Menu 

Provocatief coachen en het criminele leven

Artikel: Sessieverslag 2

Auteur: Sergio van der Pluijm

Beschrijving: B. is een autochtone jongeman van eind 30 uit Maastricht, die veroordeeld is voor inbraken, handel in verdovende middelen, en verboden wapenbezit. Het is bekend dat hij geboren en getogen is in een crimineel milieu. Hij heeft een gevangenisstraf van 16 maanden achter de rug (voor de 3e keer) en moet nu een leerstraf uitvoeren. Toen hij vrijkwam ontdekte hij dat zijn vriendin, tevens moeder van zijn zoon van vier, was vreemdgegaan. Zij heeft nu een nogal ambivalente houding ten opzichte van de relatie: aan de ene kant wil zij hem helpen en aan de andere kant wil zij haar hernieuwde vrijheid niet opgeven. Zij heeft niet veel gevoelens meer voor hem, is het criminele leven zat en heeft er weinig vertrouwen in dat het hem gaat lukken op het rechte pad te blijven. Kortom: zij gaat niet meer voor hem. Omdat hij licht paranoïde persoonlijkheidstrekken heeft, en extreem afhankelijk is, is dit zó moeilijk voor hem, dat hij bijna over niets anders kan praten. Bovendien legt hij de oplossing voor zijn probleem totaal buiten zichzelf: als zij weer voor me gaat… als ik nou maar een baan vind… als ik eigen woonruimte heb… ja, dan komt alles goed. Na enkele weken op de traditionele manier met hem gewerkt te hebben, zonder veel resultaat, besluit ik om het eens op de provocatieve manier te proberen. Om de schok niet te groot te laten zijn zet ik er een veilig kader omheen en ik gebruik daarbij termen als: “advocaat van de duivel spelen”,”de hulpverleningsstijl van de kroeg”, “het slechte benadrukken om het goede…” etc.

Sergio van der Pluijm

 

===========================

Beschrijving: B. is een autochtone jongeman van eind 30 uit Maastricht, die veroordeeld is voor inbraken, handel in verdovende middelen, en verboden wapenbezit. Het is bekend dat hij geboren en getogen is in een crimineel milieu. Hij heeft een gevangenisstraf van 16 maanden achter de rug (voor de 3e keer) en moet nu een leerstraf uitvoeren. Toen hij vrijkwam ontdekte hij dat zijn vriendin, tevens moeder van zijn zoon van vier, was vreemdgegaan. Zij heeft nu een nogal ambivalente houding ten opzichte van de relatie: aan de ene kant wil zij hem helpen en aan de andere kant wil zij haar hernieuwde vrijheid niet opgeven. Zij heeft niet veel gevoelens meer voor hem, is het criminele leven zat en heeft er weinig vertrouwen in dat het hem gaat lukken op het rechte pad te blijven. Kortom: zij gaat niet meer voor hem. Omdat hij licht paranoïde persoonlijkheidstrekken heeft, en extreem afhankelijk is, is dit zó moeilijk voor hem, dat hij bijna over niets anders kan praten. Bovendien legt hij de oplossing voor zijn probleem totaal buiten zichzelf: als zij weer voor me gaat… als ik nou maar een baan vind… als ik eigen woonruimte heb… ja, dan komt alles goed. Na enkele weken op de traditionele manier met hem gewerkt te hebben, zonder veel resultaat, besluit ik om het eens op de provocatieve manier te proberen. Om de schok niet te groot te laten zijn zet ik er een veilig kader omheen en ik gebruik daarbij termen als: “advocaat van de duivel spelen”,”de hulpverleningsstijl van de kroeg”, “het slechte benadrukken om het goede…” etc.

Een deel van het gesprek:
C: Zullen we het maar weer eens over je vriendin hebben… Weet je, ík snap wel waarom ze bij je weg wil! Zeg nou zelf, wat moet je nou met zo’n looser die nergens goed in is: Als crimineel deug je niet want je wordt steeds gepakt en als werkende burger presteer je helemaal niks! En dan loop je ook nog als een middeleeuwse slaaf te bedelen of je alsjeblieft bij haar mag blijven… geen wonder dat ze je niet respecteert!
B: Oh! Ze respecteert me heus nog wel, maar ze is gewoon haar vertrouwen in mij een beetje kwijt en ik in haar!
C: Ja en terecht! Ze heeft bewezen dat ze niet te vertrouwen is, dus als ik jou was zou ik maar een flatje tegenover haar gaan huren zodat je haar een beetje in de gaten kunt houden met een verrekijker! Misschien kun je ook wat afluisterapparatuur installeren in haar…
B: Wat een onzin! Ik moet gewoon snel een baan vinden, dan kan ik haar laten zien dat het me nu menens is! Maar ja door dat programma van jullie ben ik maar drie dagen per week beschikbaar en met mijn strafblad maak ik toch geen kans.
C: Precies, jij maakt geen kans! En bovendien past het werkende bestaan helemaal niet bij je. Ik denk dat het gewoon jouw missie is in dit leven om beroepscrimineel te zijn…
B: Neehee, ik wil eruit!
C: Ja maar, misschien heb je het tot nu toe gewoon nog niet goed aangepakt! Je moet volgens mij groter gaan denken: anderen het vuile werk laten opknappen.
B: Je moest eens weten! Ik heb dingen gedaan, als ik daarvoor gepakt was, had ik zó 8, 9 jaar gekregen!
C: Oh, nu word ik wel nieuwsgierig, vertel eens!
B: Ja dahag, dat ga ik jou niet aan je neus hangen!
C: Hè, dat vind ik nou jammer! Maar goed, daarmee ben je dus ook weggekomen! Kijk dat bedoel ik nou, het is gewoon een gave!
B: Okee, ik geef toe, ik heb heus wel eens gedacht: misschien moet ik gewoon doen waar ik goed in ben…
C: (Congruent, want nieuwsgierig) Ben jij dan echt zo goed?
B: Iedereen in Maastricht wil met mij werken!
C: Nou, zie je nou wel! Het is gewoon doodzonde als je zo’n talent laat versloffen!
B: (overtuigend) Hou nou eens op! Ik wil er écht uitstappen!
C: Maar waaróm dan in godsnaam?!
B: (Zeer congruent) Omdat ik mijn GEZIN kwijtraak!
C: (misschien had ik hier moeten zeggen: “die raak je toch wel kwijt”, maar dat kon ik niet over mijn hart verkrijgen. In plaats daar van:) Oké, dus je wilt er uit stappen. Ik vraag me af of jij daar wel sterk genoeg voor bent.
B: Oh heus wel!
C: Hoe weet je dat zo zeker?
B: Nou laatst nog, toen was ik in café ‘de Schurk’, waar al die grote jongens komen en toen kwam er eentje naar me toe en die zei: “ik heb een klus”. Nou toen zei ik gewoon: ‘vraag maar een ander, ik kap ermee”.
C: Jij?? Heb Jij dat gezegd??
B: Ja, ik ja!
C: Nou, oké, stel dat het je lukt, heb je weleens bedacht hoe saai dat burgermansbestaan wel niet is… (vermoeid:) Elke dag om 6 uur op, wéér naar die zelfde saaie baan, de hele dag buffelen voor een hongerloontje, ’s avonds weer naar huis naar die zelfde saaie vrouw, en alvast je boterhammetjes smeren voor de volgende dag… Dat is toch geen leven!
B: Maar dan heb je wel rust! Kijk ik heb gewoon geen zin meer om steeds achterom te moeten kijken, 24 u per dag op je hoede! Mijn zoontje die bang is voor de politie! Ik zal hooguit nog een weed-plantagetje doen, maar voor de rest helemaal niks!
C: Alleen maar een weed-plantage? Dat is toch kinderspel! Nou ja, je moet het zelf weten hoor, het is jouw leven! (…)

Voorbeeld van een groepstraining rond het thema ‘werk’.
Deze training beginnen wij altijd met de algemene vraag: ‘waarom werken mensen eigenlijk?’ Hierop krijgen wij steevast een antwoord in de trant van: ‘wat een stomme vraag! Voor geld, waarvoor anders?’ Vroeger gingen wij dan vervolgens – tegen de stroom in – uitleggen dat werk ook goed is voor je eigenwaarde en je dagstructuur en dat je er goede sociale contacten mee op kunt doen. Tegenwoordig draaien wij het om; dan roepen wij: ‘Precies! Geld maakt gelukkig! Hoe meer hoe beter! Met geld heb je vrienden en mooie vrouwen en snelle auto’s! Maar hee! Als het alleen maar om het geld draait, dan ga je toch niet werken! Dat schiet toch niet op! Waar wij een hele maand voor moeten ploeteren, dat maakten jullie vroeger in één nacht! Dan kan je beter een uitkering gaan trekken en een beetje zwart bijklussen en af en toe ’s nachts met een breekijzer op pad gaan! Toch?!’
Nadat de deelnemers van de schok bekomen zijn, beginnen zij steevast de andere kant te benadrukken en krijgen wij reacties als:

  • Ja, maar als ik dan van de steiger val, ben ik niet verzekerd!
  • Wat voor voorbeeld ben ik dan voor mijn kinderen?!
  • Op straat betaal je ook belasting! (bv. Als je in een nieuwe wijk wilt gaan dealen)
  • Je moet altijd achterom kijken en je hebt nooit rust, eigenlijk ben je 24 uur per dag aan het werk!
  • Jullie hebben makkelijk praten, want als jullie een probleem hebben op je werk, dan kun je naar een coach, maar toen ik de xxx aan het afpersen was, toen had ik het af en toe best even moeilijk en ik had niemand om er over te praten!
  • Aan het eind maakt Allah de balans op en als je dan alleen maar ‘slecht’ hebt geleefd ben je mooi de lul!

Het mooie is dat ze nu de argumenten tegen het criminele leven van elkaar horen en dat maakt veel meer indruk, dan wanneer ze het van ons zouden horen. Om er een mooie draai aan te geven toveren wij altijd aan het eind de piramide van Maslow over de behoeften van de mens te voorschijn en vergelijken wij die met de argumenten van de deelnemers. Meestal zijn alle lagen van de piramide genoemd door de deelnemers, tot aan zelfactualisatie toe (in hun woorden weliswaar).

About the Author Librarian

Librarian is geen auteur. Het is een adminstratieve dienst die artikelen uit de oude IEP bibliotheek als posts op deze site heeft geplaatst. De datum van het artikel is ongeveer geschat (per jaar).

Leave a Comment: