Casus Janneke Swank: Stoppen met roken.

Elementen: Van ‘ik moet’ stap voor stap leiden naar ‘zo wil ik zijn’; upchunken/naar waarden leiden; 2 toekomstbeelden tbv keuze; uitgebreid afstemmen op de toekomst; Visual Swish.


In deze prachtige case volgen we Janneke heel gedetailleerd terwijl ze met iemand werkt die moet stoppen met roken. Ze gebruikt het metamodel (het taalmodel van NLP) en ze gaat op zoek naar een doel dat aan de NLP-voorwaarden voldoet (de vormvoorwaarden). Het mooie is, dat we het letterlijk kunnen volgen, want ze heeft het bijna woordelijk opgetekend. Daarna smeedt ze verschillende NLP-technieken aan elkaar tot een geheel. Ze voegt een stukje provocatief coachen toe en ze gebruikt de levenslijn, het sociaal panorama, de uitgebreide future pace en de swish. Een prachtig voorbeeld van een succesvolle NLP-coaching voor het stoppen met roken.

‘Ik moet stoppen met roken van de specialist,’ zei hij, en bij het woord ‘stoppen’ knikte hij even met zijn hoofd. De specialist is een longarts en die had bij deze zestigplusser longemfyseem geconstateerd. ‘COPD noemen ze dat tegenwoordig. Ja, ik had het af en toe benauwd, kortademig zeg maar, vooral als ik de trap op liep en eerst was ik bang voor mijn hart, maar dat is het gelukkig niet.’

Hij vertelde dat zijn vader en een oom overleden zijn door een hartinfarct. Dan is zo’n gedachte begrijpelijk en de opluchting ook, hoewel COPD niet iets is om blij mee te zijn. Hij zou een trainingsprogramma volgen, maar moest eerst stoppen met roken. ‘Ik heb ook een inhaler gekregen en dat helpt prima, ik heb al veel meer lucht, ben niet meer zo moe als ik bovenaan de trap ben.’ (Ik dacht: ‘Misschien is dat juist een nadeel…’).

Hij moest stoppen. Dus wat zou er gebeuren als hij niet stopte? Dat leek me een overbodige vraag en toch stelde ik hem. Het antwoord verraste me. ‘Dan gaat mijn vrouw bij haar zus wonen tot ik gestopt ben.’ Al jaren was het een gespreksonderwerp en bij elk sjekkie begon ze weer een poging te doen om hem ervan te overtuigen dat het slecht was, dat het stonk, dat de gordijnen zwart werden, dat ze zo vaak de ramen moest zemen en dat het zijn dood zou worden.

‘Dus,’ vatte ik samen, ‘van de specialist moet je stoppen, je moet een training gaan volgen en je vrouw gaat weg als je niet stopt, maar’, zei ik met nadruk op dit voegwoord (hiermee laat je wat volgt over het vorige heen gaan, in tegenstelling tot ‘en’ waarbij de beelden naast elkaar blijven), ‘wat wil je zelf?’
‘Tja, ik heb geen keuze, toch? Ik zal wel moeten, zo kan het ook niet langer.’
‘Nee? En wat als je zo doorgaat?’
‘Dan kan ik niet aan dat programma beginnen en hoef ik niet meer bij de specialist terug te komen en mijn vrouw gaat echt weg.’
‘En wat als je stopt?’ Hij keek me aan met een blik alsof hij dat een domme vraag vond. ‘Dan kan ik wel gaan trainen en is mijn vrouw tevreden en ze blijft.’
‘En,’ zei ik met nadruk, ‘wat betekent dat dan voor jou zelf?’ ‘Dat ik niet alleen kom te staan en dat ik fitter word en dat ik meer lucht krijg.’
‘Fitter en niet alleen komen te staan, en waarom wil je dat?’
‘Dat is beter voor mijn gezondheid en ik leef misschien langer, al weet je dat nooit, ik rook al 45 jaar, dus of dat nou nog te veranderen is?’
‘Nee, hoe oud we worden weten we niet, we kunnen alleen invloed hebben op hoe we oud worden, toch?’ ‘Ja, dat is mooi,’ zei hij met een zachte stem en op mijn vraag hoe hij oud wilde worden zei hij: ‘gezond blijven, dat ik nog wat kan.’ Dat was fietsen, wandelen, beetje tuinieren, vissen met zijn kleinzoon.
Is dat genoeg om het ervoor over te hebben om met roken te stoppen, dacht ik. Ik ging ‘upchuncken’ (het abstractieniveau verhogen, een lelijk woord vind ik het): ‘en als je dat allemaal kan, wat bereik je dan?’ ‘Dat ik kan doen waar ik zin in heb.’ We moesten nog meer ‘up’.
‘En dan, wat geeft het jou als je kunt doen waar je zin in hebt?’ ‘Vrijheid’ zei hij en zijn gezicht werd den beetje rood en hij ademde hoorbaar uit.

Tijd voor een beetje provocatie. ‘Ja, vrijheid, dat is voor iedereen belangrijk, er zijn mensen die er hun leven voor geven. En jij, wat wil jij ervoor opgeven? Want ja, ik denk dat je ook met een shaggie kan fietsen en vissen en tuinieren en je bent vrij om er een te draaien en te roken als je dat wilt, dus waarom dan stoppen? Alleen omdat de specialist dat wil? Of omdat je vrouw weg zal gaan zolang je rookt? Misschien ben je zonder haar wel echt vrij, hoewel, ik vraag me af of je beseft dat je al 45 jaar een slaaf bent van de shag’.
Hij keek me aan, ging wat naar voren zitten en…. kreeg een hoestbui. Heftig. Hij werd nog roder en moest even bijkomen. Ik vond het een geschenk.
‘Zo te horen snakken je longen ook naar vrijheid. Hoe vaak heb je zo’n hoestbui?’
Met een hese stem zei hij: ‘Vooral ’s morgens, maar ook als ik me te veel inspan.’
‘Je moet hoesten als je je te veel inspant en hoe vrij voel je je dan?’ Hij lachte een beetje. ‘Ach’, zei hij, ‘jullie hebben allemaal gelijk. Het is gewoon niet goed, ik moet echt stoppen.’
Waren we met deze zin niet begonnen? Hoe dicht zijn we gekomen bij ‘Ik wil echt…?’

Nog afgezien van het feit dat dit een negatieve omschrijving van het doel is en ik nog nooit een goede positieve omschrijving heb gehoord.
Van Jaap Hollander heb ik ooit geleerd dat het nodig en nuttig kan zijn om het probleem te verzwaren. Toen ik dat hoorde was ik wat verontwaardigd, maar hij heeft gelijk natuurlijk en nu vond ik het een uitdaging om het te doen.
Ik liet hem zijn tijdlijn neerleggen en op het ‘heden’ gaan staan. De ‘toekomst’ lag recht voor hem. Ik vroeg hem hoe hij zichzelf zag over een jaar als hij doorging met roken en over twee jaar, drie jaar, vier jaar, vijf jaar.
‘Ik ben dan eenzaam en misschien haal ik de vijf jaar niet.’ ‘Dan haal je de vijf jaar niet en wat als je het wel haalt?’ ‘Steeds meer hoesten, minder conditie, kortademig.’ Ik liet hem associëren met de plek van over een jaar, daarna twee jaar: ‘doe alsof je in 2012 bent, alleen, kortademig, veel hoesten.’ En zo gingen we door tot nog vier jaar later. ‘Vreselijk, ik moet er niet aan denken.’

Weer terug op ‘het heden’ vroeg ik wat voor hem een andere weg naar de toekomst was en hij draaide een beetje naar links, legde de toekomst neer en toen…. moesten we de doeltoestand helder voor ons zien. Het doel was nog niet goed omschreven, dus wat nu? Gewoon vragen naar de toetsbaarheid (‘Hoe zou je weten dat je dit doel had bereikt?’). Ik vroeg hem hoe hij zou weten dat hij helemaal ‘vrij’ was en liet hem een dag beschrijven, gewoon met wat hij deed. ‘Ik sta op en ik – nu zonder dat ik er één draai, toch?’ Hij begreep het en ging door met het maken van de ‘film van de toekomst’. Hij keek naar de tweede tijdslijn en ik zei dat hij nu een keuze had en welke hij nu wilde. ‘Zo wil ik zijn,’ en hij wees naar de linker tijdlijn.

Die opmerking is exact een zinnetje uit het identiteitsveranderings-proces van Lucas Derks (te vinden op www.sociaalpanorama.nl). Omdat dit nogal wat tijd in beslag kan nemen maakte ik met hem een nieuwe afspraak.  Hij kwam twee weken later terug en zei trots dat hij al minder rookte. We gingen aan de slag en toen we de future pace deden herinnerde ik me dat Lucas me had verteld dat Jaap Hollander een uitgebreide future pace deed (te vinden in ‘Hoe je met NLP…’). Het komt er op neer om in verschillende contexten, ongeveer vijf, oplopend van makkelijk naar moeilijk, het doel ‘te doen’, eerst geassocieerd, dan gedissocieerd. En om dan het feit dat je het hetbt bereikt toe te schrijven aan je eigen vermogens. Omdat roken vaak context-afhankelijk is, leek me dit een prachtige aanvulling. De makkelijkste situatie was voor hem in de auto, want dan was het moeilijk om er één te draaien. Daarna, iets moeilijker, als hij een rondje wandelde. Daarna ’s morgens na de koffie en dan, nog moeilijker bij het opstaan en de allermoeilijkste was bij het vissen. Hij beschreef hoe het ging als hij ‘vrij man’ was. Na elke context volgt de vraag: ‘door wat voor eigenschappen van jou lukt je dit?’ Hij zei dat hij trouw was, wilskracht had, geen man om alleen te zijn en een goede opa voor zijn kleinzonen.

We namen er de tijd voor en zijn reactie was: ‘Ik denk nu toch dat het mogelijk is, dat ik het kan.’
‘Ja, dat denk je, dat is een mooie gedachte toch?’ Hij knikte. ‘Maar, je bent altijd een roker geweest, een slaaf, dus of je de vrijheid echt aan kan?’ Even was het stil en toen zei hij dat hij het in ieder geval wilde proberen.
Het woord proberen betekent voor mij heel veel twijfel en ik was benieuwd naar het resultaat. Hij wilde voorlopig elke week terugkomen om te oefenen met ‘die beelden’. Na vier weken vertelde hij trots dat hij nog maar één shaggie per dag rookte, maar wel met behulp van nicotinepleisters.

Of hij tevreden was? Nou, niet helemaal, hij wilde nog wel een ‘oefening’ voor dat ene shaggie. Ik zei dat ik dat wel wilde doen, maar dat hij me dan na afloop zijn pakje shag moest geven en geen nieuw meer kopen. Tot mijn verbazing stemde hij meteen toe.

Ooit heb ik geleerd dat de visual swish kan helpen bij dwanggedrag. De eerste vraag die ik hem stelde was: ‘hoe weet je dat je dat ene shaggie moet gaan roken?’
Hij zei, dat hij er de hele dag al aan dacht (hoezo verslaafd) en dan ’s avonds na het eten, dan mocht hij van zichzelf even buiten roken.
Met wat uitleg over wat gedachten zijn, hoe we beelden zien, kon hij me duidelijk maken dat hij het pakje shag zag en zijn hand die het pakte en opende. Het beeld dat ervoor in de plaats kwam was zijn zelfbeeld als ‘vrije jongen’. En toen natuurlijk nog een future pace met die context buiten na het eten. Eerst geassocieerd en daarna gedissocieerd. En weer de vraag naar zijn eigenschappen die dit mogelijk maken. Tot mijn verbazing zei hij dat hij koppig kon zijn en dat dit nu juist in zijn voordeel kon werken. ‘En uiteindelijk is het zo fijn dat mijn vrouw niet meer zeurt, dat we weer wat beter met elkaar kunnen opschieten, want ja, we mogen toch blij zijn dat we elkaar nog hebben en dat wil ik niet verpesten.’

Hij haalde het pakje shag uit zijn jaszak en gaf het me. Het was nog bijna vol. Ik deed het demonstratief in de prullenbak en ik wilde toen nog een soort afscheid laten nemen door hem te laten zeggen: ‘dank voor al die goede momenten, maar ik was je slaaf en ik kies nu voor de vrijheid.’ Hij ging er bij staan en het klonk oprecht.

Janneke Swank

Voor het eerst verschenen in Maart 2011

About the Author Janneke Swank

Janneke overleed op 7 november 2017. --- Met haar verloren wij een bevlogen NLP-collega en vriendin. --- Zij paste NLP toe in haar coachingspraktijk, op een zuivere, betrokken wijze. Ze was tot 1984 werkzaam als fysiotherapeut. Haar interesse ging toen al meer en meer uit naar de ‘mens achter de klacht’. --- Opleidingen: psychosomatsische fysiotherapie, NLP-practitioner en -master bij het IEP, certificaat NLP-trainer, certificaat Health Practitioner NLP en Destination therapist. ---Voerde jarenlang praktijk onder de naam ‘Mind the Body’ waar patiënten met psychosomatische klachten dankbaar gebruik van maakten. --- Gaf trainingen NLP bij het IEP en aan collega-therapeuten en bij de SETH.

Leave a Comment: