De relatie tussen MindSonar en Spiral Dynamics

Artikel: MPA en spiral dynamics Samenhang tussen

Auteur: Janwillem Kompagne

Beschrijving: 2008. In dit artikel geeft Janwillem Kompagne een overzicht van de metaprogramma’s die in ieder van de Gravescategorieen herkenbaar zijn. Tevens geeft hij een algemene inleiding is het waardensysteem van Graves.

 

====================

 

Samenhang tussen MPA en Spiral Dynamics

Inleiding

Op zoek naar NLP-bronnen, maakte ik kennis met Wyatt Woodsmall. Samen met Tad James schreef hij in juni 1988 Time Line Therapy and the Basis of Personality and Language Patterns. In september 1991 nodigden we (ik was toentertijd directeur van organisatieadviesbureau De Boer & Ritsema van Eck) hem uit voor het geven van een workshop in Nederland.

In totaal 5 dagen werden metaprograms en modelling behandeld. (*1) (*2)
In de avonduren spraken we met hem over andere ontwikkelingen en hij wees ons op het model van Graves, in die dagen gepresenteerd door Don Beck en Chris Cowan, twee van Graves’ op- en navolgers (Graves overleed in 1986). In 1992 vroegen we Don en Chris ons te trainen en te certificeren in het model van Graves, dat overigens door hen Spiral Dynamics werd genoemd. (*3)
Sinds dat moment ben ik een aantal malen bij de ‘Gathering of the Gravesians’ geweest, later omgedoopt tot Confab Spiral Dynamics, georganiseerd door het National Values Centre in Denton, Texas (US).
In het kader van mijn certificering voor de MPA , Meta Profiel Analyse, bij het IEP te Nijmegen, wil ik graag een aantal connecties tussen MPA en Spiral Dynamics bespreken.

Korte uitleg historie Spiral Dynamics

Spiral Dynamics is het geesteskind van Clare W. Graves. (*4)
Hij werkte in de jaren na de Tweede Wereldoorlog als professor in de psychologie aan het Union College te New York, dezelfde universiteit waar de beroemde Maslow doceerde. Maslow ontwikkelde zijn gedachtengoed – de beroemd geworden piramide van Maslow – waarin hij de stadia weergeeft van de individuele behoeften van mensen. Het hoogste stadium daarvan, ‘zelfverwerkelijking’, paste goed in het tijdsbeeld van de jaren ’60 en kreeg daardoor veel steun en waardering.
Graves vond zelf dat dit model een te smalle basis bood voor begrip van de mens en sprak daarom graag over de mens als een bio-psycho-sociaal wezen. Met in zijn achterhoofd de theorieën van Maslow, de behavioristen en diverse anderen, vroeg Graves zich af met welke theorie de menselijke natuur en ontwikkeling het beste beschreven kon worden.
Zo begon hij zijn onderzoek, dat hem uiteindelijk vijfendertig jaar bezig heeft gehouden.
Bij het verdere onderzoek liet Graves groepen studenten discussiëren over de vraag wat een psychologisch volwassen persoon is en wat je psychologisch gezonde gedachten zou kunnen noemen. Daar bleken veel verschillende ideeën over te bestaan bij zijn studenten, maar ook bij zijn collega-hoogleraren. Graves onderzocht ook wat er gebeurde met iemands fundamentele waardensysteem wanneer iemand in een andere context wordt geplaatst. Op basis van die onderzoeken formuleerde hij een belangrijk uitgangspunt voor zijn model, namelijk dat ieder fundamenteel waardensysteem enerzijds het resultaat is van de levensomstandigheden en de daarmee samenhangende problemen (life conditions) en anderzijds de wijze waarop mensen daar vanuit hun neurologische ‘bedrading’ (mind conditions) mee omgaan. (*5)

Principes van Graves’ waardensystemen

Bij de door Graves benoemde waardensystemen horen de volgende basisprincipes:

  • Het waardensysteem van een mens verandert als de omstandigheden van zijn bestaan veranderen.
  • De ontwikkeling van waardensystemen is als een pendule, ze beweegt heen en weer tussen individueel en collectief gerichte systemen.
  • Naarmate de bestaansomstandigheden van de mensheid complexer worden, worden complexere waardensystemen noodzakelijk.
  • Waardensystemen zijn contextgebonden. In verschillende contexten (familie, werk, etc.) kunnen mensen hun directe omgeving verschillend ervaren. In die verschillende contexten kunnen dus ook verschillende waardensystemen dominant zijn.
  • Waardensystemen zijn geen beschrijving van soorten mensen, maar beschrijven dieptestructuren. Het gaat niet om typen van mensen, maar typen in mensen.
  • Waardensystemen geven aan waarom mensen dingen belangrijk vinden, niet wat ze precies belangrijk vinden.In het vervolg van deze notitie worden de door Graves benoemde 8 waardensystemen achtereenvolgens kort geïllustreerd door een citaat uit mijn aantekeningen, gemaakt tijdens de “Gathering of the Gravesians” in 1995 te Dallas, Texas, verzorgd door Beck en Cowan. Daarna bespreek ik de connecties tussen deze waardensystemen en de MPA metaprogramma’s. (*6) 

Stap voor stap door de waardensystemen

  1. Beige: overleving.
    “Mijn bestaan draait om overleving. Ik besteed mijn energie aan in leven blijven en zorg ervoor dat ik geen honger of dorst lijd. En door aan mijn seksuele gevoelens toe te geven, zorg ik ervoor dat mijn soort in stand blijft. Ik weet niet wat je bedoelt met ‘toekomst’, plannen maken, een appeltje voor de dorst of een ‘zelf’. Mijn lichaam vertelt me wat ik moet doen en ik word bestuurd door zintuigen die tegen mijn hersenen praten, niet zozeer door een bewuste geest.”
  2. Paars: rituelen en geborgenheid.
    “Dat we deel uitmaken van een groep is essentieel voor ons gevoel van veiligheid en geborgenheid. We koesteren tradities en rituelen die kenmerkend zijn voor onze groep. Er wordt veel tijd besteed aan het overdragen van verhalen over vroeger en daar putten we inspiratie uit. Door middel van onze ceremonieën proberen we in harmonie te leven met de natuur en haar ondoorgrondelijke wegen.”
  3. Rood: macht en coalitie.
    “Ik ben hard en verwacht van de mensen om me heen dat ze dat ook zijn. Respect en reputatie zijn belangrijker dan het leven zelf, dus doe ik wat nodig is om te voorkomen dat ik te schande word gemaakt of aan de kant word geschoven. Beledigingen pik ik van niemand. Niets of niemand mag me in de weg staan. Dus doe ik dat wat me een goed gevoel geeft en daarbij zal ik succes hebben of sterven in mijn pogingen.”
  4. Blauw: structuur en ordening.
    “Alle aspecten van het leven kennen structuur en orde. Ik ben gebonden aan iets dat veel groter is dan ikzelf (een oorzaak, geloof, traditie, organisatie of beweging). Ik blijf trouw aan wat juist is, gepast en goed is en onderwerp mij aan de richtlijnen van de autoriteiten. Ik geef mijn verlangens bereidwillig op, in de absolute zekerheid dat ik zicht heb op iets schitterends in de toekomst.”
  5. Oranje: prestatie en competitie.
    “Ik wil succes hebben en winnen. De wereld is vol mogelijkheden voor wie eruit wil halen wat erin zit. Omdat ik de beste ben en in mezelf geloof, vallen alle dingen op hun plaats. Ik laat me niet hinderen door structuren of regels als die vooruitgang tegenhouden. Door practisch bezig te zijn en door te testen en te ervaren wat werkt, kan ik alles verbeteren. Ik verzamel informatie, maak een strategisch plan en ga voor het hoogst bereikbare.”
  6. Groen: sociaal en consensus.
    “Het leven is er om ieder moment te ervaren. We kunnen allemaal leren begrijpen wie we zijn en hoe wonderbaarlijk het is om mens te zijn, als we maar accepteren dat iedereen gelijk en even belangrijk is. Iedereen is verbonden met iedereen. Slecht gedrag en negatieve overtuigingen lossen op als we naar de mens kijken en z’n innerlijke rijkdom blootleggen. Vrede en liefde voor allen.”
  7. Geel: intellectueel en functioneel.
    “Het doel van het leven is onafhankelijk te zijn binnen wat redelijk is, kennis te bezitten voorzover mogelijk is en zorgzaam te zijn voorzover dat realistisch is. Desalniettemin ben ik wie ik ben, verantwoordelijk voor mezelf, een eiland in een archipel van andere mensen. Me blijven ontwikkelen langs een natuurlijke weg is van meer waarde dan te streven naar hebben of kunnen. Ik ben bezorgd om de toestand in de wereld, want alles wat er gebeurt heeft invloed op mij als onderdeel van dit levende systeem.”
  8. Turkoois: holistisch en integraal.
    “We beschouwen de wereld van grote afstand en relativeren dagelijkse problemen en angsten. We kunnen allemaal leren. We zijn niet geïnteresseerd in het materiële en zijn niet bang voor onzekerheid en chaos. We zien dat ecologische en ontwikkelingsvraagstukken voor iedereen relevant zijn. En we weten dat de belangrijke problemen een mondiale en holistische aanpak vragen.”

Waardensystemen en metaprogramma’s

Allereerst een paar algemene opmerkingen n.a.v. de principes van Graves’ model:

  • Vanwege de beschreven pendelbeweging tussen individueel en collectief gerichte systemen, is er een voortdurende switch van ik naar wij naar ik, etc. Sorting by self and sorting by others worden dus voortdurend afgewisseld. Uiteraard is dit direct merkbaar bij metaprogramma’s als interne referentie/externe referentie en controle binnen zelf/controle buiten zelf.
  • Omdat waardensystemen direct beïnvloed worden door levensomstandigheden (externe oorzaken dus), is er op metaniveau niet eens controle binnen zelf mogelijk. Binnen sommige waardensystemen zijn er wel voorbeelden te geven.
  • Waardensystemen zijn ook contextgebonden. Dit maakt vergelijking met metaprogramma’s weer goed mogelijk. Dan per metaprogramma een aantal voorbeelden:
  • Proactief/reactief: Beck en Cowan beschrijven in de eerste 6 waardensystemen de ontwikkeling van de “actiemens”. Pas bij geel en turkoois ontstaan het vermogen tot reflectie en bezinning. Hoe verder in de ontwikkeling van de waardensystemen, hoe meer kans dat er een ontwikkeling van proactief naar reactief plaatsvindt.
  • Bereiken/vermijden: dit programma is eigenlijk in elk waardensysteem wel te onderkennen. (blauw: we hebben regels nodig, om chaos te voorkomen; oranje: ik wil geen loser zijn, maar bovenaan staan).
  • Externe referentie/interne referentie: hierbij vinden we een duidelijk verschil tussen de individuele en de collectieve systemen. (paars: we houden rekening met de wil van de goden; rood: ik houd met niemand rekening; groen: we horen rekening met elkaar te houden vanwege het feit dat we allen mensen zijn).
  • Opties/procedures: collectieve systemen kennen meer procedures. (paars: we hebben onze rituelen en ceremonieën; blauw: afspraak is afspraak; groen: we bezegelen onze vriendschap/relatie, etc.). Individuele systemen meer opties. (rood: ik wil alle vrijheid van handelen; oranje: the sky is the limit; geel: de wereld is vol mogelijkheden en hulpbronnen).
  • Match/mismatch: ook dit programma is in elk waardensysteem te onderkennen. (voldoet wel bij rood: ik ben de baas, dus iedereen luistert naar mij; voldoet niet bij rood: ik ben de baas, die klootzak luistert niet naar mij en wordt dus aangepakt).
  • Controle binnen zelf/controle buiten zelf: de individuele waardensystemen leveren eerder controle binnen zelf op dan de collectieve. (oranje en rood: dat maak ik zelf wel uit; blauw: de wet schrijft voor dat…).
  • Globaal/specifiek: hoe verder de ontwikkeling van de waardensystemen, hoe meer globale programma’s. (beige: de bosjesman die heel specifiek bezig is met voedsel te verzamelen om vandaag te overleven; turkoois: de wereldhandelsconferenties om de voedselvoorziening van de wereld te reguleren).
  • Handhaving/ontwikkeling/verandering: ook te koppelen aan de ontwikkeling van de waardensystemen. (paars: de oude gewoonte worden in ere gehouden; oranje: verbeteren en vernieuwen van werkwijzen; geel: de lerende organisatie; turkoois: een quantum leap…).
  • Mensen/activiteiten/informatie: de meeste waardensystemen sorteren op mensen, de collectieve in gezamenlijkheid, de individuele in het afzetten tegen. Activiteiten worden minder prominent als proactief door reactief vervangen wordt. Informatie is belangrijk bij oranje en geel.
  • Concept/structuur/gebruik: ook weer afhankelijk van het waardensysteem. (blauw: het vastleggen van de modificaties en procedures; oranje: het doel heiligt de middelen; rood: dondert niet, als het maar werkt; groen: als we beiden maar van het plan (essentie) overtuigd zijn).
  • Samen/nabijheid/alleen: (beige: als IK maar overleef; paars: als WE als stam maar overleven; rood: als IK het dan maar voor het zeggen krijg; blauw: als WE dan ieder maar volgens de regels die voor iedereen gelden, werken; oranje: als IK daardoor maar promotie maak; groen: samen werken is niet zo mooi als samenwerken; geel: IK wil dan wel de regie hebben over die samenwerking).
  • Verleden/heden/toekomst: verschillend per waardensysteem. (beige: alleen het NU telt; paars: volgens de overlevering van ons glorierijke verleden; rood: nu en dan ook nog korte termijn; blauw: planmatig met tijd omgaan van archiveren van het verleden tot een duidelijke toekomstverwachting; groen: nu is het belangrijkste; geel: overzicht over de tijd; turkoois: tijd bestaat niet, E = mc2).
  • Visueel/auditief/kinesthetisch: niet te koppelen aan een waardensysteem. Elk waardensysteem kan op elke wijze gerepresenteerd worden.

Samenvatting

Wanneer we de waardensystemen als systemische domeinen beschouwen, is de (veranderkundige) vraag hoe we toegang tot die domeinen verkrijgen. (*7)
Anders gezegd: als iemand vanuit een bepaald waardensysteem spreekt en handelt, vragen we ons af welke spelregels er zijn om dat spreken en handelen te begrijpen en te beïnvloeden. Roger Bailey noemde de metaprogramma’s het LAB-profile, oftewel het language and behaviour profile. (*8)
De metaprogramma’s zijn als beschreven taal – en gedragsprofielen dus toegangscodes tot deze domeinen.

Per waardensysteem dan nog een keer de meest passende code:

  • beige: proactief, interne referentie, specifiek, handhaving, activiteiten, heden.
  • paars: proactief, externe referentie, procedures, handhaving, mensen, samen, verleden.
  • rood: proactief, interne referentie, opties, controle binnen zelf, mensen, gebruik, alleen, heden.
  • blauw: proactief, externe referentie, procedures, controle buiten zelf, informatie, structuur, tijd in planning.
  • oranje: proactief, interne referentie, opties, controle binnen zelf, ontwikkelen, informatie, gebruik, alleen, toekomst.
  • groen: externe referentie, match, mensen, samen, heden.
  • geel: reactief, interne referentie, opties, globaal, verandering, informatie, concept, nabijheid, overzicht over de tijd.
  • turkoois: reactief, globaal, opties, informatie, verandering.En als de code wordt herkend, krijg je toegang tot het domein, waar en wanneer je maar wilt…..
    Resistance is futile.Niebert, 21 juli 2008 Jan-willem Kompagne

Geraadpleegde literatuur

In de tekst staan soms cijfers tussen haakjes weergegeven. Deze verwijzen naar de volgorde in deze lijst.

  1. Metaprograms by Wyatt Woodsmall. 1988, eigen uitgave.
  2. People Pattern Power: the Nine Keys to Business Success by Marilyne and Wyatt Woodsmall. 1998, Washington DC: Next Step Press.
  3. Spiral Dynamics: Mastering Values, Leadership and Change by Don Beck and Chris Cowan. 1996, Cambridge UK: Blackwell Publishers.
  4. Clare W. Graves explores human nature, the never ending Quest edited bij Cowan and Todorovic. 2005, Santa Barbara, California: Eclet Publishing.
  5. Denkfundamenten ontsluierd ! : een introductie in Spiral Dynamics door Max Herold. 2005, Managementissues.com.
  6. Voorbij je eigen wijze: effectief communiceren met metaprogramma’s in professionele relaties door Guus Hustinx en Anneke Durlinger- van der Horst. 2005, Soest: Nelissen.
  7. Verborgen orde: systeemmanagement van organisaties door Paul Huguenin en Harrie van Gestel. 2007, Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
  8. Words that change minds: mastering the language of influence by Shelle Rose Charvet. 1995, Dubuque Iowa: Kendall/Hunt Publishing Company.

About the Author Librarian

Librarian is geen auteur. Het is een adminstratieve dienst die artikelen uit de oude IEP bibliotheek als posts op deze site heeft geplaatst. De datum van het artikel is ongeveer geschat (per jaar).

Leave a Comment: