In memoriam Nico Knijnenburg

In memoriam Nico Knijnenburg

Op 21 augustus overleed Nico Knijnenburg. Hij was verbonden als trainer aan het IEP, maar voor mij was hij vooral een mentor, trainer en supervisor vanuit de speltherapieopleiding in Amersfoort en later Utrecht. Nico was een markante persoonlijkheid die zich met hart en ziel inzette voor ons vak. Werken met metaforen, dat heb ik aanvankelijk vooral van Nico geleerd. In een later stadium leerde ik werken met spelbeelden in het zand; een speltherapiemethode die ook geschikt was om te gebruiken met volwassenen die hij samen met zijn toenmalige collega Odra Buijs had ontwikkeld. Nog weer later was Nico, vanuit de verte, degene die mij aan het denken zette over het volgen van een NLP-opleiding. Ik herinner mij hem als een gedreven en inspirerende leraar van wie ik vaak de kunst kon afkijken. Onderstaand verhaal is een bewerking van een verhaal dat Nico mij ooit (lang geleden) in een van zijn metaforentrainingen aanreikte. Dat verhaal ging over een buizerd. De jongen voor wie ik het verhaal aanpaste vroeg mij, terwijl ik hem achterop de fiets terugbracht naar school en we langs een veldje kraaien fietsten: “Reinalda, zijn er ook witte raven? Die zouden dan wel heel eenzaam zijn, zeker.” Nico heeft de onderstaande aanpassing ooit gelezen en was er zeer content over.

 

Het verhaal van de witte raaf

witteraafDit is Ruben. Ruben is een Raaf. Hij is heel bijzonder. Dat komt omdat hij er anders uit ziet dan de meeste andere raven. Ruben heeft witte veren en zijn ogen die zijn rood. Maar ook zijn snavel ziet er van binnen en van buiten anders uit. Alle vogels komen uit een ei. Zo worden vogels geboren. Ook Ruben komt als babyvogel uit een ei. Zijn ei is – je kunt het al raden- niet zwart gespikkeld. Rubens ei is helemaal wit. Naast Ruben in het nest ligt nog een ei. Dat is wel zwart gespikkeld. De mama van Ruben ziet al meteen aan het witte ei dat deze raaf anders is. Ze voelt hoe bijzonder hij is en hoe krachtig. Ook de papa komt langs vliegen. Hij kijkt naar het bijzondere ei. “Dat is een bijzonder ei, dat wordt ook een bijzondere vogel”, zegt hij.

Als Ruben al een tijdje uit zijn ei is kan hij al heel veel. Hij huppelt en trippelt goed. Maar eten en drinken gaat wel een beetje moeilijk in het begin. Dat kwam door die bijzondere snavel. Na een tijdje leert Ruben vliegen. Eerst kan hij uit zijn eigen boom en gaan kijken bij de boom van de buren. Als hij nog groter is en ook nog beter kan vliegen gaat hij ook verder weg. Soms vliegt hij alleen naar opa en oma en soms naar een tante. Hij kan dan onderweg zoveel bijzondere dingen zien, dat vindt Ruben prachtig. Maar een ding gaat nog steeds niet zo goed; het kwetteren (zo noem je het als vogels praten). Ruben kwettert anders als de zwarte raven. Die kunnen hem soms niet zo goed verstaan. Dat kwam door die bijzondere snavel. Ruben weet eigenlijk wel dat hij al heel veel kan en dat zijn papa en mama en zijn zusje heel blij met hem zijn en heel veel van hem houden. Toch denkt hij weleens bij zichzelf: “waarom heb ik witte veren, rode ogen en ziet mijn snavel er zo anders uit?”

Het gebeurt weleens dat Ruben naar de ravendokter moet, of naar de raventandarts. Mama en papa gaan dan met hem mee. De dokter en de tandarts willen zijn snavel van binnen bekijken om te zien of ze hem met een operatie beter kunnen maken. Ruben vindt dat griezelig. Hij is zo bang dat ze hem pijn doen. Dat gepeuter in zijn snavel vindt hij eng en vervelend. Ruben zou wel flinker willen zijn, maar dat lukt nog niet altijd. Gelukkig snappen mama en papa en zelfs de dokter en de tandarts dat wel.
Als Ruben 3 jaar is gaat hij naar school. Een school ver van zijn eigen nest. Een vreemde vogel brengt hem er naar toe. Het is een speciale school; een kwetterschool. Ruben vindt het wel spannend op die school, met allemaal vogels die hij nog niet kent. Er zitten verschillende soorten vogels op die school. Vogels met een witte kuif, of met een zwarte kuif, of met flappen langs hun oren. En er zijn ook andere vogels met bijzondere snavels.
Na een tijdje als Ruben gewend is, vindt hij het leuk om naar school te gaan. Om samen met de andere vogels te spelen en dingen te leren. Ruben vindt het niet leuk dat hij de enige witte raaf is, die bovendien een vreemde snavel en rode ogen heeft. Dat is, ook op deze school, echt bijzonder. Soms zeggen de vogels tegen hem dat hij er gek uitziet en dan willen ze ook nog eens niet met hem spelen. Daar wordt Ruben echt verdrietig van. En hij wordt ook boos. Dan zou hij wel een beer willen zijn, of een tijger of een leeuw.

Op een zaterdag, als er geen school is, is Ruben nog verdrietig over wat de andere dieren tegen hem zeggen. Hij besluit erop uit te gaan. Als hij op een paal zit langs een weiland ziet Ruben een zwaan. Die zwaan is ook helemaal wit en hij heeft een zwarte knobbel op zijn rode snavel. Ruben vraagt aan de zwaan: “waarom ben ik wit en heb ik een andere snavel?” “Tja”, zegt de zwaan, “ik ben wit en ik heb een knobbelsnavel omdat ik een knobbelzwaan ben”.
Ruben gaat verder en hij ziet een wit konijn met rode ogen in een hokje bij een kinderboerderij zitten. Hij vraagt aan het konijn: “waarom heb ik witte veren en rode ogen?” “Oh, gewoon”, zegt het konijn. “Ik ben zo omdat ik een tam konijn ben”.
Dan ziet Ruben twee jongetjes spelen met een hondje. De ene jongen heeft een witte huid en de andere een lichtbruine en spleetoogjes. Ruben vraagt ze: “waarom ben ik wit en heb ik rode ogen?” Het witte jongetje zegt: “Ik ben wit omdat mijn vader en moeder wit zijn”. Het lichtbruine jongetje antwoordt: “ik ben lichtbruin en ik heb spleetogen omdat mijn vader en moeder die ook hebben.”

oudewijzemanRuben ziet een hoge berg. Hij volgt het pad dat langs de berg omhoog loopt en hij denkt: Waarom ben ik anders dan de zwarte raven?
De zon brandt op zijn hoofd en hij heeft dorst. Toch gaat Ruben steeds hoger en hoger. Als hij eindelijk de top bereikt heeft is hij doodmoe. En wat heeft hij een vreselijke dorst!! Hij ziet een boom staan die schaduw geeft. In de schaduw rust Ruben uit. Even doet hij zijn ogen dicht. Als hij ze weer opendoet staat er een oude wijze man voor hem. Hij heeft een veldfles bij zich. Die pakt hij en hij geeft Ruben eruit te drinken. De oude wijze man zegt: “wat leuk dat je nu eens hier naartoe gekomen bent, Ruben. Ik heb je al zo vaak zien vliegen. Ik kan jouw nest zien vanuit mijn huis op de berg”.
Ruben vraagt verbaasd: “U kent mij?”
“Ja,” antwoordt de oude wijze man, “omdat ik op deze hoge berg woon kan ik iedereen zien die bij jou in de buurt woont”.
“Maar”, zegt Ruben, “als u alles kunt zien, weet u dan misschien waarom ik anders ben dan de zwarte raven?”
De man antwoordt: “ik heb jouw zusje gezien en jouw vader en moeder en ook jouw opa en oma. Ik ken jouw hele familie. Er zijn vroeger in jouw familie meer raven geweest die ook wit waren. Zij hadden ook rode ogen en andere snavels. Jij komt uit een familie van witte raven met rode ogen en bijzondere snavels. Je bent anders dan de zwarte raven. Je moet geholpen worden met kwetteren, want raven kwetteren nu eenmaal graag. Maar er is ook veel dat jij wel kunt: Je kunt goed vliegen, goed nadenken, goed leren en goed spelen. Je kunt ook heel mooi zingen. Jij onthoudt liedjes beter dan andere vogels en je zingt het dan heel mooi op toon. Zingen doe je beter dan de meeste andere vogels. En ook al heb je bijzondere rode ogen, als iemand in jouw ogen kijkt, dan kan die heel goed zien wat jij vies en wat jij lekker vindt. Je kunt ook aan jouw ogen zien of je blij bent of droevig. Jij lacht meer dan de andere vogels en daar worden die andere vogels weer blij van. En zelf zie je veel waar jij blij van wordt, zo blij dat je er soms gewoon van gaat zingen! Daarom ben je een bijzondere witte raaf. Een heel bijzondere. Ik vind jou een mooie witte raaf. Daar is er maar een van!”

ikbenikRuben wordt er helemaal stil van. Na een tijdje zegt hij: “Dat is waar. Ik ben ik”. En dat maakt hem blij.
Dan laat de wijze oude man hem de sneeuwvallei zien, de zon die onder gaat en de bloemen op de berg. De vogels en de vlinders die rond en in de struiken vliegen. In Rubens hoofd klinkt het als muziek: IK BEN IK. Ruben wacht tot de zon op komt. “Ik ben ik, en daar is de zon”, zingt hij.
De wijze oude man geeft hem een cadeau. Wat zal dat zijn? Het is een doosje met daarin een bijzondere witte steen. Er zit een klein briefje bij. Daar staat met grote letters op: IK BEN IK.

Ruben lacht en hij vliegt hoog de lucht in. Hij zwaait met zijn ene vleugel naar zijn vriend. Hij zweeft naar beneden op weg naar huis. Vlakbij zijn nest ziet hij twee mensen op een terras. Ze drinken koffie. De een drinkt de koffie wit, de ander drinkt de koffie zwart. Samen drinken ze koffie.
Het is goed, denkt Ruben. Het is goed zoals het is: IK BEN IK

 

“Nico, je had zelf ook wel iets weg van een bijzondere witte raaf. Voor mij was en blijf je een oude wijze raadgever. In mijn gedachten kijk jij nu voor altijd vanaf de hoge bergtop met mij en mijn verhalen mee. Dank je wel” .

Reinalda Kerseboom

About the Author Reinalda Kerseboom

Reinalda Kerseboom was meer dan 30 jaar speltherapeut. Ze volgde haar NLP-opleidingen en de opleiding tot provocatief coach bij het IEP. Ze was gespecialiseerd in het werken met metaforen. Ze is auteur van een aantal boeken met en over hulpbronverhalen. --- Ze had een praktijk in Renkum, waar ze kinderen, jongeren en ouders zag. ---- Ze geeft momenteel geen therapie meer, maar houdt zich bezig met het management van haar Bed & Breakfast; zij is eigenaar van B&B 'de Kleikamp' in het mooie Renkum, Gelderland. Zeker een bezoek waard!

Leave a Comment: