen met de coach, moet beantwoorden is: welke keuzes brengen mij dichter bij mijzelf? Ben ik vrijer, oprechter wanneer ik een wens beoordeel als weliswaar niet passend bij mijn zelfbeeld, maar toch belangrijk genoeg om mee aan de slag te gaan, dan wanneer ik de censuur van het zelfbeeld aanvaard, en de wens resoluut afwijs? Waaruit bestaat het standpunt van de censor dat er voor zorgt dat het bij mij en mijn eigenheid hoort, terwijl de als negatief beoordeelde wens buiten mij staat en niet past? Hoe verloopt het proces van afwegen van wensen die duurzaam mijn zelfbeeld vormen, met wensen die daar niet in passen? Hoe weet de directeur dat zijn wens om meer tijd voor tuinieren te krijgen meer bij hem hoort dan de wens om carrière te maken? Wat we uit de complexiteit van deze vragen kunnen leren, is dat het allemaal draait om het beoordelen. Als ik een wens, na beoordeling, accepteer en als ik wil dat die wens bijdraagt aan een ervaring van eigenheid dan moet de wens niet iets zijn wat mij alleen maar overkomt en wat ik als een feit voor kennisgeving aanneem, maar het moet iets zijn dat voortkomt uit mijn zelfinzicht. Ik ben dus voortdurend bezig wensen te begrijpen en te beoordelen. Ik begrijp steeds beter waarom ik sommige wensen toe-eigen en andere afwijs. Ik merk dat wensen die mij blindelings voortdrijven zeldzamer worden; ik ervaar dat ik controle krijg over mijn wil. Naarmate de directeur de inhoud en betekenis van zijn wens om carrière te maken beter begrijpt, en zich sterk genoeg voelt om deze te beoordelen, ontstaat het besef dat hij bezig is met het proces van vorming van zijn persoonlijkheid. Hij versterkt zijn innerlijke actorschap; hij wordt meer en meer de auteur van zijn wil. Hij is, in de terminologie van Bieri, bezig met het proces van toe-eigening van zijn wil.

Het actorschap dat zich zo naar binnen toe uitbreid en steeds beter leert al die onbegrepen, uitgebannen en aanvaarde wensen te integreren, kan worden aangeduid als een zelf. Een zelf ontstaat dankzij ons vermogen innerlijk afstand te nemen van onszelf. Derks heeft talloze oefeningen beschreven waarin dit proces van ‘jezelf beschouwen’ wordt gepraktiseerd. Derks benadrukt ook hoe een begrepen zelf  ‘helps to preserve the contours of the personality and influences all subordinate thought’. Het zelf stelt ons in staat te begrijpen wie wij zijn (Social Panoramas, p. 110 e.v.). Met andere woorden: een zelf hebben betekent dat je met jezelf de ervaring van een zekere continuïteit kunt opdoen. Wel waarschuwen Derks en Bieri dat deze ervaring van een consistentie kwetsbaar is en tijdelijk verloren kan gaan. Iedereen heeft wel eens ervaren hoe tijdens een (levens)crisis een herwaardering van waarden kan optreden.

Dit proces van begrijpen en beoordelen van wensen leidt uiteindelijk tot het verhaal dat wij onszelf vertellen; we verschaffen onszelf een narratieve identiteit. En uit het verhaal dat wij vertellen blijkt hoeveel wij van ons ‘willen’ begrepen hebben. Het is ook een verhaal dat zich ontwikkelt. De toe-eigening van de wil is niet iets dat in gang wordt gezet door een zelf dat er al is. Integendeel, het zelf is iets wat zich pas door toe-eigening ontwikkelt. Zich een wil toe-eigenen is een proces met horten en stoten, met altijd de kans op terugval. Een zelf waar je een leven lang mee kunt doen, bestaat niet. Mensen ervaren zichzelf in een maalstroom van belevenissen met allerlei onbegrepen wensen, verlangens waarvan je telkens opnieuw moet beoordelen of je je die wilt toe-eigenen.

 

De test
Terug naar de ecologietest. Hoe maak ik als coach het verschil tussen een in wisselwerking veranderde en zelfstandige wens, en een gemanipuleerde of opgelegde wens? Hoe kom ik er achter of de wens om carrière te maken is opgelegd (door naasten, heersende mores) en de wens om te tuinieren bij mij hoort? Op basis waarvan typeer ik de wens van een 14-jarige om een ster te willen worden als een nageaapte wil, een wil waarvan zij vindt dat je die móét hebben? Hier komt opnieuw de deskundigheid van de coach om de hoek kijken. Hij moet beoordelen of het een wens is voor de bühne, een wens die naar applaus verlangt of een wens waarmee de individualiteit en uniciteit van de cliënt tot uitdrukking komt.

Derks wijst eveneens op het belang van kiezen: ‘Humans lives are full of choices: should I stay with mamma or should I go with papa?’ Het antwoord vindt hij in de wijze van presentatie: ‘In order to make a choice, one concept needs to prevail over the other: bigger, broader, lighter, heavier.’ In dit artikel ben ik op zoek naar het oordeel dat met deze keuzes samenhangt. Het cognitieve schema dat de bepalende waarde representeert (bijvoorbeeld vrijheid) wordt groter, lichter, stralender, hoger, omdat ik al oordelend mij die waarden toe-eigen.

 

1

Over de auteur:

  Artikelen die hiermee samenhangen

Comments

  1. Micha  november 30, 2017

    Keuze van kiezen….

    antwoorden

Voeg een Commentaar