Menu 

Klik met de klas

Artikel: Klik met de klas

Auteur: Roel Vijn

Beschrijving: Modelleringsverslag Mastersopleiding 2005. Rond het startmoment van leeractiviteiten – zowel in het onderwijs als bij trainingen – zie je een tweedeling. Soms start een activiteit als het ware vanzelf en soms duurt het lang voor de “klik” tussen de cursisten en de leraar/trainer ontstaat. Roel Vijn legt uit hoe u die klik kunt bevorderen.

 

=======================

 

Inleiding

De keuze voor dit modelleringsproject vloeit voort uit mijn waarneming dat er in onderwijssituaties rond het startmoment van de leeractiviteiten een duidelijke tweedeling is te onderscheiden. In een aantal situaties start een activiteit als het ware vanzelf en in andere situaties duurt het lang voor de “klik” tussen de leerlingen en de leraar/begeleider ontstaat. Het moment van de “klik” bepaalt in hoge mate de effectieve leertijd die de leerlingen benutten. Helaas constateer ik ook dat in een aantal gevallen de klik niet ontstaat er weinig of geen effectieve leertijd waar te nemen is. Deze laatste situatie reken ik in het kader van dit modelleringsproject tot de tweede categorie.

In het kader van dit project heb ik drie leerkrachten (experts) gemodelleerd waarvan door collega’s gezegd wordt dat het tussen leerlingen en docenten “klikt”. De betrokken docenten geven aan dat ze niets bijzonders doen en gewoon met een groep leerlingen beginnen. De experts zijn zowel in het basis- als in het voortgezet onderwijs werkzaam.

De techniek die ontworpen is, is bedoeld voor leerkrachten en andere begeleiders van leerlingen in een school die snel en op een harmonieuze wijze hun onderwijs/leer/begeleidingsactiviteit willen starten. De techniek is ook te gebruiken door trainers in groepstrainingen. (Waar in dit project het woord leerling/klas gebruikt wordt kan ook cursist, deelnemer e.d. gebruikt worden. Voor het woord docent/leerkracht kan ook trainer e.d. gelezen worden.)

Doel van de techniek

Het te modelleren doelvermogen is het harmonieus in contact treden met een groep leerlingen (klas) waardoor bij het startmoment van de interactie docent (onderwijsassistent) en leerlingen in wederzijds vertrouwen het avontuur van het leren aangaan.

Resultaat

De techniek heeft het doel bereikt als een groep leerlingen snel en op een natuurlijke wijze met de onderwijs/leer/begeleidingsactiviteiten begint. De docent stelt het resultaat van de techniek bij zichzelf vast wanneer de het gevoel dat de les een succes zal worden in zijn lichaam voelbaar is en in zijn houding tot uiting komt. (“fiere” houding)

Overtuigingen en metaprogramma’s

In gesprekken met de experts bleek een aantal overtuigingen gedeeld te worden. De volgende overtuigingen kwamen meerder malen voor:
“Ik ben als mens gelijkwaardig aan mijn leerlingen”
“Ik ben er voor de leerling”
“Ik vind elke dag weer spannend”
“De leerlingen moeten weten waar ze aan toe zijn “Het moet gezellig zijn in de klas”

Alle docenten benoemen nadrukkelijk het nastreven van een goede sfeer in de klas. Het overdragen van kennis en het “opvoeden” van de leerling worden als vanzelfsprekend beschouwd.

Bij het onderzoek naar overheersende metaprogramma’s bleek dat bij de experts overeenkomstige programma’s actief waren: pro-actief, voldoet wel, controle binnen zelf, mensen, externe referentie en heden. (zie ook: hindernissen en oplossingen)

Overzicht van de techniek

Voorbereiding
Werkruimte optimaliseren Leerlingen waarderen
Jezelf zijn
Jezelf en de leerlingen koppelen Houding en lach vastzetten Warm welkom heten
Persoonlijk welkom heten

Techniek in stappen

0. Voorbereiding

  • stel vast of de cliënt de “fiere” houding met lach (stap 5) snel en gemakkelijk kan oproepen,
  • zo nee, gebruik een referentietechniek om de houding op te roepen”,
  • wanneer de houding geheel onbekend is, gebruik de “Circle of Excellence.

1. Werkruimte optimaliseren

  • associeer in de ruimte waarin je activiteiten met leerlingen plaatsvinden (deze associatie wordt extra krachtig wanneer de associatie in de daadwerkelijke ruimte plaatsvindt),
  • zie de materialen en hulpmiddelen voor je,
  • plaats jezelf en de leerlingen op een plek in die ruimte die goed overzicht biedt op de leerlingen en die in het lichaam een goed gevoel geeft,
  • overzie de ruimte en stel vast dat aan alle voorwaarden voldaan is voor een goede activiteit,
  • zeg dat je een fijne dag tegemoet gaat.

zintuiglijk specifiek voorbeeld
W. associeert. Hij ziet het lokaal scherp voor zich: de opstelling van de tafels en de pilaren die in het lokaal staan. Hij gaat met zijn “blik” langs de wanden en stelt vast dat de twee flip-overs aanwezig zijn. Hij maakt met zijn lichaam een draaiende beweging (180 graden) Hij knikt meerdere malen. Op zijn gezicht is een glimlach zichtbaar. Hij zegt het lokaal rond te gaan en zijn “geurvlag” te plaatsen. Hij benoemt het lokaal als “zijn” ruimte. Hij plaatst de leerlingen in de ruimte. Hij ziet ze zitten. Zijn focus is vooral visueel. De groep ziet hij vaag. Bij het inzoomen op een individu ziet hij het individu scherp. Hij hoort slechts achtergrondgeruis. Hij zegt:”Het gaat een goede les worden!”

2. Leerlingen waarderen

  • maak een voorstelling van de leerlingen met wie je gaat werken en plaats jezelf in dat beeld,
  • benoem welke kenmerken deze groep leerlingen heeft,
  • benoem het doel dat je met deze groep wil bereiken,
  • benoem op welke wijze individuele leerlingen aandacht nodig hebben,
  • geef zowel de groep als de individuele leerlingen de gewenste zorg
  • overzie de leerlingen en waardeer ze positief

zintuiglijk specifiek voorbeeld
W. associeert weer gemakkelijk in de situatie. Hij ziet de groep leerlingen en maakt een achteruitgaande beweging met zijn hoofd. Hij sponsort de groep met zijn houding. Hij zegt: “Ze verdienen een goede les”. Hij neigt zijn hoofd licht naar voren en kijkt een aantal leerlingen nadrukkelijk aan. Zijn beeld van de individuele leerling is helder. Hij zegt: “Ook jij verdient een goede les”. Hij zegt: “Wij gaan er samen iets van maken!”.

3. Jezelf zijn

  • besef dat de werkruimte en de leerlingen O.K. zijn,
  • besef dat je het leuk vindt om met (jonge) mensen te werken,
  • richt je volledige aandacht op jezelf (je kunt dat doen door diep adem te halen enrust en ontspanning in je lichaam brengen, maar je kunt ook voor een anderemanier kiezen om de aandacht volledig op je zelf je richten),
  • neem de tijd om die rust te ervaren,
  • maak vanuit die rust en concentratie op jezelf weer contact met de groep.
  • breng die rust over op de groep (je kunt dat doen met een handgebaar, maarmisschien heb jij en veel betere manier om die rust over te brengen),
  • waardeer jezelf positief

zintuiglijk specifiek voorbeeld
W. is nog steeds goed geassocieerd in de situatie. Hij (con)centreert. Zijn lichaam ontspant zich. W. vraagt hulp bij het verbinden van zijn rustige-ik met de groep leerlingen. Ineens glimlacht hij. Hij geeft de rust door met zijn ogen. Het is een minimaal herkenbaar gebaar met de ogen. Het gebaar bereikt de leerlingen en geeft ook hen rust en vertrouwen.

4. Jezelf en de leerlingen koppelen

  • vorm een denkbeeldige kring met je leerlingen (deze instructie kan op dezelfde plek als de instructie 1 t/m 3 uitgevoerd worden),
  • maak deel uit van die kring
  • zoek een plaats in de kring die je als goed ervaart (door jezelf op meerdereplekken in de kring te positioneren),
  • bepaal de goede plaats door te ervaren dat je op die plaats de meeste rust voelten de meeste invloed op de leerlingen hebt,
  • benoem de ingenomen positie positief.

zintuiglijk specifiek voorbeeld
W. ziet de leerlingen voor zich, ze gaan staan en hij geeft ze een hand waardoor ze met elkaar een kring vormen. De positie die W. in de kring inneemt wordt onmiddellijk als goed ervaren. W. centreert duidelijk. Terwijl hij de handen vast heeft geeft hij energie door aan de leerlingen. Hij voelt de energiekring zich sluiten. Met een hoofdbeweging geeft hij de richting van de energiestroom weer. Hij hoort (als een tape-loop):”Wij gaan er samen iets van maken! Wij gaan er samen iets van maken! enz.”.

5. Houding en lach (n.b. 0. voorbereiding)

  • neem bij de ontvangst van de leerlingen een “fiere” houding aan door rechtop te gaan staan,
  • druk met deze houding vertrouwen en nieuwsgierigheid uit,
  • gebruik het (hand)gebaar dat je eerder maakte (zie 3),
  • voel een positieve spanning t.a.v. het avontuur dat je aangaat,
  • geef met een lach op je gezicht je positieve stemming aan,
  • kijk binnenkomende leerlingen aan,
  • ervaar je houding als positief.

zintuiglijk specifiek voorbeeld
W. gaat bij de deur van zijn lokaal staan. Hij kijkt vriendelijk naar de leerlingen die binnenkomen. Hij merkt dat de meeste leerlingen hem ook aankijken. Hij neemt waar dat enkele leerlingen hem niet aankijken. Deze leerlingen laat hij nadrukkelijk blijken dat ze welkom zijn door in hun richting te lopen en ze vriendelijk aankijkend te groeten met woorden:”Goede morgen!”

6. Warm welkom

  • laat de groep merken dat hij welkom is,
  • heet leerlingen daadwerkelijk welkom,
  • ga uit van een nieuwe start, vol nieuwe mogelijkheden, met deze groep.

zintuiglijk specifiek voorbeeld
W. staat nog steeds bij de deur. Bij het binnenkomen van de leerlingen spreekt W. groepjes leerlingen aan met algemene opmerkingen. Hij gebruikt de volgende zinnen: “Kon je het makkelijk vinden?”,” Ga maar zitten waar je wilt.”, “ Ik deel straks de papieren uit.”,” Ik ben geen Youp van ’t Hek, je kunt rustig vooraan komen zitten.” W. volgt met zijn ogen een leerling die de vorige keer niet in goeden doen was. W. ziet waar ze gaat zitten. Hij hurkt naast haar stoel en spreekt haar aan. W. zegt alleen “Hallo”

7. Persoonlijk welkom

  • spreek een aantal leerlingen persoonlijk aan,
  • laat blijken dat je persoonlijke kennis van de leerling hebt,
  • benoem ervaringen van de leerling die jij ook hebt (dit kan betrekking hebben op een gebeurtenis uit het nieuw of een t.v.-programma,
  • vertel iets over een eigen ervaring.

zintuiglijk specifiek voorbeeld
Bij binnenkomst van Siep zegt W: “Ha, Siep”. Hij noemt nog meer leerlingen bij naam. W. zoekt bij ieder leerling de haken en de ogen. Hij slaat zijn “haakjes” in de “oogjes” van de leerlingen. Hij vraagt of de leerlingen het nieuws gehoord hebben en gaat in op een nieuwsfeit. W. maakt waarderende opmerkingen naar leerlingen. W.. Hij vertelt iets over zijn zoon.

De les gaat “vanzelf” en plezierig van start

Commentaar

Bij het aanleren van de techniek aan een aantal jonge/beginnende docenten bleek de techniek succesvol. Een aantal stappen uit de techniek op zich had ook al effect op de klik tussen de klas en de docent. Het bewust worden van de werkruimte en het optimaliseren van deze ruimte had een positief effect op de “klik”. Bij stappen 2, 3 en 4 vindt een bekrachtiging van de docent plaats die als voorwaardelijk benoemd kan worden. Bij deze stappen is het vermogen tot associatie behulpzaam bij het doorlopen van de stappen. Stap 5 kan heel nadrukkelijk gezien worden als een fysiologisch moment in de techniek. Bij de laatste twee stappen is het vermogen van rapport nadrukkelijk aan de orde. Bij de “specialisten” was rapport met de leerlingen, maar ook het rapport in andere situaties sterk.

n.b. Deze techniek werkt snel in situaties waarbij het leerlingen betreft die voor de eerste maal samenwerken met een docent die de techniek hanteert. In situaties waarin een docent met een groep moeilijk “klikte” duurt het langer voordat er resultaten geboekt worden. Er moet dan nog een opruiming plaatsvinden. Voor deze opruiming is het mogelijk de hoefijzertechniek te gebruiken. De overtuiging

“Ik ben een leerkracht die onvoldoende functioneert” moet opgeruimd worden en worden vervangen door de overtuiging ”Ik kan een goede leerkracht worden.”

Belangrijke stappen in de techniek

De belangrijkste stappen in de techniek zelf zijn de stappen 6 en 7. Bij deze stappen zijn de leerlingen fysiek aanwezig en zal de voorbereiding, die vooral een goede “state” oplevert, in de praktijk vorm gegeven moeten worden. Zoals eerder opgemerkt zijn het vooral rapportvaardigheden, die ondersteund door de eerder genoemde vooronderstellingen de kern van de techniek bepalen.

De (gedachten)kring zoals in stap 4 benoemd is een nieuwe bijdrage aan de bestaande NLP- concepten. De kring is een model dat goed past binnen de NLP van de derde generatie waarbij uitgegaan wordt van het “veld”. Hierbij staat de systeembenadering centraal. In stap 4 van deze techniek gaat het tenminste om dat deel van het systeem dat door docent en leerlingen gevormd wordt.

Relatie tussen stappen

Zoals hierboven gemeld is een aantal stappen in de techniek van voorwaardelijk en voorbereidend belang. De stappen 1 tot en met 5 ondersteunen de stappen 6 en 7 in hoge mate. De stappen op zich vormen op zich al zinvolle en effectieve stappen op weg naar de “klik” met de klas. In samenhang kun je zeggen dat er extra profijt wordt getrokken.

Hindernissen en oplossingen

Bij het doorlopen van de verschillende stappen in de techniek kunnen meerdere hindernissen ondervonden worden. Per stap wordt de hindernis aangegeven en een algemene NLP-techniek genoemd die het doel, dat door de hindernis belemmert, bereikbaar maakt.

Overtuigingen en metaprogramma’s

Bij moeilijkheden met de cliënt om in een goede gemoedstoestand te geraken om de techniek te ondergaan, kan het zinvol zijn het concept van de metaprogramma’s te verduidelijken en de cliënt duidelijk te maken welke programma’s door de cliënt van nature gehanteerd worden en welke programma’s door de experts gebruikt werden. Het uitvoeren van een volledige metaprofielanalyse is niet noodzakelijk. In gesprek een aantal programma’s verduidelijken en mogelijk middels een sociaal panorama schetsen kan hier volstaan.

Ook de toepassing van deze mogelijkheid na het uitvoeren van de techniek kan tot verbetering van het resultaat van de techniek leiden.

Stap 1.
Wanneer het moeilijk is een voorstelling te maken van de werkruimte kan het zinvol zijn met behulp van een GIP, (Milton-taal) een interne voorstelling te maken van de werkruimte.
Bij het moeite hebben met het plaatsen van leerlingen en docent in de ruimte is de keuze voor het werken met de technieken vanuit de sociaal-panorama-gedachte zinvol.

Stap 2.
Bij het moeite hebben met associëren is het zinvol een aantal eenvoudige associatieoefeningen te doen. Begin met situaties waarin gemakkelijk geassocieerd kan worden.

Stap 3.
Het tot rust komen kan bevorderd worden door ademhalingstechnieken en meditatieve technieken waardoor de aandacht op het eigen lichaam wordt gefocust.
Rust uitstralen kan bevordert worden door een referentie-ervaring op te zoeken waarin rust uitgestraald werd.

Stap 4.
Het zoeken van een goede plek in de kring wordt bevorderd door technieken van uit de sociaal- panorama-gedachte waarin door de kring gevisualiseerd wordt en gevoelsmatig tot een goede plaats gekomen kan worden. De techniek in de ruimte toegepast, d.m.v. opstellingen (Hellinger) zal ook het gewenste effect bereiken.

Stap 5.
Het aannemen van een “fiere” houding kan in hoge mate bevorderd worden door het hanteren van de “Circle of excellence”. Deze meervoudige referentie-techniek heeft een uiterst positief effect op de fysiologie.

Stap 6 en 7.
Bij de stappen 6 en 7 is het hebben van rapport van essentieel belang. Het oefenen van rapportvaardigheden is hier een goede mogelijkheid een hindernis op dit gebied te overwinnen. Met name het afstemmen op criteria is van groot belang.

Naast de hindernissen bij de verschillende stappen in de techniek op omgevings-, gedrags- en vaardighedenniveau kan een aantal stappen bemoeilijkt worden door belemmerende overtuigingen. Mocht er sprake zijn één of meerdere belemmerende overtuigingen dan kunnen verschillende technieken, afhankelijk van de oorsprong van de belemmerende overtuiging, worden ingezet.

About the Author Librarian

Librarian is geen auteur. Het is een adminstratieve dienst die artikelen uit de oude IEP bibliotheek als posts op deze site heeft geplaatst. De datum van het artikel is ongeveer geschat (per jaar).

Leave a Comment: