Modelleringsverslag Ellen van Boxtel: Things to do today

Doelgericht met de juiste prioritering dingen afmaken, tot een tastbaar resultaat.

1.Inleiding.

In deze inleiding leg ik uit wélk onderwerp (doelvermogen), en waarom juist dát onderwerp, ik heb gekozen voor het modelleren voor de master NLP opleiding.

Het doelvermogen dat ik wilde modelleren heb ik in mijn lokale oefengroep vooraf volgens “een doelvermogen ecologiseren” in de klapper op bladzijde 179 doorlopen. Toen bleek dat ik dit écht wilde.

En wat is dat dan? Het volgende:  Ik wil doelgericht met de juiste prioritering dingen afmaken, tot een tastbaar resultaat. In mijn werkzame en nu ook privé leven heb ik veel dingen die ik kan, wil en “moet” doen. Ik vind veel dingen leuk en kan met alles tegelijk bezig zijn, behalve die ene die het allerbelangrijkste is. Deadlines haal ik meestal wel maar niet op een fijne manier. Echt met een gevoel van hè, hè, het is af, klaar, of iets van dien aard. Bijna nooit: “fijn dat het klaar is”. Ik word soms gek van mezelf en noem het ook wel “uitstelleritis”. Een mede NLP-studiegenoot heeft me gezegd dat als ik het vooral zo blijf noemen, ik me ook in die “stand” programmeer en dat is herkenbaar.

In onze oefengroep heb ik ook model gestaan voor dit doelvermogen dat ik nog onvoldoende had. Bij stap 3 van het modelleren (vermogen overnemen, eventuele hindernissen verwerken), hebben we aan een hindernis gewerkt. Daar bleek toen dat communiceren met dat gedeelte (“de uitstelleritis”) er voor zorgde dat ik in elk geval nu eerst ben begonnen aan het schrijven van dit stuk in plaats van weer allerlei andere dingen te doen. De “uitstelleritis” is nu een harlekijn op een sokkeltje die vooral wil dat dingen leuk zijn. Hij staat nu op de hoek van mijn bureau en kijkt toe en vindt het goed  dat ik nu focus en prioriteer op wat het belangrijkste is. Lang leve NLP. Het modelleren en vervolgens de techniek schrijven zorgt er nog beter voor dat ik dit doelvermogen in de toekomst beter kan.

Onderstaande techniek is geschreven door een rechtshandige NLP-Masterpractitioner.

2.Aanpak.

Voorbeelden van mensen die dit heel goed kunnen heb ik gezocht en gevonden in 3 personen die ik gemodelleerd heb. Eén persoon kende ik zelf niet maar daar werd van gezegd dat die dat zó goed kan. Aan het begin van mijn interview met hem heb ik uitgevraagd of hij zich herkende in het heel goed zijn van dit doelvermogen. Gelet op zijn congruent gedrag bij het antwoord heb ik hem als expert geïnterviewd. Eén persoon ken ik heel goed vanuit mijn werksituatie (mijn voormalig managementassistente) en van haar “uitmuntend zijn in dit doelvermogen” heb ik vanuit 2e positie veel plezier gehad en de derde persoon ken ik privé en zie ik dit doelvermogen zowel privé als zakelijk toepassen. Heerlijk om mee te maken. Nu ik nog.

Overigens is mijn echtgenoot ook heel goed in dit doelvermogen maar schiet in mijn ogen daarin door op een manier waarbij het in mijn allergie gaat zitten. Ook interessant om te onderzoeken, maar niet voor deze afstudeeropdracht. Het herkennen van bepaalde metaprogramma’s bij hem heeft me ook al veel geholpen.

Zelf heb ik de mindsonar ingevuld om als tegenvoorbeeld te kunnen dienen. Dat is immers zoals ik het in die context niet (meer) wil. Hoe mooi is het dat ik dat nu van een ander kan leren.

3.Doel van de techniek.

Het doel van de techniek is het voor mensen mogelijk maken om doelgericht de “to do” dingen te doen op een manier die innerlijke rust geeft en/of een prettig tevreden gevoel na afloop.

4.Doelgroep voor de techniek.

Ik schrijf deze techniek voor NLP-ers die het willen inzetten en mensen die bij mij voor coaching komen en dit doelvermogen willen verbeteren. In het eerste geval ga ik ervan uit dat de gebruikte termen bekend zijn en in het tweede geval begeleid ik het zelf en kan waar nodig dingen uitleggen.

5.Hoe weet je dat de gebruiker het doel bereikt heeft?

Als de gebruiker van de techniek na het doorlopen van de stappen innerlijke rust ervaart over de dingen (in elk geval het belangrijkste ding) die gedaan zijn en/of daar een prettig tevreden gevoel aan over houdt.

6.Overzicht van de techniek.

  1. Maak in je hoofd een duidelijk plan of planning van de dingen die je moet doen. Vaste terugkerende dingen als eerste.
  2. Kies vervolgens datgene uit wat het belangrijkste is. Dat is meestal hetgene met een hele duidelijke deadline.
  3. Gebruik een soort van “oogkleppen”die je dwingen om vooruit op 1 ding te focussen.
  4. Werk volgens plan af wat je te doen hebt.
  5. Ervaar dat de klus op tijd af is. Dit kunnen ook delen zijn die je vooraf bewust kiest om af te willen hebben.

7.Metaprogramma’s, Graves categorisering & metacriteria.

Voordat ik de invulling van de stappen in detail beschrijf wil ik eerst beschrijven wat kenmerkend is bij de uitkomsten van de Mindsonar.
Belangrijke metaprogramma’s die alle drie de experts hebben: Voldoet wel, controle binnen zelf, ontwikkeling en visueel.

Kijkend naar de Graves categorisering is heel opvallend dat ze alle drie een duidelijke blauwe drive hebben die duidt op structuur en ordening. Sleutelwoorden zijn: plicht discipline, betrouwbaarheid en controle.
De groene drive zit bij allen in de top 3: sociaal contact en consensus.
Dat laatste vind ik erg interessant omdat voor mijn gevoel “het doordrijven om je ding af te maken” hoort bij minder gevoel en aandacht voor je omgeving terwijl de groene drive bij hen er dus wel degelijk in zit.

Metacriteria: “Een voldaan gevoel” versus “je naar voelen”
“Voldoening” versus “ergernis”
“Rust” versus “onrust”

Als ik vervolgens naar mijn eigen uitkomsten kijk blijkt dat ik de metaprogramma’s: Voldoet wel, ontwikkeling en visueel in ongeveer dezelfde mate “aan heb staan”, echter het hele grote verschil blijkt duidelijk bij de score op opties (bij mij hoog) versus procedure (bij de experts hoog).
De vragen die ik mezelf dus kan stellen zijn: Waar begin je mee? Welke stappen zet je achtereenvolgens (handgebaren van voor naar achter of van links naar rechts)? Kun je het verhaal van begin tot het einde vertellen?
Kijkend naar de Graves categorisering is de blauwe drive bij mij de laagste! Gevolgd door de rode drive, daadkracht. Gelukkig is de mindsonar contextspecifiek en herken ik dat laatste niet nadrukkelijk in andere contexten. Een en ander verklaart veel.

8.Beschrijving gebruikte zintuigspecifieke kenmerken.

Bij de te volgen stappen blijken de experts vooral visuele kenmerken te gebruiken (Vc,visueel construct). Omdat het om zaken gaat die je nog moet doen (toekomst) wordt “visueel remembered”(Vr) nauwelijks gebruikt. Er wordt weinig terug gekeken hoe iets gedaan is. Ze zien wat ze moeten doen en maken daar een plaatje van (Vc) en zien het zichzelf dan doen (Vc en Kc). Toppunt van focus levert het tevreden gevoel na afloop op. Vervolgens is er een sterk kinestetisch kenmerk vooraf, tijdens en achteraf met handgebaren (Kc). Enigszins worden auditieve kenmerken gebruikt en dan alleen maar zelfspraak (Ad). Ze horen het niet echt. Smaak (olfactoir) en reuk (gustatoir) spelen geen rol.

9.Invulling van de stappen.

1.Maak in je hoofd een duidelijk plan of planning van de dingen die je moet doen. Vaste terugkerende dingen als eerste. Ga als volgt te werk:

    • Als je in je hoofd (in gedachten) de dingen die je moet doen voor je ziet gebruik daarbij dan een gebaar “van op je vingers tellen”. Eerst je duim en dan je vingers. Beginners wordt aangeraden de dingen daarna ook echt fysiek uit te schrijven maar dit is niet noodzakelijk. Wat bij deze stap helpt is als je de “to do”dingen voor je ziet (Vc), ze vervolgens op tafel/bureauhoogte te zien en met de rechterhand (als bij het metaprogramma “procedures”) te bewegen in stapjes van midden voor je naar rechts of van je af naar voren toe. De hand is gestrekt vooruit met de pink naar beneden en de duim omhoog. De hand recht vooruit als je van links naar rechts gaat en als je van je af naar voren gaat je handpalm naar je lichaam en dan van je af bewegen. Bepaal eerst welke opwarmers je wilt doen. Dit zijn kleinere korte plezierige dingen.
    • Dan nu (bijvoorbeeld vast terugkerende) dingen die als opwarmer gezien mogen worden voor het grote werk. Voor de opwarmers geldt ook dat de handgebaren van het metaprogramma procedures kunnen helpen (zie 1a). Visualiseer jezelf als je bezig bent met “de opwarmers”. Lekker losjes dingen doen, glimlach op je gezicht, lekker bezig en daar vooral van genieten. In deze stap is visualiseren voldoende. De opwarmers kosten meestal geen moeite. Het gevaar zit hem juist in het blijven hangen in die opwarmers. Neem hier daarom een vaste tijd voor van bv. maximaal een half tot 1 uur. Na afloop daarvan ga je met de hand waar je mee schrijft met een tevreden blik met de platte hand op tafel “slaan” en zeg dan “zo, klaar”. Dit terwijl je voor je uit kijkt (alsof je naar de volgende klus uitkijkt).

2.Kies vervolgens datgene uit wat het belangrijkste is.

    • Zie het belangrijkste als een grote bol voor je. Maak een rond handgebaar alsof je hem zo voor je kunt oppakken. De bol is wit want hij is een verlichting/opluchting als de klus, waar de bol symbool voor staat, klaar is. Zo zwaar blijkt hij meestal niet te zijn na afloop. Dit is vaak de grote klus met een hele duidelijke deadline. Zet vervolgens de bol rechts, schuin voor je van je af. Die bewaar je voor stap 3.
    • Na het neerleggen van de bol roep je het beeld van de opwarmers weer op van stap 1b en associeer in dat beeld en laat het positieve gevoel dat daarbij hoort je hele lijf vullen. Lekker losjes met een glimlach.
    • Stap uit de associatie en start nu echt met het doen van de “opwarmers”. Na afloop daarvan ga je met de hand waar je mee schrijft met een tevreden blik met de platte hand op tafel “slaan” en zeg dan “zo, klaar” en ervaar dat dit een tevreden gevoel oplevert. Klaar voor het grotere werk.

 

3.Gebruik een soort van “oogkleppen”die je dwingen om vooruit op 1 ding te focussen. Maak gebaren naar voren met je handen. Begin met de vingers van je handen omhoog naast je slapen, met je handpalmen naast je gezicht. Hiermee vorm je als het ware oogkleppen waarmee je de weg vooruit door de grote klus heen wijst. Je gedachten neem je met je handen mee naar voren naar de belangrijkste (grote) klus. Pak de witte bol die de grote klus vertegenwoordigt en begin nu echt aan de klus en als je afgeleid wordt maak je opnieuw dat handgebaar. Stel je voor dat aan het eind van de weg die voor je uit strekt het prettige gevoel en de innerlijke rust liggen te wachten als de klus klaar is. Maak na stap 3 altijd het gebaar dat bij stap 4 beschreven is. Dit gebaar hoort bij dat positieve gevoel dat je doelgericht iets hebt afgemaakt.

4.Werk volgens plan af wat je te doen hebt, houdt vooral die focus naar voren (Vc) en gebruik zo vaak als nodig de handgebaren (oogkleppen). Maak aan het eind als je grote en/of belangrijkste klus klaar is (het beste gaat dit staand) een gebaar met je handen, vanaf borsthoogte met de handpalmen tegen je aan, naar beneden en schuin naar buiten. Zeg (puf/blaas) “fff” en denk of zeg hardop: “klaar, lekker”. Dit is het anker voor toekomstige situaties. Uitrekken naar boven geeft weer extra zuurstof en rust en geeft een extra boost. Maak een brede glimlach en voel hoe blij je lijf wordt als de grote klus geklaard is.

5. Ervaar bewust dat de klus af is. Doordat je het doelgericht doet kan een klus ook op tijd af zijn. Het kunnen ook delen zijn die je vooraf bewust kiest. Als je maar altijd afsluit met een gebaar dat bij dat tevreden en rustig gevoel hoort zoals beschreven in stap 4.

10.Commentaar.

Bij 1 van de experts kwam ik er bij mezelf achter, door direct fysiek mee te doen met hoe hij de dingen dan deed, ik in 2 situaties helemaal zenuwachtig van binnen werd. Pas in de 3e situatie (context) ging het beter en voelde het voor mij wel goed. Het grote verschil was dat hij toen eerst wat “kleine opwarmertjes” deed en dan pas aan de grote klus begon. Toen hij dat fysiek duidde begon hij schuin rechts voor zich met een grote ronde bol, de grote klus. Gebarend met zijn handen een ronde bol vormend en daarna ging hij met zijn linker hand schuin voor zich als het ware op het bureau een klopje op de kleine dingen geven, de opwarmertjes. Daarna begón hij dus aan de dingen links te werken en vervolgens “de grote klus”. Van de opwarmertjes wist hij dat die maximaal samen een half uur mochten duren. Het mooie is dat als ik dat exact nadeed, het voor mij lekker voelde.

De andere twee experts vertelden zonder dat ze bovenstaande wisten uit zichzelf al dat ze eerst de vaste (kleinere) dingen deden en daarvan wisten hoeveel tijd ze er voor nodig hadden of maximaal namen en dán de grote klus. Als er een spoedklus tussendoor moest werd heel goed nagegaan (je zag ze dan denken) of dat wel kon of dat er een specifieke afspraak over gemaakt moest worden met de opdrachtgever. Boeiend om te zien hoe dat gaat. Als ik ze daarnaar vraag komt er ineens een oogreactie “terug in de tijd” (Vr). Hier wordt de ervaring aangeboord.

11.Wat is de belangrijkste stap?

Stap 3 is de belangrijkste stap omdat het ontbreken van het doelvermogen het meest in de weg zit bij belangrijke grote klussen. In stap 3 ga je “met de oogkleppen” ook echt aan de slag met dat wat je echt af moet hebben en dat het tevreden gevoel geeft als dat doelgericht met de juiste prioritering gebeurt.

12.Wat is de relatie tussen de stappen?

Wat vooral belangrijk is, is de volgtijdelijkheid in het hele proces. Stap voor stap, voor stap naar het einddoel in de juiste volgorde. Opwarmers eerst en daarna de grote klus.

13.Welke hindernissen verwacht ik bij de doelgroep en hoe wil ik daarmee omgaan?

Op het moment dat je je niet bewust bent van het feit dat je vooral leuke dingen wil doen en je “een harlekijn hebt die midden voor je staat” dan kun je de andere dingen niet goed in het vizier hebben. In stap 3 van modelleren zit het vermogen overnemen en eventuele hindernissen wegwerken. Bij mij is dat dus gedaan zoals ik in de inleiding heb beschreven en kan ik het vermogen nu wel bewust overnemen als ik dat wil of nodig heb. Eerst een NLP interventie doen kan dus nodig zijn en helpen.

 

Verklaring afkortingen

De codes verwijzen naar de oogbewegingen van een rechtshandig persoon. Hieronder hoe je het voor je zelf kan doen.

Vh Visuele herinnering, de ogen naar links omhoog

Vc Visuele constructie, de ogen gaan naar rechts omhoog

K Kinestetisch, voelen, de ogen gaan naar rechts beneden

Ad Auditieve zelfspraak, de ogen gaan naar links beneden

Ah Auditieve herinnering, de ogen gaan naar links midden

Ac Auditieve constructie, de ogen gaan naar rechts midden

e = extern: verwijst naar iets wat gezien, gehoord, gevoeld wordt om je heen.

i = intern (of geen vermelding) verwijst naar iets dat gezien, gehoord, gevoeld wordt in gedachten.

VAKOG = de zintuigen: Visueel, Auditief, Kinestetisch, Oilfactoir = reuk, Gustatoir = smaak.

About the Author Jaap Hollander

Psycholoog, NLP-trainer, Trainer provocatief coachen, schrijver (11 boeken), directeur IEP --- Geeft NLP- en provocatieve workshops en -opleidingen. --- Stond vijf jaar achtereen in de top-500 professionals van ‘Quote’. --- Ontwikkelde MindSonar.

Leave a Comment: