Van Grizzlyberen naar knuffelberen

Artikel: Grizzlyberen

Auteur: Ben Maas

Beschrijving: Modelleringsverslag. NLP-masterpractitionersopleiding 2004; “Het doel van deze techniek is te leren een grote groep te kunnen trainen en daar met zijn allen, de groep en ikzelf, plezier aan beleven en energie aan overhouden.”

In de hier beschreven techniek maak ik gebruik van Grizzlyberen en knuffelberen. Dit is mijn persoonlijke voorkeur. Het is de vrije keuze van de gebruiker van de techniek om een voor haar/hem passende metafoor te gebruiken. Ik zie het als Grizzlyberen, maar bij jou komt mogelijk iets anders op als je aan je sleutelwoorden of knuffelwoorden denkt. Mensen die het moeilijk vinden om met beelden te werken en/of die meer auditief gericht zijn zouden mogelijk ook geluiden en bijvoorbeeld muziekstijlen kunnen gebruiken.

Neem in stap 1 metaforen die je een naar gevoel geven. Neem in stap 2 metaforen die je een goed gevoel geven. Advies: neem die beelden of geluiden die als eerste bij jou opkomen. Enkele voorbeelden die mogelijk kunnen helpen mocht er niets opkomen: andere dieren, stripfiguren, gebouwen en plaatsen, automerken, enz.

 

Overzicht van de techniek

Bepaal de huidige toestand. Wat zijn je Grizzlyberen?

Bedenk de doeltoestand. Wat zijn je knuffelberen?

Beelden transformeren. Beren transformeren.

Doeltoestand verankeren.

Herhalen van transformeren en verankeren.

Plaats de metaforen. Koester je knuffelberen.

 

========================

Een goede hulp bij de voorbereiding van, het met plezier geven van een training aan een grote groep.

Waarom heb ik dit gemodelleerd?

Ik vertel over het algemeen graag mijn verhaal en zeker als het wat mij betreft ook nog diepgang heeft. Dit gaat me goed af zolang het aantal personen tegen wie ik het vertel te overzien is. Eén op één, perfect. Tegen een stuk of 5 geen probleem, bij 10 wordt het al lastig, maar daarna…. Help!!
Zoveel mensen dat ik het niet meer kan overzien. Hoe kan ik ze allemaal ‘bereiken’? Wat als ik er een paar mis die afhaken? Hoe houd ik het voor iedereen aantrekkelijk? Meer mensen betekent meer moeilijke vragen. Meer tegenstanders? En zo verder… Een hele hoop beren op de weg.

Ik zou dus heel graag willen leren om mijn verhaal te doen (trainer te zijn) voor een grotere groep. Een grote groep kunnen trainen en er met zijn allen plezier aan beleven. Ik ben er namelijk van overtuigd dat ik ook wel wat te vertellen heb.

Al snel kwam ik op een idee voor mijn expert. Een aantal jaar geleden gaf iemand mij een training getiteld: “Effectief leiderschap”. Ik was zeer onder de indruk van zijn manier van werken. Sinds die training ben ik bevriend met hem geraakt en ontmoeten we elkaar ook buiten trainingstijd. Tegenwoordig wordt Remco Claassen beschouwd als een van de top-trainers van Nederland. Hij vertelde me eens…. “Hoe meer mensen in de zaal hoe meer opgewonden ik raak.” Verder vertelt hij altijd dat hij ook alles wat hij vertelt gewoon van de besten heeft gejat, dus waarom zou ik niet van hem ‘jatten’. Een betere expert om te modelleren kan ik dus niet bedenken.

Als ik met behulp van de structuur van de subjectieve ervaring na ga hoe ik zelf voor een grote groep sta dan vallen enkele dingen al snel op.
Ik bereid me tot in detail voor totdat ik het gevoel heb dat ik alles over het onderwerp wel zo’n beetje weet. Één van mijn overtuigingen is dat je wel moet weten waarover je het hebt. Daar zit ook meteen een grote valkuil want tijdens mijn presentatie schiet al deze informatie steeds door mijn hoofd. Dat ik dit nog moet vertellen en dat ik dat niet mag vergeten en… en… en… Nu ik dit zo schrijf valt me ook ineens het woord ‘presentatie’ op. Presentatie klinkt voor mij heel sterk als éénrichtingsverkeer. Een training is voor mijn gevoel veel meer een wisselwerking. Dus: “Ben ik altijd wel zo betrokken bij de groep, of ben ik eigenlijk teveel met de stof bezig? Met mijn presentatie bezig?”

Ik merk dat tijdens mijn presentatie (zo kan ik het nu het beste noemen) mijn ademhaling heel hoog zit. Ik ben ook vooral in mijn hoofd aan het werk. Ik stel mezelf veel vragen zoals: Doe ik dit wel goed? Zouden ze dit wel begrijpen? Vinden ze dit wel leuk? Ben ik nog niks vergeten? Ik hoor mezelf zeggen: “Er zijn toch wel veel mensen.” Ik ben vooral gefocust op de inhoud en mezelf. Mede daardoor krijg ik een zeer monotoon stemgeluid.
Ik vergeet regelmatig om de groep erbij te betrekken, maar houdt toch aan de rest van het ingestudeerde programma vast. Ik beweeg weinig. Ik voel mezelf heel erg werken. Het kost me heel veel energie en het plezier is daardoor ver te zoeken.

Als ik samenvattend een natte-vinger-schets maak van hoe het vermogen volgens mij in elkaar zit kom ik tot het volgende plaatje.

Voor mij ligt dan vooral de uitdaging in de linker poot en dus de 2 blokken linksonder.

Wat is het doel van mijn techniek?

Het doel van deze techniek is te leren een grote groep te kunnen trainen en daar met zijn allen, de groep en ikzelf, plezier aan beleven en energie aan overhouden.

Hoe weet je dat de gebruiker van deze techniek het doel bereikt heeft?

Als ik mezelf als eerste gebruiker zie dan weet ik dat ik mijn doel bereikt heb als:

  • Ik met een goed gevoel (ontspannen, rustige ademhaling, benieuwd naar de dingen die komen gaan, enthousiast) het podium op stap.
  • Ik tijdens het bezig zijn met een (grote) groep er plezier aan beleef.
  • Ik met mijn aandacht bij de mensen in de zaal kan blijven.
  • Mijn stem niet super monotoon wordt.
  • Ik open kan staan voor de vragen en inbreng van anderen.
  • Ik na afloop vol energie (vrolijk, stralend, opgeladen, “kande-hele-wereld-aan gevoel”) van het podium afstap.

Als ik de techniek aan een ander kan overbrengen en hij/zij het volgende ervaart weet ik dat de techniek werkt en de gebruiker zijn/haar doel bereikt heeft:

  • Stapt ontspannen het podium op.
  • Weet mensen te boeien.
  • Is met de aandacht bij de zaal en niet alleen met zichzelf bezig.
  • Komt met energie het podium weer af.

Welke vooronderstellingen en overtuigingen zijn daarbij belangrijk?

Enkele van de overtuigingen die ik van de expert heb onderscheiden:

  • “Men” moet er wel iets aan hebben aan dat wat je vertelt. Het moet wel ergens over gaan.
  • Het komt altijd binnen.
  • Je moet gewoon aangeven wanneer het belangrijk is en dat het belangrijk is.
  • Veel mensen… hoe meer hoe beter. Er is er altijd wel één die applaus geeft, dan klapt de rest wel mee. Er is er altijd wel één die om een grap lacht, dan lacht de rest ook wel. Er zit altijd wel een ‘sukkel’ tussen, die kun je mooi uitspelen.
  • Ik heb mijn stuff gewoon van de béste gejat, dus ik weet waar ik het over heb.
  • Mensen kunnen en willen wel veranderen, maar willen niet veranderd worden.
  • Ik weet altijd meer over mijn onderwerp dan de mensen in de zaal.
  • Ik ben me bewust van “sprekerspijn”. Een groep onthoudt altijd maar 5 (plus of min 2) dingen van je hele verhaal. De rest wat je vertelt is verspilde tijd en moeite.

Metaprogramma’s van de expert

Tijdens het uitwerken van het metaprofiel interview vielen vooral de volgende metaprogramma’s van de expert me op.

Naar toe. Hoe groter de groep hoe meer mogelijkheden. Mogelijkheden om ‘te scoren’, mogelijkheden om binnen de grote groep weer groepjes te maken, mogelijkheden.. , mogelijkheden….
Gerichtheid ander. Door zijn gerichtheid op de groep kan hij in contact blijven met de hele groep en het overzicht over de groep bewaren. Zo weet hij dat hij goed bezig is.
Mensen/informatie/activiteiten scoort 2-1-3 Hij is vooral bezig dingen te doen, daarbinnen dingen te doen met mensen, waarbinnen informatie overdracht een rol speelt.

Deze metaprogramma’s vielen mij vooral op omdat ze in sterk contrast staan met mijn eigen metaprogramma’s tijdens mijn ‘presentaties’. Voor mij is het vooral:

Weg van. Vooral bezig met wat er allemaal mis kan gaan. Meer mensen is meer lastige vragen, meer mensen die kunnen afhaken enz.
Gerichtheid zelf. Vooral met een intern proces bezig van ‘doe ik het nog wel goed’, ‘vergeet ik niet iets te vertellen’, ‘ben ik wel duidelijk’.
Mensen/informatie/activiteiten scoort 2-4-0 Vooral bezig met het processen van alle informatie die ik moet vertellen en… oh ja, er zitten ook nog mensen in de zaal.

Het hoeft geen uitleg dat vooral de metaprogramma’s van de expert belangrijk zijn voor de techniek.

Het metaprogramma Opties staat bij de expert en mij beide aan. Hier is dus niet echt een contrast in het programma. Er is echter wel een scherp contrast in de invulling van dit programma. De opties die ik zag zijn vooral negatief van aard terwijl die van de expert meer mogelijkheden opleveren. Mogelijk ben ik eigenlijk ook meer gericht op de ander, maar staat bij mij vooral het programma Voldoet niet aan, terwijl bij de expert Voldoet wel heel duidelijk aan staat.

Van Grizzlyberen naar knuffelberen.

Intermezzo:
In de hier beschreven techniek maak ik gebruik van Grizzlyberen en knuffelberen. Dit is mijn persoonlijke voorkeur. Het is de vrije keuze van de gebruiker van de techniek om een voor haar/hem passende metafoor te gebruiken. Ik zie het als Grizzlyberen, maar bij jou komt mogelijk iets anders op als je aan je sleutelwoorden of knuffelwoorden denkt. Mensen die het moeilijk vinden om met beelden te werken en/of die meer auditief gericht zijn zouden mogelijk ook geluiden en bijvoorbeeld muziekstijlen kunnen gebruiken.
Neem in stap 1 metaforen die je een naar gevoel geven. Neem in stap 2 metaforen die je een goed gevoel geven. Advies: neem die beelden of geluiden die als eerste bij jou opkomen. Enkele voorbeelden die mogelijk kunnen helpen mocht er niets opkomen: andere dieren, stripfiguren, gebouwen en plaatsen, automerken, enz.

Overzicht van de techniek

  1. Bepaal de huidige toestand. Wat zijn je Grizzlyberen?
  2. Bedenk de doeltoestand. Wat zijn je knuffelberen?
  3. Beelden transformeren. Beren transformeren.
  4. Doeltoestand verankeren.
  5. Herhalen van transformeren en verankeren.
  6. Plaats de metaforen. Koester je knuffelberen.

Invulling van de stappen

Stap 1: Bepaal de huidige toestand.

Breng goed in kaart wat voor jou de huidige toestand is. Wat zijn de problemen die je herkent als het erom gaat voor een grote groep te gaan staan. ‚

  • Associeer in een (recente) ervaring waarin je voor een grote groep stond. ‚
  • Beschrijf welke problemen je ziet en ervaart (Vr en K). Geef elk probleem een sleutelwoord (of korte aanduiding). ‚
  • Maak een lijst van de sleutelwoorden.
  • ‚ Stap uit de associatie van de huidige toestand

Zintuiglijk specifiek voorbeeld
Ik sta voor een groep en wil een inhoudelijk betoog gaan houden over mijn laatste opdracht. Ik heb me goed voorbereid en wil ze overtuigen dat ik goed werk heb geleverd. Alle info die ik wil vertellen schiet door mijn hoofd. Als ik maar niets vergeet. Ooh jee, er zijn meer mensen dan dat ik verwacht had. Ik voel me ongemakkelijk. Als ik maar niet teveel lastige vragen ga krijgen. Ik begin enthousiast mijn verhaal en merk al snel dat ik vooral in mijn hoofd bezig ben. Langzaam begin ik steeds monotoner te praten. Ik krijg een starre houding. Ik zie de eerste mensen afhaken en begin me steeds ongemakkelijker te voelen. Het kost me veel energie om bezig te zijn.

Sleutelwoorden
Vergeten
Hoofd
Lastige
vragen
Monotoon
Gapers
Saai
Energy drain

Stap 2: Bedenk de doeltoestand

  • ‚Stel je voor dat je voor een groep staat en dat het precies zo gaat als dat je wenst. Dit kan geassocieerd of gedissocieerd. ‚
  • Beschrijf wat je ziet en ervaart (Vc en K). Wat gebeurt er in de zaal (Vc en Ac). Bedenk voor elk pluspunt een ‘knuffelwoord’. (Uit de Dikke VanBen: Knuffelwoord = een woord dat iets omschrijft wat zo lekker voelt dat je het wel zou willen knuffelen).
  • Bedenk minimaal voor elk sleutelwoord op je lijst een knuffelwoord voor wat je graag zou willen terwijl je voor een grote groep staat (Vc en K). Deze woorden hoeven niet het tegengestelde van een sleutelwoord te zijn. Plaats die naast de sleutelwoorden op je lijst.

Als je meer knuffelwoorden kunt bedenken dan sleutelwoorden op je lijst is dat prima. Plaats ook deze knuffelwoorden op je lijst.

Zintuiglijk specifiek voorbeeld
Ik sta heerlijk ontspannen voor de groep. Beide benen stevig op de grond. Mijn ademhalingstempo is laag en mijn ademhaling zit laag in mijn buik. Ik zie allemaal lachende gezichten vol verwachting van wat ik ga vertellen. Ik begin heel enthousiast mijn verhaal en maak me niet druk om de informatie. Die heb ik goed voorbereid, dus ik vertrouw erop dat die er wel uit komt. Ik ben met mijn hoofd bij de zaal en de informatie komt meer uit mijn lijf. Ik heb een heerlijk losse houding, nergens gespannen spieren, schouders laag en ben rustig in mijn hoofd. Geen drukke interne dialoog over de dingen die ik allemaal niet mag vergeten of van de zaal kan verwachten. Ik krijg mooie gedachten van de mensen uit de zaal waar we samen over bomen. Door het gesprek met de aanwezigen ontstaat extra energie. Iedereen blijft vol aandacht omdat ze niets willen missen.

Stap 3: Beelden transformeren

  • ‚Neem het eerste sleutelwoord van je lijst in gedachten en zie welk beeld (of geluid) dat daarbij in je gedachten opkomt. Waarschijnlijk is dit een beeld wat jou een minder goed gevoel geeft. ‚
  • Label dit beeld met het sleutelwoord. Plaats het woord op, in of onder dit beeld, zie maar waar het past (Vc). ‚
  • Verander dit beeld in een beeld passend bij het knuffelwoord wat achter het sleutelwoord op je lijst staat. ‚
  • Je mag het beeld geleidelijk laten veranderen (Vc) of misschien is je nieuwe beeld er direct. ‚
  • Merk dat het gelabelde sleutelwoord nu belachelijk staat bij je nieuwe beeld (K).

Voor de begeleider: Vraag goed de sub-modaliteiten uit tijdens de visualisatie van het nieuwe beeld. Het plaatje, de kleuren, geluiden, dichtbij/veraf, licht/donker enz. Voor het beeld bij het sleutelwoord is dit minder van belang. Hier wil men toch vanaf.

Zintuiglijk specifiek voorbeeld
1e woord ‘Vergeten’. Ik zie een enorme Grizzlybeer met een groot gat boven op zijn hoofd en zonder hersenen. Het beest kijkt wazig en driftig grauwend om zich heen. Ik hang hem een bordje met daarop “Vergeten” om zijn nek. Langzaam groeit zijn schedel dicht en ontstaan er grote roze flaporen. Zijn gezicht en lijf veranderen in een soort Duracel konijn. Het bord met “Vergeten” is veel te groot voor hem en wordt steeds kleiner. Het dreigende woord wordt een beetje lachwekkend. Ik voel dat het niet meer bij het konijn past.

Stap 4: Doeltoestand verankeren

  • Visualiseer het ontstane beeld (Vc). ‚
  • Plaats nu in plaats van je sleutelwoord, het knuffelwoord van de lijst op je nieuwe beeld (Vc). ‚
  • Veranker dit woord aan je nieuwe beeld (Vc en K).

Voor de begeleider: Als het moeilijk is een beeld te bedenken bij een knuffelwoord dan is het handig om terug te gaan naar stap 2. Hoe ben je op het knuffelwoord gekomen? Welke ‘vertaling’ is daarvoor gemaakt? Een andere oplossing is het laten beschrijven van hoe de gewenste situatie eruit ziet. Laat dan in gedachten een foto maken van die situatie. Ook dit is een goed bruikbaar beeld.

Zintuiglijk specifiek voorbeeld
Ik zie het Duracelkonijn weer voor me en plak het woord vertrouwen op het bordje om zijn nek. Onbewust heeft dit woord natuurlijk al meegespeeld bij het ontstaan van dit konijn. (Duracel en vertrouwen schieten door mijn hoofd). Het woord past hem prima. Het beestje begint er meteen rustig op los te klepperen met zijn bekkentjes.

Stap 5: Herhalen van transformeren en verankeren

  • ‚Herhaal de stappen 3 en 4 voor elk sleutelwoord van je lijst. ‚
  • Visualiseer voor elk sleutelwoord een weergave, verander dit in een nieuw beeld en veranker het knuffelwoord. Het mooiste is het als je verschillende nieuwe beelden overhoudt. Gelijke beelden met een ander knuffelwoord mag natuurlijk ook. ‚ Bewaar alle nieuwe beelden en neem ze denkbeeldig met je mee.
  • Bewaar ze voor tijdens je voorbereiding op het geven van een training. ‚
  • Neem ze mee naar de plaats waar je de training gaat geven.

Als je uit de eerste 2 stappen een hele lange lijst woorden hebt gekregen neem dan die hoeveelheid metaforen die je kunt onthouden. Gebruik daarvoor de sleutelwoorden die voor jou de grootste problemen veroorzaken. Vaak zul je merken dat als je de grootste problemen aanpakt de minder grote ook zullen verdwijnen. Bedenk wel dat je meestal meer metaforen als woorden kunt onthouden.

Zintuiglijk specifiek voorbeeld
Het gaat wat ver om hier alle transformaties uit te schrijven. Maar enkele voorbeelden van begin en eind…. Een Grizzly met een enorm HOOFD werd een badstof beer met een heerlijk zacht LIJF. Een monotoon ijsberende grommende Grizzly werd een ravottende Koala beer. Aan het eind heb ik alle knuffelberen in een grote doorzichtige tas gestopt. De tas heb ik denkbeeldig op de hoek van het bureau in mijn werkkamer geplaatst.

Stap 6: Plaats de metaforen

  • ‚Stap op het podium en plaats in de zaal tussen de aanwezigen, in gedachten je nieuwe, met knuffelwoord verankerde, beelden (Vc). ‚
  • Plaats ze zo dat de knuffelwoorden goed leesbaar zijn (Vc). ‚
  • Start met je training/voordracht/optreden.

Zintuiglijk specifiek voorbeeld
Tijdens een recente uiteenzetting van mijn huidige opdracht (ditmaal een kleine groep) heb ik de knuffelberen in gedachten tussen de aanwezigen geplaatst. Er waren meer beren als mensen. Het bracht direct een glimlach op mijn gezicht. Ik kon heerlijk ontspannen starten.

Commentaar

Een grote groep trainen en er met zijn allen energie aan overhouden. Tijdens het contrasteren van de expert en mijzelf was al snel duidelijk wat het verschil is dat voor mij precies het verschil maakt. Meer mensen is meer mogelijkheden in plaats van meer problemen (beren-op-de-weg). Het verschil in mind-set waarmee je dan op het podium stapt is gigantisch. De ‘Grizzlyberen’ die ik voor me zie zijn voor hem knuffelberen.

Bij mij werkt het vaak al, als ik ergens het voordeel van inzie. Weg met het oude patroon, hup het nieuwe in de plaats. Maar hoe dat dat werkt? Hoe ik dat doe?? (Misschien iets om ook eens te laten modelleren.) Ik heb het nieuwe patroon in elk geval, tijdens het laatste NLP blok, uitgeprobeerd en het werkte prima.

Maar ja.. nu had ik een probleem: Hoe kan ik dit nu in een model gieten om het aan anderen over te dragen? Ik neem niet aan dat iedereen zomaar van patroon kan wisselen.

Ik kon niet echt achterhalen hoe Remco dat nu doet. Hoe hij alleen de voordelen ziet. Zijn uitspraken klinken natuurlijk heel logisch. “Er is er altijd wel een die lacht…..” , “Er is er altijd wel een die gaat klappen….” Enz… Bij hem is die state er eigenlijk altijd al. Hij hoeft niet te switchen. Ik moest die switch nog maken.

Ik heb mijn techniek bedacht om deze ‘state’ te bereiken voordat je het podium opstapt. Om een switch of transformatie te maken. Daarmee is het eigenlijk geen model meer van mijn expert. Maar het is wel datgene wat voor mij het verschil was dat precies het verschil maakte.
Het idee voor de techniek werd geboren vanuit de beren-op-de-weg (Grizzly’s) naar de knuffelbeer (wat Remco zelf is). Toen dat idee er eenmaal was kon ik er niet meer mee stoppen. De techniek is wat stappen betreft eenvoudig en volgens mij op vele terreinen toepasbaar. Als de huidige toestand duidelijk is en ook de doeltoestand helder, is het een kwestie van een sleutelwoord en een knuffelwoord bedenken. Je Grizzly labellen en je knuffelbeer maken en verankeren. Je neemt je knuffel mee naar de situatie waar je hem nodig hebt… et voila.

De techniek geeft voor mij een prima oplossing voor de uitdagingen uit de linkerpoot van mijn natte-vinger-schets. Door het plaatsen van mijn knuffelberen binnen de groep aanwezigen wordt automatisch mijn aandacht de zaal ingetrokken. Dit dwingt me ook om met mijn gedachten naar de groep te gaan. Daardoor merk ik dat ik minder met mijn eigen dialogen bezig kan zijn. Dit helpt automatisch ook weer om niet continue met de stof in mijn hoofd bezig te zijn. In combinatie met een andere voorbereiding, meer op grote lijnen en minder op specifieke inhoud, sta ik daardoor ook meer boven de stof.

Naar aanleiding van vragen over het plaatsen van de beren ben ik bewuster gaan opletten hoe dit proces gaat. Het blijkt dat de beren zichzelf plaatsen. De ene keer in de beschikbare ruimte tussen mensen, de andere keer op lege stoelen, de andere keer bij mensen op schoot, weer een andere keer helemaal vooraan vlak voor mijn neus en de andere keer achter in de zaal. Het gaat eigenlijk vanzelf. Als ik de zaal inkijk dan zijn ze er gewoon en blijkbaar op een plaats die ze (onbewust bij mij) zelf kiezen. Is wel heel grappig om te ervaren en bij stil te staan.
Ik hoop dat ik, door dit wat vaker bewust in de gaten te houden, er nog een bepaald patroon in kan ontdekken. Daarvoor zal ik de techniek nog wat vaker moeten toepassen.

Commentaar bij de techniek.

Het lijkt er bij mij op dat de tegenstellingen, die het toch veelal zijn op mijn lijst, als transformatie van het ene naar het andere beeld en van het ene naar het andere gevoel, erg goed werken. Tevens was ik tijdens het uitproberen in verschillende settings sterk geneigd om vaak de groep in te kijken op zoek naar mijn beren. Dit bevordert direct het kijken naar de groep en het contact met de groep. Een paar mensen namen in gedachten tijdens de voordracht de vorm van een knuffelbeer aan.
Ook bij één-op-één ontmoetingen waar ik bij voorbaat een probleem bij de andere persoon zag werkte de transformatie. Daarbij maakte ik voor het gesprek in enkele gevallen van de persoon een Grizzly met label en transformeerde hem/haar naar een knuffelbeer met het gewenste label. Het is erg leuk wat je meemaakt als je de betreffende persoon dan daadwerkelijk ontmoet. Waar ik voor moest oppassen was dat het niet overkwam alsof ik de persoon in kwestie uitlachte. Een nadeel aan de techniek zou kunnen zijn dat de beren worden vergeten tussen stap 5 en 6.

Wat is de belangrijkste stap?

De belangrijkste stap voor mij is zonder twijfel stap 3: Het transformeren. Daar vindt de eigenlijke verandering plaats. Het daadwerkelijk plaatsen van je beren is natuurlijk ook belangrijk.

Wat is de relatie tussen de stappen?

In stap 1 wordt de huidige toestand bepaald. De beren-op-de-weg worden in kaart gebracht. Welke problemen kom je tegen? Anders gezegd; Wat zijn je Grizzlyberen? De sleutelwoorden worden genoteerd.
In stap 2 wordt de doeltoestand bepaald. Wat zou je graag willen? Of anders gezegd; Wat zijn je knuffelberen? De knuffelwoorden worden genoteerd.
In deze twee stappen ontstaat dus de lijst die nodig is voor en gebruikt wordt in de belangrijkste stap, stap 3. Hier wordt de transformatie uitgevoerd.
Pas als deze stap afgerond is vindt in stap 4 de verankering van de knuffelwoorden aan de knuffelbeer plaats.
Stap 5 is direct afhankelijk van het aantal sleutelwoorden en knuffelwoorden op de lijst die ontstaan is in stap 1 en 2. Belangrijk is dat in deze stap alle knuffelberen worden verzameld en meegenomen. De verzamelde beren van stap 5 kunnen dan in stap 6 de juiste ‘bagage’ vormen om met een goede state-in-mind het podium te betreden. Daarna kan de afronding met het plaatsen in de zaal plaatsvinden. Afhankelijk van de tijd tussen stap 5 en 6 wordt het meer of minder belangrijk om de knuffelberen goed te ‘bewaren’.

Welke hindernissen verwacht ik bij de doelgroep en hoe wil ik daarmee omgaan?

In eerste instantie wilde ik iets modelleren voor mensen die vaak met grote groepen werken en er dan met zijn allen energie aan willen overhouden. Maar eigenlijk kan voor deze techniek iedereen de doelgroep zijn. De techniek is erg eenvoudig over te brengen en te begrijpen en kan volgens mij voor vele situaties een oplossing bieden.

Daarom neem ik ieder persoon met een normaal IQ of daarboven als doelgroep. Bij deze doelgroep kan ik de volgende hindernissen verwachten:

Als ik eerst de gehele techniek in een keer bekijk zie ik een paar mogelijke hindernissen: ‚

  • Hindernis: Iemand heeft problemen om te associëren in een eerdere ervaring voor een groep. Oplossing: Achterhalen of iemand niet kan of wil associëren. Bij ‘niet kunnen’ hulpbronnen overbrengen, bij ‘niet willen’ achterhalen waarom. Als het waarom ‘angst’ is kan change personal history een oplossing bieden. Als het lichaam ‘niet wil’ dan communiceren met of onderhandelen met het gedeelte dat niet wil. ‚
  • Hindernis: Iemand heeft problemen om te associëren met de gewenste situatie. Oplossing: Allereerst een ecologie check op de doeltoestand. Ook achterhalen of het doel al echt duidelijk is. Met andere woorden: Is dit wel echt een doel. Verder kunnen dezelfde problemen optreden als bij de eerste hindernis. ‚
  • Hindernis: Iemand heeft problemen met visualiseren. Oplossing: Mogelijk aan pakken met een Bateson strategie. Of gewoonweg duidelijk maken dat er niet echt een plaatje (als in foto) gezien hoeft te worden. Stel de vraag: Welke kleur heeft je voordeur? En wijs erop dat daarbij ook het beeld van de voordeur in gedachten wordt gehaald. Oplossing: Zoals al eerder beschreven kun je ook gaan werken met geluiden (A) of gevoelens (K), of mogelijk beter nog, een combinatie van alle drie.

Verder kan ik op dit moment geen hindernissen beschrijven. Nogmaals, de techniek op zich is eenvoudig te begrijpen en te begeleiden. Mogelijk dat er bij het verder uitproberen ‘in het veld’ of door feedback van anderen nog mogelijke hindernissen boven water komen.

Voor informatie: b.maas@amexo.nl

About the Author Librarian

Librarian is geen auteur. Het is een adminstratieve dienst die artikelen uit de oude IEP bibliotheek als posts op deze site heeft geplaatst. De datum van het artikel is ongeveer geschat (per jaar).

Leave a Comment: