Door Jaap Hollander

De essentie in 10 seconden

Dit artikel beschrijft wat NLP is. Het gaat over het ontstaan en de ontwikkeling van NLP. Als u slechts tien seconden de tijd hebt, lees dan dit:

Neuro-Linguïstisch Programmeren (NLP) is
een model voor doelgerichte verandering,
waarin de innerlijke beleving
en het overdraagbaar maken van bijzondere menselijke vermogens
centraal staan.

Samenvatting

Hebt u vier minuten tijd, lees dan deze samenvatting:

Neuro-Linguïstisch Programmeren (NLP) heeft zijn wortels in de psychotherapie, maar wordt ook gebruikt door coaches, trainers, leraren, managers, adviseurs, artsen en andere beroepsgroepen.

NLP is de wisselwerking tussen drie elementen:

1. Een methode die de subjectieve ervaring onderzoekt; d.w.z. dat het structuren (elementen en verbanden) in onze beleving opspoort.

2. Een methode om te modelleren, d.w.z. een manier om menselijke vermogens overdraagbaar te maken met behulp van psychologische veranderingstechnieken.

3. Een communicatietechnologie, d.w.z. een manier om harmonieuze relaties op te bouwen en de communicatie – binnen en tussen mensen – te verhelderen en te versterken.

NLP ontstond in de jaren ’70, toen Richard Bandler en John Grinder enkele uitzonderlijk effectieve psychotherapeuten bestudeerden en hun vaardigheden overdraagbaar(der) maakten. Na de jaren ’70 breidde NLP zich snel en gevarieerd uit. Er werden NLP-technieken ontwikkeld voor het bedrijfsleven, de gezondheidszorg en het onderwijs. NLP wordt niet centraal gereguleerd, waardoor er veel verschillende varianten bestaan.

Enkele wetenschappers hebben er aanstoot aan genomen dat het woord ’neurolinguistisch’ in NLP niet verwijst naar neurolinguïstiek in de academische zin van het woord. Ook stellen zij dat sommige uitgangspunten van NLP verouderd zijn en dat er geen effectonderzoek is gedaan. Inmiddels heeft het IEP wetenschappelijk onderzoek gedaan dat laat zien dat NLP uitstekend werkt. Bovendien heeft NLP zich de afgelopen 30 jaar in de praktijk bewezen als een nuttige methode en sluit de praktijk van NLP nauw aan bij recente wetenschappelijke inzichten.

NLP werd in 1981 naar Nederland gebracht door het IEP (Instituut voor Eclectische Psychologie) te Nijmegen. Nederland kent momenteel ongeveer 60 organisaties die NLP-trainingen aanbieden.

Het hele verhaal

Hebt u meer tijd, dan volgt hier het hele verhaal:

Wanneer iemand een definitie van NLP geeft, omschrijft hij meestal slechts een gedeelte of een bepaalde kant van NLP. Dan wordt er bijvoorbeeld gezegd: “NLP is breintraining” of “NLP is het onderzoeken hoe mensen hun ervaringen filteren door taal en zintuigen” of “NLP is mentale strategieën”, of “NLP is what I f***ing say it is (Bandler)”. Het is beslist waar dat NLP te maken heeft met het brein en met taal en zintuigen en met innerlijke strategieen en met Bandler, maar deze definities zijn te beperkt. NLP is meer. Wat is NLP dan wel? Laten we, om deze vraag te beantwoorden, eerst eens kijken naar de ontstaansgeschiedenis. Die werpt licht op de essenties van NLP en doet tegelijkertijd recht aan het veelzijdige systeem dat NLP in de afgelopen 30 jaar geworden is.

NLP ontstaat in Californië halverwege de jaren ’70: de flower power met haar hippies loopt op zijn einde en de nieuwe zakelijkheid met zijn yuppies (young urban professionals) begint op te komen. De kern van NLP laat de culturele sporen zien van deze overgang. In de jaren zeventig ‘moet alles kunnen’ en willen mensen ‘in contact komen met hun gevoel’ en ‘zichzelf zijn’. In de jaren tachtig wil men ‘zakelijke prestaties leveren’, ‘scoren’ en daar zo rijk mogelijk voor beloond worden. NLP is cultureel gezien half hippie en half yuppie.

Fritz Perls: beleving en verantwoordelijkheid

“I am not in this world to live up to other people’s expectations,
nor do I feel that the world must live up to mine.”
Fritz Perls (1893-1970)

Aan het eind van de jaren zeventig studeert Richard Bandler wiskunde en computerprogrammeren aan de University of California in Santa Cruz. John Grinder, die tijdens de koude oorlog als geheim agent (Green Baret) voor de CIA in Europa heeft gewerkt, is daar op dat moment professsor in de linguïstiek. Grinder is gespecialiseerd in syntax en de transformationele grammatica van Noam Chomski. Bandler heeft als bijbaantje transcripts geredigeerd van lezingen en workshops van Gestalttherapeut Frits Perls, voor het boek ‘Eye Witness to Therapy’ (1973). De Gestalttherapie heeft een sterke focus op wat iemand in het hier-en-nu beleeft. Ook het uiten van tegenstrijdige verlangens, het afwerpen van sociale rollen en het nemen van verantwoordelijkheid voor je eigen gedrag, zijn typerend voor de Gestalttherapie. Perls vraagt cliënten bijvoorbeeld om belangrijke gebeurtenissen uit het verleden in de tegenwoordige tijd te vertellen, zodat de bijbehorende emoties weer voelbaar werden. Of als een cliënt een opvallend gebaar maakt, vraagt Perls hem om dat groter te maken, om de emotionele betekenis te verhelderen. Als we nu, bijna veertig jaar later, terugkijken naar Perls, dan valt het op hoe veel hij werkt met de non-verbale reacties van de cliënt, hoe confronterend hij is – voor die tijd – en hoe weinig hij geneigd is om eerst af te stemmen voor hij gaat leiden. Op basis van wat hij Perls in de video-opnamen heeft zien doen, begint Bandler zelf groepstherapieën aan medestudenten te geven.

 

 

Taal en wereldbeeld

“Man’s achievements rest upon the use of symbols….
we must consider ourselves as a symbolic, semantic class of life,
and those who rule the symbols, rule us.”
Alfred Korzybski (1879-1950)

John Grinder neemt enige tijd aan Bandler’s groepssessies deel en gaat in 1974 een samenwerkingsverband met hem aan. Samen maken ze een taalkundig model van de taalpatronen van Fritz Perls. En daarmee begint NLP. In de volgende zeven jaar bestuderen Grinder en Bandler samen de gedrags- en denkpatronen van diverse effectieve psychotherapeuten, onder wie Virginia Satir (gezins- en relatietherapie) en Milton Erickson (hypnotherapie).

De eerste bronnen van NLP zijn dus de principes en technieken van de Gestalttherapie, gecombineerd met inzichten uit de taalkunde. Ook het principe van het modelleren is al meteen aanwezig: Bandler modelleert Perls en Grinder modelleert op zijn beurt weer Bandler. De therapiesessies worden twee keer per week gegeven; op de ene avond leidt Bandler de groep en op de volgende avond herhaalt Grinder wat hij Bandler heeft zien doen.

Grinder brengt – waarschijnlijk – vanuit de linguïstiek de filosofie van Alfred H. Korzybski mee. Die stelt dat de mens het bombardement van zintuiglijke indrukken waaraan hij voortdurend bloot staat, structureert met behulp van de taal. Op die manier schept hij een plattegrond die hem in staat stelt door de werkelijkheid te navigeren. Omdat er meerdere vertaalslagen nodig zijn om van de ruwe zintuiglijke indrukken tot een hanteerbaar wereldmodel te komen, heeft ieder wereldmodel, aldus Korzybsyki, zijn eigen mogelijkheden, maar ook zijn eigen beperkingen. Alle vooruitgang van de mens op aarde is, aldus Korzybski, te danken aan het vermogen van de mens om symbolische plattegronden te maken. Leerervaringen kunnen daardoor aan andere mensen worden doorgegeven, een mogelijkheid die dieren niet hebben. Hier zien we ook een verbinding tussen Korzybski en het modelleren. Zo kan bij de mens de volgende generatie beginnen waar de vorige generatie geëindigd is. Maar doordat mensen hun symbolen vaak verwarren met de werkelijkheid, geven deze plattegronden ook veel conflicten.

Een centrale vooronderstelling van NLP: “De kaart is niet het gebied”, is rechtstreeks aan Korzybski ontleend en de term ‘neurolinguistiek’ werd al in 1941 door hem gebruikt. NLP begint dus met de wisselwerking tussen de ideeën van Korzybski en die van Perls. Van Perls komt de verantwoordelijkheid voor het eigen gedrag. Maar in combinatie met Korzybski verschuift die verantwoordelijkheid als het ware naar binnen, en wordt het verantwoordelijkheid voor het eigen wereldbeeld. Dit is een wezenlijk verschil, omdat die verantwoordelijkheid nu ook belevingen omvat zoals emoties en overtuigingen, die eerder gezien werden als ervaringen waar mensen geen invloed op hadden. Perls droeg uit dat je verantwoordelijk bent voor wat je doet. NLP draagt uit dat je verantwoordelijk bent voor wat je doet en denkt en voelt en gelooft. Verantwoordelijkheid voor je eigen gedrag is een maatschappelijk breed geaccepteerd standpunt. Verantwoordelijkheid voor je emoties en je overtuigingen ligt veel verder weg bij het maatschappelijk gemiddelde.


Alfred Habdank Korzybsky

De basiselementen

De ontmoeting tussen Bandler en Grinder levert zo halverwege de jaren ’70 een cocktail op van ideeën en methoden waarin al veel van het latere NLP herkenbaar is:

  1. Beleving
    De gerichtheid op de beleving in het hier en nu (door Bandler ontleend aan de Gestalttherapie).
  2. Taal en wereldmodel
    De relatie tussen taal en beleving (door Grinder ingebracht vanuit de transformationele grammatica van Chomski en de filosofie van Korzybsyki)
  3. Verantwoordelijkheid
    De nadruk op eigen verantwoordelijkheid voor eigen gedrag (eveneens afkomstig uit de Gestalttherapie), maar ook voor het eigen wereldbeeld waar dat gedrag uit voortvloeit.
  4. Modelleren
    Het proces van het modelleren (het in kaart brengen en overnemen van bijzondere menselijke vermogens).
  5. Technieken
    NLP maakt gebruik van herhaalbare procedures; d.w.z. stappenplannen waarmee een specifiek doel kan worden bereikt. Vaak zijn deze technieken ontstaan via het modelleren.

Zie dit als een soort proto-NLP: de hoofdlijnen zitten er al in, maar ieder element kan nog verder ontwikkeld worden.

De basiselementen van NLP
Illustratie: De basiselementen van NLP

Modelleren als kern van NLP

“NLP is the modelling of excellence.”
John Grinder (1940 – heden)

“NLP is an attitude and a methodology
that leaves behind a trail of techniques.”
Richard Bandler (1950 – heden)

Wanneer zij in het begin van de jaren 00 omschrijven wat NLP is, benadrukken Bandler en Grinder beiden het modelleren als kern van NLP, zij het ieder op een andere manier. Zij noemen zichzelf dan ook geen ‘trainers’ of ‘leraren’, zij noemen zichzelf ‘modelleurs‘. Grinder legt uit dat NLP een set strategieën is voor het modelleren van mensen met uitzonderlijke vermogens: “The modelling of excellence’. Via het modelleren worden deze vermogens overgenomen, in kaart gebracht en overdraagbaar gemaakt. Wat eerst slechts enkelen konden, kan nu iedereen zich eigen maken. Dat wil zeggen: iedereen die aan de randvoorwaarden voldoet en er de moeite voor wil doen. Hiermee benadrukt Grinder het maatschappelijk belang van NLP als een vorm van versneld leren. Bandler vertelt dat hij met name gemodelleerd heeft hoe mensen in zijn algemeenheid denken en dat hij daar zijn technieken op heeft gebaseerd, die ten doel hebben om mensen te leren hoe ze hun hersenen het beste kunnen gebruiken. Verder is het van belang om op te merken, dat de meeste bronnen van NLP psychotherapeutisch van aard zijn. Later zijn er tal van andere NLP-toepassingen ontwikkeld, voor het onderwijs, het bedrijfsleven, de gezondheidszorg, enzovoort. In de jaren 70 en 80 echter op de eerste plaats als een nieuwe vorm van psychotherapie gezien.

 

 

 

 

Het metamodel: overtuiging en keuze

“In this first volume, Grinder and Bandler have succeeded
in making explicit the syntax of how people avoid change
and, therefore, how to assist them in changing”.
Gregory Bateson over ’The Structure of Magic’

Het eerste product dat Bandler en Grinder samen voortbrengen (in hun boek “The Structure of Magic’) is het metamodel. Vandaar ook de naam: het metamodel is `meta’ ten opzichte van wereldmodellen: het is een model voor het veranderen van wereldmodellen. Het metamodel omvat een serie taalpatronen waarmee een cliënt kan worden gestimuleerd om zijn wereldmodel te veranderen.

Mensen houden hun wereldmodel in stand, aldus Bandler en Grinder, via drie universele principes:
– generalisatie
– deletie (weglating)
– vervorming.
Om te beginnen generaliseren mensen vanuit hun zintuiglijke ervaringen, d.w.z. ze vormen gebeurtenissen om tot regels. Bijvoorbeeld, je ziet als kind dat je vader zijn Volkswagen start door het contactsleuteltje om te draaien. En later tijdens krijg je rijles en leer de auto te starten. Dus vorm je een generalisatie (je zou het ook een ‘overtuiging’ of een ‘schema’ kunnen noemen) in de trant van “Auto’s starten als je het contactsleuteltje omdraait”. Door deze generalisatie te vormen, is een stukje van het wereldmodel – in dit geval een stukje over startende auto’s – los komen te staan van de zintuiglijke ervaringen waar het op is gebaseerd. Dit is enerzijds noodzakelijk. Als je niet zou kunnen generaliseren, zou je niet kunnen functioneren. Dan zou je bijvoorbeeld iedere ochtend opnieuw moeten leren hoe je auto start. Maar een generalisatie kan ook een belemmering worden. Als je bijvoorbeeld veel pijnlijke ervaringen hebt gehad met je zuster en je moeder, geloof je nu misschien dat “vrouwen gemeen zijn”. Indertijd was dat misschien een nuttige generalisatie, omdat hij je alert maakte zodat je minder vaak gekwetst werd door moeder en zus. Maar als je dit 30 jaar later nog steeds gelooft, heb je waarschijnlijk een probleem in je relaties met vrouwen.

Mensen hebben bovendien de neiging om hun generalisaties te verdedigen tegen nieuwe informatie. Stel bijvoorbeeld, dat iemand gelooft dat “mannen hard zijn”. Stel nu, dat deze persoon een zachte, absoluut niet harde man tegenkomt. Logisch gezien zou hij dan moeten concluderen dat zijn wereldmodel op dit punt gewoon niet klopt. Nu hij immers de ’rara avis’, de witte raaf is tegengekomen zou hij volgens de logica moten concluderen dat niet alle raven zwart zijn. Maar mensen hebben psychologisch belang bij een eenduidig wereldbeeld. Dus in plaats van zijn overtuiging (“Mannen zijn hard”) bij te stellen, gaat hij waarschijnlijk informatie weglaten of vervormen. Hij vergeet die zachte man gewoon, dan klopt het weer. Of hij vervormt zijn waarneming en hij ziet toch “een harde glans” in de ogen van die “zogenaamd” zachte man…

Het metamodel helpt mensen om dit soort generalisaties te doorbreken. Het is gebaseerd op de linguïstiek: de uitingen van de cliënt worden beschouwd als oppervlaktestructuren waaronder diepere taalkundige structuren liggen. Als de cliënt bijvoorbeeld zegt: “Ik ben bang”, dan weet de therapeut , op basis van zijn eigen ervaring met de Nederlandse taal, dat er iets aan deze zin breekt. Iemand is altijd ergens bang voor. Dus vraagt hij: “Waar ben je precies bang voor?” Of als de cliënt zegt: `Je moet vertrouwen hebben’, vraagt de therapeut: `Wat zou er dan precies gebeuren als je géén vertrouwen had?’ Door dit soort vragen wordt de cliënt uitgenodigd om zijn overtuigingen, die als het ware losgeslagen zijn van de concrete zintuiglijke beleving, daar weer mee te verbinden. Het doel van het metamodel is om de cliënt te helpen veranderen. Hij kan – als hij dat wil – op dezelfde levenservaringen nieuwe overtuigingen baseren. Tegenwoordig zijn er effectievere methoden om dit te bereiken en wordt het metamodel vooral gebruikt om informatie te verzamelen.

In feite is het hele NLP één groot metamodel: het uiteindelijke doel is om mensen te helpen hun wereldmodel te veranderen, zodat ze nieuwe keuzes krijgen. Het metamodel is een uitdrukking van de aanname – ontleend aan de filosofie van Korzybski – dat menselijke beperkingen voortvloeien uit iemands wereldmodel, een model dat hij zelf schept en dat hij actief in stand houdt. Deze aanname houdt geen rekening met zaken zoals erfelijke beperkingen of neurologische defecten. Het voordeel van deze aanname is, dat je – doordat je uitgaat van mogelijkheden – creatiever zoekt, langer volhoudt en meer bereikt. Een nadeel kan zijn dat je blijft strerven naar doelen die niet haalbaar blijken te zijn.

Virgina Satir: verbinding en relatie

“I believe the greatest gift I can conceive of having from anyone
is to be seen by them, heard by them, to be understood and touched by them.”
Virginia Satir (1916-1988)

Al eerder heeft Bandler kennis gemaakt met Virginia Satir, een maatschappelijk werkster die vooral werkt als gezinstherapeute. Bandler heeft een training van haar opgenomen, voor dezelfde uitgever (Science and Behavior Books) voor wie hij ook de transcripts van Perls heeft geredigeerd. Satir is in haar werk sterk gericht op de kwaliteit van de verbinding die mensen met elkaar aangaan. Zij is een uitgesproken voorstandster van krachtige, harmonieuze relaties tussen mensen. Zij gaat er van uit dat in iedere vorm van effectieve therapie de emotionele betrokkenheid tussen de therapeut in de cliënt de belangrijkste succesfactor is. `Contact’ is een van Satirs belangrijkste criteria en ze heeft een opmerkelijk vermogen om goed contact tot stand te brengen. Bandler en Grinder modelleren hoe ze dit precies doet, dat wil zeggen ze gaan na welke woordkeuze en welke nonverbale gedragingen nuttig zijn voor het ontwikkelen van goed rapport (Bandler, Grinder en Satir 1976).
Verder raken zij via Satir geïnteresseerd in vroege ervaringen met belangrijke anderen (zoals ouders en anderen familieleden) wat later leidt tot NLP-technieken zoals ‘change personal history’ (het herschrijven van de persoonlijke levensgeschiedenis) en ‘reimprinting’ (een techniek voor het veranderen van overtuigingen).

Een andere element NLP aan Satir ontleent is het idee van ‘gedeelten’. Satir helpt haar cliënten om contact te zoeken en te communiceren met verschillende aspecten of kanten van zichzelf. Zij ziet die kanten of gedeelten als een soort rolidentiteiten, die ook verschillende doelen en gevoelens kunnen hebben. Dit idee is verwant aan de Gestalttherapie van Perls. Satir gaat er van uit dat conflicterende gedeelten binnen dezelfde persoon allen positieve functies kunnen hebben. Daarom vindt zij het verstandig om deze gedeelten te laten samenwerken in plaats van te proberen om ongewenste gedeelten uit te schakelen. Ook NLP-technieken zoals het afstemmen op zintuiglijke predicaten (woordkeus), reframing (nieuwe betekenissen geven aan bekende feiten) en het onderhandelen tussen gedeelten zijn in eerste instantie aan Satir ontleend.

 

 

Door de invloed van Satir krijgt NLP er twee nieuwe dimensies bij: de relatie en gedeelten. Aan het NLP molecuul, dat al atomen bevat uit de linguïstiek en Gestalttherapie worden nu als het ware een ‘rapport’-atoom en een ‘gedeelten’-atoom toegevoegd, waardoor een sterker en rijker soort verbinding ontstaat.

6. Gedeelten
Het idee dat de mens uit meerdere gedeelten bestaat die conflicterende, maar op zich positieve doelen kunnen hebben.

7. Relatie en rapport
Het opbouwen van een harmonieuze relatie met de cliënt. De rol van nonverbale communicatie en taal daarin.

De basiselementen van NLP - 2

Illustratie: NLP met elementen ontleend aan Satir

Gregory Bateson: systeem en ecologie

“Interesting phenomena occur when two or more rhythmic patterns are combined,
and these phenomena illustrate very aptly the enrichment of information that occurs
when one description is combined with another.”
Gregory Bateson (1904-1980)

Inmiddels zijn Bandler en Grinder in contact gekomen met Gregory Bateson, ook docent aan de University of California. Bateson is van huis uit bioloog en heeft baanbrekend werk gedaan op het gebied van de psychiatrie en de antropologie. Hij is getrouwd geweest met Margaret Mead, met wie hij onder meer trancefenomenen op Bali onderzocht en die vanuit de antropologie veel oog heeft voor de grotere systemen waar individuele gedragingen deel van uitmaken. Bateson ziet de wereld als een stelsel van in elkaar grijpende systemen, waarin oorzaken gevolgen kunnen zijn en andersom: denksystemen, communicatiesystemen, gezinssystemen, sociale systemen, culturele systemen, natuursystemen, en vooral ook logische systemen. Hij is een uitgesproken tegenstander van het opdelen van kennisgebieden in psychologie, sociologie, antropologie e.d. Hij een van de uitvinders van de `double bind’-theorie van schizofrenie, die er in grote lijnen van uitgaat, dat mensen schizofreen konden worden van dubbele boodschappen. Het cruciale punt in deze redenatie is, dat niet een gek kind of een gekmakende moeder wordt beschreven, maar het gezinssysteem waar zij beiden een onderdeel van zijn.

Bateson, ook beschouwd als een van de grondleggers van de cybernetica (stuurkunde), brengt Bandler en Grinder in contact met het TOTE model (Test-Operate-Test_Exit). Dit houdt in dat een systeem om een doel te kunnen bereiken, het volgende nodig heeft:
– Een duidelijke weergave van dat doel
– Een inschatting van de beweging (Kom ik dichter bij mijn doel of raak ik er verder bij vandaan?)
– Een scala van verschillende handelingsmogelijkheden.

Ook het begrip `ecologie’ in NLP is van Bateson afkomstig evenals concepten als ‘metaboodschap’ en ‘incongruentie’, die rechtsreeks ontleend zijn aan Batesons theorieën over communicatie en leren. Bij metaboodschappen gaat het om de boodschap die wordt geïmpliceerd doordat de boodschap wordt gegeven. Als ik u bijvoorbeeld vraag om mij iets uit te leggen, dan geef ik daarmee onuitgesproken de boodschap dat ik u erken als iemand die meer van het onderwerp weet dan ik. Metaboodschappen hebben vaak betrekking op de relatie. Door u om raad te vragen, ga ik een relatie met u aan waarin u een ‘hogere’ positie hebt dan ik (wat Bateson een asymmetrische relatie zou noemen). Bij incongruentie, een ander begrip dat NLP heeft ontleend aan Bateson, gaat het om tegenstrijdigheden in de verbale en de nonverbale communicatie. Als ik u hartelijk dank voor uw advies, maar ik trek er een vies gezicht bij, dan geef ik twee strijdige boodschappen. Het controleren van de ecologie van een verandering tenslotte, wil in NLP zeggen: de effecten op het grotere systeem inschatten. Met name speelt daarbij de vraag of de verandering geen negatieve bijverschijnselen zal hebben. In NLP worden begrippen als incongruentie en ecologie verbonden met het idee van gedeelten. Bij incongruentie geven verschillende gedeelten verschillende boodschappen en ecologische problemen hebben vaak te maken met verschillende gedeelten die verschillende doelen nastreven.

Via Bateson worden in eerste instantie begrippen als ecologie, metaboodschap, incongruentie en het TOTE-model aan NLP toegevoegd. Later – we praten dan over de jaren 90 – zullen zijn ideeën over neuro-logische niveaus en systemen door Robert Dilts nog nader worden uitgewerkt. In de jaren 00 zal Batesons nadruk op een evenwicht tussen logische, cognitieve structuur enerzijds en emotionele, intuïtieve processen anderzijds NLP nog verder beïnvloeden. Als we kijken naar Bateson en Satir, dan zien we – en dit is typerend voor NLP – een wisselwerking tussen deze twee bronnen. Batesons idee van de ecologie binnen een groter sociaal- of omgevingssysteem wordt doorgetrokken naar het innerlijke systeem van het individu. Een individu is een systeem van gedeelten, d.w.z. van verschillende aspecten of rolidentiteiten die met elkaar samenwerken of concurreren. Dit concept is afkomstig van Sartir. Ook binnen het individu speelt ecologie, als het gaat om de invloed die een bepaalde verandering heeft op verschillende gedeelten. Een andere bijdrage van Bateson, het TOTE-model, geeft de doelgerichtheid van NLP een theoretische achtergrond aan en verheldert Grinders ideeën over ‘professionele communicatie’

 

 

 

Er worden nu als het ware weer twee nieuwe atomen aan het NLP molecuul toegevoegd, namelijk:

8.Ecologie
Een verandering is ecologisch verantwoord als de effecten op de omringende systemen positief of neutraal zijn. In de praktijk is dit niet voor 100% voorspelbaar, maar op zijn minst kan een inschatting worden gemaakt.

9.Het TOTE-model
Doelgericht handelen vereist een weergave van het doel, een meting van de vorderingen richting doel en meerdere handelingsalternatieven.

De basiselementen van NLP - 3
Illustratie: NLP met elementen ontleend aan Bateson

Erickson: suggestie en hulpbronnen

Every person’s map of the world is as unique as their thumbprint.
There are no two people alike. No two people who understand the same sentence the same way….
So in dealing with people, you try not to fit them to your concept of what they should be.
Milton Erickson (1901-1980)

Bateson is bevriend met Milton H. Erickson, een psychiater die beschouwd wordt als de grondlegger van de moderne hypnotherapie (‘Ericksoniaanse’ hypnotherapie). Erickson heeft een combinatie ontwikkeld van de klassieke, autoritaire hypnotherapie enerzijds en de moderne, nondirectieve psychotherapie anderzijds, die de cliënt meer vrijheid geeft en actiever bij het proces betrekt. Hij is uitgekomen op een vorm van hypnotherapie die gebruik maakt van indirecte suggestie in tegenstelling tot de gangbare directe suggestie. In de klassieke hypnotherapie gaf men bijvoorbeeld bij de behandeling van pijnklachten rechtstreekse suggesties voor pijnvermindering, in de trant van “De pijn is kleiner en verder weg en u hebt een prettig, ontspannen gevoel in uw lichaam”. Erickson daarentegen, geeft dezelfde suggestie indirect, bijvoorbeeld door aan het dagelijks leven ontleende verhalen te vertellen over hoe mensen soms dingen niet waarnemen die er wel zijn. Wat tegenwoordig in de wetenschap ’priming’ wordt genoemd. Hij vertelt bijvoorbeeld over zijn broers, vroeger op de boerderij, die na een dag oogsten op het land enorm stonken naar zweet. Hun moeder zei dan als ze thuiskwamen “Jongens, jullie stinken!”, maar de jongens roken dat al niet meer. En hij vertelt over hoe hij ooit als student logeerde in een blikslagerij. Daar was het ’s ochtends een oorverdovend lawaai. Maar na een paar dagen hoorde hij dat lawaai niet meer, toen was hij er aan gewend. Zo vertelt Erickson een hele serie verhalen over hoe mensen soms het vermogen hebben om niet waar te nemen wat er wel is. De suggestie voor pijnvermindering wordt op die manier indirect gegeven. Dit soort indirecte suggesties roept minder weerstand op en betrekt de cliënt actiever bij het veranderingsproces. Erickson is ook een virtuoos gebruiker van suggestieve taal, d.w.z. manieren van formuleren die het veel gemakkelijker maken voor de cliënt om de suggesties op te volgen. Dit taalgebruik wordt door Bandler en Grinder gedetailleerd in kaart gebracht en bestaat nog steeds in NLP onder de naam ‘het Miltonmodel’. Ook het vertellen van metaforen en analogieën om een boodschap over te brengen, is een vorm van indirecte suggestie, ontleend aan Erickson.

Een ander principe dat Erickson heeft ontwikkeld is ‘utilization’ (gebruik maken van). Hij zoekt naar levenservaringen van de cliënt zelf die het gewenste doel ondersteunen. Om bij het voorbeeld van hypnotische pijncontrole te blijven: Erickson gaat dan op zoek naar momenten dat de cliënt in zijn eigen leven ooit dingen niet heeft gevoeld die er wel waren. Deze vormen dan de basis voor de toestand die hij bij de cliënt wil oproepen. In NLP vinden we dit idee terug onder de noemer ‘hulpbronnen’. Hulpbronnen zijn in NLP eigen levenservaringen van de cliënt die hem kunnen helpen om een probleem op te lossen.

Twee andere Ericksoniaanse begrippen die hier mee samenhangen, zijn de ‘gewone, alledaagse trance’ en ‘het rijke onbewuste’. Erickson heeft geobserveerd dat mensen in het dagelijks leven heel vaak even in trance zijn, bijvoorbeeld als ze opgaan in een muziekuitvoerig of een gesprek. Veel wat Erickson ‘gewone alledaagse trance’ noemt, zouden wij tegenwoordig ‘flow’ noemen. Ook het idee dat het onbewuste een sterke creatieve kracht is en een pakhuis vol innerlijke mogelijkheden, is van Erickson afkomstig. Freud en Jung hadden uiteraard ook al op het belang van het onbewuste gewezen, maar bij hen lag het accent vooral op stoornissen. Erickson verlegde het accent naar mogelijkheden; hij benadrukte de innerlijke hulpbronnen die in het onbewuste van de cliënt klaar liggen om ingezet te worden voor de gewenste verandering.

Een ander element dat via Erickson in NLP is terechtgekomen, is het zeer nauwkeurig observeren van nonverbale reacties. Erickson was er een meester in om subtiele stembuigingen en bewegingen te registreren en hun betekenis te achterhalen. Eerder was het observeren van non-verbale reacties al in NLP terechtgekomen via Gregory Bateson en zijn ideeën over incongruentie. Ook voor het vaststellen van incongruentie is deze observatie nodig. En al daarvoor zagen we Fritz Perls reageren op de nonverbale communicatie van zijn cliënten. In NLP vinden we dit terug onder de term ‘ijken’, d.w.z. het zien van relaties tussen subtiele non-verbale reacties enerzijds en innerlijke belevingen anderzijds. En last but not least wordt aan Erickson het onderscheid tussen associatie en dissociatie ontleend. Dit is het verschil tussen iets in alle zintuiglijke kanalen beleven enerzijds en het van een afstand beschouwen van een ervaring anderzijds; het verschil tussen beleven en beschouwen. In vrijwel alle NLP-technieken speelt dit onderscheid een rol.

Bandler en Grinder zijn onder de indruk van de bijzondere mentale mogelijkheden waarover mensen beschikken als ze in een hypnotische trance zijn. Ze maken de overgang van hypnotherapie naar NLP op het moment dat ze zich afvragen: waarom zou je eigenlijk in trance moeten zijn om dit allemaal te kunnen? Vervolgens beginnen ze hypnotische verschijnselen zoals leeftijdsregressie en dissociatie op te roepen in de gewone waaktoestand. Vanuit een historische perspectief zouden we NLP dan kunnen definiëren als `hypnose zonder tranceinductie’.

 

 

 

Via Milton Erickson werden zo de volgende elementen aan NLP toegevoegd:

10.Suggestie
Suggestief taalgebruik waarmee ervaringen worden opgeroepen. Vormgegeven in het ‘Mintonmodel’.

11.Hulpbronnen
Het gebruik maken van eigen ervaringen van de cliënt om problemen op te lossen.

12.IJken
Het observeren van non-verbale reacties en hoe die samenhangen met innerlijke ervaringen.

De basiselementen van NLP - 5
Illustratie: NLP met elementen ontleend aan Erickson

 

NLP is…

Als we kijken naar de elementen waaruit NLP is opgebouwd, zien we een groot aantal principes en onderscheidingen. Nu wordt het ook duidelijk, waarom eenvoudige definities van NLP zo onbevredigend zijn. Wanneer je een enkel onderdeel uit dit geheel licht, negeer je allerlei elementen die ook belangrijk zijn en krijg je een omschrijving die NLP tekort doet. Aan de andere kant is het bijna niet doenlijk om al deze elementen uit te leggen aan iemand die even snel wil weten wat NLP is. Maar ook als definitie voor mensen die meer tijd hebben is deze verzameling te groot. En dan hebben we het alleen nog maar over de elementen zelf, want er zijn ook nog allerlei onderlinge wisselwerkingen. Zo is bijvoorbeeld het communiceren met gedeelten, ontleend aan Satir, nader uitgewerkt in een hypnotische vormgeving, ontleend aan Erickson. Of zo is bijvoorbeeld het idee van hulpbronnen, ontleend aan Erickson, nader ingevuld met zintuiglijke elementen ontleend aan Korzybski. En zo zijn er tal van dwarsverbindingen aan te wijzen. Overigens maakt dit ook duidelijk waarom er zo veel verschillende varianten van NLP mogelijk zijn. Allerlei verschillende NLP-trainers en – coaches kunnen uit dit rijke geheel een eigen selectie maken en er hun eigen accenten in aanbrengen.

Ter wille van de overzichtelijkheid, verdelen we al deze elementen daarom in drie groepen.

De basiselementen van NLP - 6
Illustratie: Hoofdelementen van NLP

Door het zo te groeperen kunnen we zeggen: NLP is modelleren, plus de structuur van de subjectieve ervaring, plus een communicatietechnologie. In gewoon Nederlands: NLP is leren van mensen met bijzondere vermogens, plus je innerlijke beleving onderzoeken en veranderen plus goed contact maken met anderen. Onder deze drie noemers kunnen we alle eerdergenoemde elementen onderbrengen. Daarmee verliezen we wel scherpte, maar u weet nu wat er achter deze driedeling ligt. Onder het modelleren valt bijvoorbeeld niet alleen het principe van het modelleren zelf, maar ook de technieken die er uit voortkomen en de TOTE als een algemeen sturingsmodel voor het werken met NLP. Achter het hoofdelement ‘Structuur van de subjectieve ervaring’ liggen de focus op de beleving in het hier-en-nu, maar ook het idee van Perls en Satir dat de mens uit gedeelten bestaat, de relatie tussen taal en wereldbeeld met het metamodel, en Ericksons gedachte dat het onbewuste een pakhuis vol hulpbronnen is.

Technieken

“NLP is for people who want to get things done”
John Grinder

In 1981 beëindigen Bandler en Grinder hun samenwerking. Tussen 1974 en 1981 ontwikkelen ze, naast alle hierboven beschreven modellen en verhalen, ook een aantal technieken. Aan het eind van de jaren 70 heeft zich rond hen een creatieve groep ontwikkelaars gevormd die ook aan de genoemde concepten en technieken bijdragen. Tot deze groep behoren bijvoorbeeld Robert Dilts, Leslie Cameon-Bandler, David Gordon en Stephen Gilligan.

NLP-technieken zijn navolgbare procedures die – gegeven bepaalde randvoorwaarden – tot een bepaald resultaat leiden. Het produceren en het gebruiken van technieken is van het begin af aan een belangrijk onderdeel van NLP geweest. Dit maakt NLP behalve conceptueel ook praktisch interessant. NLP-technieken zijn middelen om bijzondere vermogens zo effectief mogelijk over te dragen. De technieken maken grijpbaar wat eerst abstract, theoretisch of complex was. Ik laat de tien belangrijkste technieken uit hierboven beschreven periode (’74-’81) de revue passeren.

  1. Het metamodel
    Het metamodel – al eerder genoemd – bestaat uit typen uitspraken die de NLP-er kan herkennen en waarop hij met bepaalde vragen (in het metamodel ‘uitdagingen’ genoemd) reageert. De techniek bestaat er uit dat de NLP-er zijn gesprekspartner door middel van deze vragen helpt om generalisaties (vaak belemmerende overtuigingen) weer te verbinden met de concrete ervaringen waar hij die ooit op heeft gebaseerd. Dit geeft hem de mogelijkheid om nieuwe generalisaties te vormen. Deze techniek wordt gebruikt om belemmerende overtuigingen te veranderen. In deze techniek zijn invloeden van Perls, Chomski en Korzybski herkenbaar.
  2. Afstemmen voor rapport
    De NLP-er sluit met zijn eigen non-verbale en verbale reacties aan bij zijn gesprekspartner. Hij stemt zich af op zijn gesprekspartner. Dit bevordert het ‘rapport’ (een sfeer van waardering en vertrouwen), waardoor de gesprekspartner eerder bereid is om suggesties van de NLP-er te volgen. Deze techniek wordt gebruikt om een goede (werk-)relatie op te bouwen. In deze techniek zijn de invloed van Satir en Erickson herkenbaar. Bandler en Grinder benaderen het rapport in de jaren 70 en 80 tamelijk instrumenteel. Later verandert dit en wordt rapport gezien als een wisselwerking tussen gedragsmatig afstemmen enerzijds en een gecentreerde, accepterende basishouding (sponsoring).
  3. Het gebruik van ankers
    ‘Ankeren’ in NLP is verwant aan klassieke conditionering. Door een beleving op te roepen en zijn gesprekspartner tegelijkertijd op een bepaalde manier aan te raken, of iets op een bepaalde toon te zeggen, kan de NLP-er dezelfde beleving later opnieuw oproepen. Met behulp van dit soort ankers kan hij innerlijke hulpbronnen koppelen aan situaties waarin zijn gesprekspartner die nodig heeft. Deze techniek wordt gebruikt om belemmerende gevoelsreacties te veranderen. In deze techniek is met name de invloed van Erickson herkenbaar.
  4. The circle of excellence
    Bij deze techniek wordt eerst nagegaan welke hulpbronnen iemand in een gegeven situatie nodig heeft. Het kan gaan om het oplossen van een probleem, maar het kan ook gaan om een nog betere prestatie in een situatie waarin iemand al goed functioneert. De verschillende hulpbronnen worden gekoppeld aan een gezamenlijk anker. Het anker wordt weergegeven in alle zintuiglijke kanalen (beeld-, woord- en gevoelssymbolen), zodat de gesprekspartner het gemakkelijk kan activeren in de betreffende situatie. Deze techniek wordt gebruikt complexe hulpbronnen te activeren. In deze techniek is met name de invloed van Erickson herkenbaar.
  5. Change personal history
    Met deze techniek herschrijft iemand als het ware zijn levensgeschiedenis. Eerst wordt er gezocht naar vroegere ervaringen waarop een problematische reactie is gebaseerd. Meestal gebruikt de NLP-er daarbij een zoek-anker. Vervolgens worden aan de gevonden ervaringen nieuwe hulpbronnen toegevoegd, ook weer met een anker. Zo ontstaat een andere beleving van wat er ooit in het verleden is gebeurd en kan iemand afscheid nemen van moeilijke ervaringen. In de toekomst gaat hij onbewust (meer) reageren alsof het vroeger anders was gegaan, hoewel hij bewust nog weet hoe het in feite is gegaan. Deze techniek wordt gebruikt om gevoelsmatige hindernissen op te ruimen die samenhangen met het verleden. In deze techniek zijn de invloed van Satir en Erickson herkenbaar.
  6. The new behavior generator
    Deze techniek wordt gebruikt om iemand voor te bereiden op nieuwe uitdagingen. De NLP-er helpt zijn gesprekspartner om een innerlijke strategie te leren waarmee hij nieuw gedrag kan bedenken. De strategie heeft drie zintuiglijke stappen:
    – Auditief: woorden die aangeven welke criteria belangrijk zijn
    – Visueel: beelden van mogelijke handelingen.
    – Kinesthetisch: gevoelens over wat realistisch is om concreet te doen.
    De gesprekspartner doorloopt deze cyclus meestal meerdere keren om tot een passend nieuw gedrag te komen. Deze techniek wordt toegepast om mensen voor te bereiden op nieuwe uitdagingen. Indirect is in deze techniek de invloed van Korzybski herkenbaar.
  7. Veranderen van innerlijke strategieën
    Bandler en Grinder hebben geobserveerd dat bepaalde oogbewegingen samenhangen met het zintuiglijke karakter van de beleving op dat moment. Dat stelt hen in staat om opeenvolgingen van zintuiglijke belevingen te observeren die een bepaald resultaat hebben. Zo heeft iemand bijvoorbeeld een strategie om beslissingen te nemen, maar ook een strategie om kwaad te worden. Doordat de NLP-er de strategie kan observeren, kan hij zijn gesprekspartner helpen om die te veranderen. Hierbij zijn er verschillende mogelijkheden. Een problematische strategie bijvoorbeeld kan drastisch worden veranderd, een omslachtige strategie kan worden gestroomlijnd en goede strategieën kunnen van de ene persoon op de andere worden overgedragen (modelleren). Deze techniek wordt toegepast om verschillende soorten hindernissen op te ruimen en hulpbronnen te activeren. Indirect is ook in deze techniek de invloed van Korzybski herkenbaar.
  8. Onderhandelen tussen gedeelten
    Veel menselijke problemen zijn gebaseerd op innerlijke conflicten (tegenstrijdige gevoelens). In NLP worden die gezien als conflicten tussen verschillende gedeelten die verschillende doelen hebben. Bij deze techniek worden de conflicterende gedeelten eerst duidelijk zintuiglijk weergegeven. Vervolgens wordt naar een gezamenlijke doelstelling en nieuwe gedragingen gezocht. Deze techniek wordt toegepast om innerlijke conflicten op te lossen. In deze techniek de invloed van Satir en Perls herkenbaar.
  9. Reframing
    Overtuigingen zijn innerlijke systemen waarin verschillende zintuiglijke ervaringen, criteria en verbale conclusies zijn te onderscheiden. Reframing (het plaatsen van een nieuw kader) is een NLP-techniek waarbij deze elementen eerst in kaart worden gebracht. Vervolgens helpt de NLP-er zijn gesprekspartner om een nieuwe betekenis aan de zintuiglijke ervaringen te koppelen, d.w.z. uit dezelfde ervaringen nieuwe, betere conclusies te trekken. Deze techniek wordt, net als het metamodel, gebruikt om belemmerende overtuigingen te veranderen. In deze techniek zijn invloeden van Perls en Korzybski herkenbaar.
  10. Metaforen
    Het gebruik van metaforen in NLP is een vorm van indirecte suggestie. De gewenste verandering wordt aangeboden in de vorm van een verhaal. Dat verhaal heeft inhoudelijk niets te maken met de gewenste verandering, maar het heeft wel een structuur (elementen en relaties) die de verandering weerspiegelt. Als de gesprekspartner bijvoorbeeld moed nodig heeft om zijn angst onder ogen te zien, vertelt de NLP-er een verhaal over een jongen in Polynesië die leert duiken en die daarbij zijn angst overwint door zich voor te stellen dat hij een dolfijn is. Deze techniek wordt gebruikt om onbewuste hulpbronnen te activeren. In deze techniek zijn de invloed van Erickson en Bateson herkenbaar.

Splitsing en rechtszaken

“Talking about group intelligence:
Bandler and Grinder sure were a lot more intelligent
when they were still working together”
Robert Dilts

In 1981 ontstaan er conflicten tussen Bandler en Grinder en beëindigen zij hun samenwerking. De ontwikkelaarsgroep in Santa Cruz, die zich rond hen had gevormd, valt nu ook uiteen. In de jaren 80 en 90 gaat Bandler diverse rechtszaken aan waarbij hij het eigendom van het merk NLP en het copyright op diverse NLP-teksten claimt. Uiteindelijk lopen deze rechtszaken op niets uit. In 2000 oordeelt het US Superior Court dat “Bandler has misrepresented to the public, through his licensing agreement and promotional materials, that he is the exclusive owner of all intellectual property rights associated with NLP.” Eveneens in 2000 oordeelt het Engelse High Court dat NLP een generieke term is, die vrijelijk gebruikt mag worden. Bandler is het hier blijkbaar nog altijd niet mee eens, want nog in 2008 heb ik hem in Amsterdam horen zeggen: “Don’t ask me stupid questions like ’Where is NLP going to go?’ NLP is going to go where I fucking want it to go!” Hetgeen dus zeer onwaarschijnlijk en juridisch beslist onjuist is.

Grinder solo: the new code of NLP

In het begin van de jaren 80 ontwikkelt Grinder een nieuw soort NLP dat ’New code NLP’ wordt genoemd en waarin de invloed van Gregory Bateson nog sterker herkenbaar is. Het doel van deze nieuwe vorm van NLP is met name om een ethisch kader voor het overdragen van NLP te scheppen. Deze ’New code’komt voort uit Grinders idee, dat veel NLP-ers uitermate succesvol zijn in het overdragen van NLP aan anderen, maar niet in staat zijn – of er althans niet voor kiezen – om NLP op zichzelf en hun eigen levens toe te passen. Grinder wil een soort NLP maken, dat zo gestructureerd is dat je het alleen voor anderen – als trainer of coach – kunt gebruiken als je het zelf perfect beheerst. Grinder ziet het nu als een ontwerpfout dat dit – overdragen zonder persoonlijke integratie – met het ’klassieke’ NLP wel kan.

Deze nieuwe vorm van NLP, die met name beïnvloed lijkt door Erickson en Bateson, gaat van de volgende principes uit:
– Het onbewuste van de cliënt wordt expliciet betrokken bij het uitkiezen van de doelen, de hulpbronnen en de nieuwe gedragingen.
– Het nieuwe gedrag moet de oorspronkelijke positieve bedoeling van het oude gedrag vervullen.
– De verandering vindt plaats op het niveau van de innerlijke toestand of intentie, in plaats van het niveau van gedrag.

Enkele belangrijke technieken in het New code NLP zijn:

  1. Meervoudige waarnemingsposities
    het beschrijven van een situatie vanuit minimaal drie verschillende standpunten, meestal het eigen standpunt, het standpunt van een andere betrokkene en de situatie bekeken vanuit de relatie.
  2. Het gebruik van tijdslijnen
    Hierbij worden verschillende gebeurtenissen uit het leven van de cliënt ruimtelijk op verschillende plaatsen neergezet.
  3. Het ’stopzetten van de wereld’
    Deze methode, ontleend aan het werk van Carlos Castaneda, behelst vooral het stopzetten van de innerlijke dialoog en concentratie op de zintuiglijke waarneming.
  4. ’Editing’
    Dit houdt in dat er nieuwe ervaringen worden gecreëerd door elementen van andere ervaringen te koppelen aan lichaamshoudingen. De nieuwe ervaringen worden gebruikt om reacties op belangrijke keuzemomenten (`choice points’) te vervangen.
  5. Ideomotore signalen
    Dit is een methode die nauw verwant is aan de hypnotherapie van Erickson. Er wordt daar verschillende manieren gezocht waarop het onbewuste met het bewuste denken kan communiceren. Dit element was ook al aanwezig in de ’klassieke’ vorm van NLP, maar in de ’New code’ staat het meer centraal.
  6. Het gebruik van ’high performance games’
    Er worden in het ’New code’ NLP spellen gebruikt, zoals bijvoorbeeld het ’alfabet spel’, die de gebruiker door sterke concentratie in een toestand brengen waarin zijn bewuste denken zijn onbewuste optimaal gecoördineerd zijn.
 

 

Deze nieuwe ontwikkeling heeft niet het effect dat Grinder ervan verwacht. In de praktijk blijkt dat de nieuwe technieken van de New Code net zo gemakkelijk kunnen worden gebruikt door mensen die ze niet in hun eigen leven toepassen als de eerdere technieken van het klassieke NLP. Ze worden dan ook al snel in veel ’klassieke’ NLP-trainingen en -opleidingen opgenomen. Tegenwoordig worden ze in feite zelden meer van de rest van NLP onderscheiden. Het ideaal van de NLP-techniek die dankzij zijn structuur alleen maar overgedragen kan worden door iemand die hem volkomen congruent toepast, is helaas nog niet bereikt. Aan het eind van de jaren 80 stopt Grinder met het geven van publieke trainingen en seminars (op een enkele uitzondering na). Vanaf dat moment tot op heden richt hij zich op het adviseren van organisaties.

Bandler solo: design human engineering en toneelhypnose

Bandler ontwikkelt vanaf het begin van de jaren 80 ook een eigen ’nieuwe en beter’ systeem, dat hij ’Design Human Engineering’ (DHE) noemt. Deze methode is gebaseerd op subtiele verschillen in de kwaliteit van onze innerlijke beelden, geluiden en gevoelens, de z.g. ’submodaliteiten’. Voorbeelden van submodaliteiten – er zijn er tientallen – zijn: de helderheid of de kleurverzadiging van innerlijke beelden, de snelheid of de toonhoogte van geluiden en de plaats of de mate van energie van gevoelens. Bandlers werk met submodaliteiten behelst vooral het creëren van nieuwe ervaringen door submodaliteiten te veranderen. Zijn werk lijkt van de jaren 80 en 90 te worden gekenmerkt door de volgende eenvoudige, doch veelomvattende redenatie:

  1. Al onze mogelijkheden in het leven worden bepaald door de submodaliteiten van onze innerlijke ervaring.
  2. We hebben volledige controle over die submodaliteiten.
  3. We kunnen dus alles bereiken wat we maar willen, door die submodaliteiten te veranderen.

Het werken met submodaliteiten, innerlijke strategieën en ankers was al in het ’klassieke’ NLP aanwezig. In DHE wordt het verder uitgewerkt. In die zin heeft DHE weinig nieuws te bieden. Wat echter wel sterk verandert, zijn de vorm waarin de methode wordt aangeboden en de algemene doelstelling. In DHE wordt bijvoorbeeld gewerkt met gefantaseerde innerlijke ’machines’ waarmee de deelnemers hun submodaliteiten ’besturen’. Ook de doelstelling verandert: de algemene oriëntatie verschuift van curatief naar generatief en van ander naar zelf. Dit is overigens een algemene trend in de jaren 90. In de jaren 80 was NLP grotendeels gericht geweest op het helpen oplossen van psychische problemen bij anderen (clienten, patienten, coachees, medewerkers). In de jaren 90 richten zowel DHE, New Code als ’mainstream’ NLP, zich meer op het genereren van nieuwe mogelijkheden in de deelnemers zelf. De focus verschuift van ’mensen helpen hun problemen op te lossen’ naar ’het beste uit jezelf halen’.

Halverwege de jaren 90 gaat Bandler samenwerken met Paul McKenna, een bekende Engelse toneelhypnotiseur. Zijn werk verschuift nu sterk in de richting van hypnose en hij noemt zijn methode nu ’Neuro Hypnotic Repatterning’. Tot op heden geeft hij trainingen, waarin hij humoristische presentaties geeft die doen denken aan stand-up comedy en demonstraties van een soort toneelhypnose waarbij hij cliënten – die overigens nauwelijks de kans krijgen om iets te zeggen – NLP-achtige processen laat doorlopen. Wat opvalt in zijn recente trainingen, is dat hij zeer uitgebreid vertelt over exact dezelfde cliënten die hij ook 30 jaar geleden al beschreef en dat hij nauwelijks of geen nieuwere praktijkvoorbeelden geeft.

 

 

Zoals Bateson al opmerkte (zie het citaat hierboven), komen belangrijke ontwikkelingen vaak voort uit de synergie tussen personen. Niet alleen de synergie tussen Bandler en Grinder eindigt begin jaren 80, ook hun wisselwerking met mensen als Robert Dilts en Stephen Gilligan komt grotendeels tot stilstand. En het is vooral deze tweede generatie NLP-ers geweest die NLP heeft gestructureerd en NLP stabiel, overdraagbaar en acceptabel heeft gemaakt. Al met al doen Bandler en Grinder na de jaren 80 denken aan de Beatles toen die uit elkaar waren. Ze maken nog wel nieuwe nummers, maar die halen niet meer het creatieve niveau van hun eerdere werk en ze hebben niet meer de impact die hun werk in de jaren 70 had….

Nieuwe ontwikkelaars, nieuwe doelgroepen

Vanaf de jaren 80 kent NLP diverse verschillende ontwikkelaars, veel verschillende doelgroepen en een grote internationale verspreiding. Een aantal NLP-ers van de tweede generatie, onder wie met name Leslie Cameron Bandler, David Gordon, Anthony Robbins, Robert Dilts, Todd Epstein en Stephen Gilligan zet de ontwikkeling van NLP voort. Doordat zij dat allemaal op hun eigen manier doen, ontstaat er een veelheid van verschillende accenten en technieken. Bovendien verschuift al in de jaren 80 de doelgroep van NLP. De eerste mensen die zich in de jaren 70 in NLP verdiepen, werken vrijwel allemaal in en rond de psychotherapie. Zij zijn meestal psycholoog, psychotherapeut, maatschappelijk werker of psychiater. Vanaf de jaren 80 echter, komen er steeds meer managers, trainers, onderwijzers, adviseurs, verkopers, voorlichters en zelfs advocaten, douaneambtenaren en spionnen naar de NLP workshops. NLP blijkt nuttig te zijn in vrijwel ieder beroep waarin communicatie een hoofdrol speelt en waarin resultaten belangrijk zijn. Ook deze uitbreiding van de doelgroep draagt bij aan de grote variatie. Tevens worden er dan in vrijwel alle Westerse landen NLP-instituten opgericht, waardoor ook nationale verschillen ontstaan. De aanbieders van NLP-trainingen beginnen van dan af te variëren van spiritueel tot zakelijk, van uitstekend onderlegd tot nauwelijks opgeleid en van uiterst integer tot hypercommercieel. Aangezien er geen centrale autoriteit bestaat die NLP reguleert, kan iedereen die dat wil NLP-trainingen aanbieden.

Metaprogramma’s en overtuigingen

In de jaren 80 voegt Leslie Cameron Bandler de metaprogramma’s toe aan NLP. Zij constateerde dat Bandler in zijn werk impliciet onderscheidingen, zoals proactief/reactief, naartoe/weg van of globaal/specifiek, gebruikt om cliënten in te schatten en te benaderen. Zij verzamelt deze onderscheidingen en begint ze te gebruiken om trends in de inhoud van iemands denken vast te stellen. Ze noemt deze denkstijlverschillen `metaprogramma’s’, omdat ze `meta’ staan ten opzichte van de directe zintuiglijke `programmering’. Verder ontwikkelt zij methoden om met behulp van metaprogramma’s emoties te veranderen en iemands fundamentele levenshouding te definiëren. Haar werk mondt uit in een systeem voor persoonlijke ontwikkeling dat zij ’Imperative Self Analysis’ noemt, waarbij `imperative’ vooral de betekenis van `fundamenteel’ heeft.

Een tweede ontwikkeling in de jaren 80 en 90 is het werk van Robert Dilts op het vlak van de overtuigingen. Hij ontwerpt verschillende diepgravende NLP technieken voor het veranderen van belangrijke beperkende overtuigingen. Daarnaast ontwikkelt hij een groot aantal NLP modellen en technieken voor toepassingsgebieden zoals fysieke gezondheid en leiderschap en vertaalt hij verschillende belangrijke ideeën van Bateson in concrete NLP methoden, zoals de hiërarchie van logische niveaus en het `uitlijnen’ daarvan. Het is opmerkelijk hoe Leslie Cameron en Robert Dilts twee aspecten van de menselijke ervaring kozen (emoties en overtuigingen) die in onze cultuur worden beschouwd als zaken waarin iemand weinig kan veranderen. De meeste mensen gaan er van uit dat je nu eenmaal gelooft wat je gelooft en je voelt wat je voelt. Zij voegen aan NLP mogelijkheden toe om juist op deze gebieden verandering tot stand te brengen.

In de jaren 80 beginnen ook de successen van ’motivational speaker’ Anthony Robbins. Hij combineert in eerste instantie NLP met het vuurlopen (lopen over gloeiende kolen) en trekt zeer grote aantallen mensen aan met de klassieke beloften van geld, geluk en macht en een vorm van ’viral marketing’, waarbij deelnemers actief worden ingezet om nieuwe deelnemers te werven. Maar het moet gezegd worden: Robbins – en later ook zijn Nederalndse navolger, Emile Ratelband – slaagt er wel in om NLP toegankelijk te maken voor grote groepen mensen, wat absoluut een mooie prestatie is. Robbins coacht zelfs diverse wereldleiders onder wie Michail Gorbatsjov, prinses Diana, George Bush en Bill Clinton.

Eerste, tweede en derde generatie NLP

In de jaren 00 onderscheidt Robert Dilts verschillende ’generaties’ in NLP, analoog aan de verschillende generaties van de – tegelijk met NLP ontstane – Apple computer. Dit is weliswaar een sterk vereenvoudigde weergave van de ontwikkeling van NLP, maar het geeft wel enkele trends goed weer. In grote lijnen kunnen we zeggen: de eerste generatie NLP is gericht op cognitieve intelligentie, de tweede generatie richt zich daarnaast ook op de ’somatische intelligentie’ en de derde generatie is daarnaast ook nog veldgericht.

De eerste generatie NLP is het werk van Bandler en Grinder tot en met het begin van de jaren 80, zoals hierboven beschreven. Dit blijft de basis van NLP. De tweede generatie NLP ontwikkelt zich halverwege de jaren 80 en in het begin van de jaren 90. Zoals gezegd, neemt dan het aantal toepassingsgebieden sterk toe, en de focus breidt zich uit van gedrag en vermogens naar overtuigingen. Er wordt nu ook gewerkt met thema’s zoals kernwaarden en metaprogramma’s (denkstijlen). Ook wordt er in de tweede generatie al een grotere plaats ingeruimd voor de ’somatische intelligentie’, dat wil zeggen het lichaam en het onbewuste als belangrijke informatiebronnen. Er worden meer geïntegreerde methoden gebruikt zoals waarnemingsposities en tijdslijnen. De derde generatie NLP houdt zich, naast al het voorgaande, bezig met thema’s zoals identiteit, visie en missie. De derde generatie is bovendien ’veldgericht’, dat wil zeggen dat zij ook grotere systemen zoals gezinnen, organisaties en culturen bij het veranderingsproces betrekt. De derde generatie NLP maakt gebruik van begrippen zoals zelforganisatie, archetypen en energievelden. Gereedschappen van deze derde generatie zijn bijvoorbeeld het uitlijnen van logische niveau het scheppen en beschermen van een creatieve ondersteunende ruimte en ’sponsorschap’ ( het valideren en verwelkomen van de ander zoals hij of zij is).

Het is overigens niet zo, dat de derde generatie de eerdere generaties vervangt, zoals dat wel het geval is met Apple computers. Als we NLP vergelijken met bijvoorbeeld meubelmaken, dan houdt de eerste generatie zich bezig met ambachtelijke vaardigheden zoals zagen, schroeven en timmeren. De tweede generatie beseft dat je een betere meubelmaker bent als je gelooft in je vak. En de derde generatie wordt zich er van bewust dat het proces van het meubelmaken niet in een vacuüm plaatsvindt, maar onderdeel is van een bredere cultuur, waar ook bijvoorbeeld architectuur en grafisch ontwerp onderdelen van zijn. Het feit dat je je daar van bewust bent, betekent uiteraard niet dat je zonder zagen en timmeren een goede meubelmaker kunt zijn. De latere generaties versterken en omvatten de eerdere.

NLP in Nederland

NLP waait vrij snel over van Amerika naar Nederland. Het Instituut voor Eclectische Psychologie (IEP) organiseert in 1981 de eerste NLP-workshop in ons land en in 1983 volgt de eerste volledige NLP opleiding. Sinds die tijd houdt de ontwikkeling in Nederland ongeveer gelijke tred met die in de Verenigde Staten, vooral ook door de vele werkbezoeken van Robert Dilts, die vanaf het begin veel voor het IEP werkte, maar ook John Grinder, Todd Epstein, David Gordon en Stephen Gilligan geven op enig moment workshops voor het IEP. Daarnaast worden door Nederlandse NLP-trainers m.n. binnen het IEP diverse NLP-boeken geschreven en NLP-technieken ontwikkeld, zoals de pragmagie, het binnen-buiten model, de kernspeurder, het sociaal panorama en ’ecologisch veranderen in organsiaties’. Ook worden er in Nederland computertoepassingen van NLP ontwikkeld zoals ’MPA MindSonar (het meten van metaprogramma’s) en MindMentor (on line coaching). Naast het IEP kent Nederland momenteel ongeveer 40 andere NLP-instituten die NLP-trainingen aanbieden.

NLP en de wetenschap

De relatie tussen NLP en de wetenschap is van het begin af aan moeizaam. In de jaren 70 en 80, met de Vietnam-oorlog en de atoomdreiging, wordt de Westerse wetenschap door velen gezien als een verlengstuk van het ‘militair-industriële complex’. Een corrupt en agressief politiek systeem beheerst de geldstromen die uiteindelijk bepalen wat er door de wetenschap wordt onderzocht en wat er wel en niet wordt gepubliceerd. De sympathieën van NLP liggen in die tijd meer bij de tegencultuur dan bij de gevestigde orde. Er is binnen NLP wel waardering voor de wetenschappelijke methode, maar goedkeuring van de ‘mainstream’ wetenschap is voor de eerste NLP-ers beslist geen prioriteit. Van het begin af aan is er in NLP überhaupt weinig aandacht voor regulering. NLP-ontwikkelaars leggen zich toe op het genereren van veel nieuwe ideeën en de waarde daarvan wordt bepaald door het uittesten in de praktijk. Formele wetenschappelijke toetsing wordt overgelaten aan de toekomst. Aan de ene kant heeft dat het voordeel dat NLP zich zeer snel kan ontwikkelen. Het nadeel is dat in principe iedereen alles kan beweren over NLP, zonder door een centrale autoriteit te worden gecorrigeerd.

Een gevolg hiervan is dat vanaf de jaren 90 NLP herhaaldelijk door wetenschappers wordt aangevallen. Zo beweert de Nederlandse psychologieprofessor Drenth bijvoorbeeld in de jaren 90, dat NLP “niets met modelleren te maken heeft” en dat “NLP een fake naam is die gebruikt wordt om in de openbaarheid in wetenschappelijke basis te suggereren”. En psycholinguïsticus Levelt legt uit, dat de neurolinguistiek “onderzoekt hoe spreken en taal verstaan door de hersenen wordt gestuurd, gebruik makend van klinisch onderzoek aan afasiepatiënten, en van moderne beeldtechnieken zoals positronemissie tomografie en magneto-encefalografie”. Aangezien NLP zich daar niet mee bezighoudt, neemt hij aan “dat de grondleggers gewoon dankbaar gebruik hebben gemaakt van de glamour die rond de term ’neuro-linguïstiek’ hangt”. Verder hebben verschillende wetenschappers erop gewezen dat er geen effectonderzoek is gedaan naar NLP; er is nooit in kwantitatieve onderzoeken aangetoond dat NLP effectief is. Zowel Drenth als Levelt beweren dat zij ‘onderzoek’ naar NLP hebben gedaan”, Drenth beweert zelfs dat hij NLP “grondig wetenschappelijk heeft onderzocht”. In feite hebben zij echter niet meer gedaan dan enkele boeken over NLP lezen. Op zich hoeft dit natuurlijk niet te betekenen dat zij ongelijk hebben, maar het is vreemd als wetenschappers uitspraken doen over zaken waar zij geen wetenschappelijke gegevens over hebben.

In feite komt de kritiek die deze wetenschappers op NLP hebben op vier hoofdpunten neer:

  1. NLP gebruikt de term ‘neurolinguistisch’ in een andere betekenis die afwijkt van het wetenschappelijke jargon
  2. NLP-ers gebruiken deze term met als doel om het publiek te misleiden
  3. NLP doet beweringen die niet – of niet meer – in overeenstemming zijn met de meest recente wetenschappelijke inzichten
  4. Er is geen rigoureus wetenschappelijk effectonderzoek naar NLP gedaan.

NLP is geen academische neurolinguïstiek

Als wetenschappers beweren dat NLP iets anders is dan de wetenschappelijke neurolinguïstiek, aangezien NLP zich niet bezighoudt met positronemissie tomografie, dan hebben zij daar zondermeer gelijk in. En wellicht is het een onhandige keuze van Bandler en Grinder geweest om het veld ooit zo te noemen. Aan de andere kant echter, heeft NLP ook nooit beweerd dat het zich bezighoudt met neurolinguïstiek in de wetenschappelijke zin. Sterker nog, NLP heeft nooit welke wetenschappelijke pretentie dan ook gehad. Dat zou ook volstrekt onlogisch zijn geweest, gezien het negatieve beeld dat de meeste NLP-ers in de jaren 70 en 80 van de wetenschap hadden. De term ‘neurolinguistisch’ in NLP duidt slechts op de aanname dat er een wisselwerking is tussen de taal en het zenuwstelsel. Wat we zeggen en denken beïnvloedt wat er fysiologisch in onze hersenen gebeurt en vice versa. Een stelling die zelfs door wetenschappers als Levelt moeilijk bestreden kan worden. Maar om NLP nu te verwijten dat het geen wetenschappelijke neurolinguïstiek is, dat is net zoiets als een goudreinet verwijten dat hij niet echt van goud is gemaakt. Verder beweren sommige wetenschappers dat NLP-ers het publiek bewust zouden misleiden, door wetenschappelijke termen te gebruiken. Levelt suggereert zelfs dat NLP gebruik zou willen maken van ‘de glamour die rond de term ’neurolinguïstiek’ hangt’. Dit lijkt een ernstige vorm van beroepsdeformatie. Hoeveel glamour hangt er voor grote publiek rond dit soort moeilijke woorden? Maar nog veel belangrijker: hoe weet men eigenlijk wat de motivatie van NLP-ers is? Het is een interessante hypothese, maar er is geen enkel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de motivatie van NLP-ers om dit soort termen te gebruiken. Dus dient een integere wetenschapper zich te onthouden van uitspraken over die motivatie.

Recente wetenschappelijke inzichten ondersteunen NLP

Het derde kritiekpunt is dat sommige aannames van NLP gebaseerd zijn op verouderde wetenschappelijke inzichten. In dit verband citeert Levelt een bewering over hersengolfactiviteit uit een NLP-boek van 30 jaar geleden (1980). Het natuurlijk niet vreemd als zulke oude teksten gedeeltelijk achterhaald zijn. Als we zouden kijken naar wetenschappelijke publicaties van 30 jaar geleden, vinden we daarin ongetwijfeld ook stellingen die inmiddels achterhaald zijn. Het is onzin om dan te zeggen dat ‘de wetenschap’ achterhaalde ideeën gebruikt. Waarmee overigens niet gezegd wil zijn, dat er nergens in NLP achterhaalde ideeën te vinden zijn. Aan de andere kant zijn er verschillende recente wetenschappelijke inzichten die juist heel goed aansluiten bij de praktijk van NLP. In de wetenschappelijke literatuur van de afgelopen 10 jaar vinden we enkele inzichten die opvallend nauw aansluiten bij de praktijk van NLP. Enkele voorbeelden daarvan zijn
– de ontdekking van de spiegelneuronen
– het inzicht in de constructieve aard van de herinnering
– de neurologische basis van imaginatie.

Voorbeeld 1: Spiegelneuronen
Een spiegelneuron is een neuron dat niet alleen vuurt als een dier een handeling uitvoert, maar ook als het een handeling ziet uitvoeren door een ander dier (vooral van dezelfde soort). Het neuron weerspiegelt dus als het ware het gedrag van een ander dier, doordat het op dezelfde manier actief is als wanneer het dier de handeling zelf uitvoert. Sommige wetenschappers beschouwen spiegelneuronen als een van de belangrijkste recente ontdekkingen in de neurowetenschap. Spiegelneuronen lijken een rol te spelen bij het begrijpen en interpreteren van de acties van anderen, het inzicht in denkpatronen bij anderen en het emotioneel inlevingsvermogen (empathie). Deze bevindingen sluiten naadloos aan bij de NLP-technieken rond het opbouwen van rapport, die voor een belangrijk gedeelte gebaseerd zijn op het ‘spiegelen’ van de gedragingen van de ander.

Voorbeeld 2: Constructive memory
Een ander recent wetenschappelijk inzicht dat aansluit bij NLP, is dat van het constructieve herinneren (constructive remembering). In de cognitieve psychologie is men het er sinds het midden van de jaren 90 over eens, dat herinneren een kwestie is van construeren, geen kwestie van reproduceren. De hersenen zoeken als het ware stukjes en beetjes uit verschillende bronnen bij elkaar en bouwen daarmee een herinnering op. Dit inzicht biedt een uitstekende theoretische onderbouwing voor de NLP-techniek ‘change personal history’. In deze techniek worden problematische herinneringen opgezocht. Vervolgens worden deze herinneringen veranderd door er nieuwe elementen (positieve hulpbronnen) aan toe te voegen. Daardoor veranderen zowel het karakter van de herinnering als de invloed van die herinnering op het gedrag. Tot het begin van de jaren 90 gingen wetenschappers er nog van uit dat ervaringen werden opgeslagen in de hersenen, om dan bij het herinneren min of meer natuurgetrouw te worden gereproduceerd. In het licht van die theorie zou de genoemde NLP techniek niet kunnen werken. De nieuwe wetenschappelijke inzichten rond constructief herinneren echter, verklaren juist heel goed waarom deze NLP-techniek effectief is.

Voorbeeld 3: Neurologische basis van imaginatie
Als derde voorbeeld noem ik het wetenschappelijke inzicht dat imaginatie (het innerlijk oproepen van beelden) en perceptie dezelfde neurologische circuits gebruiken. In gewoon Nederlands gezegd: fantasie en waarneming gebruiken dezelfde gedeelten van de hersenen. Zo zijn er bijvoorbeeld specifieke gebieden in de hersenen die geactiveerd worden bij het zien van gezichten. In het begin van de jaren 00 werd aangetoond dat dezelfde gebieden – op dezelfde manier – worden geactiveerd, wanneer mensen aan gezichten denken. Ook dit recente wetenschappelijke inzicht sluit strak aan bij NLP. In NLP wordt namelijk gewerkt met ‘afstemmen op de toekomst‘. Dit houdt in dat iemand zich een levendige voorstelling (imaginatie) maakt van hoe hij zich in de toekomst gaat gedragen. Als hij hiermee dezelfde hersengebieden activeert als wanneer hij het daadwerkelijk zou hebben gedaan, wat het bovengenoemde inzicht dus aannemelijk maakt, dan is het ook begrijpelijk waarom dit een goede strategie is om te veranderen.

Het zou te ver voeren om hier alle moderne wetenschappelijke inzichten te noemen die NLP ondersteunen. Deze drie voorbeelden tonen echter aan dat er nieuw wetenschappelijke onderzoek is dat uitstekend past bij NLP. Om terug te komen op de kritiek van de wetenschap: in de totale NLP literatuur zullen vast wel onjuiste en achterhaalde ideeën te vinden zijn, zeker als je daarbij 30 jaar terug gaat. Maar aan de andere kant is NLP ook een goede weerspiegeling van verschillende recente wetenschappelijke inzichten.

Effectonderzoek

En daarmee komen we dan op het vierde en laatste wetenschappelijke kritiekpunt, namelijk dat er geen effectonderzoek naar NLP is gedaan. Gelukkig – voor ons NLP-ers – is dit standpunt inmiddels achterhaald. In 2010 publiceerde het IEP een effectonderzoek dat aantoonde dat slechts één NLP-sessie bij 64% van de clienten een significant (zeg maar: statistisch-wetenschappelijk bewezen) positief effect had. Toch valt er op dit laatste kritiekpunt geen 100% af te dingen. Het IEP heeft weliswaar een goed effectonderzoek gedaan – en zal er vast nog wel meer doen – maar het was beter geweest als de gezamenlijke NLP-ers het in de afgelopen 30 jaar voor elkaar hadden gekregen om tientallen overtuigende effectonderzoeken te doen. Maar helaas, dat is niet gebeurd. Dat wil uiteraard niet zeggen dat NLP niet effectief is. Het feit dat NLP al zo lang door zoveel mensen op zoveel verschillende gebieden wordt gebruikt, zegt natuurlijk ook iets. Het maakt het op zijn minst aannemelijk dat het positieve resultaten oplevert. Desondanks was het voor de geloofwaardigheid van NLP beter geweest wanneer deze praktijkervaringen met nog wat meer cijfers waren gestaafd.

Literatuur over de achtergronden van NLP

  • Dilts, R. en Delozier, J.
    Encyclopedia of Systemic NLP and NLP New Coding
    2000, NLP University Press, Scotts Valey, USA.
  • Derks, L. en Hollander, J.
    Essenties van NLP
    Sleutels tot persoonlijke verandering
    2000, Kosmos Uitgevers
  • Bandler, Richard and Grinder, John
    The Structure of Magic
    A Book about Language and Therapy
    1975, Science & Behavior Books, Palo Alto
  • Bandler, Richard and Grinder, John
    Frogs into princes: Neuro Linguistic Programming
    1979, Real People Press
  • Erickson, Milton H.
    Hypnotic Realities
    The Induction of Clinical Hypnosis and Forms of Indirect Suggestion.
    1976, Irvington Publishers
  • Erickson, Milton H.
    The Collected Papers of Milton H. Erickson on Hypnosis
    Volume I: Nature of Hypnosis and Suggestion.
    Volume II: Hypnotics Alteration of Sensory, Perceptual and Psychophysiological Processes.
    Volume III: Hypnotic Investigation of Psychodynamic Processes
    1980, Irvington Publishers
  • Grinder, John and Bandler, Richard
    The Structure of Magic II
    A Book about Communication and Change
    1975, Science & Behavior Books, Los Altos, California
  • Korzybski, Alfred H.
    Science and Sanity
    An Introduction to Non-Aristotelian Systems and General Semantics
    1933, International Non-Aristotelian Library Publishing Co.
  • Korzybski, Alfred H.
    Manhood of Humanity
    1921, International Non-Aristotelian Library Publishing Co.
  • Miller, George A.; Galanter, Eugene and Pribram. Karl H.
    Plans and the Structure of Behavior
    1960, Henry Holt & Co.
  • Perls, Fritz, and Perls, Frederick S.
    Gestalt Approach and Eye Witness to Therapy
    1973, Science and Behavior Books
  • Satir, Virginia M.
    Making Contact
    1976, Celestial Arts
  • Satir, Virginia M.
    Your Many Faces
    1978, Celestial Art
  • Zeig, Jeffrey K. (Editor).
    A Teaching Seminar With Milton H. Erickson
    1980, Brunner/Mazel