De prins en het temmen van de draak

De prins en het temmen van de draak

schommelzitzakYuri is net 7 en hij is helemaal vastgelopen op school. Elders is hij onderzocht en er is een grote ontwikkelingsachterstand én een dysthyme stoornis vastgesteld. Met het advies hem op een school voor speciaal onderwijs te plaatsen waren zijn ouders het oneens. Ze herkenden, net als zijn leerkrachten, de depressieve klachten wel, maar de geringere begaafdheid niet. In overleg met alle partijen ging hij een poosje niet naar school en kreeg hij vervolgens een plaatsje op een school voor democratisch onderwijs. Thuis terroriseert hij het gezin met eigenzinnig gedrag en hele koppige driftbuien. Zijn jongere broertje is daar regelmatig de dupe van en zijn ouders zijn ten einde raad. Sinds 3 maanden komt hij naar mijn spelkamer, terwijl hij op een wachtlijst staat bij een kinderpsychiater.
De eerste sessies zit hij mokkend in de schommelzitzak die in mijn ruimte hangt. Hij ontwijkt oogcontact en weigert doorgaans ook om te praten. Een subtiel spel van rapport maken begint. Vanuit 2e positie probeer ik zo nauwkeurig mogelijk aan te sluiten bij zijn emotionele toestand door te verwoorden wat ik dan voel. Wanneer hij voorzichtig om zich heen begint te kijken dan benoem ik wat ik zie: ‘je kijkt naar de Playmobil en misschien bedenk je of je daar mee zou willen spelen. In de spelkamer kan van alles’. Doorgaans trekt Yuri zich dan weer terug. ‘Dat weet je nog niet. Je hebt nog een momentje nodig om dat te bedenken’, krijgt hij dan te horen.
Heel geleidelijk aan kruipt Yuri per sessie meer uit zijn schulp en letterlijk meer uit de zitzakschommel. Heel voorzichtig begint hij met spelmateriaal te manipuleren. Ik zit op een afstandje, maar toch -en vooral zeer aandachtig- bij hem. Ik kan benoemen wat er gebeurt en naast al dat volgend rapport maken kan ik heel voorzichtig gaan leiden door zo nu en dan naast hem met hetzelfde speelgoed bezig te zijn. Yuri laat me meteen weten wanneer het rapport verbroken is, bijvoorbeeld als ik iets doe of maak waarvan hij denkt dat het voor hem te moeilijk is. Dan vlucht hij op een drafje naar zijn veilige plek in de schommelzitzak. De momenten waarop dat gebeurt worden steeds minder en vorige week nog liet ik zijn ouders enthousiast weten dat we grote sprongen aan het maken waren en dat Yuri steeds beter al spelend zijn verhaal durfde te doen.
Gister kwam hij aanlopen met een boze en afwerende houding. Hij verschool zich in de muts van zijn vest, een jas weigert hij al tijden om te dragen.  Ik benoemde wat ik zag en Yuri bromde onverstaanbaar iets wat ik opvatte als bevestiging. Zijn vader begon omstandig uit te leggen dat Yuri vandaag niet op wilde staan en eigenlijk nergens heen wilde. Yuri begon te schreeuwen en hem te slaan. Zo was ik getuige van de buien die thuis, inmiddels minder, maar nog steeds heel regelmatig voorkwamen. Yuri rende de spelkamer in en rolde zich met veel kabaal op in de schommelzitzak. Toen zijn vader weg was en de deur van de spelkamer gesloten zocht ik een plekje in de ruimte; niet te dichtbij en niet te ver bij hem vandaan. ‘Dat was een akelig begin van de dag voor jou’, zei ik. Meteen richtte Yuri zich op en keek verbaasd naar mij. Maar op het moment dat hij zag dat ik dat zag trok hij zich weer knorrig  en brommend terug. Ik liet een stilte vallen terwijl ik in mijn onbewuste op zoek ging naar een verhaal. De prins die een draak moest vangen, op bladzijde 72 van ‘Een steuntje in de rug’ van de Amerikaanse therapeute Nancy Davis, wist ik vrijwel meteen. Na een poosje begon ik te vertellen:

“Er was eens een prins die alle dingen deed die prinsen zoal doen – hij ging naar school, hij speelde met zijn vrienden en hij vervulde allerlei prinselijke taken. Op een dag prins en draakkwamen zijn ouders, de koning en de koningin, naar hem toe en ze zeiden: ‘het is tijd om een draak te vangen’. ‘Nee’, riep de prins, ‘ik kan geen draken vangen! Ik ben niet groot genoeg om draken te vangen! Ik ben niet sterk genoeg om draken te vangen!
‘Maar de koning en de koningin trokken zich daar niets van aan. Ze bleven volhouden. ‘Je moet een draak vangen. Het is tijd dat je een draak vangt. De prins probeerde alles wat hij maar kon bedenken om zijn ouders op andere gedachten te brengen. Hij smeekte, hij zeurde, hij huilde. Hij wilde niet meer met ze praten. Hij deed zelfs nog meer dan anders zijn best op alle karweitjes die hij moest doen, maar de koning en de koningin hielden voet bij stuk: ‘Je MOET een draak vangen’.

Toen de prins zijn ouders niet op andere gedachten kon brengen over de draak, werd hij heel verdrietig en terneergeslagen; hij geloofde niet dat hij kon bedenken hoe hij een draak moest vangen. Hoe meer zijn ouders er op aandrongen dat hij een draak moest vangen, des te verdrietiger en bedrukter de prins werd. Hij zat steeds vaker alleen op zijn kamer. Op een keer toen hij verdrietig en verward op zijn bed lag, verscheen er een toverfee.
‘Waarom zit jij alleen op je kamer?’, vroeg de toverfee.
‘Ik moet een draak vangen en ik weet niet hoe dat moet’, antwoordde de prins. ‘Ik ben niet sterk genoeg, ik ben niet slim genoeg en dat vind ik heel eng. Ik denk dat ik maar voor altijd op mijn bed blijf liggen, want ik weet niet wat ik anders moet doen’.

De toverfee knikte dat ze hem begreep en vertelde dat het een van haar speciale taken was dat ze hem beschermde. Ze verzekerde de prins dat ze hem kon helpen bij het zoeken naar een oplossing voor zijn probleem. ‘Van nu af aan zul je, wanneer je slaapt, steeds sterker en wijzer worden,’ beloofde ze. ‘En binnenkort word je op een ochtend wakker en dan weet je dat je sterk genoeg en slim genoeg bent om een draak te vangen.’ Daarna zwaaide de toverfee met haar toverstaf, en toen ze dat deed, dwarrelde er allemaal toverpoeder door de lucht en daalde neer op de prins. En met een knikje en een glimlach verdween de toverfee.
Toen de toverfee weg was, vroeg de prins zich af of hij het zich verbeeldt had dat ze in zijn kamer was geweest. Hij zag echter toverpoeder op zijn armen en hij wist dat hij niet gedroomd had. Die avond kon de prins niet wachten met slapen gaan. In zijn slaap werd hij inderdaad sterker en wijzer, en dat kon hij ook merken toen hij de volgende ochtend wakker werd. Daarna werd de prins elke nacht in zijn slaap sterker en wijzer, totdat hij -precies zoals de toverfee had beloofd- op een ochtend wakker werd en wist dat hij slim genoeg en sterk genoeg was om een draak te kunnen vangen.
Diezelfde dag nog gebruikte de prins al zijn verstand en al zijn kracht en ving op die manier een draak. Toen hij de draak gevangen had, besloot hij het beest aan de dierentuin te geven. De directeur stopte de draak in een kooi. Hij liet er een groot bord bijzetten waar voor iedereen op stond te lezen dat deze draak door de prins gevangen was, en op welke datum de prins dat had gedaan.

Alle mensen in het land waren trots op de prins, omdat hij een manier had gevonden om een draak te kunnen vangen, en de prins was nog het trotst van iedereen.”

Yuri was allang rechtop gaan zitten en aan zijn hele houding was te zien hoe dit verhaal hem boeide. Toen ik het boek dichtsloeg stapte hij uit zijn veilige vluchtplaats. ‘Stom verhaaltje’, zei hij voor de vorm. ‘Zullen we met de Playmobil gaan spelen?’
Dat deden we. We hebben nog wel eventjes te gaan. Gelukkig helen verhalen.

About the Author Reinalda Kerseboom

Reinalda Kerseboom was meer dan 30 jaar speltherapeut. Ze volgde haar NLP-opleidingen en de opleiding tot provocatief coach bij het IEP. Ze was gespecialiseerd in het werken met metaforen. Ze is auteur van een aantal boeken met en over hulpbronverhalen. --- Ze had een praktijk in Renkum, waar ze kinderen, jongeren en ouders zag. ---- Ze geeft momenteel geen therapie meer, maar houdt zich bezig met het management van haar Bed & Breakfast; zij is eigenaar van B&B 'de Kleikamp' in het mooie Renkum, Gelderland. Zeker een bezoek waard!

Leave a Comment: