Menu 

Modelleringsverslag: Leave behind and relax

Door Charlotte van de Ven

Het vermogen dat ik gemodelleerd heb betreft het kunnen afschakelen en relaxen na het werk. Ik wilde graag onderzoeken hoe iemand het zogenaamde knopje om kan zetten (loslaten van het werk) en kan komen tot een ontspannen state waarin ruimte ontstaat voor creativiteit en balans in zijn/haar leven.

Lees het modelleringsverslag van Charlotte van der Ven.

Leave behind and relax

 

1. Inleiding en doel

1.1 Beschrijving van het doelvermogen en het doel van de techniek

Leave behind and relax… Het vermogen dat ik gemodelleerd heb betreft het kunnen afschakelen en relaxen na het werk. Ik wilde graag onderzoeken hoe iemand het zogenaamde knopje om kan zetten (loslaten van het werk) en kan komen tot een ontspannen state waarin ruimte ontstaat voor creativiteit en balans in zijn / haar leven. De belangrijkste ontdekking die ik heb gedaan bij het modelleren van dit vermogen is het feit dat het loslaten van het werk niet een kwestie is van een knop omzetten maar dat het een proces is dat uit verschillende stappen bestaat. Het doel van deze techniek is te leren met een goed gevoel het werk even te parkeren en volledig tot rust te komen in de vrije tijd. Dit levert nieuwe energie op en een leeg en ontspannen gevoel waardoor er ruimte is voor creativiteit en om optimaal te genieten van alle mooie facetten van het leven.
In dit verslag komt eerst de modellering van de expert aan bod gevolgd door een zintuiglijk specifieke beschrijving, de instructies in stappen voor de NLP-er staan beschreven in hoofdstuk

1.2 Motivatie / aanleiding

In mijn praktijk komen geregeld volwassenen die het moeilijk vinden om af te schakelen en het zogenaamde knopje om te zetten. Bij mensen met een burn-out is dit vaak een belangrijk punt. De techniek ‘Leave behind and relax’ is nuttig voor mensen die het lastig vinden om buiten werktijd in de ontspannen modus te komen en te blijven. Er zijn veel mensen die door alle moderne media (telefoon, tablet en laptop) constant bereikbaar blijven en daardoor ook het gevoel krijgen altijd beschikbaar te moeten zijn. De verleiding om te reageren op berichten is dan ook groot met als gevolg dat het werk doorloopt in de vrije tijd. Personen die aangeven dat het in hun hoofd altijd erg druk is en die het werk moeilijk los kunnen laten zullen veel steun hebben aan deze techniek. Wanneer zij over dit doelvermogen beschikken levert hen dit meer ontspanning op waardoor er een evenwichtige balans tussen werk en privé ontstaat. Door deze balans zullen personen in staat zijn optimaal te genieten van het leven.

2. Voordelen voor de cliënt

Wanneer de cliënt zich dit doelvermogen eigen heeft gemaakt levert dat een groot aantal voordelen op. De cliënt:

  • Heeft het gevoel weer controle te hebben over zijn /haar vrije tijd;
  • Krijgt een voldaan gevoel aan het einde van een werkdag;
  • Krijgt na het afsluiten van een werkdag een gevoel van rust in zijn / haar hoofd;
  • Is in staat optimaal te genieten van de vrije tijd;
  • Komt tot rust en ontspanning in de vrije tijd waardoor deze meer energie heeft voor een nieuwe werkdag of een ontspannen avond of weekend;
  • Wordt een prettiger persoon om samen mee te leven en te werken;
  • Kan ruimte geven aan creativiteit (door de rust in het hoofd) waardoor nieuwe mogelijkheden en kansen ontstaan.

De expert hanteert onderstaande overtuigingen bij het afschakelen en relaxen na het werk. Samen met de cliënt kan na worden gegaan of ze van onderstaande uitgangspunten uit willen gaan. De cliënt heeft zijn doel bereikt als hij congruent de volgende uitspraken tegen zichzelf kan zeggen (overtuigingen):

  • Ontspanning is nodig, anders kun je de volgende dag niet presteren;
  • Ik werk om te leven, ik leef niet om te werken.
  • Ik kan dingen loslaten omdat ik erin geloof dat dat wat belangrijk is, op het juiste moment weer voorbij komt.
  • Het gezin / privé is vele malen belangrijker dan het werk.
  • Het is nu niet belangrijk, als ik morgen reageer is dat tijd genoeg.
  • Wanneer er een mailbericht of telefonisch contact wordt gezocht denk ik, nu heb ik vrij.
  • Ik laat me niet leiden doordat iemand een keer overwerkt en dan een mail stuurt, hij hoeft dan geen antwoord te verwachten. Ik denk: ‘Je bent morgen aan de beurt, ik werk morgen pas weer’; Andersom sta ik er ook zo in, ik verwacht geen direct antwoord op mail als ik een avond overwerk. Doordat ik niet direct reageer, gaat de ander dat ook niet meer verwachten.
  • Ik heb zoveel werk, ik kan 7 dagen per week 24 uur per dag werken en dan is het werk nog niet af, dus dat heeft geen zin.
  • In mensen die het niet verdienen, stop ik geen energie.
  • De mail is te ver doorgeslagen, ik laat me niet leven door mijn PC of telefoon.

Criteria die belangrijk zijn bij het loslaten van het werk:

  • Eigen verantwoordelijkheid nemen;
  • Ontspanning;
  • Genieten van gezin en vrije tijd;
  • Vertrouwen;
  • Respect;
  • Open zijn;
  • Hard werken.

 

3. Overzicht van de techniek ‘Leave behind and relax’

Verschillende fasen in het proces:

Metapositie
Situatie werk

1. Afronden op het werk

2. Op weg naar huis

3. Aankomst thuis

Metapositie
Situatie relax

4. Relax

5. Hold that state

6. Oppakken van het werk

7. Future pace en ecologie

4 Invulling van de stappen, beschrijving van de expert

Stap 1: Afronden op het werk

Op basis van de klok neem je een besluit dat je stopt met werken en naar huis gaat. Vervolgens sluit je de PC af. Bij het afsluiten van de PC kijk je nog even naar je agenda en daardoor heb je het schema van die week in je hoofd. De eerstvolgende afspraak van de volgende dag neem je in je op, het overzicht van de week heb je op de achtergrond in je hoofd (als een plaatje). Dat komt doordat je het weekoverzicht een aantal keren per dag ziet. Je neemt op dat moment een besluit of je ’s avonds nog iets doet aan je werk of niet. Alleen als je ziet dat het onmogelijk is iets af te krijgen is voor de deadline neem je iets mee. De agenda vormt de sleutel, die geeft aan of je het werk nog kunt plannen in die week. Je werkt maximaal twee avonden per week thuis. De spullen laat je fysiek op het bureau liggen, behalve als je je vooraf hebt voorgenomen dat je ’s avonds nog wil werken. Je neemt dan alleen die spullen mee naar huis die je voor dat afgebakende werk nodig hebt. Je maakt het licht uit en trekt de deur achter je dicht. Dat is zowel letterlijk als figuurlijk, je laat het werk ook echt achter in de ruimte. Bij een volumeknop van 0-10 (waarbij 0 staat voor het werk helemaal naar de achtergrond en 10 staat voor volledig aan het werk zijn) is de volumeknop bij het afsluiten van de PC, even maximaal op 10 (misschien wel 11): Je weet wat er op jouw bureau ligt, wat er in je agenda staat en wat er in de mailbox zit, dat geeft het totaaloverzicht, dat is meestal zoveel, dat je denkt, dat krijg ik toch niet klaar, morgen is weer een dag.

Belangrijke onderdelen zintuiglijk specifiek:

  • Bepalen voor jezelf wanneer jouw werkdag ten einde is;
  • Berg achterlaten;
  • Tas inpakken;
  • Deur dichttrekken;
  • Vooraf bepalen of je ’s avonds nog gaat werken.

Zintuiglijk specifiek voorbeeld (interne weergave, extern gedrag, criteria, metaprogramma’ s en overtuigingen)

Ik zie de klok op de PC en weet dat het tijd is om af te sluiten. Het is heel druk, maar ik moet nu naar huis. Terwijl ik de PC afsluit sta ik aan de PC half voorover gebogen. Ik denk: ‘Ik ga ermee stoppen, het is goed geweest voor vandaag. Ik kan altijd wel doorgaan, ik krijg het toch niet af. Ik ben nog lang niet klaar. Ik vind het belangrijk om zo snel mogelijk naar huis te gaan en op tijd thuis te zijn (interne referentie). Bij het afsluiten van outlook kijk ik naar de agenda. Ik denk: ‘Ik heb hard genoeg gewerkt (criteria: inzet, actieve houding). Het is morgen weer een dag, ik heb genoeg gedaan. De rest kan wachten tot morgen.’ Ik heb een druk gevoel in mijn hoofd, draait in het rond als een wervelwind. De verantwoordelijkheid die ik heb ten aanzien van mijn werk voel ik als een last op mijn schouders, een drukkend gevoel.

Ik zie een berg werk voor me liggen, deze ligt fysiek in de ruimte. Ik maak daar in gedachten een plaatje van. Het is een berg in verschillende donkere kleuren die ook de verschillende projecten aangeven. Ik neem op basis van de weekagenda een besluit (dat is de sleutel) of ik die avond nog ga werken of niet, dat ligt aan de verdere planning van die week. Als ik wel nog iets ga doen, neem ik alleen dat stukje van de berg mee naar huis. Ik stop slechts één kleur van de berg in mijn tas. Op het moment dat ik de PC afsluit, zie ik het totaalbeeld, zucht een keer diep, sluit de PC af. Terwijl ik de spullen in mijn tas doe, neem ik afstand van de berg. Ik zet een stap achteruit, loop om de berg heen, met mijn tas naar de deur, doe het licht uit en daardoor worden de kleuren van de berg minder fel. Ik loop de deur uit, trek de deur achter me dicht en maak de deur op slot. De berg werk blijft daardoor in het kantoor liggen, is vanaf dat moment uit beeld. Terwijl je naar buiten loopt, zeg ik in gedachten nog een keer tegen mezelf dat het goed genoeg is geweest. De werkknop draai ik dan in gedachten van 10 naar 5, daarmee wordt ook het licht in mijn hoofd gedimd. Ik zie de berg niet meer, er is een focus op thuis voor ontstaan in de vorm van een plaatje. Het plaatje van thuis projecteer ik in mijn hoofd als doel om naartoe te gaan. De druk van de verantwoordelijkheid rust op mijn schouders als ik uit de werkruimte ben, die neem ik mee naar de volgende stap.

Stap 2: Op weg naar huis

De rit naar huis is de volgende concrete stap in het loslaten van het werk. De auto wordt als omgeving geassocieerd met werk en de afrondende fase van het werk speelt zich af in de auto. De focus op weg naar huis is met name gericht op naartoe, toekomstgericht. Doordat je fysiek een stuk afstand hebt genomen van jouw werk ontstaat er ruimte in je hoofd waardoor het mogelijk is om de reminders naar boven te laten komen. Door deze ruimte kun je de dag van een afstandje als in een film rustig op de achtergrond laten draaien, zonder dat je daar helemaal op gefocust bent. Waarschijnlijk zijn de reminders tijdens het werk ook sluimerend aanwezig, alleen zijn deze dan naar de achtergrond verdwenen. Doordat het werk in de auto naar de achtergrond schuift, kunnen de reminders weer naar voren komen. Wanneer de rit kort is, wordt deze vooral gebruikt om de reminders op te schrijven op post-it blaadjes. Daardoor schrijf je het letterlijk van je af en doordat je de volgende ochtend weer in de auto komt, weet je dat erop kunt vertrouwen dat je het niet vergeet. De fysieke visuele reminder heb je in de auto achtergelaten. Bij een langere rit heb je de mogelijkheid om nog een aantal telefoontjes te plegen en zo alvast een aantal reminders direct weg te werken.

Belangrijke onderdelen zintuiglijk specifiek:

  • Reminders naar boven laten komen;
  • Afstand vergroten, werk achterlaten;
  • Beeld thuis projecteren voor in hoofd.

Zintuiglijk specifiek voorbeeld (interne weergave, extern gedrag, criteria, metaprogramma’ s en overtuigingen)

Terwijl ik naar de volgende stap (op weg naar huis) ga, voel ik me gejaagd in mijn buik. Ik voel het gejaagde stromen van mijn buik naar mijn borst en terug. In mijn hoofd waait een wind. Mijn ademhaling is kort en snel. Het is rood met oranje en gaat in een snel tempo van boven naar beneden. Ik voel een drukkende last op mijn schouders, mijn hoofd hangt een beetje naar beneden. Wanneer ik in de tas in de auto plaats, verdwijnt daarmee de druk op mijn schouders. Terwijl de afstand van het werk wordt vergroot, laat ik het beeld achter me. Het beeld verdwijnt en vertraagt het tempo van stromen in mijn lijf. De kleur veranderd van rood met oranje, langzaam naar geel en groen. Ik zie in gedachten het beeld van thuis aan het einde van een groene weg, door deze kleur krijg ik rust in mijn lijf. Mijn ademhaling wordt lager, langzamer en dieper. Doordat de wind in mijn hoofd gaat liggen, ontstaat rust en ruimte in mijn hoofd. Ik blijf gefocust op het beeld waar ik naartoe ga, op de achtergrond maak ik een vijver waarin luchtbellen de ruimte hebben om omhoog te borrelen. In die vijver komen de reminders naar boven. Deze zet ik daadwerkelijk op post-it blaadjes en leg ze weg. In het begin zijn het verschillende luchtbellen, bij aankomst thuis zijn alle luchtbellen verdwenen. De werkknop gaat van 5 naar 3. Het gevoel van werk is nog enigszins aanwezig in het strakke gevoel van de kleding.

Stap 3: Aankomst thuis

Bij aankomst thuis zet je je tas op een vaste plek neer, waarbij deze buiten het gezichtsveld komt te staan. Vervolgens ga je zo snel mogelijk andere kleren aandoen, ook als jouw kleding al comfortabel is, zorg je voor een wisseling van kleding. Deze stap is namelijk cruciaal in het loslaten van jouw werk. Je trekt als het ware jouw werk uit, de focus is gericht op naartoe (in tegenstelling tot weg van werk), op weg naar ontspanning. Als je (andere) comfortabele kleding aantrekt ontstaat ruimte in het privéleven om te kunnen ontspannen. Het lijkt alsof je je ontdoet van een strak pak, je krijgt letterlijk lucht en ruimte. Omdat je op dat moment het werk ook daadwerkelijk loslaat, merk je dat je thuis nauwelijks vertelt over het werk (dat is misschien even wennen voor de omgeving).

Belangrijke onderdelen zintuiglijk specifiek:

  • Plek voor tas, neerzetten werk;
  • Andere kleren aan;
  • Focus hier en nu.

Zintuiglijk specifiek voorbeeld (interne weergave, extern gedrag, criteria, metaprogramma’ s en overtuigingen)

Ik kom in gedachten thuis en zet de tas in de hoek. Het voelt alsof ik daadwerkelijk mijn werk parkeer. Terwijl ik de tas neerzet, zucht ik en ontspannen mijn schouders. Ik trek mijn schoenen uit en merk dat mijn voeten de grond raken, door het uitdoen van mijn schoenen krijgen voeten de ruimte. Het te strakke pak / de kleding die ik draag staat voor mijn werk, trek ik thuis zo snel mogelijk uit. Terwijl ik mijn kleren uit doe, kan ik afkoelen, krijg ik ruimte, kan ik weer vrij ademen. Het voelt alsof ik diep adem haal tijdens het wandelen in het bos. Ik haal een aantal keren diep adem en laat de lucht door mijn longen stromen. Als ik mijn kleren uit doe krijg ik een gevoel van vrijheid door mijn hele lijf. Ik heb vooral een beeld van een bos, groene en natuurlijke kleuren. De werkknop gaat van 3 naar 1.

Stap 4: Relax

Na de vorige stap kun je starten met de invulling van je vrije tijd. Wanneer de telefoon gaat, neem je niet op als je bijvoorbeeld aan het eten bent. Je laat je niet leiden door de telefoon, het ligt binnen jouw eigen controle of je er iets mee doet of niet. In een rustig moment kijk je wie het was. Bij een onbekend nummer bel je niet terug, als het iemand is die gerelateerd is aan het werk, heb je de keuze. Als iemand belt die afhankelijk is van jou om verder te kunnen, bel je in elk geval wel terug. Het metaprogramma controle binnen zelf en interne referentie staat aan. Je kijkt niet naar de afspraken in jouw agenda als je in deze stap zit, dat zijn anders triggers. Als je ’s avonds in jouw agenda kijkt, let je alleen op de privéafspraken (die worden weergegeven in een bepaalde kleur of je gaat direct naar de voorgestelde datum). Eenmaal in de ontspannen modus kijk ik tv of lees ik op mijn gemak een boek.

Belangrijke onderdelen zintuiglijk specifiek:

  • Coach state;
  • Tweede huid
  • Overtuiging dat ontspanning nodig is.

Zintuiglijk specifiek voorbeeld (interne weergave, extern gedrag, criteria, metaprogramma’ s en overtuigingen)

Wanneer ik thuis ben, blijf ik in het hier en nu. Ik heb een rustige en ontspannen state (coach state). Ik zorg dat mijn voeten stevig de grond raken en dat mijn wortels stevig in de aarde staan. Mijn ademhaling is rustig en laag in mijn buik en mijn hoofd is vrij van gedachten. Ik ben verticaal verbonden van de aarde tot het plafond door middel van een draad. Ik centreer door mijn focus te leggen op het middelpunt in mijn buik. Wanneer er gedachten over mijn werk in me opkomen, kan ik deze laten verdwijnen naar de achtergrond door ze weg te duwen naar de buitenkant van mijn hoofd. Mijn tweede huid bestaat uit een groene rustgevende moslaag. Ik ontspan door bijvoorbeeld iets te lezen of iets actiefs te gaan doen. Ik geloof dat ik ontspanning nodig heb om optimaal te kunnen presteren.

Stap 5: Hold that state

Om de state vast te houden is het van belang dat je de laptop / ipad niet pakt om te werken of om de mail te bekijken maar alleen om te ontspannen. Op jouw laptop, Ipad of telefoon kun je bij de instellingen van het mailprogramma het aantal ongelezen mails onzichtbaar maken. Dit helpt enorm omdat je op dat moment geen visuele prikkel krijgt. Als je jouw mail wil bekijken, doe je dat bewust. Dit zorgt ervoor dat controle binnen zelf komt te liggen. Dat is uiteraard ook als je de mailtjes ziet, alleen open je jouw mail dan onbewuster, bijna op de automatische piloot. Als je toch besluit je mail te willen bekijken, scan je deze slechts. Terwijl je de mail scant, denk je: ‘Ik heb nu vrij, het is goed (weg van werk en naar toe relaxen). Je neemt bijna altijd het besluit dat het tot morgen kan wachten.
Als de telefoon gaat neem je alleen op als het nummer herkenbaar is en dit iets met de dag van morgen te maken heeft. Je steekt alleen energie in mensen waar je ook iets van terug krijgt. Als je aan het eten bent, neem je niet op. Je denkt dan: ‘Als het belangrijk is, bellen ze straks nog wel een keer en als ik er aan denk kan ik straks bellen.’ Af en toe kan het zo zijn dat je nog een reminder op een post-it schijft. Dat gebeurt als je er plotseling iets door je hoofd schiet, dit wordt vaak geactiveerd door een visuele of auditieve trigger (je ziet een afbeelding, je hoort iets op de radio of tv). Als je de post-it weglegt, zorg je ervoor dat het op een plek komt te liggen waar je het de volgende ochtend zeker weer tegenkomt als je naar je werk gaat (bijvoorbeeld bij de telefoon). Doordat je het van je afschrijft, is het letterlijk uit jouw hoofd en ben je in staat terug te keren naar de ontspannen state.

Belangrijke onderdelen zintuiglijk specifiek:

  • Vanuit trigger snel terug in coach state;
  • Werk naar buitenkant van het hoofd laten verdwijnen;
  • Overtuiging: Het is niet belangrijk, kan wachten tot morgen.

Zintuiglijk specifiek voorbeeld (interne weergave, extern gedrag, criteria, metaprogramma’ s en overtuigingen)

Wanneer ik een telefoontje krijg en het is iets zakelijks, neem ik alleen op wanneer het van belang is voor de dag van morgen. In alle andere gevallen laat ik de voicemail inspreken. Ik denk: ‘Het is niet belangrijk, het kan wachten tot morgen’. Dit zeg ik ook innerlijk tegen mezelf. Wanneer ik merk dat het werk naar de voorgrond komt, laat ik het naar de buitenkant van mijn hoofd verdwijnen zodat er weer ruimte ontstaat in mijn hoofd. Het lukt me om in de coachstate terug te komen, ik neem steeds een moment voor mezelf om de rustige en ontspannen state extra sterk te maken, daarbij sta ik even stil en neem een paar seconden om het goed op te roepen. Ik heb daarbij het beeld van een tuimelaar in mijn hoofd, zorg dat ik na een prikkel weer snel terug in het middelpunt kom. Ik ga terug met mijn aandacht naar het centrum in mijn buik waar de rustige en ontspannen state weer makkelijk kan worden geactiveerd. Het is extra ondersteunend als ik daar het visueel beeld van het strand in de zon bij oproep, gecombineerd met de groene moslaag om me heen.

Stap 6: Oppakken van het werk

Als je ’s morgens onder de douche stapt, neem je de dag in gedachten door. Je gaat na wat er op de planning staat, wat er op jouw bureau ligt. Onder de douche stel je ook prioriteiten, wat is vandaag van belang om af te krijgen. De schaal gaat van 1 naar 4. Als je je kleren aantrekt, trek je als het ware jouw werk ook weer aan. Vervolgens pak je je tas en pak je als het ware het werk weer op, de schaal schuift naar 6. Op weg naar het werk komt het werk weer dichterbij, pak je fysiek de post-its uit de auto en neem je deze mee naar binnen (van 6 naar 8). Het opstarten van de laptop betekent het opstarten van het werk. Als de PC is opgestart, kijk je naar jouw agenda van de dag en vanuit een perifere blik bekijk je ook het weekoverzicht. Het plaatje van de week zit dan weer scherp in jouw hoofd. Je opent de mail en daardoor komt het werk weer dichterbij (schaal 9). Als je niet start op jouw werkplek, bekijk je het weekoverzicht en de mail kort via de telefoon op het moment dat je in de auto zit (niet onder het rijden!).

Belangrijke onderdelen zintuiglijk specifiek:

  • Door prikkeling van het water wordt het werk geactiveerd;
  • Werkknop langzaam hoger draaien;
  • Bij nadering van werk, komt ook het werk in je hoofd dichterbij.

Zintuiglijk specifiek voorbeeld (interne weergave, extern gedrag, criteria, metaprogramma’ s en overtuigingen)

Ik stap (in gedachten) onder een douche. Doordat ik het water op mijn lijf voel prikkelen wordt het werk weer wakker gemaakt en geactiveerd. Ik laat het beeld van mijn agenda van die dag weer langzaam in gedachten naar voren schuiven. Ik neem de dag door en ga na wat er op mijn planning staat. In gedachten maak ik een lijstje van de top 3 belangrijkste dingen voor vandaag, die worden bovenin mijn hoofd gezet in en geel gemarkeerd. Ik adem rustig door terwijl ik de werkknop langzaam van 1 naar 4 draai. Ik trek mijn kleren aan en daarbij wordt de werkknop naar 5 gedraaid. Vervolgens pak ik mijn tas, stap in de auto en krijg de visuele prikkel van de reminders. Terwijl ik mijn werk nader, draai ik de knop van 5 naar 8 doordat het werk ook fysiek dichterbij komt. Wanneer ik mijn werkkamer binnen kom verschijnt de berg werk weer in mijn beeld. Ik zie hem wel, hij belemmert mij niet. Als ik mijn PC heb opgestart draait de werkknop van 8 naar 10.

 

5. De techniek in stappen en instructies voor NLP-er

Voor visuele weergave, zie schema hoofdstuk 3.

Start:

  • Overzie de verschillende stappen van het proces met de cliënt vanaf de metapositie (zie grondkaarten in de bijlage).
  • Maak een schets van doeltoestand – huidige toestand – hindernis ten aanzien van het loslaten van het werk. Hierin krijg je helder welke stap uit de cirkel voor de cliënt de meeste aandacht vraagt.

Anker werk:

  • Vanaf de metapositie maak je samen met de cliënt een gedissocieerd beeld van ‘aan het werk’. Dit projecteer je op de wand.
  • Laat cliënt in een ruimtelijk anker van ‘werk’ associëren, vraag uit op VAK en de interne processen.
  • Laat de cliënt innerlijk een werkknop visualiseren die in te stellen is op verschillende standen (1-10), bij werk staat deze op 10. De werkknop wordt meegenomen in de verschillende ruimtelijke ankers.

1. Afronden van het werk

  • De cliënt stapt vanuit het ruimtelijk anker werk door naar het anker van ‘afronden van het werk’.
  • Voor de kaart verzamel je met de cliënt gedissocieerd informatie, vervolgens laat je de cliënt op de kaart stappen (om de gewenste toestand te verankeren).
  • Verken VAK en de interne processen.
  • Onderzoek op welke manier de cliënt het werk visualiseert (bijv. als een berg in verschillende kleuren waarin elke kleur staat voor een project / onderdeel).
  • De cliënt overziet wat er op de planning van de week staat. Onderzoek op welke manier de cliënt dit wil doen (bijv. door bij het afsluiten van de pc naar het weekoverzicht te kijken).
  • De cliënt neemt een besluit of er werk mee naar huis wordt genomen. Wanneer er werk meegenomen wordt, stopt de cliënt een klein stukje van het werk in de tas.
  • Met een diepe zucht wordt de PC door de cliënt afgesloten.
  • In deze stap is het van belang dat de cliënt het werk letterlijk in de ruimte kan achterlaten. Onderzoek op welke manier de cliënt dit wil doen (bijv. zelf een stap naar achteren doen, weg van de berg. De kleuren van de berg worden daardoor minder fel, het licht wordt gedimd waardoor de berg minder zichtbaar wordt).
  • Laat de cliënt de deur letterlijk dichtmaken bij het verlaten van de ruimte, het werk blijft achter de deur.
  • De werkknop draait de cliënt terug van 10 naar 5.
  • De verantwoordelijkheid die gekoppeld is aan het werk kan nog worden gevoeld (druk op de schouders), dit komt in de volgende stap aan bod.

2. Op weg naar huis

  • De cliënt stapt vanuit het ruimtelijk anker ‘afronden van het werk’ door naar het anker van ‘op weg naar huis’.
  • Voor de kaart verzamel je met de cliënt gedissocieerd informatie (op welke manier gaat de cliënt naar huis, vervolgens laat je de cliënt op de kaart stappen (om de gewenste toestand te verankeren).
  • Verken VAK en de interne processen.
  • Laat de cliënt innerlijk een beeld van thuis projecteren aan de voorkant, een beetje hoger dan ooghoogte. Daar ligt de focus in deze stap, vooral gericht op naartoe.
  • Ga na hoe het gevoel verandert op het moment dat de cliënt op weg naar huis gaat (in de auto, op de fiets etc.) Registreer hoe het lijf voelt, hoe de ademhaling is en hoe dit zorgt voor ontspanning. Suggereer dit met Miltontaal (Bijv. Doordat jouw houding verandert, kun je de druk op jouw schouders langzaam laten verdwijnen).
  • Terwijl de fysieke afstand tot de werkplek wordt vergroot, gaat het werk ook steeds verder weg.
  • Achterin het hoofd ontstaat ruimte, daar kunnen eventuele reminders omhoog borrelen. Laat de cliënt ervaren op welk manier dit bij hem / haar gebeurt.
  • De reminders worden op een manier vastgehouden (bijv. op een post-it gezet, in een denkbeeldig laatjes gestopt). Zoek met de cliënt naar een manier die voor hem / haar passend is.
  • De reminders nemen af terwijl de cliënt dichter bij de bestemming komt. Het geprojecteerde beeld van de thuis wordt daardoor groter, komt dichterbij en wordt feller van kleur.
  • De werkknop draai je terug van 5 naar 3.

3. Aankomst thuis

  • Ga na of het werk ook werkelijk achter is gebleven. Vraag aan de cliënt waar het werk nu is. Als het goed is, geeft deze aan dat het is achtergebleven op het werk. Wanneer dit niet het geval is, vorige stap nogmaals gericht doorlopen.
  • Voor de kaart verzamel je met de cliënt gedissocieerd informatie, vervolgens laat je de cliënt op de kaart stappen (om de gewenste toestand te verankeren).
  • Bij aankomst thuis zet de cliënt de tas neer op een plek die buiten het gezichtsveld ligt. Bij het neerzetten verdwijnt de druk op de schouders.
  • Zoek samen met de cliënt op welk manier / met welk ritueel hij / zij het werk kan loslaten (bijv. Andere kleren, beeld van een bos, beelden van groene natuur blijken goed te werken voor heling en ontspanning).
  • Merk wat er in zijn of haar lijf veranderd. Vraag VAK uit.
  • De werkknop gaat van 3 naar 1.
  • Bij veel mensen zit het met name in het punt van wisselen van kleding. Wanneer de cliënt dit niet doet, kun je laten ervaren hoe dit het anders maakt.

Metapositie

  • Overzie met de cliënt vanuit de metapositie het proces tot nu toe en bespreek de ervaringen.

Anker relax:

  • Vanaf de metapositie maak je samen met de cliënt een gedissocieerd beeld van ‘relax’. Dit projecteer je op de wand.
  • Laat cliënt in een ruimtelijk anker van ‘relax’ associëren, vraag uit op VAK en de interne processen.

4. Relax

  • Activeer met de cliënt de COACH state (Robert Dilts) in de context van ‘relax’.
    • voeten stevig de grond raken en dat de wortels stevig in de aarde staan;
    • ademhaling is rustig en laag in zijn / haar buik en hoofd vrij van gedachten;
    • verticaal verbonden van de aarde tot het plafond door middel van een draad;
    • centreer door zijn / haar focus te leggen op het middelpunt de buik.
  • Breng een tweede huid aan als bescherming van de ontspannen state, vraag VAK uit.
  • Wanneer er gedachten over werk opkomen, laten verdwijnen naar de achtergrond door ze weg te duwen naar de buitenkant van het hoofd.

5. Hold that state

  • Voor de kaart verzamel je met de cliënt gedissocieerd informatie, vervolgens laat je de cliënt op de kaart stappen (om de gewenste toestand te verankeren). Bespreek de metafoor van de tuimelaar (veerkracht, terug in balans komen).
  • Veranker het beeld van tuimelaar aan een ervaring van de cliënt (wanneer heeft de cliënt persoonlijke veerkracht ervaren?);
  • Telefoon of mail komt binnen, trigger van buitenaf, vraag VAK uit bij binnenkomen van trigger;
  • Duw fysiek tegen de cliënt en merk of deze in staat is terug te keren naar de coachstate;
  • Er is beweging mogelijk, wel in staat om terug te komen in COACHstate.
  • Wanneer dit niet het geval is, COACHstate nog extra verinnerlijken en nogmaals trigger laten komen.

6. Oppakken van het werk

  • Ga met de cliënt na wat ’s morgens de trigger is om het werk weer te activeren (bijv. douche);
  • Laat het beeld van de agenda met de planning van de dag weer voor in het hoofd plaatsen;
  • Vraag de cliënt een prioriteitenlijst te maken van de top 3 die in elk geval vandaag van belang is;
  • Onderzoek hoe de cliënt deze top 3 visueel wil weergeven;
  • Focus op de ademhaling die rustig blijft;
  • Draai de werkknop langzaam omhoog terwijl de cliënt weer op weg gaat naar het werk, tot het moment dat deze het werk weer volledig heeft opgepakt (van vertrek thuis, op weg naar werk, aankomst op werk en opstarten).

7. Future pace en ecologie

  • In de future pace associeert de cliënt in een moment waarop deze het werk verlaat;
  • In gedachten doorloopt hij / zij de verschillende fasen;
  • Nagaan wat er mis mee is.
  • Denk aan toevoegen van Miltontaal bij het afronden van de techniek.

 

6. Metaprogramma’s & criteria

De gemodelleerde expert heeft voor zijn vermogen enkele actieve metaprogramma’s. Daarnaast helpen enkele centrale criteria de expert om de techniek beter toe te passen.

Actieve metaprogramma’ s binnen deze context van de expert zijn:

  • Interne referentie, wat ik belangrijk vind in mijn vrije tijd.
  • Voldoet wel, gericht op ontspanning en vrije tijd
  • Controle binnen zelf, je kunt zelf bepalen of je je vrije tijd laat beïnvloeden door het werk en laat leiden door telefoon en computer.
  • Naartoe, gericht op het criterium ontspanning en tijd doorbrengen met gezin
  • Gerichtheid op heden, aanwezig zijn in het nu, van dit moment genieten
  • Kinesthetisch, moet vooral goed voelen

Criteria (voor de expert in bedoelde werkcontext)

1. afschakelen (versus opstarten)
2. gezin (versus alleen)
3. ontspanning (versus inspanning)
4. rust (versus drukte)
5. passie (betrokkenheid / gedrevenheid)
6. creativiteit (kunnen schakelen, improviseren / humor)

 

7. Evaluatie / reflectie

Het is een effectieve techniek voor mensen die moeite hebben het werk los te laten. De stappen zijn erg herkenbaar voor de verschillende cliënten waarmee ik heb gewerkt (inclusief mijzelf). Cliënten geven aan dat ze nu pas begrijpen waarom ze het knopje niet konden vinden, er is namelijk sprake van een proces dat bestaat uit verschillende stappen. De techniek is vooral effectief wanneer de cliënt voldoende ruimte krijgt van de NLP-er om zelf concrete invulling aan de verschillende stappen te geven. Het is van belang dat hij / zij ervaart wat voor hem / haar goed werkt. Ik vond het heel bijzonder dat de expert zich nog meer bewust werd van zijn innerlijke strategie om het werk achter te laten en te ontspannen. Ik heb de opdracht met plezier gedaan en het is zowel voor mezelf als voor de cliënten in de praktijk een meerwaarde. In de periode na afloop van de techniek zorgt de bewustwording van de verschillende fasen voor een verdere verdieping en verfijning.

 

8. De belangrijkste stap

Bij navraag bij verschillende experts wordt keer op keer stap 3 als belangrijkste stap genoemd en dat vooral het ritueel bij aankomst thuis cruciaal is bij het afsluiten van het werk. Bij 7 mensen was met name het wisselen van kleding een belangrijk moment. Het is erg van belang met de cliënt expliciet te zoeken naar een ritueel bij thuiskomst.

 

9. Mogelijke hindernissen bij de stappen

Probleem: Je worstelt met twee delen, ontspanning nastreven aan de ene kant en bereikbaar en beschikbaar willen zijn voor werk aan de andere kant.
Oplossing: Werk met de techniek voor conflicterende overtuigingen of onderhandelen met delen.
Probleem: Je kunt jouw werk niet laten liggen, je voelt de constante drang om het werk af te maken.
Oplossing: Ontdek de belemmerende overtuiging en de overtuigingshindernis m.b.v. de kernspeurder en ga vervolgens aan de slag met een overtuigingsveranderende techniek.
Probleem: Op weg naar huis ervaar je onvoldoende rust om de reminders op te laten komen.
Oplossing: Submodaliteiten onderzoeken van rust en onrust en essentiële submodaliteiten in innerlijk weergave aanpassen.
Probleem: Moeite met vasthouden van COACH-state.
Oplossing: Vergroten innerlijke veerkracht met techniek Robert Dilts.
Probleem: Het lukt niet om te ontspannen.
Oplossing: Wat is de positieve intentie hiervan? Ga met de cliënt na of er ook andere manieren zijn om deze positieve intentie te bereiken. Onderzoek de hindernis, pas een kernspeurder toe op de hindernis en ga aan de slag met de belemmerende overtuiging. Let op: Inspanning kan ook ontspanning zijn.
Probleem: Mensen met een praktijk aan huis zullen het werk fysiek minder achter kunnen laten.
Oplossing: Voor jezelf bepalen wanneer de werkdag ten einde is, gekoppeld aan een tijd. Letterlijk de deur achter je dichttrekken en zorgen dat je niet werkt in dezelfde ruimte als waar je ontspant.

 

Bijlage 1: grondkaarten

1. Afronden op het werk

2. Op weg naar huis

 

3. Aankomst thuis

 

4. Relax

 

5. Hold that state

 

6. Oppakken van het werk

 

7. Future pace en ecologie

 

Werksituatie

 

 

About the Author Posting

Posting is geen auteur. Dit is iemand van IEP Support, die een artikel van de auteur aangeleverd heeft gekregen en in de IEP bibliotheek (Blog) heeft geplaatst. De auteur is degene die bij het artikel staat aangegegeven.

Leave a Comment: