De uitdagende stijl van helpen

Een frisse wind waait door de coachingswereld! Na meer dan twintig jaar “knikken en hummen” is ons vakgebied nu toe aan een uitdagende stijl van helpen. Provocatief coachen is een revolutionaire cocktail van humor, warmte, uitdaging en verrassing. Ineens zit uw cliënt te roepen dat hij wèl de moeite waard is, dat hij het wèl kan en dat hij het nu -#@¿¥N§! – écht gaat doen. Is dit een droom? Nee, dit is een provocatief principe in actie: “Als je wilt dat de ezel vooruitgaat, trek hem dan aan zijn staart.”

Het IEP is het Nederlandse Mekka van het provocatieve coachen

Het IEP is al sinds jaar en dag het Nederlandse epicentrum van het provocatieve coachen. Frank Farrelly, de grondlegger van de provocatieve therapie, werkte meer dan 25 jaar voor het IEP en de opleiding provocatief coachen wordt al meer dan 10 jaar bij het IEP gegeven. Ook Jaap Hollander en Jeffrey Wijnberg, de belangrijkste provocatieve auteurs in het Nederlandse taalgebied, geven hun provocatieve trainingen voor het IEP. Vrijwel iedereen, die iets met provocatief coachen doet in Nederland, is door het IEP opgeleid.

Provocative trainingen bij het IEP

Wij hebben een uitgebreid scala aan provocatieve trainingen:

  • Introductietraining provocatief coachen
    Een compacte training van een dag, waarin u kennis maakt met de provocatieve manier van werken, waarin u de methode aan den lijve ervaart en uw eerste stappen zet op dit nieuwe terrein.
    Klik hier voor meer informatie over deze training.
  • Jaartraining provocatief coachen
    Dit is een opleiding van een jaar (14 trainingsdagen) waarin u zich het provocatieve coachen grondig eigen kunt maken.
    Klik hier voor meer informatie over deze training.
  • Vervolgtraining provocatief coachen
    Verder bieden we, voor de echte provocatieve ‘die-hards’ een tweede jaar provocatief coachen aan, maar de jaartraining is een op zichzelf staand, compleet geheel. En voor de echte adepten is er daarna zelfs nog een doorgaande training ‘Provocatief coachen voor gevorderden’. Dit is voornamelijk een gelegenheid om af en toe nog eens een dagje op de ‘home base’ mee te komen doen met de training en de supervisie.
  • Provocatief werken met teams
    Ook bij het opbouwen van teams biedt de provocatieve stijl nieuwe mogelijkheden. Hierover geeft Rob Hogewoning voor het IEP een speciale training.
    Klik hier voor meer informatie over deze training.
  • Provocatief werken met relaties
    Jeroen Stek geeft een speciale training over provocatieve relatietherapie: Horken en heksen, de strijd tussen de seksen.
    Klik hier voor meer informatie over deze training.

 

Naar boven

Voooronderstellingen van het provocatieve coachen

In ons eerste boek over provocatief coachen, met de toepasselijke titel ‘Provcatief coachen’, zetten we de uitgangspunten op een rijtje. Hieronder vindt u een beknopte versie van het eerste hoodfdstuk. Klik hier voor meer provocatieve boeken

 

ISBN10: 9055944513

ISBN13: 9789055944514

Meer weten…

 

ISBN10: 9055943835

ISBN13: 9789055943838

Meer weten…

 

 

Het meest persoonlijke is universeel

Wie als traditionele coach of therapeut de stelling hoog in het vaandel draagt, dat ieder mens uniek is, zal daar sterk door worden beïnvloed. Hij zal de cliënt uitgebreid aan het woord laten, hij zal vaak om persoonlijke voorbeelden vragen van en hij zal ervoor waken om de klachten te bagatelliseren. Herkent u al iets? De cliënt is immers uniek. Zijn verhaal moet met unieke, persoonlijke ervaringen worden ingevuld. Niets mag voetstoots, op basis van algemene principes worden aangenomen. Omgekeerd zal een provocatieve coach, die meer waarde hecht aan de universaliteit van de menselijke ervaring, zijn cliënt vaker in de rede vallen, zelf rake voorbeelden ophoesten en niet bang zijn om de betrekkelijkheid van de klachten te benadrukken. Twee kleine illustraties:

Traditionele coach, uitgaande van uniciteit:

Man: “Mijn huwelijk is al jaren niks meer.”
Coach: “Wat ellendig; hoezo niks?”
Man: “Tja, kijk het is begonnen toen ik…..”
Coach (een kwartier later): “Hmmm, wat naar dat u zich zo gekleineerd hebt gevoeld.”

Provocatieve coach, uitgaande van universaliteit:

Man: “Mijn huwelijk is al jaren niks meer.”
Coach: “Wat is het geworden… de drank of een vriendin?”
Man: “Allebei, maar die verhouding van mij….”
Coach: “Is je overkomen… daar was je niet op uit.”
Man: “Precies, maar…

Het is heel goed mogelijk dat de provocatieve visie in het geheel niet strookt met uw eigen visie op mensen in het algemeen en op mensen-die-het-moeilijk-hebben in het bijzonder. Een visie is immers niets anders dan een standpunt, een mening die ook weerlegd kan worden. Mocht u zich door de ‘provocatieve visie’ verontwaardigd, opstandig of uitgedaagd voelen, dan onderschrijft u eigenlijk datgene wat het menselijk karakter het meest typeert, namelijk het vermogen om onafhankelijk stelling te nemen. En het is nu juist deze kracht, deze menselijke eigenschap, waar de provocatieve hulpverlener (coach of therapeut) op uit is. Hij wil mensen bewegen om gebruik te maken van hun vrijheid van denken. Het stimuleren van een eigen visie, een nieuwe visie, een andere visie is belangrijk in het therapeutisch werken met mensen. Immers, het leven is soms zo dwingend en bepalend dat alleen het denken zich er boven kan verheffen. Hoe dan ook, de mensvisie van de provocatieve hulpverlener wordt nooit als een religie beleden, hij wordt onmiddellijk gerelativeerd omdat de werkelijkheid zich nooit laat dwingen tot één waarheid. Misschien is dat wel de reden waarom tijdens het provocatief werken met mensen zoveel gelachen wordt: opvattingen staan vaak zo haaks op de werkelijkheid van alledag, dat de spanning daartussen zich als vanzelf ontlaadt. Ooit begonnen wij een therapiesessie met een oudere man van 73 door te zeggen: ‘Na je veertigste levensjaar is de rit alleen nog maar van de bergtop naar beneden’ waarop hij zei: ‘Ja, maar niet als je een verhouding begint met een vrouw van 28; dan moet je jezelf wel omhoog slepen.’

Naar boven

Mensen zijn veerkrachtiger dan ze lijken

In de provocatieve therapie en de provocatieve coaching wordt gezegd: mensen zijn veerkrachtiger dan je denkt. Mensen hebben veel meer daadkracht, uithoudingsvermogen en gevoel voor humor, dan je zou zeggen wanneer je ze over hun problemen hoort praten. Ze kunnen tegen een stootje. Ze zijn niet zo kwetsbaar en onwetend en zielig als zijzelf en jij als hulpverlener of adviseur soms denken. Een van ons beiden – u mag raden wie -j heeft in zijn leven al drie maal een zware depressie doorstaan. De eerste keer begon toen hij na zijn eindexamen het ouderlijke huis verliet en duurde bijna vier jaar. De tweede keer was vlak voordat hij als econoom afstudeerde en zijn vaste verkering uitraakte. Met het herstellen van die depressie was hij een goed jaar zoet. Toen hij op rond zijn veertigste levensjaar de problemen in zijn huwelijk niet kon oplossen zakte hij zo diep weg dat hij werd opgenomen op de afdeling psychiatrie van een algemeen ziekenhuis. De opname duurde een half jaar. Maar voordat hij er weer helemaal bovenop was, had hij er weer twee jaar ellende opzitten. Wie hem nu aanschouwt, zou nooit kunnen geloven dat hij tot drie keer toe een eind aan zijn leven wilde maken. Zijn huwelijk heeft weer nieuw elan, zijn carrière als psycholoog gaat voorspoedig en in het sociale verkeer oogt hij als een charmante, vriendelijke en zelfverzekerde man. Op dit moment kan hij zelf ook niet geloven dat hij een paar jaar geleden als zombie door de gangen van het ziekenhuis liep op weg naar een uurtje creatieve therapie. Hij moet lachen als ik – de ander helft van ons duo – hem er aan herinner hoe hij als slappe vaatdoek tussen de andere psychiatrische patiënten probeerde om achter het pottenbakkerswiel een klein asbakje te fabriceren. Hij pakt het bedoelde asbakje van het bureau in zijn kantoor en zegt met een glimlach om zijn mond: ‘elke keer als ik daar een sigaret in uitdruk, dan ben ik er trots op hoeveel kracht ik heb weten te ontwikkelen om mijzelf uit het dal te halen.’ Het zal duidelijk zijn dat hij ‘kwetsbaar’ is voor depressiviteit. En uit onderzoek blijkt dat mensen die één of meerdere depressies doormaken een grotere kans maken op nog een depressie in vergelijking met mensen die deze kwetsbaarheid niet hebben. Voor een hulpverlener is het dus belangrijk de kwetsbaarheden van de patiënt serieus te nemen. In de traditionele hulpverlening en ook in veel moderne coachings- en adviestrajecten wordt echter de kwetsbaarheid van de patiënt zo serieus genomen dat hij zich er in kan koesteren. De cliënt wordt vaak te veel bevestigd in het idee dat hij zwak en hulpeloos is. Dit gebeurt bewust of onbewust, direct of indirect, impliciet of expliciet op verschillende manieren.

De provocatieve hulpverlener kiest een omgekeerde houding. Door zelf onwetendheid, onhandigheid, onmacht en hulpeloosheid te claimen daagt hij de patiënt uit om zijn veerkracht te tonen. De persoonlijke en relationele kracht van de coach is een gegeven; die hoeft niet bewezen of benadrukt te worden. Veel belangrijker is het uiteindelijke welbevinden van de patiënt die het beste gediend is door hem aan te spreken op zijn persoonlijke verantwoordelijkheid. Ook al wordt dat aanspreken ij provocatieve coaching meestal in omgekeerde vorm gedaan, door te claimen dat de cliënt het juist niet kan. Als een cliënt tegen ons zegt: ‘Goh, ik ben helemaal de draad van het gesprek kwijt.’, dan is onze reactie meestal: “draad, welke draad; ik had helemaal niet door dat er een draad was.’ Als een cliënt zegt: “ik snap helemaal niet wat u bedoelt.’, dan is onze reactie: ‘tja, mensen zeggen wel vaker dat wij volstrekt onnavolgbaar zijn.’ “Kwetsbaarheid’ gebruiken we ook in de betekenis van al dan niet gespeelde ‘gevoeligheid’. Cliënten kunnen een speciale behandeling eisen door in het contact geschrokken, verontwaardigd, beledigd, kwaad of verongelijkt te reageren. Voor de onervaren coach is het dan verleidelijk om zijn houding aan te passen door omzichtiger, serieuzer of zachtaardiger te werk te gaan. De beoefenaar van de provocatieve stijl laat zich niet manipuleren en ramt, als het ware, als een olifant door de porseleinkast door net te doen alsof zijn neus bloedt. Een andere effectieve provocatieve manoeuvre is om met gelijke munt terug te betalen door als coach zelf ook geschrokken, verontwaardigd, beledigd, kwaad of verongelijkt te reageren, zij het vak met een grap pende ondertoon. Als een cliënt zegt: ‘hoe kunt u nou beweren dat ik eigenwijs ben als u mij niet langer dan een paar uur hebt meegemaakt’, dan reageren wij dikwijls met ‘en hoe kunt u onze deskundigheid nou in twijfel trekken als wij al 20 jaar met eigenwijze mensen zoals u gewerkt hebben.’ Hoe kwetsbaar de patiënt zich ook toont, de provocatieve hulpverlener zal alles in het werk stellen om hem op zijn eigen benen te laten staan. Het gaat er steeds weer om, om de cliënt uit te dagen om zijn hulpbronnen aan te spreken. Ook de zeer verlegen cliënt kan ineens een assertiever worden, als hij maar op de juiste manier benaderd wordt. En ook de arrogante directeur kan zich ineens in lachen uitbarsten en zich daarna veel gelijkwaardiger opstellen als hem d Provocatieve spiegel wordt voorgehouden. Mensen zijn veerkachtiger dan je denkt.

Naar boven

Vertrouwen is goed, controle is beter!

Maria (33) is verslaafd aan het roken. Tijdens haar twee zwangerschappen is zij er wel mee gestopt. Maar, zodra haar baby de eerste luiers omkregen rolde zij weer enthousiast een shagje. Zoals de meeste rokers hinkt Maria op twee gedachten: enerzijds probeert ze onbekommerd te genieten van haar sigaretje, anderzijds voelt zij zich schuldig dat ze haar lichaam vrijwillig vernielt. In haar achterhoofd heeft Maria een plannetje om te stoppen, maar het hoe en wanneer schuift zij steeds voor zich uit. Jan (39) is na 15 jaar werken als leidinggevende ambtenaar op Buitenlandse Zaken een eigen adviesbureau begonnen. Als interim-manager laat hij zich inhuren bij bedrijven die in nood verkeren. Als hij één keer aan het werk is, dan lopen zijn zaken voorspoedig. Maar zodra het weer tijd wordt om nieuwe klanten te werven, dan is hij nog altijd het verlegen jongetje dat hij als tiener ook al was. Nieuwe mensen aanspreken is niet zijn sterkste kant en hij heeft zich heilig voorgenomen om een seminar over netwerken te volgen om zijn contactuele gebrekkigheid wat op te vijzelen. Toch, als het er op aankomt, vindt hij altijd weer iets belangrijkers te doen en blijken de goede voornemens slechts loze kreten. Paula (32) heeft een onverzadigbare honger naar goedkeuring. Zij rent en draaft voor haar man, haar afdeling en haar kinderen; op het werk slooft zij zich uit om het iedereen naar de zin te maken en te zorgen dat de afdeling, die wellicht wordt opgeheven, kan blijven voortbestaan. Juist daardoor wordt zij door veel mensen als plakkerig en overijverig ervaren. Waar bemoeit ze zich mee? Afwijzing en miskenning vallen haar vaak ten deel. Haar teleurstelling in de medemens is groot, maar langzamerhand begint het besef door te dringen dat zij haar eigen glazen ingooit. Op een dag besluit zij om zich minder dienstbaar op te stellen en ervoor te waken niet voor het gebruikelijke karretje gespannen te worden. Maar, in de praktijk lukt het haar niet om ‘nee’ te zeggen omdat ze stiekem blijft hopen op ‘Het Grote Geluk’ dat hulpvaardige, zichzelf wegcijferen de. all-out-voor-de-zaak-gaande mensen uiteindelijk toch ooit ten deel moet vallen.

De provocatieve coach ziet de mens als iemand die zich beter voordoet dan hij is. Of soms misschien als iemand die zich slechter voordoet, als hij denkt dat hij daar mee kan scoren. Hij zal de cliënt prijzen voor zijn wil om het beter te doen, maar tegelijkertijd een grote dosis gezond wantrouwen laten blijken. Dit geldt zelfs nog als de cliënt al concrete resultaten komt melden. “Wat zeg je nou? Heb je zelf een eigen herstructureringsplan ingediend?!? Van wie heb je dat dan overgeschreven? Zelf?!? Wacht even. Dit moet ik even verwerken. Heb JIJ zelf een plan geschreven? Was je dronken of stoned of hoe kan dat nou. Dat kan jij toch helemaal niet. En het team? Dat lag zeker helemaal in en deuk toen ze zagen dat jij ook een duit in het zakje probeerde te doen. ROTGL Rolling On The Ground Laughing. Toch?’ Dus zelfs als de cliënt aannemelijk kan maken dat hij een belangrijke verandering bewerkstelligd heeft, dan nog zal de coach de resultaten in twijfel trekken: ‘ja, heel leuk dat het je een keer gelukt is om een potentiële klant aan te spreken tijdens een receptie, maar één zwaluw maakt nog geen zomer natuurlijk.’ Komt de cliënt met een constructief plan, bijvoorbeeld door aan te kondigden dat hij zijn managementtalenten wil ontplooien door een opleiding te volgen, dan zal de provocatieve coach alle mogelijke praktische bezwaren aanvoeren: ‘besef je wel dat je een jaar lang iedere dag minstens een uur moet studeren om zelfs maar een kans te maken een simpel businessplannetje echt goed uit te voeren?!” De wantrouwige zienswijze van de provocatieve coach is doorgaans incongruent. Dat wil zeggen: de coach is niet echt zo wantrouwend als hij zich voordoet, hij wil de cliënt vooral uitlokken tot grotere zelfovertuiging en praktische daadkracht en dat blijkt ook uit zijn manier van praten. Hij heeft die ironische sterretjes in zijn ooghoeken als hij omslachtig uitlegt waarom hij de cliënt niet gelooft.

Naar boven

Mensen lachen gauwer dan je denkt

Karel (31) komt voor zijn eerste therapie-afspraak. Zijn gezicht staat op half zeven en boven zijn hoofd drijven donkere wolken. Hij loopt alsof hij de zorgen van de hele wereld op zijn schouders draagt en zucht met het geluid van iemand die net, tegen zijn zin in, de marathon heeft gelopen. Hij draait zenuwachtig aan zijn trouwring en kijkt ons wanhopig aan. Zonder iets te vragen, zeggen wij: ‘we weten dat directeuren gemeen kunnen zijn, maar jij werkt volgens mij voor een driekoppig monster.’ Karel tovert spontaan een glimlach op zijn gezicht en zegt: ‘ja, en het driekoppig monster eet alleen rauw accountantsvlees en ik ben het volgende slachtoffer.’

Frederique (52) bekent dat zij sinds een jaar haar vaste vriend ontrouw is. Haar probleem is dat zij moeite heeft met het liegen en bedriegen, maar ook geen zin heeft om eerlijk te zijn uit angst om beide partners te verliezen. Als Frederique ook nog opmerkt dat zij altijd het toonbeeld geweest is van een keurige meid, zeggen we: ‘tja, als je dertig jaar te laat aan je puberteit begint, dan is het logisch dat je moet wennen aan het stout zijn. ‘Verbaasd schiet zij in de lach en zegt: ‘goh, ik dacht dat ik op mijn kop zou krijgen, maar ik moet eerlijk toegeven dat het ook wel eens goed voelt om slecht te zijn.’

Janneke (32) studeert en werkt, maar leidt een eenzaam bestaan. Haar klacht is dat zij zich altijd geremd voelt in gezelschap en ergert zich aan het feit dat haar collega’s het gezellig lijken te hebben terwijl zij overal buiten staat. Als zij zegt: ‘ik ben gewoon een toeschouwer van het leven, dan zeggen wij ‘ja, da’s wel zo handig, raak je tenminste niet verwikkeld in allerlei onzinnige en onbenullige discussies en heb je ook geen last van ruzies en de andere gebruikelijke banale teleurstellingen in menselijke verhoudingen’. Zij lacht: ‘het is net of jullie mijn gedachten kunnen lezen, want ik vind de meeste mensen ook zeer oppervlakkig’, waarop wij gelijk inspringen: ‘ja, zo oppervlakkig dat de meeste mensen niet eens de moeite waard zijn om te leren kennen.’ ‘Ja’, krijst zij verbaasd en lachend uit. ‘Nou dan’ zeggen wij ‘dus wat jij geremd noemt, zien wij als verstandig’. ‘Zo heb ik het nog nooit bekeken’ zegt Janneke terwijl zij met een opmerkelijk vrolijke grijns ineens recht in de stoel gaat zitten.

Traditionele hulpverleners zien in het lachen van de klant dikwijls een vlucht voor verantwoordelijkheid, een manier om de ‘echte emoties’ te verdrijven of een blijk van onvermogen om volwassen in het leven te staan. Deze visie deelt de provocatieve coach absoluut niet. Voor hem is de lach een natuurlijke pijnbestrijder en een perfect middel om het contact te verfrissen en verdiepen. Origineel is het zeker niet, want de beste vriendschappen worden gekenmerkt door humor en plagerijen. Maar als er iets is dat iemand een nieuwe kijk geeft op problemen, dan is het wel het lachen om die problemen. Praten over wat je ten diepste dwars zit en tegelijkertijd in een deuk liggen van het lachen is een van de meest therapeutische ervaringen die wij kennen.

Naar boven

Uitdaging schept een band

De provocatieve coach zegt vaak heel direct wat er spontaan bij hem opkomt. De meeste hulpverleners en adviseurs hebben geleerd om juist zorgvuldig te overwegen wat ze gaan zeggen. Is de cliënt hier wel klaar voor? Heb ik wel zuivere bedoelingen met deze uitspraak? Is hier geen sprake van tegenoverdracht? Past dit verhaal wel in mijn protocol? Hoor je zoiets als hulpverlener wel te zeggen? Je bent zo, met al die innerlijke mitsen en maren, als professional heel zorgvuldig bezig, dat wel. Maar een ander gevolg is, dat de cliënt de neiging krijgt om in je te knijpen om te kijken of je niet van karton bent. Bestaat hij wel echt, of is dit een nieuw soort computer? De provocatieve therapeut legt zichzelf al die censuur niet op. Hij flapt er vaak gewoon uit wat er de paar seconden daarvoor voor zijn geestesoog of geestesoor is opgedoemd. Hij is er zelfs speciaal in getraind om dat te doen. Hij kijkt naar innerlijke grootbeeldtelevisies waarop de cliënt verschijnt in absurde situaties. Waarom? Omdat hij er van uitgaat dat directe provocatie en band schept, mits – en dat is Mits met een hoofdletter M – het met een positieve houding wordt gebracht.

Huub (32) heeft een klein IT-bureautje met vier medewerkers. Ongeveer een jaar geleden heeft zijn vriendin hem verlaten en in diezelfde periode is hij ook zijn grootste afnemer kwijtgeraakt. Huub gebruikt al jaren af en toe een lijntje cocaïne, maar het afgelopen jaar, sinds het vertrek van zijn vriendin, begint het behoorlijk uit de hand te lopen. Huub zit ineengedoken in zijn leren jack en zijn grijze coltrui tegenover ons en hij staart naar de vloerbedekking. Met monotone stem deelt hij ons mee dat hij er het afgelopen jaar voor bijna twintigduizend gulden coke doorheen gejaagd heeft. De afgelopen paar maanden is hij aan sommige afgesproken automatiseringsprojecten niet eens meer begonnen. ‘Het maakt me allemaal niets meer uit’, mompelt hij somber. ‘Nou dat is ook geen beste coke’, grappen wij terug, ‘dat je er nou zo futloos bijzit. Daar zou ik maar eens met je dealer over praten. Van coke hoor je toch energie te krijgen?’ Huub reageert er niet op. ‘Sinds ik mijn vriendin kwijt ben’, zegt hij, ‘denk ik er vaak na over zelfmoord. Ik wil een einde aan mijn leven maken’. ‘Wat?!? roepen wij verschrikt, ‘Zelfmoord?!? Wij proberen al jaren om een hier een beetje een goedlopende coachingspraktijk op te bouwen en het begint net een beetje te lukken en dan kom jij met zelfmoord. Wat denk je dat zo’n verwijzer dan denkt? Stuur je iemand door naar Hollander en Wijnberg en binnen een week zijn ze dood. Sorry, maar dat kunnen we ons echt niet permitteren. Dan kunnen wij die doorverwijzingen verder wel op onze buik schrijven. Die mensen sturen natuurlijk nooit meer iemand naar ons door! We willen je wel helpen, maar dan moet echt je beloven, met je hand op je hart en padvinderserewoord dat je je niet van kant maakt.’ Een paar maanden later gaat het weer veel beter met Huub. ‘Weet je wat mij echt overtuigde’, zegt hij ‘dat verhaal van die praktijk en dat het jullie niet uitkwam als ik er een einde aan maakte. Toen jullie dat zeiden, toen dacht ik: ja, die jongens zij straight, die kan ik vertrouwen’.

Mia (38) en Ronald (37) hebben vele jaren lang een reuze gezellig restaurant gerund. De gasten zakten vaak nog uren na sluitingstijd met de baas en de bazin door. Toen Ronald een paar keer midden overdag bewusteloos van zijn barkruk was gevallen, rees het vermoeden dat er iets niet helemaal goed ging. ‘Ja’, zegt Ronald, onschuldig uit zijn blauwe ogen kijkend, ‘misschien was ik toch een beetje oververmoeid of een griepje of zo….’ Mia schudt heftig met haar hoofd en ze kijkt ons gefrustreerd en vol verachting aan. ‘Nou zien jullie het zelf, hij ontkent gewoon alles.’ Haar ogen draaien omhoog en ze slaakt een diepe zucht. Maar Ronald wil toch weer een nieuwe horeca-onderneming op gaan zetten. Mia heeft daar geen zin meer in. Ze wil niet nog een keer dezelfde overspannen toestanden. ‘Tja,’ zeggen we tegen Mia, ‘kleine kinderen worden groot. Ronald is je kind, het kleine jochie dat van jou onafhankelijk is voor een reële inschatting van situaties. Zelf kan hij dat niet. Maar wat ga je doen als hij opgroeit? Volgens ons staat hij op het punt om het huis uit te gaan, Mia’. ‘Ja’, zegt Mia tot onze verbazing, ‘dat klopt precies, als ze volwassen zijn moet je ze loslaten, he’. ‘En jij Ronald’, vervolgen wij, ‘jij staat op het punt om te scheiden, je wou alleen nog een keer bij de psycholoog langs, zodat je later kunt zeggen dat je echt alles hebt geprobeerd’. Ronald kijkt strak voor zich uit en haalt zijn schouders op. ‘Nou ja’, zegt hij na een lange pauze, ‘eigenlijk wel, ja’. ‘Nou, jullie komen wel snel to the point’, zegt Mia.

Je hebt als mens allerlei gevoelens en gedachten bij wat anderen zeggen en doen. De meeste van die gedachten flitsen als dunne nevelslierten van betekenis door je bewustzijn. Veel gedachten uit je nooit. Je wilt de ander niet beledigen. En weet jij veel? Misschien is het wel volkomen onzin. Je wilt jezelf ook niet belachelijk maken. Zeggen wat je denkt is riskant. Gewone burgers houden dus al heel veel voor zich. En de meeste coaches en hulpverleners nog vel meer. Zij zijn gewend om nog veel strenger te letten op wat ze wel of niet zeggen. Toch kan het voor een veranderingsproces heel nuttig zijn om die gedachten eens uit te spreken. Om iemand te confronteren met zijn zwaktes? Nee, daarom niet, dat doet het leven zelf wel Het is een hardnekkig misverstand dat de coach daar voor moet zorgen.

Naar boven

Als je de ezel vooruit wilt laten lopen, moet je hem aan zijn staart trekken

‘Oh wat doe je dat toch goed! Nu gaat het zeker lukken met de financiering’, zeggen je collega’s tegen je als je met veel moeite een onverschillige investeerder voor dertig procent overtuigd hebt om geld in je nieuwe onderneming te steken. ‘Nou het kan anders een stuk beter hoor, zeg je terug. ‘Want ik moet nog zien of die man echt over de brug komt, eigenlijk denk ik het niet’. Of als je het niet zegt, dan denk je wel zoiets. Ze moesten eens weten hoeveel gaten er nog in dat businessplan zitten. ‘Nou joh, er zijn duizenden andere mannen die staan te trappoelen om je te leren kennen’, zeggen ze, als je vriend het net heeft uitgemaakt. ‘Ja, denk je dan, maar die staan mooi niet op mij te wachten, die willen een jongere, strakkere, knappere meid’. ‘Kop op kerel’, zeggen je collega’s, ‘iedereen moet een keer failliet gaan. Dat hoort er tegenwoordig gewoon een beetje bij. Je moet een keer een bloedneus gehaald hebben, anders heb je geen ervaring.’ ‘Ja, jullie hebben mooi lullen’, denk je dan. ‘Wil je soms met me ruilen? Nee, toch liever niet he?’. En de coach en de therapeut, wat zeggen die? ‘Ik geloof echt dat je veel meer in je mars hebt dan er nu uitkomt’, zegt je coach. ‘Ik geloof vast dat het nu de komende tijd een stuk beter gaat lukken zegt de therapeut’. De coach en de therapeut zijn altijd positief. ‘Ja, ja, denk je dan als cliënt, dat moet jij wel zeggen. Daar word je voor betaald, nietwaar. Ik moet het nog zien.

Mensen doen tegenwoordig enorm opbouwend tegen elkaar. Tegen anderen hebben ze het wel eens over je zwakke punten maar tegen jou zijn ze altijd heel positief. En hoe positiever ze zijn, hoe meer jij je afvraagt of het niet net andersom is. Hoe harder mensen – en speciaal hulpverleners – roepen dat je OK bent, dat je het kunt, dat er nu echt verandering op gang begint te komen, des te harder denk jij dat je niet OK bent, dat je het niet kunt en dat je wel altijd dezelfde problemen zult houden. Als je tegen de ezel gaat staan duwen, zet hij zijn hakken in het zand. En hoe harder je duwt, des te dieper bijten die hakken zich vast. Daarom draait de provocatieve coach het om. Hij beweert heftig en op alle mogelijke manieren dat je het niet kunt, dat het helemaal geen zin heeft om het probleem op te lossen, en dat als het wel zin had het jou toch nooit zou lukken. Want hij weet dat je de ezel beter aan zijn staart kunt trekken als je wilt dat hij vooruit gaat. En bovendien: dan is hij tenminste zelf vooruit gegaan en kan hij zelf de eer voor de vooruitgang opstrijken.

Gemma (47) zit in de ziektewet nadat ze in een drukke logistieke baan opgebrand is. Ze slaapt heel slecht en van een kort bezoekje aan de buren is ze al helemaal bekaf. Het komt allemaal doordat ze zo vreselijk gevoelig is. Als iemand zich rot voelt, dan neemt ze dat over. Dan krijgt zij ook een onprettig gevoel. In haar werk heeft dat er vaak toe geleid dat ze extra taken op zich nam. Ze nam werk over van mensen die zich niet goed voelden. Of ze besteedde vele uren aan de opvang van gestresste, verdrietige of anderszins emotioneel gehavende collega’s en familieleden. Ze wil de ander zo graag helpen, zorgen dat hij dat rotte gevoel niet meer heeft. ‘Als iemand een keer iets korter e-mailt dan gewoonlijk, dan voel ik het al’, zegt ze, ‘dan weet ik al dat er iets mis is. Dan bel ik diegene op. Maar als we dan gepraat hebben dan zit ik ook met dat gespannen gevoel’. ‘Daar zou ik helemaal niets aan doen’, zeggen wij. ‘Dat is geen probleem Gemma, dat is een gave. Nee echt, dat is heel bijzonder, dat jij dat kan, Jij bent heldervoelend.’ “Nee, zegt Gemma, ‘ik wil er van af’. ‘Maar wacht nou even’, zeggen wij, ‘kijk nou uit dat je het kind niet met het badwater weggooit. Stel je voor, je kunt daar nog kunst van maken, Performance art in het Gemeentemuseum in Amsterdam of zo’. ‘Hou alsjeblieft op,’ zegt Gemma, en ze benadrukt ieder woord nu individueel ‘Ik Wil Er Gewoon Van Aahaf. Er van af, snappen jullie! Schluss, stop, weg, afgelopen’. ‘Maar laat ons nou even uitpraten’, zeggen wij ‘je hebt die mooie plannen van ons nog helemaal niet gehoord. Kijk, stel je voor van die dikke rode fluwelen koorden op van die chromen paaltjes waar mensen in een museum achter moeten blijven, Maar dan twee naast elkaar en dan lopen de bezoekers in een rij tussen die koorden door, langs jou. En jij zit daar dan in een roze cape, net als Jomanda, of een andere kleur als je dat liever hebt, dat maakt ons niet uit. En jij zit daar dan met gespreide armen (we doen het voor) als leedkunstenares.’ ‘Als wat?’ ‘Als leedkunstenares’, houden wij vol, ‘en bij iedereen die er dan langs komt voel je heel hard wat hij voelt en dan zet je dat bijvoorbeeld om in klanken (wij laten een onbedaarlijk gehuil horen in allerlei verschillende toonaarden). Zoiets is er nog helemaal niet. Dat is performance art.’ ‘Ach jullie’, zegt Gemma. ‘Ik wil er gewoon af en ik zal er af komen ook!’.

Naar boven

Iemand gaat structuur aanbrengen, als de coach het niet doet, doet de cliënt het zelf

Deze vooronderstelling is verwant aan de vorige: Als je de ezel vooruit wilt laten lopen, moet je hem aan zijn staart trekken. In alle benaderingen van coaching en therapie die wij kennen, is het de coach of de therapeut die de structuur aanbrengt. De coach houdt het verloop van het veranderingstraject in de gaten, hij vat samen wat er de vorige keer gebeurd is, hij heeft een algemeen plan of een protocol voor de het verloop van de verandering, hij gaat na in welke fase de coaching zich bevindt, hij controleert of er duidelijke doelen en hindernissen zijn gedefinieerd, hij formuleert het contract met de cliënt, enzovoort, enzoverder. De cliënt kan gemakkelijk worden afgeleid door bijzaken, de cliënt kan zelfs helemaal vergeten waarvoor hij ook alweer bij de coach kwam, wat ook al weer de doelstellingen waren, de cliënt heeft meestal geen idee in welke fase van het traject hij zich bevindt. Dat houdt de coach allemaal voor hem bij, soms zelfs met formulieren en schema’s. Sommige coaches zien dat als een belangrijk aspect van hun rol. In provocatieve coaching en therapie gaat het precies andersom. De provocatieve coach is snel afgeleid en heeft nauwelijks overzicht over de zittingen.

Een typerende interactie:

Cliënt: “Ik was vorige week in Amsterdam voor een presentatie aan twee leden van de raad van bestuur. Ik denk dat ik het er eigenlijk heel goed afgebracht heb. Nou ja, ze zijn in principe overal mee akkoord gegaan, dus dat is mooi. Maar ik zou toch nog wel iets, ja, eh…daadkrachtiger, competenter… harder over willen komen. Ze zijn wel akkoord gegaan, maar ik vond ze niet echt enthousiast. Wat ik eigenlijk…”

Coach: “Amsterdam?”

Cliënt (afgeleid): “Eh… ja, daar zit de raad van bestuur. Maar waar ik het over wou hebben is over hoe ik overkom. Ik….”

Coach (enthousiast): “Dat is toevallig! Ik ben vorige week ook in Amsterdam geweest!”

Cliënt (beleefd, maar licht geïrriteerd): “O ja?”

Coach: “Ja man, dat was geweldig. Eerst zijn we de hele ochtend wezen winkelen. Hartstikke leuk al die kleine winkeltje in Amsterdam. Mijn zoon en ik hebben nog een paar strips van Sergio Arragones gekocht. Die sparen we min of meer. Niet echt fanatiek hoor, maar als we ze ergens tegenkomen dan kopen we ze. Je komt ze niet zo vaak tegen, hoor. En heb je die nieuwe boeddhistische tempel al gezien? Dat was vlak bij die stripwinkel, in de Chinese buurt. Ongelofelijk, een complete boeddhistische tempel midden in de Amsterdamse binnenstad!”

Cliënt: “Mhm,…. ja, goed. Maar….

Coach (afwezig): “Heb jij wel eens een strip van Arragones gelezen?”

Cliënt (zeer nadrukkelijk): “Ja hallo! Ik wil hier even over mijn probleem praten, Okay?!?”

Coach (deinst quasi-verschrikt achteruit): “Sorry hoor. Waar wou je het dan over hebben?”

Cliënt (zeer daadkrachtig): “Dat zei ik! Over daadkracht. Over competentie. Over hoe je overkomt”.

Coach: “Hoezo dan?”

Cliënt: “Ik dacht dat we daar aan werkten, niet?”

Coach (zucht): “Okay, okay, vertel maar.”

Hier zien we hoe de cliënt zelf de structuur aanbrengt en zelf de doelstelling bewaakt. Gewoon omdat de coach het niet doet en omdat hij begrijpt, of althans vermoedt dat iemand het zal moeten doen, als hij verder wil komen. Iemand gaat structuur aanbrengen, ofwel de coach ofwel de cliënt.

Naar boven


Zijpaden en omwegen leiden naar de kern

U maakt een afspraak met een coach. Over twee weken kunt u komen. U denkt twee weken lang na over uw problemen. U denkt na over uw leven, Hoe het is verlopen, wanneer het probleem is begonnen. Over wat het probleem precies is en hoe het in uw leven past. U denkt na over uw jeugd. Is het toen eigenlijk niet al begonnen? U denkt na over uw omgeving. Hoe reageren ze op uw werk eigenlijk op uw probleem? U denkt en u denkt en u denkt. Tegen de tijd dat die twee weken om zijn, heeft u een heel verhaal klaar. U kunt uren over het probleem praten. En de coach kan er uren naar luisteren. Misschien doet hij dat ook wel. Urenlang luistert hij geduldig naar uw ervaringen en uw verklaringen en uw kijk op het leven. Soms kan dat verhelderend werken, en het is fijn om eens een keer uit te praten zonder dat iemand u in de rede valt. Maar dikwijls voegt het weinig toe. U vertelt wat u al wist. U kijkt tegen de dingen aan zoals u er altijd al tegenaan keek. De provocatieve coach doet vaak precies het tegenovergestelde. Hij leidt de cliënt vaak juist af van het probleem.

Cliënt: “Dus, waar het vooral om gaat is dat ik het moeilijk vind om bij mezelf te blijven. Ik heb vaak de neiging om….”

Coach: “En hoe is het met je sexleven?”

Cliënt: “Huh?”

Coach: “Je sexleven. Héb je überhaupt een sexleven?”

Cliënt: “En dan denk ik: als het zo gemakkelijk gaat, is het dan wel echt? Wat stelt het dan eigenlijk nog voor? Als iemand….”

Coach: “En wat vindt je moeder daarvan?”

Cliënt: “Hoe bedoel je?”

Coach: “Je weet wel, die vrouw die vroeger je luiers verschoonde, wat vindt die er van?”

Waarom doet die coach dat nou? Waarom laat hij de cliënt niet rustig uitpraten? Door de cliënt naar een heel ander gebied te voeren ontstaat een nieuw perspectief. Misschien heeft het wel iets met zijn moeder of zijn sexleven te maken. Als dat zo is, dan is dat misschien een nieuw inzicht. Maar misschien heeft het ook wel helemaal niets met zijn moeder te maken. Als dat zo is, dan is het aan de cliënt om weer terug te komen op het onderwerp waar hij het hem om ging. In beide gevallen kan er iets dichter bij de kern gekomen worden. U moet zich voorstellen dat dit herhaaldelijk gebeurt. Ieder keer bekijkt de cliënt zijn problemen weer vanuit een andere hoek. Of als dat gebied van zijn leven helemaal niets met het probleem te maken heeft, dan komt hij iedere keer weer terug bij waar het hem om gaat. Dat terugkomen bij waar het om gaat, dat doet hij zelf, want de coach doet het niet (iemand gaat structuur aanbrengen, als de coach het niet doet, doet de cliënt het zelf).

Naar boven