Menu 

Je Eigen Meester aan de Muur

Artikel: Je Eigen Meester aan de Muur

Auteur: Marianne Derks

Beschrijving: Modelleringsverslag NLP-masterpractitionersopleiding 2009 In de zomervakantie zag ik mijn dochter enkele dagen ingespannen werken aan het maken van een schets en vervolgens een poster van de Nu de dos van Picasso, gemaakt door hem in 1902. (Blue Nude in het engels).

 

====================

1. Waarom heb ik dit gemodelleerd?

In de zomervakantie zag ik mijn dochter enkele dagen ingespannen werken aan het maken van een schets en vervolgens een poster van de Nu de dos van Picasso, gemaakt door hem in 1902. (Blue Nude in het engels). Zij deed dit, omdat zij een poster hiervan op haar kamer had gehad, die zij erg mooi vond, maar zij wilde op haar nieuwe kamer een andere kleurstelling van dit schilderij ophangen. Daarom besloot zij haar eigen schilderij in een andere kleurstelling te maken door te trachten zijn geheim te ontrafelen en haar eigen versie daarvan te maken.

Toen ik haar dit zag doen, realiseerde ik me, dat zij een meester in de schilderkunst aan het modelleren was, maar ook, dat ik dat zelf graag zou willen kunnen doen. Ik kijk graag naar kunstprogramma’s, die soms geheel gewijd zijn aan de ontstaansgeschiedenis en het ontrafelen van het geheim van één kunstwerk van een bepaalde kunstenaar, waarbij als vanzelf ontzag ontstaat voor het scheppingsproces van een creatieve kunstenaar. Ik zou graag mijn eigen schroom om aan de slag te gaan met potlood, penseel, vorm en kleur overwinnen, door een begin te maken met het namaken van een klassiek kunstwerk, dat me ook echt inspireert.

Ditzelfde kunstwerk heeft ook jarenlang op mijn eigen studentenkamer de muur gesierd, ik heb er vaak naar gekeken en pas door dit project heb ik bewust enkele van de geheimen en de kracht en de schoonheid ervan ervaren. Ook kreeg ik de moed om zelf ermee aan de slag te gaan en niet bang te zijn voor eigen variaties op het thema, zolang de oorspronkelijke intentie van de echte kunstenaar maar zoveel mogelijk bewaard bleef.

Het is ook leuk om je te ontspannen met het bezig zijn met een mooi kunstwerk, waarbij je later zelf van het resultaat zelf kunt genieten en het eventueel aan je eigen muur kunt hangen. Voor mensen die in hun vrije tijd eens met iets heel anders bezig willen zijn en die willen beginnen het proces van creativiteit te ontdekken aan de hand van een ander, om te komen tot hun eigen poging en versie van hun eigen creativiteit kan deze techniek een mooie aanloop vormen.

Over de expert: zij heeft enkele jaren tekencursussen gevolgd als kind op de lagere school, nu als studente heeft zij onlangs deze interesse weer via een cursus opgenomen. Zij heeft Picasso al eerder gemodelleerd, ook met een linosnede, maar ook naar andere kunstenaars gewerkt. Ze is 21 jaar, studente klinische psychologie, na een tweetalige middelbare school (engels) en een engelstalige bacheloropleiding aan de University College Utrecht in Liberal Arts and Sciences.

2. Wat is het doel van deze techniek?

Deze techniek probeert de beginnend tekenaar en schilder te helpen achterhalen hoe een meester in de schilderkunst waarschijnlijk te werk is gegaan en hoe zijn werk benaderd kan worden, om te komen tot eigen zelfvertrouwen in het maken of namaken van schetsen als hobby of ontspanning. Het gaat om redenen van eenvoud alleen om het maken van de schets, de tekening. Het aanbrengen van kleur en het schilderen is een ander probeerproces. Voorts zijn er regelmatig citaten ingevoegd, die kunnen helpen hindernissen te overwinnen, beter te focussen of de eigen creativiteit te verhogen door contact te maken met input uit andere creatieve velden. Je kunt deze citaten overslaan, als je wil, maar ze ook per keer genieten als een bonbonnetje…

3. Hoe weet je dat de gebruiker het doel heeft bereikt?

De gebruiker heeft het doel bereikt als hij een versie van de Nu de dos getekend of geschilderd heeft, of van enig ander gekozen werk, die hem of haar tot tevredenheid stemt, omdat het iets van dezelfde emotie oproept als het oorspronkelijke schilderij. Verder is het bevredigend om zelf iets moois te maken en scheppend, tekenend en schilderend, bezig te zijn geweest. Het belangrijkste criterium is echter dat het ongeveer dezelfde emotie moet oproepen bij de maker als het oorspronkelijk kunstwerk, al zal het nooit helemaal hetzelfde zijn.

“Je hoeft niet bang te zijn voor perfectie, dat bereik je toch nooit…” Salvador Dali, 1904-1989

4. Overzicht van de techniek.

  1. Kies je kunstwerk.
  2. Get the picture en vind de vorm
  3.  Lijnen uitzetten en gummen
  4. Get the feel of the artist
  5. Line of the best fit overhouden
  6. Herhaling in het groot en je eigen ding doen

5. Invulling van de stappen.

Als voorbereiding is het wellicht verstandig om een werkvlak leeg te ruimen, een geschikte potlood en gum klaar te leggen, wat vellen klein papier en wat grote vellen, misschien wat ontspannende muziek op te zetten en een kop koffie of thee erbij te nemen. Afleiding zoveel mogelijk uitschakelen en er ook even de tijd voor nemen. Minstens een uur. Ontspanning is altijd goed voor concentratie….. Indien nodig zou je hier de toestand van ontspanning en creativiteit kunnen ankeren, of aanwezig zijn in het hier en nu, of openstaan voor inspiratie en eigen ingevingen….

1. Kies je kunstwerk.

Kies een kunstwerk dat je echt aanspreekt, dat een emotie bij je oproept, dat een bepaalde betekenis voor je heeft. Dat kan een bekend klassiek werk zijn, maar ook onbekend of heel recent werk. Het is om te beginnen wel makkelijk om een werk te kiezen, met duidelijke contouren, eenvoudig om te schetsen, met niet te veel verschillende kleuren. Je zou bv in een boek met hedendaagse kunst een kunstwerk kunnen uitzoeken dat echt meteen iets bij je oproept en aan deze voorwaarden voldoet. Kies iemand die bij je past en bij wiens werk je onmiddellijk affiniteit voelt, dat je er meteen iets bij voelt!

“Champignons are made from something they have deep inside them – a desire, a dream, a vision. They have to have the skill, and the will. But the will must be stronger than the skill…. “ M. Ali, formerly known als Cassius Clay, born 1924.

Zintuiglijk specifiek voorbeeld:
De Nu de dos van Picasso, Naakt van achteren gezien, spreekt mij heel erg aan, omdat het zo puur is. Je ziet de kracht van het vrouwelijke naakte lichaam, de ronde vorm, de pure emotie, de pure vrouw. Het is een afbeelding van een vrouw, die bijna iedere vrouw kan zijn. De essentie is neergezet, alleen de kern van de emotie en van de vrouw wordt overgebracht. Dat is puur, de essentie van de tekening laat puur zien, in bijna één lijn, lijkt het wel. In de echte versie zie ik een soort verdriet, een vrouwelijke bedachtzaamheid, mooi en krachtig. Dàt wil ik overbrengen… je moet iemand kiezen die bij je past, bij wiens werk je onmiddellijk affiniteit voelt, dat je er meteen iets bij voelt, dat is het fijnste!

V>K>Ad (K in alle mogelijke verschillende vormen…Ki, Kc, Kr, Ke ).

2. Get the picture en vind de vorm.

Kijk naar het kunstwerk, laat het op je inwerken, zoek/vind de vorm en kijk naar de lijnen. Wat zie je, wat heeft de kunstenaar gedaan? Zeg tegen jezelf wat je ziet. Neem de tijd, blijf kijken en word je bewust van wat je ziet… Zeg dat duidelijk tegen jezelf. Daarnaast is het minstens even belangrijk om de vorm te vinden, dat wil zeggen in je gedachten en verbeelding ook de vorm te voelen en te vatten, te ontwaren wat er achter het vlakke beeld aan vorm te vinden is: raak in gedachten het subject aan, voel haar vormen, de botten, spieren, holtes die haar lichaam vormgeven. Je kunt ook bij jezelf voelen hoe de vorm is van bv je biceps, je dijbeen, buik, zodat je beter weet waar schaduwen en opbollingen horen. Het zien is misschien zelfs minder belangrijk dan het in gedachten navoelen van de vorm en die (om)vatten en aftasten. Zeg ook tegen jezelf wat je je precies voorstelt te voelen aan tastbare vorm.

“Het geheim van de kunst is daarin gelegen, dat men niet zoekt, maar vindt…” Pablo Picasso, 1881-1973.

Instead of imagining the different parts of a body as more or less flat, I represented them as projectures of interior volumes. I forced myself to express in each swelling of the torso or of the limbs the efflorescences of a muscle or of a bone which lay deep beneath the skin. And so the truth of my figures, instead of being merely superficial, seems to blossom from within to the outside, like life itself.’ Auguste Rodin, 1840-1917.

Zintuiglijk specifiek voorbeeld:

  • Ik zie maar één lijn, bijna, het is kernachtig daardoor. Een soort oningevuld plaatje, er zijn geen borsten getekend, ze heeft geen gezicht, geen handen en geen voeten. Picasso is tijdloos, prachtig, emotie, basic. Puurheid in lijnen, dat schept de essentie.
  • De kleur kan ik voorlopig negeren, het gaat om de vormen, de verhoudingen. De totale contour blijkt een ovale ei-vorm te zijn, die me pas later opviel. Ik voel dat Picasso niet gerespecteerd wil worden voor de lijn, maar voor de inhoud: de inhoud is de vorm, de vrouw, de pure emotie. Dat zit in die vorm.
  • Ik zie dat de lijn bij de arm redelijk dik en naar beneden is getrokken, waar de schouder ophoudt en de arm begint. Hierbij kun je zelf je schouder en arm en biceps en aanhechtingspunten betasten bij verschillende bewegingen en opheffing van de arm, zodat je voelt waar de schaduw zou vallen. (1e expert, Emma )

** Als ik teken leef ik me zodanig in het subject van de tekening in dat ik mijn vingertoppen letterlijk voel tintelen op een manier alsof ik het subject aanraak, langs de lijnen strijk, de structuur voel, vanuit die (denkbeeldig) tactiele ervaring teken ik. Het vreemde is dat je visueel werkt maar dat het haast voelt alsof je je eerst als blinde inleeft. Het is vanuit het gevoel dat ik 3D beeld (waarbij je teveel informatie hebt over hoe de wereld in elkaar zit, over wat er aan de achterkant van het subject te zien is (zou moeten zijn)) in een 2D werk omzet. Je wilt in je werk namelijk ook een beeld neerzetten dat voelbaar is, wat leeft alsof je het kan aanraken, waarbij de vingertoppen gaan tintelen. Dit doe ik op dezelfde manier voor een persoon als voor een inanimaat object, bij een tempel wil ik de structuur van de stenen voelen (dat hoeft niet eens in werkelijkheid, maar ik moet het gevoel van de structuur van de stenen voor de geest halen). Bij een lichaam wil ik voelen wat er onder de huid zit, ik zal bij mijn eigen lichaam voelen, het zijn de spieren en botten onder de huid die de vorm aan het lichaam geven en dat is de vorm die je wilt neerzetten. Je wil geen huid tekenen (wat je in eerste instantie oppervlakkig ziet) maar een lichaam met vormen die onder die huid zitten (om beter ‘zicht’ te krijgen op die onderliggende vorm kan ik beter af gaan op mijn gevoel dan mijn oog, mijn oog bedriegt me, ziet één stuk huid, allemaal ongeveer dezelfde kleur, mijn touch zegt me dat daar een bot uitsteekt, dat daar een gleuf tussen bot en spier zit, op basis van die informatie kan ik de schaduwen plaatsen en kan ik diepte op de oppervlakkige huid aanbrengen. Die schaduwen zie ik niet met het blote oog maar ik voel ze wel en eenmaal op papier herken je ze mogelijk ook met het oog. (2e expert, Renate )

*** Dit gevoel van tintelende vingertoppen herkent schrijfster dezes trouwens heel erg van de momenten dat ze in de open sponsorhouding tracht na te voelen wat haar client voelt. De eerste expert gaat voorts eerst in op de emotie (K?), dan op het voorstellen van het voelen van het lichaam van de ander (Kc) en dan op het inleven aan haar eigen lichaam (Ki). Het kinestetische is het meest complexe zintuig, dat echt meer aandacht en onderzoek verdient en dat niet ophoudt me te verwonderen….

‘Wat nu precies maakt dat mijn Denker denkt, komt omdat hij niet alleen denkt met zijn hoofd, met zijn wenkbrauwen en zijn neusvleugels, maar met alle spieren van zijn armen, zijn rug en zijn benen, met zijn vuist en zijn gekromde tenen!’ Auguste Rodin, beeldhouwer, zeer slechtziend.. 1840-1917.

V>K>Ad>K>V>Ad en dit verschillende malen herhalen voor de verschillende functies van ‘K’.

3. Lijnen uitzetten en gummen.

Potlood en papier pakken, dan natekenen. Niet verwachten meteen de goede lijn te kunnen zetten. Meerdere lijnen zetten, zelfde figuur wel 5 keer over elkaar. Niet bang zijn ook rechte lijnen te trekken, hoeken te maken, daar weer een rechte lijn op te zetten. Correcties en wijzigingen horen erbij, de gum is net zo belangrijk als het potlood. Belangrijker misschien wel. Vergelijk ook de verwachte anatomisch correcte vorm, met die welke je bij je kunstenaar waarneemt. Dit kun je door middel van foto’s of door het gebruik van houten anatomische vormbare tekenpoppen nagaan. Het verschil kan je veel vertellen over wat de kunstenaar wilde. Blijf tegen jezelf zeggen wat je ziet, voelt, constateert en wat daarvan de essentie is! K>V>Ad>V>K

“Schoonheid ontstaat door zuivering van overtolligheden”… Michelangelo, 1475-1564

Zintuiglijk specifiek voorbeeld:
Na het zetten van de basislijnen, zoek je de verhoudingen. Je zet meerdere lijnen en gaat aanpassen en gummen. Je blijft kijken en zoekt de verschillen. Je kunt je versies scannen en over elkaar leggen en met het origineel vergelijken. Je zoekt de goede verhouding, daar ben je steeds mee bezig. Kijk en vergelijk. Het blijkt lastig om te ontdekken hoe de hoeken lopen en waarom ze daar zitten en hoe extreem je moet zijn in die hoekigheid. Dat verwacht je niet met de rondheid, die je ziet.

Je moet ook niet bang zijn om iets absurds uit te halen. Binnen het idee van Picasso, dat moet er wel inzitten, die vorm, die anatomie, als dat maar niet verloren gaat, dan mogen de verhoudingen wel wat fout zitten. Belangrijk is dat het hoofd goed is, daar zit veel van de emotie in. De schouder is wat hoog, je zou meer nek moeten zien, de schaduw van de biceps is belangrijk, de ruggegraat is kort, dan komt de bilnaad. Het zachte buikje wordt een zachte lijn. Er is geen borst, maar wel een idee van een borst en okselhaar, een schaduw van oksel en borst. Dat zijn ontdekkingen tijdens het schetsen, wanneer je nog steeds bezig bent met de lijnen en de goede verhoudingen. Wat ik zie, formuleer ik bij mezelf in woorden, dat wordt later mijn leidraad ook bij het schetsen.

4. Get the feel of the artist.

Tijdens dit probeerproces van schetsen, lijnen zetten, gummen, schaduwen maken ontdek je het karakter van de schilder aan zijn schilderstijl. Voel wat hij met je doet, met wat hij aan het doen is. Krijg een gevoel van wat jouw connectie met hem is… Besef waarom je hem gekozen hebt… Het helpt om eerst een open ontspannen innerlijke ‘awareness’ te hebben, zonder oordeel, waarna je zuiverder de intenties van de oorspronkelijke kunstenaar kunt voelen…. Of voel het eerst in de tinteling van je vingertoppen…… Heeft hij/zij wellicht voor jou een bepaalde innerlijke échte leeftijd? Welke kenmerken schrijf je daar aan toe? Wat voor iemand was het en waar ging het haar/hem om? Ki>K>V>Kc>K>V…..

“Ieder kind is een kunstenaar. De moeilijkheid is er een te blijven als je ouder wordt..” Picasso, 1881-1973.

Zintuiglijk specifiek voorbeeld:
Ik denk dat ik hem heel erg zou mogen. Ik zou hem herkennen op gevoel voor schoonheid en onze passie voor schoonheid. Picasso probeert het levensecht te maken. Realiteit is al prachtig, met kleine apartigheden kun je het al mooi neerzetten en de werkelijkheid verfraaien en menselijke emoties. Uitdaging om die op het doek te krijgen. Ik denk dat hij begrijpt dat je terug moet naar de kern daarvoor, het gaat echt om de kern. Hij heeft er de juiste echte leeftijd voor, de innerlijke leeftijd van 28 jaar, die ik voor mijn gevoel met hem deel. 28 jaar zijn betekent voor mij (21 jaar) zoiets als de jong-volwassenheid bereikt hebben, waarin je een varieteit van ervaringen hebt meegemaakt en voor het eerst een compositie daarvan kan maken. Hij voelt wat ouder dan mij, met meer rust en meer respect voor bepaalde emoties, en de zwaarte gevoeld daarvan. Het kind is te simpel, maar wie ouder is, maakt het ingewikkeld. Met 28 kun je de hevigheid nog goed herinneren, maar je bent al wel gekalmeerd, wéét dat nog wel, je bent dan in de fase dat je dat met rust kunt neerzetten. Te jong maakt te gehaast. Ik voel bij hem een overdaad aan liefde en emotie en liefde voor schoonheid, hij zal vrouwen wel prachtig hebben gevonden en alleen dan kun je ze in essentie neerzetten.

(Later bleek dat Picasso dit werk op zijn 21e jaar geschilderd heeft, de leeftijd van onze ‘modellant’, zonder dat ze dat wist. Verder omschrijft ze schilders als van Gogh en Monet als ‘te oud’, Appel en Chagall als ‘te jong’, allemaal de door haar ingeschatte innerlijke ‘werkelijke’ leeftijd….).

5. Line of the best fit overhouden…

Kies uit de meerdere lijnen die je hebt neergezet, welke lijn het beste past. Die haal je eruit, je gumt andere lijnen weg, maakt de line of the best fit sterker en zet hem dikker aan. Je moet nooit bang zijn om dingen weg te halen en dan opnieuw neer te zetten. Alleen al door de schaduw van de vorige lijn kun je de 2e lijn perfecter neerzetten dan je al had gedaan. Het is een work in progress. Luister hier heel goed naar je innerlijke stem, naar wat je eerder in woorden geformuleerd hebt, wat je zag, concludeerde naar aanleiding van wat je zag in het werk van je ‘meester’. Besef dat je niet alleen het oog hebt de juiste keuze te maken, maar ook je gevoel….

V>Ad>K>Ad>V.>K ….

“Laat die authentieke slag, met jouw unieke swing, uit alle slagen in het veld mogelijk, jou vinden, op het punt waarop getij, seizoenen, de draai van de aarde één worden…. Laat je handen het doen, je handen zijn wijzer dan je hoofd… ” (over ‘getting the feel of the field’ in een film over het golfspel, The Legend of Bagger Vance, woorden van de magische caddy, Will Smith. Met Matt Damon. RTL 5, 19 sept. 2009 )

Zintuiglijk specifiek voorbeeld:
Veel lijnen zetten, dan gum pakken. Kiezen per stukje welke lijn het beste past. Je gumt andere lijnen uit. Heel handige techniek, met gummen kun je veel doen. Als je alles hebt neergezet, zie je pas, wat beter past. Krommere lijn kan beter passen dan je eerst dacht, of je moet een dikkere lijn maken die beter past. Je moet corrigeren op die manier, je kunt niet uit de losse hand een lijn zetten en hopen dat die goed is, want je kunt het niet in één keer goed doen. Dat kan niet. Snel meerdere lijnen zetten, dat kun je wel. Daarna wel met het oog beoordelen om te kiezen welke het beste is. Dat oog heb je wel. Ik ben er zelf zo achter gekomen, dat je het zo het beste kunt doen. Uitvullen, gummen, meerdere lijnen maken, perfecte ronding aanbrengen, die je niet in één keer hebt gekregen, hij ook niet. Je moet je niet blijven vasthouden aan je eerste lijn of schaduw, blijven schetsen. Tot je helemaal op het einde een lijn met stift kunt overtrekken met de vaste overtuiging van ‘dat is de líjn’! Pas op het allerlaatst. Dáárvoor is het puur correctie. Je houdt vage lijnen tot op het laatst de zwarte lijn neergezet kan worden. Tot ik precies wist welke vorm ik neergezet wilde hebben. Openhouden tot op het laatst. Dit kun je ook met schaduwen doen, survival of the fittest… Hou het zo simpel mogelijk: eerst voorzichtig, dan de contour, oefenlijntjes en daar overheen, daarna met zekerheid erover heen, tot ik wist wat ik wilde. Zo vind je de goede lijn.

Verschil tussen Picasso en een ander: hij zet waarschijnlijk éérder de goede lijn en dat hij meer een vorm al in zijn hoofd heeft. Hij weet welke emotie hij over wil brengen in welke vorm en zet dat sneller op papier. Hij heeft de vorm al voor ogen, het geheel, het hele plaatje. In zijn hoofd waarschijnlijk: ronde vrouw, ei-vorm weergeven, daarbinnen stijlfiguren, typische dingen, haar, hoofd, knotje, van een model anatomisch een aantal dingen aangepast aan het idee in zijn hoofd: ik wil het ronder maken, dus achterste kleiner, geen handen, voeten, gezicht of borsten. Wel suggestie van okselhaar, maar geen gefriemel.

Picasso heeft ook wijzigingen aangebracht en niet een keuze gemaakt. Platte en ronde versie van de knie, die heeft hij beide laten staan. Het staat er allebei, de ronde en de platte knie, het heeft iets absurds, hij laat de mind kiezen, welke het echte plaatje is, dat je ziet.

“People always see what they think they should be seeing…” Tom Welling in de serie Smallville.

**Aan de hand van constateringen en innerlijke dialoog van de ‘expert’ hier een uitgebreid voorbeeld, dat een indruk geeft van het ontdekkingsproces van wat de kunstenaar mogelijk gedaan heeft: Dit hoeft niet in het verloop van dit modelleringsproces, want deze detaillering is weer een ander project. Het is vooral bedoeld om een indruk te geven van wat een eenvoudig lijkend kunstwerk aan complexiteit kan herbergen, maar ook welke overwegingen het kan oproepen, als je probeert in de huid van de kunstenaar te kruipen… Dat is de kern van het modelleren. In het kader van dit modelleringsverslag kan deze pagina ev overgeslagen worden.

Nu komen de geheimen van het genie Picasso pas echt naar boven: **de kont blijkt heel klein, het is geen echte kont die uitdijt op de grond. Hij wordt zelfs kleiner, even groot als de taille.

**er blijkt een rare hoek in het bovenbeen, groter in het midden, dat is natuurlijk, maar kleiner richting knie is mooier, maar onecht. Dat is niet zo in werkelijkheid. **daarom heb je twee lijnen voor twee knievormen van de ene knie….

**de voeten verdwijnen, gedeelte waar voeten horen donker, zodat het niet opvalt. Anatomisch is het onmogelijk, het roept de vraag op: waar is die voet (gebleven)? Schaduw eronder leidt af van de onmogelijkheid van de voet.

**Kont is heel hoekig, er blijken veel hoeken in de lijn te zitten, je moet niet bang zijn om dat te kopieeren. Probeer in de uiteindelijke versie er één lijn van te maken, zodat het er wel soepel uitziet. Eén lijn van alle hoeken, hier en daar punten, dat je penseel er later afhaalt.

** niet echt duidelijke bilspleet, eigenlijk is het een schaduw, geen duidelijke lijn, wil hij geen aandacht op vestigen.

**dan de arm, die is eigenlijk heel dun, loopt naar hoofd toe uit in één lijn, perspectief, vreemd dat de elleboog verdwijnt. Daardoor raak je het verlangen kwijt een hand te zien, die verdwijnt. Het perspectief is er om de arm dóór te laten lopen.

**schaduw van biceps zet je al in de schets. Licht valt op schouderbladen, maar hij werkt niet met de schouders.

**lijn bij arm redelijk dik en naar beneden, waar schouder ophoudt en arm begint. Hierbij kun je zelf je schouder en arm en biceps en aanhechtingspunten betasten bij verschillende bewegingen en opheffing van de arm, zodat je voelt waar de schaduw zou vallen.

**de andere schouder is heel moeilijk, steekt best ver uit, best heel hoekig, 90 graden, rechthoekig bijna, nog steeds moeilijk, veel ruimte, ziet er uit alsof die arm omlaag gaat, alsof ze die naar beneden houdt, een gebogen arm met de andere zou natuurlijk zijn, maar daar is geen ruimte voor om die arm nog ergens te laten.

**torso: een lijn die enigszins rond loopt, borstkas /ribbenkast tot aan laatste rib, redelijk klein en kort, daarna inkeping, waar de laatste twee ribben lijken te missen, wat het een wespentaille zou maken. Dan volgt er wel weer een bobbel, waardoor die eivorm bewaard blijft. Het is wel heel vrouwvriendelijk, zoals vrouwen zichzelf graag zien.

Het blijkt eigenlijk een continue conversatie tussen een ideaaltype van een vrouw en een anatomisch correcte vrouw. ( Dit kan ook al blijken als je foto, scan of tekenpop met de afbeelding van Picasso vergelijkt……)

Het ideaal is héél dun, een wespenlijfje met dunne beentjes en een klein kontje, tegelijkertijd. Dat is het geheim, zelf hield ik een anatomisch normaal lichaam voor ogen: kont te groot, dan rechterschouder te klein, dan veel te ronde lijn van rug naar kont (hij maakt rare wiebels) bovenbeen te rond en te groot, dan onderarm te groot, dan maak je voeten of doe je daar iets mee. Ook een tekening van een borst, dan zou de onderlijn van het dijbeen ronder zijn, het is eigenlijk de kont van een staande persoon. De onderdelen zijn logisch en kloppen, dat is de logica, maar de compositie maakt de absurditeiten. Kont ziet er niet zo uit als je zit, maar wel als je zou staan. Alle onderdelen realistisch op een bepaalde manier, maar niet in deze compositie. Daar heeft hij wellicht niet bewust over nagedacht. (Later in zijn kubistische periode doet hij dit opzettelijk, klapt profielen naast vooraanzichten uit, bv, laat onder én boven zien. Ook zet hij dan neuzen en profile op het vooraanzicht of omgekeerd. Tegelijkertijd een onmogelijkheid laten zien. Op de een of andere manier maakt het oog daar dan toch weer een geheel van. Denk aan citaat van Tom Welling, of NLP aanname, de kaart is niet het gebied, maar soms zien we het gebied nòg door een ‘verkeerde’ kaart heen… MD).

“Er bestaat geen abstracte kunst; men moet altijd met iets beginnen. Daarna kan men alle sporen van de werkelijkheid uitwissen. Dat is geen enkel probleem, want het idee van het onderwerp heeft al een onuitwisbaar stempel achtergelaten… “ Picasso, 1881-1973.

6. Herhaling in het groot, en dan je eigen ding doen.

Wanneer je het gevoel hebt dat je de geheimen en kneepjes van het oorspronkelijke werk een beetje begrepen hebt, wanneer je het ook in een kleine schets vaker hebt neergezet en hebt kunnen uitproberen, dan kun je het wellicht ook zelf daarna in het groot met zelfvertrouwen op een groot vel gaan neerzetten. Misschien schrik je in het begin van het grote vel, maar ook hier geldt, dat je rustig moet uitproberen en meer lijnen kunt neerzetten om de best fit te zoeken. De innerlijke dialoog wordt nu minder belangrijk, bijna overbodig, je handen weten al wat ze ongeveer moeten doen, die kun je nu ook meer hun gang laten gaan, in het groot, op hun eigen manier Picasso volgend…. K, Kc, V, Kc, V

Ik heb ergens gelezen dat Rubens heeft gezegd dat studenten niet naar het leven moeten tekenen, maar naar alle grote klassieke modellen. Dan leer je echt de maat ervan kennen en weet je werkelijk wat je te doen staat. En breng dàn pas je eigen nuances aan! Is dat niet schitterend? De Kooning.1904-1997.

Zintuiglijk specifiek voorbeeld:
De geheimen van de vorm, schouder, puntiger kont dan je anatomisch zou aannemen,de schaduw van de taille, de knie, die heb je nu kunnen doorgronden en oefenen, dan kun je eigenlijk veel sneller op een groot vel gaan werken. Je werkt dan in het groot, dan herhaal je geheimen in het groot, zonder voorbeeld zelfs, zo kun je het authentieker doen en meer als je eigen ding. Dan herhaal je het proces van de line of the best fit. Je hoeft niet meer naar voorbeeld kijken. Wat moet ik veranderen, wetende van de geheimen van Picasso? Om de essentie er nog meer in te krijgen: is ze mooi, bedachtzaam, verdrietig? Ik werkte tot ik dat gevoel er wat in zag komen. Komt er met kleuren ook bij. Uiteindelijk is Picasso natuurlijk beter. Ik ben er in geslaagd in het tekenen van een vrouw die hoofd op knie houdt, maar Picasso heeft haar ronder gemaakt op een manier die ik er niet in krijg….als je ongeveer hetzelfde gevoel krijgt als bij de echte werk, als de essentie overgebracht wordt, dan is de kopie, schets, klaar. Dan heb je iets persoonlijks bereikt, iets waar toch ook wat van jezelf inzit. Het idee dat je zelf schoonheid hebt gecreëerd, dat je meer schoonheid hebt gebracht in de wereld…dat geeft voldoening. K>V>Ad>V

“The creative is the place where no one else has ever been. You have to leave the city of your comfort and go into the wilderness of your intuition. What you’ll discover will be wonderfull. What you’ll discover is yourself.” Alan Alda, actor, screenwriter, director. b. 1936.

Hindernissen: Overzicht van de techniek.

  1.  Kies je kunstwerk.
    Als het je subject niet lukt om een kunstwerk te kiezen, kun je de volgende dingen proberen, naast het aanbieden van een kunstboek met voorbeelden:
    – De I-wonder-which-strategie van A. Meijer, enigszins aangepast dus
    – De Miltonvraag: als je wel wist welk kunstwerk je zou kiezen, welk zou dat dan zijn? – metaprogramma Concept openzetten, Visueel, Kinesthetisch, Opties
    – associeren met citaat: het gaat niet zozeer om de vaardigheid, of je het zult kunnen, maar om de visie, de droom die het oproept, maar vooral ook de wil, het verlangen om dàt kunstwerk juist ook weer vorm te geven, dit als hulpbron nemen…
  2. Get the picture en vind de vorm
    Als dit niet lukt, je client helpen met:
    – in- en uitzoomen, van totaalbeeld naar vorm en detail, metaprogramma’s globaal en specifiek, beeld van verrekijker, zoomlens van fototoestel, de loep in werkbalk Word/Paint….
    – associeren met beelden van overzicht en schoonheid (de adelaar over de Grand Canyon bv), zoeken van hulpbronnen in eigen verleden
    – met handen kinesthetisch in gebaren namaken in de lucht, wat je ziet
    – aan eigen lichaam navoelen wat de vormen zijn, de rondingen, de aanhechtingen…
  3. Lijnen uitzetten en gummen
    -metaprogramma proactief, gewoon doen, beginnen, niet nadenken, meerdere lijnen neerzetten, proberen en nogeens proberen
    – perfectionisten die het meteen goed willen doen laten associeren met activiteiten als hulpbron, waarin je als kind lekker mocht knoeien, kliederen, uitproberen en opnieuw beginnen
    – remodelling; verwijderen van tapes die beletten dat je gewoon rustig ontspant en gewoon zonder oordeel lijnen uitzet en probeert
    -dynamic spin release van het gevoel dat je het meteen goed moet doen
  4. Get the feel of the artist
    Als het niet lukt om een connectie te maken met de kunstenaar, zijn waarden, identiteit of overtuigingen, zijn leeftijd of levenswandel, op inleven of informatie, dan het kunstwerk gedissocieerd beschrijven, dan associeeren en zien wat dat bij je oproept. Het moet gaan léven… en de intentie van de kunstenaar ook…
    -momenten van schoonheid en het verlangen daarnaar opzoeken op de levenslijn, hulpbron van maken.
  5. Line of the best fit overhouden
    Als het niet lukt om de keuze te maken voor de juiste lijn,
    – de Miltonvraag: als je wist welke lijn de juiste zou zijn, welke zou dat zijn?
    – het subject aanmoedigen de ‘foute’ keus eerst te maken
    – een hulpbron opzoeken, waarin je connectie maakt met je eigen besluitvormingskracht
  6. Herhaling in het groot en je eigen ding doen
    Nu komt het aan op contact te maken met eigen creativiteit: als dat niet lukt, dan – Batesonstrategie
    -belemmeringen op levenslijn zoeken, eventueel reimprint
    -remodelling, verwijderen van kritische stemmen of tapes
    -resonantiepatroon, aanmoedigende mentoren opzoeken
    – six step reframe om in contact met het creactieve gedeelte te komen.
    -inspiratiemomenten en creatieve momenten zoeken op levenslijn, ankeren en meenemen naar het moment van gaan schetsen in het groot.
    – hulpbronnen opzoeken, zoals in citaat van Alda, waarin je contact maakte met je eigen echte zelf, een ontdekking deed over wie je werkelijk en authentiek was…

Belangrijkste stap: In woorden zeggen wat je ziet en voelt en dat in het begin als leidraad aanhouden… Dus eerst goed luisteren naar de stem van je expert of naar je eigen innerlijke dialoog, en dan pas je overgeven aan Kc zonder dialoog. De essentie van het originele artistieke scheppingsproces lijkt vooral te zitten in het scheppen zonder woorden, maar voor de student, degene die zich nog de kunst moet eigen maken, is het heel belangrijk om eerst nog bewust in woorden te formuleren wat je ziet en wat je doet en wil doen, totdat het een automatisch scheppen zonder woorden kan worden, waarbij je handen vrij hun gang lijken te gaan. Het kinestetische in al zijn vormen is de verbindende lijn tussen alle stappen…..

Relatie tussen de stappen: Dit is een tamelijk voor de hand liggende volgorde. Alleen stap 4, Get the feel of the artist, behoeft wellicht enige nadere toelichting. In de eerste stap van het kiezen van je kunstwerk, zoek je naar een kunstwerk dat werkelijk ook iets bij je oproept, waar je zelf een connectie mee voelt. De leidende vraag is dan wat jou bindt aan een kunstwerk, wat het bij je oproept. Volgens de expert voel je echter tíjdens het schetsen en lijnen uitzetten, het gummen, maar ook als voorbereiding op daarna het zoeken van de line of the best fit, wat de kunstenaar het meest bewoog, wat zijn connectie met zijn of haar onderwerp was, wat zij als kern wilde tonen, weergeven, neerzetten. Dat je dit gevoel van de inspiratie of motivatie van de kunstenaar tijdens het schetsen vooral krijgt, op een andere manier dan alleen door er naar te kijken en te beseffen wat je voelt, dat maakt dat je ook beter je eigen keuze kan gaan maken in stap 5, hoe de schets er precies uit moet gaan zien.

Metaprogramma’s: Twee experts hebben de metaprofielanalyse gedaan, waarbij de ene dus deze Picasso had gekozen en de andere als onderwerp het tekenen van de tempels in Angkor Wat in Cambodja. Tot onze verrassing blijkt dit weinig verschil uit te maken. Beide schema’s geven hoge scoringen weer op proactief, naar toe, interne referentie, opties, voldoet wel, specifiek, alléén (hoewel ze beiden in de nabijheid van anderen tekenden), visueel en verrassend veel kinesthetisch. ( Ik bemerkte dat de K ook telkens zowel Ki omhelsde, als Kc, Kr, als de K van huidige lichaamshouding en fysiologie). Het blijkt beiden vooral te gaan om ontspanning en creativiteit, waarbij het tekenen van een tempel van onbekende bouwers geen probleem blijkt te zijn voor inleving, als de omgeving en sfeer maar ‘ruimte en inspiratie’ gaven. Connectie met een andere cultuur, een andere tijd, een ander landschap is blijkbaar ook inspiratie voor de tekenaar, die daardoor geraakt wordt en bij wie dat iets bijzonders oproept. Overigens geven beide experts aan, dat ze ‘normaal’ niet zo proactief zijn en ook liever ‘samen’ of in nabijheid van anderen bezig willen zijn dan het geval is bij een creatieve bezigheid als dit. Verschil tussen de criteria en kerncriterium is niet groot, zowel niet groot onderling als per persoon.

Aanbeveling: Veel gebruik van Miltonsuggesties om het subject te helpen bij de eigen creativiteit en spontaniteit te komen en op het laatst gemakkelijk zijn eigen vorm te vinden. Rodin zou ooit gezegd hebben, dat zijn scheppingen zich uit de steen bevrijdden, dat ze er al waren en dat zijn kunst er uit bestond, de al levende en bestaande ademende vormen in de steen te vinden en te bevrijden. Hij hoefde alleen de steen er omheen weg te kappen en de vorm te vinden. Dit lijkt ook op de uitspraak van Picasso, dat het geheim van de kunst daarin ligt, dat men niet zoekt, maar vindt…

Deze uitspraken verwijzen naar de kennelijk veel voorkomende ervaring in het artistieke scheppingsproces, dat het de kunstenaar gebeurt, dat hij zijn schepping ‘vindt’, dat bv beelden, woorden automatisch toestromen, dat de handen hun eigen gang gaan, dat het denken en het bewuste verrast wordt door het eigen maaksel, door wat er onverwacht ‘boven’ komt. Dit lijkt ook op de ervaring in het NLP-gesprek, zowel bij de client, als ook soms bij de therapeut, dat het onbewuste gewoon haar gang lijkt te gaan en beide partijen verrast met dat wat niet van tevoren bedacht kon worden. Dit is het proces wat je het liefst zou willen stimuleren.

Commentaar: Toen ik zelf het schetsen ging proberen, was ik verrast over de snelheid waarmee ik meteen en opeens iets neer kon zetten, wat tenminste ergens op leek en de juiste emotie leek te kunnen oproepen. Na het observeren van de expert, de gesprekken, het zien hoe zij het deed en weer voordeed, als ik het niet goed genoeg leek te snappen, kon ik opeens met een sneltreinvaart de schets maken, met een ‘verve’, alsof ik het vaker deed. De expert modelleren heeft de tijd verkort dat ik dit kon doen en mijn vaardigheid onbewust vergroot. Verder voelde ik inderdaad tijdens het schetsen opeens een soort ontroering over wat de oorspronkelijke kunstenaar bewoog en met welke liefde hij waarschijnlijk te werk is gegaan. Heel bijzonder. Ik gun degene die dit proces gaat doorlopen, dat hij of zij dat ook meemaakt.

Terugkijkend op het werken aan dit verslag, besef ik dat ik vooral bezig ben geweest met het idee van modelleren, wat het betekent om iemands strategie in kaart te brengen en over te nemen. Hoeveel moet je daarvoor in iemands huid kruipen, wat is essentieel bij iemands succesvolle strategie? Moet je echt al iets van Picasso en zijn leven weten? Volgens mijn expert niet, zelf zou ik ervoor kiezen dat wel te willen weten. Zo heb ik me bij het Miltontaalmodel vaker afgevraagd, hoeveel we misten aan non-verbaal gedrag, intonatie, historie van zijn ziekte, zijn eigen vermogen in en uit trance te gaan en dat voor te doen, wat niet in een taalmodel gevat kan worden. Het taalmodel is wel snel overdraagbaar en zeker heel belangrijk, maar voor het begrijpen van Milton en zijn invloed op anderen zouden ook die andere factoren nog in beeld, gehoor, gevoel of kaart gebracht moeten worden. Ook merk ik iedere keer een fascinatie met het kinestetische zintuig, waar ook het laatste woord nog lang niet over gezegd, geschreven of gevoeld is! 

* Bij deze mijn hartelijke dank aan beide experts, mijn dochters, Emma en Renate , van wie ik dagelijks leer en inspiratie krijg, mijn twee grote liefdes! Ook Anneke Meijer bedankt voor haar opmerkingen, die ik in dit verslag heb proberen te verwerken. Haar opmerkingen hebben geholpen het proces van het modelleren beter te begrijpen en hier en daar duidelijker neer te zetten, al blijft de verantwoordelijkheid voor de onvolkomenheden bij mij. Marianne Derks. E-mail: macderks@home.nl

**************************
De codes verwijzen naar de oogbewegingen van een rechtshandig persoon.
Hieronder hoe je het voor je zelf kan doen.

Vh Visuele herinnering, de ogen naar links omhoog
Vc Visuele constructie, de ogen gaan naar rechts omhoog

K Kinestetisch, voelen, de ogen gaan naar rechts beneden Ad Auditieve zelfspraak, de ogen gaan naar links beneden Ah Auditieve herinnering, de ogen gaan naar links midden Ac Auditieve constructie, de ogen gaan naar rechts midden

e = extern: verwijst naar iets wat gezien, gehoord, gevoeld wordt om je heen. i = intern (of geen vermelding) verwijst naar iets dat gezien, gehoord, gevoeld wordt in gedachten.


About the Author Librarian

Librarian is geen auteur. Het is een adminstratieve dienst die artikelen uit de oude IEP bibliotheek als posts op deze site heeft geplaatst. De datum van het artikel is ongeveer geschat (per jaar).

Leave a Comment: