Modelleringsverslag Leon: mensen authentiek aanspreken op een beurs

  1. Motivatie modelleringsvraagstuk
    Sinds jaar en dag heb ik een passie voor voeding. Ik houd van (lekker en gezellig) eten, koken, nieuwe recepten uitproberen. Bij het uitproberen van nieuwe recepten is het succes wisselend: het kan wel eens gebeuren dat de waardering (van de ander) voor de uitvoering een ruime voldoende scoort, maar die van de smaak daarentegen een dikke onvoldoende. Maar “al doende leert men” en wat een ander kan, kan ik toch ook (leren)?
    Naast de gezelligheid van het samen eten is het gezondheidsaspect van voeding ook heel belangrijk voor mij. Ik probeer zoveel mogelijk objectieve informatie op te zoeken, maar ik ben me er terdege van bewust, dat veel informatie vaak anders doet vermoeden dan waar is (ofwel misleidend) en dat ik daarbij niet altijd het kaf van het koren kan onderscheiden. De belangen en daarmee de spitsvondigheden van de levensmiddelenfabrikanten zijn immers groot.
    De opleidingen die ik bij het IEP gevolgd heb, hebben mij wel aanzienlijk bewuster gemaakt van de bewuste en onbewuste processen die zich in het brein afspelen en de pogingen van de voedingsindustrie om het gedrag van mensen te beïnvloeden. Overigens heb ik niet de illusie dat ik me geheel van deze invloeden kan afsluiten. Ik realiseer mij dat er al veel bekend is over voeding, maar ook nog veel niet.
    Ik eet over het algemeen gezond, maar kan van tijd tot tijd ook genieten van een “ongezonde hap”. Met een variatie op de bekende “80-20 regel” heb ik balans aangebracht tussen gezond/ongezond: 90% gezond en 10% ongezond.
    Bekend is dat het leiden van een gezonde levensstijl, statistisch gezien, leidt tot een langer en aangenamer leven. Ik zie in de wereld om mij heen dat het besef van gezonde voeding en een gezonde levensstijl steeds meer begint door te sijpelen, maar dat heel veel mensen (nog) niet weten hoe zij dit moeten aanpakken.
    Ik heb al langere tijd met de gedachten gespeeld om anderen te begeleiden hun gezondheid duurzaam te veranderen.
    Bij die gedachte is het lange tijd bij gebleven. Totdat de situatie zich voordeed dat mijn status als “werknemer” onvrijwillig gewijzigd werd in die van “werkzoekende” (t.g.v. een reorganisatie).
    In die tijd ontmoette ik een persoon die distributeur was van gezonde voedingsproducten. Aanvankelijk was ik zeer sceptisch.
    Ik besloot de gelegenheid toch een kans te geven en ik ben me gaan verdiepen in de producten en de organisatie daar omheen. Dat heeft me een goed gevoel gegeven. Ik heb het geheel laten bezinken (en mijn onbewuste daarmee aan het werk gezet) en ben tot de conclusie gekomen om, mede gezien mijn kansen op de toenmalige (en huidige) arbeidsmarkt, deze gelegenheid aan te pakken; let’s give it a try.
    Ik ging producttrainingen volgen en gevoed door mijn biochemische en voedingskundige achtergrond was ik in staat om de producten vrij snel te doorgronden.
    De volgende stap was dat ik de producten en de daarbij horende diensten (begeleiding) aan de man moest gaan brengen. En daar vormde een groot pijnpunt voor mij; acquireren was niet mijn ding. Hierdoor ging ik twijfelen of ik er wel mee door zou moeten gaan. Ik besloot uiteindelijk om toch door te gaan. Maar mocht ik onverhoopt een “reguliere” baan vinden dan zou ik er mee stoppen. Of in ieder geval deze activiteiten op een lager pitje zetten.
    Toen kwam ik “Annie” tegen; een klein vrouwtje die altijd een kruidenierswinkel heeft gehad maar die 15 jaar geleden had besloten haar winkeltje aan de kant te zetten om (ook) distributeur te worden.
    Ik heb met haar een aantal maal op een braderie gestaan en was onder de indruk hoe makkelijk en authentiek zij mensen aansprak en hoe snel zij het vertrouwen kreeg in een gesprek met een willekeurig persoon.
    Ik had de persoon gevonden die ik wilde modelleren.
    Tijdens de gesprekken die ik vervolgens met haar heb gevoerd kwam ik achter haar “geheim: tijdens de vele jaren van hard werken in haar kruidenierswinkel heeft zij geleerd  echt geïnteresseerd te zijn in (het wel en wee) van mensen.
    Het uitvragen ging in het begin moeizaam. “Ik weet niet wat ik doe. Dat doe ik gewoon” was regelmatig haar antwoord. Maar al pratende en doorvragend kwamen de onderliggende gedachten, gevoelens en overtuigingen langzaam bovendrijven.
    De gesprekken hebben uiteindelijk waardevolle informatie opgeleverd; voor zowel Annie als voor mij.
  1. Doel van de techniek
    • Deze techniek maakt het voor mijn (aspirant) collegae mogelijk om voorbijgangers bij een evenement (braderie, markt of voor een winkel) aan te spreken en vervolgens een authentiek maar doelgericht gesprek te voeren.
    • Het creëren van een juiste mindset vóórdat je in genoemde context overgaat tot actie.
  1. Gewenst effect bij de gebruiker
    De gebruiker heeft het doel bereikt als die

    • met een positieve mindset van huis vertrekt naar het evenement (“Ik heb er zin in”);
    • een willekeurige voorbijganger op het evenement durft aan te spreken;
    • een (natuurlijk) gesprek met een voorbijganger op het evenement kan voeren (d.w.z. zonder het gevoel te hebben of de indruk te wekken dat hij/zij “iets wil verkopen”, maar praten vanuit een intrinsieke belangstelling).
  1. Belangrijke overtuigingen en criteria

Overtuigingen:

  • Ik ben geïnteresseerd in het welzijn van mensen
  • Ik ben integer
  • Ik mag financieel gecompenseerd worden voor het leveren van mijn producten en diensten
  • Ik geloof in de kwaliteit van de producten en de filosofie van het toeleverende bedrijf
  • Ik ben in staat om mijn selffulfilling prophecy (“dat lukt me toch niet”) om te buigen naar iets wat ik wel wil (“Ik heb iets te bieden”)
  • Wanneer iemand “Nee” zegt, is dat geen “Nee” tegen mij als persoon
  • Mensen hebben het recht om “Nee” te zeggen
  • Iedere “Nee” is een stapje dichter bij een “Ja”

Criteria:

  • Open: geen dubbele agenda (mensen willen helpen, niet iets willen verkopen)
  • Eerlijk: niet discrimineren op uiterlijk
  • Oprecht: wees oprecht geïnteresseerd in de ander
  • Zakelijk: ga niet te ver mee in de levensverhalen van de ander, zonder de interesse te verliezen
  • Behulpzaam: mensen willen helpen hun welzijn/gezondheid te verbeteren
  • Zelfvertrouwen: wat een ander kan, kan ik ook (bereiken)
  • Acceptatie: als mensen in mijn ogen hulp kunnen gebruiken maar dat niet (van mij) willen dan respecteer ik dat
  • Gunnen: als het bij een collega niet gaat bied ik hulp aan daar waar mogelijk
  • Fun: je vindt het leuk om een gesprek aan te gaan

Metaprogramma’s die hierbij aanstaan:

  • Extern gerefereerd
  • Binnen eigen controle
  • Naar toe
  • Proactief (bij aanspreken mensen)
  • Reactief (tijdens gesprek)
  • Voldoet wel
  • Mensen
  • Opties (aangeven welke mogelijkheden er zijn)
  1. Overzicht van de stappen
  • Focussen op het doel
  • Op weg naar het evenement
  • Voorbereiden
  • Contact maken
  • Het gesprek
  1. Invulling van de stappen

Basisvoorwaarde voor het nemen van de stappen zijn:

  • de pakket met benodigdheden die je nodig hebt tijdens het evenement liggen klaar en zijn, indien nodig, aangevuld, vernieuwd of geactualiseerd;
  • zorg dat je aangepaste kleding hebt;
  • voeding, drank en fruit liggen klaar;
  • de afspraken waar, hoe laat en met wie je naar het evenement gaat staan vast.

Zorg dat bovengenoemde zaken geregeld zijn, zodat je op de dag van de braderie daar niet (onnodig) mee bezig hoeft te zijn.

6.1       Focussen op het doel

Het doel van deze stap is om in de juiste mentale toestand te komen voordat je bij het evenement aankomt.

  • Kleedt je zelf aan en ga voor de spiegel staan;
    kijk jezelf met een tevreden gevoel aan en associeer in een moment waarop je heel trots was over jezelf;
    ervaar hoe en waar dat fijne gevoel zich in je lichaam aandient;
    veranker dat gevoel, zodat je het op een later moment weer kunt oproepen.
    (geassocieerd, Ve, K, Vr, Ar, (Ad))
  • maak vervolgens een voorstelling waarin je samen met een aantal fijne collega’s op een evenement aanwezig bent en je jezelf ziet staan en geïnteresseerd met een (of meer) voorbijganger(s) praat;
    (gedissocieerd, Vc)
  • haal de voorstelling naar je toe, stap er in en wordt die persoon;
    roep het fijne gevoel van 6.1.1 op;
    (geassocieerd, K)
  • veranker dat gevoel;
    (geassocieerd, K, Ar, Vr, Ad)
  • herhaal stap 6.1.1 t/m1.5 een aantal maal om het gevoel dieper te verankeren;
  • voer bovenstaande procedure iedere keer uit voordat je naar een evenement gaat.

Zintuiglijk voorbeeld:
Ik word ’s morgens wakker en ik weet dat ik die dag met mijn collega’s naar een evenement ga om mensen aan te spreken met als doel om een aantal vervolggesprekken af te spreken.
Ik sta op, ga me douchen en ik trek mijn (bedrijfs)kleding aan.
Ik ga voor de spiegel in mijn slaapkamer staan. Met een knikje en een glimlach wens ik me zelf een goede morgen toe. Ik roep een herinnering op waarbij ik zeer trots was op iets wat ik gedaan had. Dat was tijdens het schrijven van mijn scriptie. Ik had als opdracht om na te gaan of een kwalitatieve reumatest omgezet kon worden in een kwantitatieve test. Tijdens het uitvoeren van een test met materiaal van een patiënt die “stijf stond van de reuma” was het resultaat negatief. Dit kon niet juist zijn, maar ik snapte niet waarom dat was. Ineens begon mijn hart sneller te kloppen, begon ik sneller te ademen; kortom ik kreeg een gevoel van opwinding. Eureka! Het vermoeden rees bij mij op dat ik de oplossing wist. Na verder onderzoek bleek ik het bij het rechte eind te hebben. (Uiteraard had deze ontdekking gevolgen voor de betrouwbaarheid van de test).
Dit trotse Eureka-gevoel veranker ik auditief en kinesthetisch (“Yes”, terwijl ik met een gebalde vuist en mijn arm in een hoek van 90o een beweging naar achteren maak).
Vervolgens neem ik geassocieerd de tijd om me bewust te focussen op mijn doel. Ik zeg tegen mijzelf: “Vandaag ga ik gezellig met mijn collega’s naar een evenement  en ga ik leuke gesprekken aanknopen met willekeurige voorbijgangers. Na afloop heb ik minimaal X vervolgafspraken gemaakt.”
Ik stel me voor dat ik naar een film kijk waarin Leon de hoofdrol speel: hij staat aan de kant van de weg. Hij heeft een klapper in de hand en luistert naar wat een voorbijganger te vertellen heeft. Af en toe vraagt hij wat en maakt wat aantekeningen; maar hij luistert voornamelijk. Dan weer kijkt hij serieus of glimlacht hij en dan knikt hij met zijn hoofd; zijn bewegingen gaan met het gesprek mee; hij staat daar ontspannen en geïnteresseerd bij. Het is zonnig weer.
Wanneer ik dit beeld zie, haal ik het naar mij toe en stap er in. Met behulp van het anker en de armbeweging roep ik het trotse gevoel op. Ik veranker dit gevoel dieper met de woorden die ik eerder tegen mezelf gezegd heb: “Vandaag ga ik gezellig met mijn collega’s naar een evenement en ga ik leuke gesprekken voeren met willekeurige voorbijgangers. Na afloop heb ik minimaal X vervolgafspraken gemaakt.”
Ik herhaal dit een aantal maal en neem  dit fijne gevoel mee.

  • Op weg naar het evenement

Het doel van deze stap is om het goede gevoel van de vorige stap vast te houden en mee te nemen naar het evenement.
Opmerking: de gekozen evenementen waar ik aan deelneem bevinden zich allemaal binnen een straal van 15-20 kilometer, zodat ik er met de fiets naar toe kan gaan.

  • Bedenk welke route je gaat afleggen (gedissocieerd, Vc)
  • Leg de route in gedachten af (geassocieerd, Vc). Eenmaal bij je collega’s aangekomen versterk je het verankerde gevoel. De woorden die hierbij horen zijn: “Vandaag ga ik gezellig met mijn collega’s naar de braderie en ga ik leuke gesprekken voeren met willekeurige voorbijgangers. Na afloop heb ik minimaal X vervolgafspraken gemaakt.” (geassocieerd, K, Ad)
  • Stap op de fiets en kijk, al fietsend en met het trotse gevoel, met aandacht om je heen. Wees benieuwd wat je allemaal tegenkomt. Gedachten en beelden komen op en drijven weer weg net als op een rivier. (geassocieerd, Ve, K, Ar, Vr, Ad)
  • Je komt aan op de plaats van bestemming, je spreekt de zin (“Vandaag ga ik …”) nogmaals uit om het trotse gevoel op te roepen (resp te versterken), je begroet je collega’s en helpt mee met de voorbereidingen ter plaatse.
  • Samen doe je nog een activiteit (koffie en/of thee drinken). Merk op dat dit een versterkend effect heeft op het gevoel (geassocieerd, V, A, K)

Zintuiglijk voorbeeld:
Ik zet de fiets klaar en doe mijn rugzak om. Ondertussen visualiseer ik de route die ik ga afleggen. Dan kom ik in gedachte bij mijn collega’s aan en ik heb het gevoel dat ik er zin in heb. Ik associeer in dit tevreden gevoel met behulp van mijn anker.
Ik stap op de fiets en ga met dit tevreden gevoel op weg. Al fietsend kijk ik bewust om mij heen en geniet ik bewust van het landschap. Gedachten die bij mij opkomen word ik gewaar en laat ze weer gaan. Ik merk dat ik een heel tevreden en trots gevoel heb en dat ik zin heb om mensen te ontmoeten.
Zodra ik aankom bij mijn collega’s begroet ik hen en word ik gewaar van het “wij-gevoel”. Dit heeft op zich een versterkend effect op mijn “trotse gevoel”; ik heb er zin in.
Met dat gevoel verleen ik de nodige hand- en spandiensten en als alle voorbereidingen zijn getroffen, drinken we samen een kop (koffie of thee).

  • Voorbereiden

Doel van deze fase is om in een optimale toestand te komen voor de naderende acties.

  • Activeer op een ontspannen manier een coachende houding.
  • Roep in deze toestand het auditieve anker op.
    (geassocieerd, Vr, Ar, K, Ad)

Zintuiglijk voorbeeld:
Ik ga op een stoel zitten, voeten op de grond, handen op de knieën, de rug gerecht.
Ik doe mijn ogen dicht en ik richt mijn aandacht naar binnen.
In gedachten ga ik terug naar een van de fietstochten die ik met een goede vriend heb. Iedere keer als wij elkaar ontmoeten, en dan maakt het niet uit hoe lange tijd er tussen zit, lijkt het of wij elkaar gisteren gesproken hebben. We hebben elkaar altijd veel te vertellen; ik luister met aandacht en met veel interesse naar zijn verhaal. Hij doet hetzelfde als ik mijn verhaal vertel.
Al pratend fietsen wij op ontspannen manier op de dijk langs de Maas en ervaren  alle mooie vergezichten die deze rivier en het landschap ons biedt. Af en toe stoppen we om in alle rust de schoonheid daarvan op ons in te laten werken. We genieten van de warmte en schoonheid van de voorjaarszon, de geuren en kleuren van de planten en bomen, het geluid van de koeien en vogels.
Terwijl ik op de stoel in gedachten naar deze situatie terug ga, probeer ik de warmte van de zon te versterken, de geuren en kleuren intenser en het geluid van de vogels melodieuzer te maken.
In deze toestand zeg ik tegen mezelf:
“Vandaag ga ik gezellig met mijn collega’s naar de braderie en ga ik leuke gesprekken voeren met willekeurige voorbijgangers. Na afloop heb ik minimaal X vervolgafspraken gemaakt.”

Contact maken

Het doel van deze stap is om contact te maken met een willekeurige voorbijganger waaruit vervolgens een gesprek kan volgen. De kern van deze stap is dat het leuk is, dat je benieuwd bent naar en open staat voor de ander en dat je iets te bieden hebt.

  • Zoek een geschikte plaats.
    (gedissocieerd, Ve)
  • Ervaar hoe je hier met een open houding staat en zeg tegen jezelf: “Yes”, vergezeld door een (subtiele) armbeweging.
    (Geassocieerd, K, Ad)
  • Neem de bewegingen, geluiden, geuren en kleuren om je heen waar; je voelt je als het ware onderdeel van het geheel.
    (geassocieerd, Ve, Ae, K)
  • Kijk met deze periferische blik naar de voorbij slenterende mensen en merk op wat en/of wie je aandacht trekt. Je blijft benieuwd naar wat er zich allemaal om je heen afspeelt.
    (geassocieerd, Ve, Ae)
  • Zodra je oogcontact met iemand hebt knik je met je hoofd en je reageert op zijn/haar reactie.
    (geassocieerd, Ve)

Zintuiglijk voorbeeld:
Ik zoek een geschikte plek; dicht bij de marktkraam maar een beetje uit de buurt van een eventuele collega. Ik begeef me naar die plaats, draai me in de richting van de voorbijgangers. Ik sta in een open actieve houding: voeten een beetje uit elkaar, rechte rug, handen (met een klapper) op de rug of opzij van mijn lichaam. Mijn hoofd is een beetje gebogen en op mijn lippen verschijnt een “vermoeden van een glimlach”. Ik voel me lekker en denk bij mezelf “Yes, ik heb er zin in”. Ik bal mijn vuist en maak een armbeweging naar achteren. Ik kijk wat er zich rondom mij heen afspeelt. Zodra iemand (al dan niet een bezoeker) mijn aandacht trekt zoek ik contact. Reageert deze persoon niet of wendt hij/zij zich van mij af, dan kijk ik verder rond naar wat mijn aandacht trekt. Kijkt deze persoon mij wel aan, maar maakt daarbij duidelijk niet open te staan voor contact, dan wens ik hem/haar een “prettige dag” toe. Zodra iemand positief reageert op mijn poging om contact te maken spreek ik hem/haar aan en zeg ik “Goede middag meneer/mevrouw. Mag ik u wat vragen?”.
Indien de persoon dan afwijzend reageert, dan bedank ik hem/haar voor de aandacht en wens hem/haar een prettige middag.
Staat deze persoon open voor contact dan begin ik een gesprek.

  • Het gesprek

Doel van het gesprek is een vervolgafspraak te maken met de persoon in kwestie.

  • Stel aantal gesloten vragen. Houdt het hoofd hierbij een beetje schuin omhoog en knik lichtjes ter ondersteuning van je vraag. Kruis het antwoord aan op het formulier.
    (gedissocieerd, Ae)
  • Stel vervolgens aantal open vragen, eventueel gevolgd door metavragen. Laat je “vrije” hand op borsthoogte meebewegen met het gesprek:
  • bij het stellen van een vraag beweeg je je hand met een open beweging naar de ander alsof je hem/haar aanbiedt iets over zichzelf te vertellen;
  • bij het beantwoorden van de vraag beweeg je je hand mee waarbij je als het ware uitbeeldt wat de ander vertelt; volg het ritme van het gesprek.
  • Wees benieuwd hoe het gesprek zich verloopt. Volg de ander met belangstellende ogen, hoofd een beetje schuin. Buig iets naar voren in de richting van de ander voor zover als het prettig wordt ervaren in het gesprek; richt je oor subtiel naar de ander.
    Je bent benieuwd naar het verhaal van de ander en je verplaatst je in de ander en probeert zo in zijn/haar verhaal mee te gaan. Blijf luisteren, geef daar waar van toepassing is gemeende complimenten, vat samen en vraag door (LSD). Je vraagt je af wat jij zou doen als je zo zou leven/eten/drinken. Wees benieuwd naar de inzichten van de ander; mogelijk brengt dat jou nieuwe inzichten; je hebt immers ook niet alle wijsheid in pacht.
  • Merk op dat er mogelijkheden zijn waarmee je de ander zou kunnen helpen. Leg deze mogelijkheid als het ware op je hand en geef dit op borsthoogte met een lichte geefbeweging door aan de ander. Tijdens deze beweging buigt je bovenlichaam iets naar achter. Hiermee geef je de ander de gelegenheid om het aanbod te ontvangen en daar zonder druk op te reageren.
  • Blijf het gesprek ondersteunen met hand- en armgebaren.
  • Let tijdens het gesprek op de oogbewegingen en reflecteer hier op.
  • Ervaar het gevoel dat het gesprek bij je opwekt; bemerk of het je energie geeft om met het gesprek door te gaan:
  • ja, ik hoor en voel dat de ander geïnteresseerd is; ik blijf benieuwd naar zijn/haar verhaal en blijf alert of en hoe ik de ander eventueel van dienst zou kunnen zijn; ik concludeer dat mijn eventuele hulp geen toegevoegde waarde heeft voor de ander;
  • nee, ik merk dat de ander niet geïnteresseerd is, hoewel het postuur of de levensstijl van de ander (naar mijn overtuiging) doet vermoeden dat een verandering van levensstijl veel (gezondheids)winst voor hem/haar zou kunnen opleveren. Ik rond het gesprek af nadat ik tegen mezelf “Okay”(1) gezegd heb;
  • nee, ik merk dat de ander (nog) niet geïnteresseerd is. Hij/zij is (nog) niet aan toe om open te staan voor een (positieve) verandering van zijn/haar levensstijl. Maar mogelijk is er een zaadje geplant. Ik rond het gesprek af.
  • Rond het gesprek af:
    • bedank de ander voor het gesprek; leg dit “bedankje” in je open hand en geef dit met een schuine knik van je hoofd aan de ander (“overhandigen”);
    • herhaal nog even wat er eventueel afgesproken is (hoofd schuin met een subtiele knik
      (gedissocieerd, A,V);
    • wens de ander nog een prettige dag toe (“overhandigen”)
  • (geassocieerd, Ve, Ae, Vc, Ac, K, Ad)

Zintuiglijk specifiek:
Ik stel een drietal gesloten vragen, waarop de ander alleen met “Ja” of “Nee” kan antwoorden. Ik noteer de antwoorden op het belangstellende formulier.
Vervolgens stel ik open vragen en ik ben benieuwd naar de antwoorden. Ik laat mijn handen deze vragen  vergezellen. Ik leun iets naar voren en leg mijn oor te luisteren; ik probeer me zoveel mogelijk in te leven in de ander. Ik luister naar het antwoord en beweeg dynamisch met het gesprek van de ander mee. In mijn hoofd ontstaan er vanzelf allerlei associaties met mijn kennis en ervaring op het gebied van een gezonde levensstijl. Ik zie het voor me en praat tegen mezelf. Ik reflecteer op de antwoorden en geef daar waar nodig complimenten.  Ik merk wat de overeenkomsten zijn en ga daar eventueel kort op in. Ik ben alert op de oogbewegingen. Indien relevant stel ik metavragen om de communicatie helder te krijgen.
Gaandeweg kan de gedachte ontstaan “Goh, ik zie mogelijkheden om jou te helpen.”
Tot slot vraag ik of de persoon geïnteresseerd is in een vervolggesprek, waarbij ik uitleg dat ik dan meer de tijd en gelegenheid heb uit te leggen of en hoe ik deze persoon kan helpen zijn levensstijl te verbeteren. Ik leg dit aanbod weer in mijn hand en geeft dan met een handgebaar aan de ander. Met nadruk vertel ik erbij dat dit gesprek geheel vrijblijvend is. Dit vergezel ik door beide handen naar voren te steken, handen schuin omhoog en opengevouwen, licht achterover hellend en met het vermoeden van een glimlach op mijn gezicht.
De volgende opties zijn mogelijk:
1: De ander is geïnteresseerd in een vervolggesprek; ik noteer naam, telefoonnummer en de dag waarop de ander bij voorkeur gebeld wil worden.
2: De persoon wil geen vervolgafspraak maken en er is ook geen aanleiding voor mij om daar op door te gaan. Ik bedank hem/haar voor het gesprek en wens hem/haar nog een prettig vervolg van de dag toe.
3: De persoon is niet geïnteresseerd in aanvullende informatie en wil dan ook geen vervolgafspraak maken. Ik “zie” echter dat die persoon gebaat zou zijn met wat hulp, maar daar nog niet aan toe is. In mijn gedachten zeg ik dan 
“Okay”(1) “Hij is er nog niet aan toe, maar ik heb in ieder geval wel een zaadje geplant”. Ik bedank hem/haar voor het gesprek en wens hem/haar nog een prettige voortzetting van de dag toe.
4: De persoon reageert afwijzend, maar zou “in mijn  ogen” veel gezondheidswinst kunnen halen als hij/zij een aantal veranderingen zou doorvoeren in zijn/haar manier van leven/ eten. Al dan niet met (mijn) hulp. Hier heb ik dan oprecht moeite mee. Ik bedenk bij mezelf dan “Okay”(1) “Laten gaan, maar wat zou jij mijn hulp goed kunnen gebruiken”. Ik respecteer zijn/haar beslissing, bedank hem/haar voor het gesprek en wens hem/haar een prettige dag toe.

Ik richt me vervolgens weer op de omgeving. Ik wacht even voordat ik weer oogcontact zoek met een voorbijganger.

7          Commentaar
Mijn expert heeft door de jaren heen een soort “zuster Therasia attutude” ontwikkeld. Ze is klein begonnen en heeft zich altijd open gesteld voor iedereen en dan met name voor degenen die het (in haar ogen) minder hebben. Ze groot geworden door klein te blijven en door te geven, zonder daar iets voor terug te verwachten. “Geven is de beste manier om te ontvangen” zou zo maar een motto kunnen zijn van haar.
Daarentegen heeft zij ook de nodige zakelijkheid geleerd in de tijd dat zij haar winkel leidde; zij laat niet over zich heen lopen.

Bij de sluiting van haar kruideniertje werd haar altruïstische gedrag beloond door de aanwezigheid van veel bekenden en klanten. Dit heeft haar veel goed gedaan. Het is een echte mensenmens.
Dit alles heeft haar gemaakt tot de expert die zij geworden is en waarom ik haar heb willen modelleren.

Ik kan me voorstellen dat degenen die bovenstaande techniek willen aanleren, maar die de ervaring van mijn expert (ten dele) missen, zich extra zullen moeten inzetten om deze techniek daadwerkelijk vanuit hun hart, op een authentieke wijze toe te passen. Maar: wat een ander kan, kan ik ook (leren)

8          Belangrijkste stap
Voor mij persoonlijk zijn de eerste en vijfde stap de belangrijkste onderdelen. Met de eerste stap zet je jezelf in de juiste mindset; het zorgt er voor dat je een open benieuwde houding aanneemt, waarbij het doel (het verkrijgen van vervolgafspraken) verwordt tot een vanzelfsprekend gevolg van je congruente houding.
Met stap 5 geef je gevolg aan je houding; je bent geïnteresseerd in de ander en je biedt op een authentieke (bijna altruïstische) wijze hulp aan waar dat nodig kan zijn.

9          Problemen

  • Geen contact durven maken of iemand die zegt: “Dat is niets voor mij”.
    Dit is een belemmerende overtuiging. Zoek naar de gewenste overtuiging en naar de overtuigingshindernis en laat daar veranderingswerk op los.
    Betreft het een “tape loop” à Remodeling
    Betreft het een belemmerende overtuiging à Reframe op de levenslijn
  • Twijfelen of je in staat bent een doeltreffend gesprek te houden.
  • Niet echt geïnteresseerd zijn in de ander, niet benieuwd zijn naar de ander, maar meer bezig zijn met hoe een vervolgafspraak gemaakt kan worden.
    De collega heeft de modus dan aanstaan op “verkopen” in plaats van “belangstelling”.
    Wijzigen metaprogramma “Referentie zelf” naar “referentie ander”.
    Optioneel: wijzigen instelling door toepassen “Benieuwd zijn naar de beleving van anderen” (zie modelleringsverslag Bianca Looise).
  • Overige ontbrekende of in andere staat verkerende metaprogramma’s.
    Achterhalen welke metaprogramma’s dit zijn en activeringsvragen stellen.
  • Te veel zenden (praten) en te weinig ontvangen (luisteren).
    Activeer de hulpbron “Ik luister met aandacht”.
    Stap in tweede waarnemingspositie.
    Oefenen in rapport maken.

 (1): het woordje “Okay” gebruik ik als anker:

  • Als ik een willekeurige voorbijganger aanspreek met de vraag of ik iets mag vragen en deze persoon reageert hier afwijzend op, dan zeg ik tegen mezelf “Okay”, met de klemtoon op de eerste lettergreep. Dit roept de associatie bij mij op van: No problem, bedankt voor uw reactie. Vervolgens richt ik mijn aandacht ergens anders op
  • Als ik iemand, die bijvoorbeeld overduidelijke de fysieke kenmerken heeft van overgewicht of obesitas, aanspreek met dezelfde vraag en hij/zij reageert ook afwijzend, dan zeg ik ook tegen mezelf “Okay”, maar dan met de klemtoon op de tweede lettergreep. Hiermee bescherm ik mezelf, want ik denk dan “Tjonge, wat zou jij (mijn) hulp goed kunnen gebruiken…”. Ik draai dan spreekwoordelijk de knop om en ga over op de orde van de dag. Wel laat ik dan even wat voorbijgangers voorbij lopen die ik alleen maar gedag zeg.
    Hetzelfde doe ik als tijdens een gesprek blijkt dat de levensstijl van de ander (over)duidelijk verbetering behoeft, maar daar heel luchtig of lacherig of afwijzend over doet.

 

Bijlage

MindSonar Profiel

Naam: Annie  Maatstaven (gesorteerd):
1: ‘Gezelligheid’ versus ‘rot sfeer’
2: ‘Contact’ versus ‘eenzaamheid’
3: ‘Vervolg afspraken’ versus ‘geen afspraken’
4: ‘Schone werk plek’ versus ‘vuile werkplek’
Metacriterium: ‘groei’ versus ‘achteruitgaan’
Datum afname: 08-10-2014
Context: als ik aan het werk ben

 

afb1 modellering

 

 

afb2 modellering

 

afb3 modellering

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

MindSonar Profiel van Annie
voor de context van als ik aan het werk ben
Datum afname: 08-10-2014

Geslacht:vrouw
Geboortedatum: 00-00-1956
Beroep: Distribiteur
Beroepscategorie: Voedingssector
Functieniveau: Middenkader
Opleidingsniveau: Middelbaar Beroeps Onderwijs
Burgerlijke staat: Gehuwd/Samenwonend

Samenvatting
Het profiel van mevrouw op doordat zeer hoge scores of ‘pieken’ (scores van 8 of hoger) ontbreken.
Wel zijn er negen metaprogramma’s met hoge scores (hoger dan 6, of soms bij driewaardige metaprogramma’s hoger dan 5) te zien, namelijk
1. ‘Proactive’ (proactief)
2. ‘Towards’ (er naartoe)
3. ‘Options’ (opties)
4. ‘Matching’ (voldoet wel)
5. ‘Internal locus of control’ (controle binnen zelf)
6. ‘General’ (globaal)
7. ‘Development’ (ontwikkeling)
8. ‘People’ (mensen)
9. ‘Use’ (gebruik)

Graves categorisering

afb4 modellering

 

Mevrouw heeft een middenscore voor de oranje drive (een ander woord voor ‘drive’ is ‘motivatietype’; d.w.z. het soort motivatie). Verder heeft zij lage scores voor alle andere drives, behalve voor de rode drive. Merk op, dat deze scores allemaal laag zijn, alleen de score op de rode drive is zeer laag. Dit is een zeer sterk gespreid beeld: alle soorten waarden (op één na) die we hebben gemeten zijn ongeveer even belangrijk voor haar; maar de oranje drive is duidelijk iets belangrijker. Deze drive karakteriseert haar waarden nog het best. Mevrouw vindt bijna alle soorten waarden wel enigszins belangrijk, waarbij de oranje waarden op de eerste plaats komen.

In de context van ‘als ik aan het werk ben’ heeft zij criteria (waarden) zoals ‘groei’, ‘gezelligheid’, géén ‘rot sfeer’, maar wel ‘contact’, e.d. Voor haar hebben deze waarden nog het meest te maken met prestatie en competitie (de oranje drive). Andere sleutelwoorden voor deze drive zijn: doelmatigheid, succes, resultaten en vooruitgang. Dit betekent dat voor haar – althans in deze context – de knikkers en niet het spel; om als overwinnaar te voorschijn te komen voorop staan. Wat zij vrij belangrijk vindt is winnen, waarbij efficiency belangrijk is en ‘het doel de middelen heiligt’. Wat voor haar vrij sterk meespeelt haar kansen om mee te doen in de competitie en hoog te scoren. Zij wil graag in haar hoge status gezien worden. Zij gaat er vrij vaak van uit dat het in het leven veel kansen biedt, die je handig en vooral ook flexibel moet benutten. Ook deze drive is overigens niet heel sterk (er zijn geen hoge of zeer hoge scores).
Maar bijna alle andere drives spelen ook een zekere, zij het heel bescheiden rol in haar denken: geborgenheid en traditie (de paarse drive), structuur en ordening (de blauwe drive), vrijheid en persoonlijke ontwikkeling (de gele drive), focus op het grote geheel en het streven naar integratie (de turkooise drive), sociaal contact en consensus (de groene drive): ze zijn voor haar allemaal af en toe van belang. Alleen de rode drive (het opbouwen van een reputatie en het krijgen van respect) scoort zeer laag, deze waarden spelen geen rol of een zeer geringe rol in haar denken.

Samenvatting
Hoe beoordeelt zij mensen en situaties? Daarbij zijn bijna alle gemeten drives enigszins belangrijk, maar de oranje drive (de knikkers en niet het spel; om als overwinnaar te voorschijn te komen) is duidelijk iets belangrijker. Geen van deze drives is bijzonder sterk. De rode drive (het opbouwen van een reputatie en het krijgen van respect) speelt geen of nauwelijks een rol.

 

 

Demografische gegevens

 

Aantal personen: 7960
Aantal vrouwen: 3935 (49.4%)
Aantal mannen: 4024 (50.6%)
 afb5 modellering
Ongehuwd: 2171 (27.3%)
Gehuwd/Samenwonend: 5706 (71.7%)
Niet opgegeven: 83 (1%)
 afb6 modellering
Spreiding leeftijd

Leeftijd 0-19  jaar: 0.6%
Leeftijd 20-29  jaar: 14.5%
Leeftijd 30-39  jaar: 26.6%
Leeftijd 40-49  jaar: 35.2%
Leeftijd 50-59  jaar: 19.7%
Leeftijd 60 jaar en ouder: 3.3%

 afb7 modellering
Opleidingsniveau

Basisonderwijs (of lagere school): 0.5%
MAVO/VBO (of b.v. LTS of Huishoudschool): 8%
HAVO/VWO/MBO (of b.v. HBS of MMS): 19.1%
HBO (Hoger Beroeps Onderwijs): 41.1%
WO (Wetenschappelijk Onderwijs): 31.3%

 afb8 modellering

 

Gegenereerd door MindSonar Versie 7.5
Copyright Metaprofiel b.v. Nijmegen, Nederland
Alle rechten voorbehouden

 

About the Author Posting

Posting is geen auteur. Dit is iemand van IEP Support, die een artikel van de auteur aangeleverd heeft gekregen en in de IEP bibliotheek (Blog) heeft geplaatst. De auteur is degene die bij het artikel staat aangegegeven.

Leave a Comment: