Modelleringsverslag Tamara Rosenbach: Het recept voor een metafoor

Aanleiding en inleiding
Ik heb nogal geworsteld met de keuzen voor mijn onderwerp. Wat op zich ook interessant was, omdat het de vraag bij me opriep of ik dan zo content ben met mezelf.
Voor mijn modelleringsopdracht heb ik gekozen voor “schrijven van metaforen” omdat  niets mij zo raakt als een (in mijn ogen) goed verhaal. Een verhaal waar een extra laag in zit. Een verhaal waar mij niet 1 op 1 wordt uitgelegd hoe iets zou moeten zijn, maar waar ik zelf een boodschap uithaal.
Ook vind ik het heel fijn om mensen een “goede” vraag te stellen, een vraag die ze even stil laat zijn, ze laat nadenken, ze een ander perspectief biedt om na te denken.
Het schrijven van metaforen is iets waar ik me nog verder in wil bekwamen. Het inzetten van een metafoor kan niet alleen de denkwereld van de ander verrijken, maar ook dat van mij. De NLP vooronderstelling;’De kaart is niet het gebied”, past heel mooi bij het toepassen van metaforen.
En naast dit alles vindt ik het ook gewoon ontzettend leuk om verhalen te schrijven voor anderen.
Gaandeweg ben ik er ook achter gekomen, dat mensen metaforen op verschillende manieren gebruiken. Een metafoor in woord(en), een metaforische zin of een metaforisch verhaal. In de uitwerking heb ik mij gericht op het schrijven van een metaforisch verhaal.

Wie heb ik gemodelleerd?
Ik heb via een oproep op Linkedin contact gekregen met Ingrid die aangaf goed te zijn in het bedenken van metaforen.
Daarnaast heb ik Reinalda Kerseboom gevraagd of ik haar mocht interviewen aangezien zij veel ervaring heeft met het schrijven/bedenken van metaforen.

Doel van mijn techniek
Het doel van deze techniek is het proces wat nodig is om metaforen te bedenken en dit in verhaalvorm op papier te zetten, inzichtelijk te maken, zodat anderen dit ook kunnen doen met het vertrouwen dat het ze gaat lukken omdat ze de stappen kennen.
Ik kwam er tijdens de interviews en het schrijven achter dat metaforen op heel veel manieren verschijnen. Zo kan in een gesprek een metafoor opduiken als een krokus in de lente. Maar ook kan het zijn dat je merkt dat iemand vastloopt omdat het spiegelbeeld van zijn pijn zijn gezicht doet afwenden. Ik richt me in dit verslag op het schrijven van een metaforisch verhaal. Dit verhaal kan je schrijven voor iemand specifiek, maar uiteindelijk zal het zijn dat het verhaal door iedereen gelezen kan worden en dat het verhaal altijd zijn werk zal doen als het gaat om het geven van erkenning en hoop.

 

 

Hoofdstuk 1         Voor je gaat beginnen

Een verhaal kun je vergelijken met een recept. Je hebt ingrediënten en door die op de juiste manier te “mengen” krijg je een heerlijk gerecht. Ook kun je als je de basis van het gerecht onder de knie hebt, ingrediënten vervangen door andere en op die manier een hele nieuwe smaak krijgen. Vervang de suiker bij wentelteefjes maar eens door suiker met kaneel.
Voor je überhaupt een recept kiest, bedenk je voor wie je kookt en stem je af op je eters. Een spruitjesschotel voor je kleinkinderen zal het waarschijnlijk minder goed doen dat een pasta schotel. De keuze van het gerecht moet afgestemd zijn op de eters.

Koken bestaat ruwweg uit de volgende stappen;

  • Voorbereiding/begin: Alle ingrediënten opschrijven op je boodschappenbriefje, of kijken wat je thuis in de kast hebt staan.
  • Middenstuk: Hakken, snijden, mengen, kruiden, koken en proeven (een goede kok, proeft ook tussendoor om te bepalen of de smaak klopt of dat er nog iets moet worden toegevoegd). Je werkt toe naar het uiteindelijk opdienen van je gerecht.
  • Eind: Het eten presenteren en opeten. Alles komt hier samen. Je voorbereiding, het tussendoor proeven, de verwachting die wordt gewekt door de geur van het eten.

Zo is het ook met een verhaal, de basis is er. Een verhaal bestaat uit een begin, een middenstuk en een einde, dit geldt ook voor een metaforisch verhaal.

1)  Het recept van een metafoor (in hoofdlijnen)

Begin: Ingrediënten opschrijven – > Datgene wat je cliënt vaak noemt in zijn/haar verhaal (in het geval van kinderen, welk verhaal ‘spelen’ ze vaak). Dit kunnen personen zijn, maar ook situaties, omgeving en zelfs dieren kunnen een rol spelen.

Middenstuk: Hakken, snijden, koken, bakken, braden en als belangrijkste, proeven – > Op zoek naar symbolen/metaforen voor je” ingrediënten”. Hierbij is het belangrijk dat het goed “smaakt”. Het beeld, het symbool/metafoor moet “kloppen”. Je werkt toe naar het doel, het veranderwerk waar je het verhaal voor bent gaan schrijven.

Eind: Het eten presenteren en opeten – > Het verhaal is af, misschien dat je anderen feedback hebt gevraagd,  een mooie kaft die past bij het verhaal en het daarmee nog completer maakt (het kersje op de appelmoes). En dan kijken hoe je cliënt reageert bij de eerste hap, ofwel als hij/zij leest of wordt voorgelezen.

Net als dat de aanblik van een lekker stuk taart je kan doen watertanden, zo ook is het niet afgelopen als het verhaal gelezen is. Onbewust is het opgeslagen en werkt het daar door.

2) De ideale kook omgeving

Net zoals je voor je gaat koken je handen wast of ervoor zorgt dat je niet in je ogen wrijft als je net een peper hebt gesneden, zo ook zijn er een aantal zaken die handig zijn om in je achterhoofd te hebben als je aan de slag gaat met het bereiden van een metafoor.
Ook zijn er voorwaarden waar je aan dient te voldoen, wil je een goede kok zijn. Sommige zaken zijn essentieel (geen groente snijden op een plank waar je net rauw vlees op hebt gehad) en andere zaken zijn handig (was je handen met zout om de geur van ui van je handen krijgen.)
Bij het schrijven van metaforen voor veranderwerk, is de NLP werkruimte je keuken en alle technieken zijn je kookgerei.
Principes en voorwaarden voor het  werken aan een metafoor:

  • Een verhaal doet altijd zijn werk als het gaat om erkenning en hoop. NLP; het brein heeft een doel nodig. Betekenis reframe; de feiten kunnen alles betekenen.
  • De cliënt is altijd loyaal naar alle personen binnen het systeem.  NLP; elk gedrag heeft een positieve intentie.
  • Het verhaal eindigt altijd met de hoofdpersoon die “het” gaat doen op zijn eigen manier en met succes. NLP; Reframe . Een vermogen is een patroon van denkstappen. Overtuiging bepaald gedrag en overtuiging is een keuze.
  • Het verhaal is er al, je moet het alleen zo aanpassen zodat het door de cliënt gehoord/gelezen kan worden waarbij er een intern leerproces kan plaatsvinden met gevoelens erbij die helpend zijn. NLP; Associatie geeft gevoel, dissociatie geeft ruimte. Wat je tegenhoudt bepaald wat je nodig hebt.
  • Alles kan een metafoor voor alles zijn.  NLP; De kaart is niet het gebied. De feiten kunnen alles betekenen.

Zoals ik eerder schreef, voor je überhaupt begint met koken, stem je het recept af op je eters. Zo ook met het schrijven van een metafoor.
Het inzetten van een metafoor kan dienen als hulpmiddel om een vastgelopen proces weer in beweging te krijgen. Als je een cliënt hebt voor wie je wil gaan schrijven, dan bepaal je waar het veranderwerk op gericht is.

Dit kan zijn:

  • Uitleg geven over wat er gebeurt is,
  • of  aanleren van nieuw gedrag,
  • of herkaderen van belemmerende overtuigingen.

 

3) Belangrijkste ingrediënten

Een plaatje van een gerecht kan ervoor zorgen dat je leest wat de ingrediënten zijn. Uiteindelijk zal de keuze van de ingrediënten ervoor zorgen dat je een gerecht wel of niet wil maken.
Wat zijn de ingrediënten voor een goed verhaal?

  • Gebruik beelden aangedragen door de cliënt. Herkenbaarheid vergroot de kracht van het verhaal.
  • Het verhaal eindigt altijd met de hoofdpersoon die “het” gaat doen op zijn eigen manier en met succes.
  • Latente vermogens zoveel mogelijk prikkelen en wakker maken.
  • Zonder “worsteling” in een verhaal is er ook geen “overwinning”. (De curve van Bandura).
  • Gebruik beelden/woorden die de cliënt zelf heeft gebruikt.
  • In het verhaal zijn de klacht, de kracht en de hoop op een oplossing aanwezig.
  • De cliënt krijgt zijn/haar verhaal op een liefdevolle manier terugverteld, zonder schuld of schaamte.
  • Bij het aanleren van nieuw gedrag, 3 alternatieven aandragen.
  • Veel suggestief taalgebruik gericht op dat de ander bij zijn kracht komt en het op zijn eigen manier en met zijn eigen vermogens weet op te lossen. (Gericht op doen en niet op proberen).

Denk nu aan iemand voor wie jij een verhaal wil schrijven. Bedenk waarom je voor deze persoon een verhaal wil schrijven. Schrijf dit allemaal op. Je zult merken nu je dit alles gelezen hebt, dat je al een idee hebt over hoe het gerecht eruit komt te zien. En met alle NLP-kennis die je hebt weet ik zeker dat het klaarmaken van het recept jou gaat lukken, omdat je het aanpakt op jouw manier en met jouw kwaliteiten.

Hoofdstuk 2         Bereidingswijze

Stap 1)  Besluit dat je  met metaforen wil gaan werken

Allereerst moet je besluiten dat je met metaforen wilt gaan werken, zodat je (ook) onbewust in staat bent om verhalen te verzamelen die je bewust ophaalt zodra je ze nodig hebt.  Je kunt besluiten metaforen in te zetten om mensen te helpen of besluiten dat je metaforen wilt schrijven omdat je het “leuk’ vindt. De aanleiding kan anders zijn, maar de stap is hetzelfde.
Om dit te kunnen is het nodig om een sponsor houding naar de cliënt toe en/of een open houding naar de wereld te hebben. Alles mag er zijn, zonder jouw waardeoordeel en met de overtuiging dat elk gedrag een positieve intentie heeft. Wees benieuwd naar alles en iedereen.

Actie: Vanuit een sponsorhouding besluiten dat je met metaforen wil gaan werken, zodat je (on)bewust ingrediënten filtert voor je verhalen.

Stap 2) Besluit dat je een verhaal met metaforen wil gaan inzetten.

Je neemt de beslissing dat het inzetten van een metafoor behulpzaam kan zijn, omdat de “groei” niet snel genoeg gaat, er geen “beweging’ zit in het proces of doordat alle andere manieren steeds mislukken.

Actie:  Opmerken dat het proces van de cliënt stokt en nagaan waar het proces stokt, waar jij een metafoor voor wil inzetten.

Je weet waar het proces stokt, hierdoor weet je ook wat je nodig hebt om het proces weer vlot te trekken. Dit geeft richting aan het verhaal (welke veranderingstechniek  gebruik je om de boel weer op gang te brengen). Hiermee heb je het doel en daarmee ook het einde van je verhaal bepaald.

Actie: Noteer bovenstaande  in een schriftje (als je makkelijk met devices werkt, staat het uiteraard vrij om deze te gebruiken). Zo kun je op 1 plek alle ingrediënten verzamelen die je in je verhaal kunt gebruiken en alles makkelijk terugvinden.
Dus nu weet je wat er nodig is om het proces met de cliënt vlot te trekken en waar het verhaal (welke verander techniek)  op gericht dient te zijn.

Intern proces:  Ik merk dat het bij mij niet altijd gescheiden loopt. Het kan gebeuren dat ik tijdens het gesprek beelden/woorden voor me zie of in mijn hoofd hoor op poppen. Dan kan ik besluiten om een metafoor meteen in te zetten of inderdaad te wachten tot een proces stokt.
Ik merk als ik aan iemand denk. Er allerlei beelden, gedachtes door mijn hoofd gaan. Het is nogal een drukke boel. Van alle kanten komen er gedachtes, opeens is daar “het beeld”. Dan wordt het rustig in mijn hoofd. In mijn lijf voel ik energie gaan vanuit mijn hoofd naar beneden, richting mijn handen. Ik ga schrijven, want dit beeld” klopt”.

Stap 3) Wacht niet op inspiratie maar  ga meteen aan de slag

Wachten op inspiratie heeft geen zin, een metafoor bedenken en schrijven is ook gewoon werk. Vertrouw erop dat je alles al weet  (je cliënt heeft alles al verteld of de situatie heeft zich al afgespeeld) . En geloof over jezelf dat je het vermogen hebt om passende beelden te vinden. Het enige dat jij nog moet doen is het veranderwerk toevoegen en de metaforen te “ontvangen”.

Actie: Ga zitten op een voor jou comfortabele plek, met notitieboekje/pc en ga de volgende stappen doen.

Stap 4)  Verzamel de ingrediënten

Het allerbelangrijkste om in je achterhoofd te houden bij deze stap is het volgende:
Het verhaal is er al. De cliënt heeft immers al verteld wat er aan de hand is.

Actie:  Merk maar wat er in je opkomt vanuit je gesprekken met je cliënt, beelden, woorden, gevoelens. Ervaar hierbij hoe je kennis van NLP en de inhoudt van dit document ervoor zorgen dat er een ruwe schets van het verhaal ontstaat. Sta open voor alles wat er opkomt, wees benieuwd waarom dat beeld zich presenteert.

Als er bij een persoon meteen een symbool of metafoor opkomt, dan schrijf je deze ook gelijk op. Komt er een beeld/symbool/woord op dat niet klopt met je gevoel, leg deze dan terzijde (maak eventueel een aparte pagina voor deze beelden/symbolen). Onthoudt dat het beeld niet fout is, maar dat je op dit moment niet weet hoe het beeld past binnen het verhaal.

Actie: Check of iedereen en alles wat van belang is voor het verhaal een symbool heeft. Ontbreekt er iets of iemand, kijk met wie/wat verband heeft en probeer die te matchen.

Actie: Besluit dat je niet verder gaat zoeken als je iets hebt.

Actie: Schrijf alles op.

Intern proces; Ik ervaar het zelf als een blij gevoel, ik voel energie door mijn lijf stromen en ideeën poppen links en rechts op in mijn hoofd. Hierdoor wordt ik ook enigszins chaotisch en schrijf overal en nergens dingen op (ik scroll door mijn document of ik noteer dingen in het schrift waar ik eerdere aantekeningen heb staan).

Ik merk dat er woorden en beelden opkomen in mijn hoofd, ik merk aan mezelf dat ik soms ook frons omdat ik niet snap wat een beeld/woord te maken heeft met mijn verhaal. In tegenstelling tot wat ik deed (afserveren, bestempelen als niet goed), merk ik nu dat ik wel frons, maar tegelijkertijd benieuwd ben. Een gedachtegang als:”Huh, oke…, nooit aan gedacht. Grappig, ik ben benieuwd.”

Stap 5) Ga na of de ingrediënten passen bij elkaar

Dit is een stap waar je creativiteit en je logica met elkaar aan de slag mogen. Vertrouw er ook op dat er in het verhaal of het leven van de cliënt iets is geweest waarvan je zeker weet dat dit in het verhaal moet komen. Het kan zijn dat iemand Reinaert heet, dan zou het haast zonde zijn als hij in het verhaal niet terugkomt als vos.
Maar het kan ook subtiel zijn en je komt er opeens achter dat de persoon op de Lindelaan woont. Dan komt er in het verhaal een Linde voor waar een positieve koppeling mee wordt gemaakt. Voorwaarde is dat het klopt met elkaar. Stel je cliënt heeft een partner waar ze bang voor is. Dan is het niet logisch als zij in het verhaal een leeuw is en haar partner in het verhaal voorkomt in de vorm van een grijze muis.

De ‘kwaliteiten” van het beeld/symbool passen bij diegene die het is. Dit is een mix van gevoel en logica.

Omgeving en personages moeten ook kloppen, als de hoofdpersoon een vlinder is, dan kan het verhaal zich niet op de Zuidpool afspelen.

Actie: Ga na op je lijstje of alles en iedereen die voor moet komen, genoemd zijn en of zij een beeld/symbool hebben.

Check of de beelden/symbolen kloppen bij elkaar.  Zowel rationeel (zoals ik eerder beschreef) als gevoelsmatig. Je zult dit “kloppen”  ervaren in je lijf, het bevestigd je idee. Je zult merken dat als je gevoel niet klopt, de metaforen/beelden niet kloppen met elkaar, kijk dan waar dit aan ligt. Raadpleeg eventueel literatuur of internet om research te doen zodat je de beelden kloppend kunt maken (je zult,  vroeger of later, merken dat je opeens ook beelden kunt plaatsen waarvan je eerder niet wist hoe je die zou kunnen inpassen in het verhaal.)

Intern proces: Ik voel vertrouwen, ik weet dat het verhaal juist is. Dat vertrouwen vertaald zich in een rustig gevoel, geaard. Ik schudt met mijn hoofd als het niet klopt, ik frons, ik plaats de woorden naast elkaar in mijn hoofd. Alsof ik de woorden in mijn hoofd van alle kanten bekijk en verplaats, tot ze op “hun plaats” zijn. Dan klopt het, ik voel dan energie uit mijn hoofd gaan, richting mijn handen en tegelijkertijd is er een stroomversnelling aan woorden en ideeën die meekomen.

Stap 6) Koken

Nu is het zaak de ingrediënten in de juiste volgorde in de pan te gaan gooien. Wat voor verhaal je ook schrijft, de opbouw in het verhaal blijft hetzelfde.

Begin: Introductie hoofdpersoon en setting. Daarna maken andere belangrijke personen ook hun opwachting in het verhaal (afhankelijk hoeveel bladzijdes je verhaal wordt, zoveel tijd neem je voor je introductie.)

Middenstuk: De omschrijving van de klacht/worsteling/het dilemma. Hier wordt het spannend want hier voer je ook de tegenstander  en de negatieve factoren op. Gelukkig is daar de Kerseboom die je altijd inspiratie en hoop geeft (de introductie van een medestander, of krachtgevende overtuiging).
In dit stuk vindt de” worsteling” plaats. De worsteling maakt (onbewust)duidelijk wat er nodig is h(latente vermogens). Dit is het veranderwerk en je brug naar het slot van het verhaal.

Slot: Nu ga je een aantal (3)suggesties beschrijven. Belangrijk is dat je ook de suggestie meegeeft dat de hoofdpersoon bij zijn/haar kracht komt en zijn/haar eigen vermogens inzet om op zijn/haar eigen manier het ‘probleem” op weet te lossen. Kortweg:’Hij probeerde ze allemaal en deed het ook nog op zijn eigen manier).

Actie: Schrijf nu het verhaal met al de informatie die je hebt over je cliënt en zijn proces en de stappen die hier zijn beschreven. Vertrouw erop dat het verhaal altijd zijn werk doet als het gaat om erkenning en hoop.

Stap 7) Serveren

Alles heb je nu geschreven. Vraag  een ander (dit kan een partner zijn, maar ook iemand die zelf verhalen schrijft of iemand die goed is met d’s en t’s)  om het verhaal te lezen. Vraag hen hierbij te letten op te letten of  de taal  “klopt”. Let hierbij op de lezer, (het lichaam geeft als eerste antwoord) en je zult merken dat je verhaal aanslaat.

Pas eventueel nog wat tekst aan of verbeter woorden en serveer je verhaal aan je cliënt.

Hoofdstuk 3         Recensie

1)    Commentaar op de techniek

Zoals ook voor ieder gerecht wel iemand te vinden is die het niet lekker vindt, zo is dat ook voor een techniek beschreven in een modelleringsverslag.
Voor mij is het grootste punt van kritiek voor het gebruik van deze techniek,dat je beelden opzij zet omdat je niet weet hoe je ze moet plaatsen. Hoe weet je of je beeld/metafoor klopt?
Beide experts die ik heb geïnterviewd gaven aan dit te weten doordat ze het voelen. Ook zelf herken ik het woord “voelen”, hoewel het gevoel bij mij anders is(of in ieder geval op een andere plek gelokaliseerd) dan hoe beide experts het hebben omschreven.

Ingrid gaf aan het met name in haar buik te voelen, ze gaf aan zelfs een keer een soort openbaring te hebben gehad toen ze een metafoor had gevonden. “Alles viel op zijn plek, mijn hele lijf zei:’Ja!”

Reinalda omschreef het als een soort klik en dan valt het beeld erdoor en weet ik dat het goed is.

Deze techniek is voor een groot gedeelte gebaseerd op subjectieve ervaringen. De input voor het verhaal komt van de cliënt en klopt, het is immers zijn verhaal. De vorm waarin jij het giet wordt bepaald door jouw subjectieve ervaring. Dit vraagt een bepaalde mate van (wat ik noem) durfdenken. Durf jij je over te geven aan je fantasie, zonder oordeel open staan voor datgene wat er opkomt. Hierin geldt echt;”De enige beperking ben je zelf (je innerlijke criticus)”.  Hoe kritischer je bent, des te moeizamer verloopt het proces.

2)    Belangrijkste stap

Alle stappen in dit proces  hebben waarde. Immers als een ingrediënt ontbreekt wordt het gerecht anders.
De volgende stappen zijn voor mij het belangrijkste:

  • Wacht niet op inspiratie maar ga aan de slag. Ik kan eindeloos “wachten”. Reinalda zei:’Schrijven is ook gewoon werk”. Dit was voor mij een belangrijke les.
  • Nagaan of de ingrediënten bij elkaar kloppen. Hierin spelen een aantal aspecten waar ik moeite mee heb (in meer of mindere mate).

Er komen beelden op waarvan ik niet weet hoe ik ze moet/kan plaatsen. Ik ben snel geneigd om deze dan af te serveren (ik heb een hele strenge interne criticus). Dit is inmiddels veranderd. Ik kan en mag nu benieuwd zijn naar waar deze beelden me gaan brengen. Als ik niet meteen een gevoel heb dat het (helemaal) klopt, mag ik het beeld laten zijn. Ik weet dat dit me de kans geeft om wat meer onderzoek te doen om meer over het beeld te weten te komen.

3)    Relatie tussen de stappen

Wat ik van te voren niet had verwacht is dat er eigenlijk maar weinig “fantasie” nodig is. Het grootste deel bestaat uit “doen”.
De stappen 1, 2, 6 en 7 zijn “doen” stappen, deze zijn pro- actief en naar toe. Hier is ratio ook van belang.
De stappen 4 en 5, daar komt het open staan en ontvangen van beelden/metaforen.  Hier is met name voldoet wel, kinesthetisch en visueel  van belang. Bij beschrijving experts zal ik nader ingaan op wat ik hen heb zien doen en wat ik zelf heb ervaren.

Kritische eters…ofwel hindernissen

Stap 1)
Probleem; Je bent actief bezig met verhalen “ophalen”, hierdoor kun je niet echt in de sponsorhouding komen.
Oplossing; Zet intent voorafgaande aan je gesprek met je cliënt. Besteed bewust tijd aan het aannemen van de sponsorhouding.

Stap 2)
Probleem; Je weet niet waar het proces stokt, waar je je veranderwerk op moet inzetten.
Oplossing; Ga met de cliënt nogmaals goed na waar de belemmerende overtuiging, de hindernis of de overtuigingshindernis zit.

Stap 3)
Probleem; Je wacht tot er vanzelf een beeld opkomt om mee te gaan werken. Ofwel inspiratie als trigger voor actie.
Oplossing; Associeer en maak contact met zowel je kritische deel als van je creatieve deel.  Vraag je kritische deel om achteraf kritisch te kijken naar spelling en vorm en vraag je creatieve deel om te focussen op beelden, woorden.  Je kunt onderhandelen tussen gedeeltes  doen of een visual swish, het belangrijkste om te onthouden is dat beide delen behulpzaam kunnen zijn. De visual swish kan helpen als je beginnend bent en je het jezelf nog niet “ziet doen”. Het onderhandelen tussen gedeeltes kan  helpen om ruimte voor alle delen in jezelf te creëren, zodat deze elkaar kunnen helpen om het gewenste resultaat te bereiken.

Stap 4)
Probleem; Er komen geen associaties of beelden.
Oplossing; Disney strategie om uit te vinden hoe je moet associëren. Of een six step reframe om te communiceren met je creatieve deel. Merk je dat je kritisch bent/blijft op de beelden die binnenkomen. Onderhandel dan met je “criticus”.
Merk je hier overtuigingen in de trant van:’Ik kan niet fantaseren” of “Ben ik wel goed genoeg”, dan kan een reframe op de levenslijn  of een hoefijzer (twijfel wegwerken en krachtgevende overtuiging versterken) werken.

Stap 5)
Probleem; Een van beide delen neemt het over (ofwel gevoel, ofwel logica).
Oplossing; Onderhandelen tussen gedeeltes. Ook de Disney strategie kun je gebruiken om de beelden, de processtappen en het geheel in beeld te brengen en op elkaar af te stemmen.

Stap 6)
Probleem;  Niet weten hoe je moet beginnen met schrijven.
Oplossing; Disney of circle off excellence.
Probleem; Onzeker over de inhoud van het verhaal.
Oplossing; Hulpbron zekerheid overbrengen, of een reframe inzetten.
Uitdaging: Ook al hebben mensen iets heel ergs gedaan, is er iets vreselijks gebeurt  of vertoond iemand heel naar gedrag. De kunst is om in al het gedrag een positieve intentie te zien en je te realiseren dat er loyaliteit is naar de mensen in het systeem.

Stap 7)
Probleem; De mee lezer vertoond geen emotie.
Oplossing; Check of de ander nog een pols heeft, zo niet bel 112 en begin met hartmassage.
Probleem; De mee lezer geeft commentaar op de inhoud.
Oplossing; Bespreek vooraf wat je verwacht en waar je wil dat de ander op let.

 

Beschrijving observatie experts

Ik heb twee mensen geïnterviewd, Ingrid en Reinalda Kersenboom. Ingrid heeft een eigen teksschrijversbureau en Reinalda is speltherapeut met ervaring in het schrijven van metaforen als onderdeel van haar therapie.
De stappen die ik heb beschreven m.b.t. het schrijven van een metafoor heb ik gemaakt op basis van mijn interview met Reinalda. Zij was zo inspirerend voor mij dat ik dit heel graag op papier wilde zetten.
Mijn vraag voor de modellerings opdracht was;”Het bedenken van metaforen”.  Hieronder volgt een beschrijving van wat ik heb waargenomen bij beide en wat ik zelf heb ervaren.

Ingrid

Voor haar zijn de volgende criteria[2] van belang:

  • Vrij associëren versus vast denken.
  • Met handen bewegen versus vast zitten.
  • Gedachtesprongen noteren versus verwarring/chaos.
  • Stilte versus drukte.

Observaties
Ingrid heeft haar ogen dicht, haar handen bewegen (schrijvende beweging). Ze fronst licht. Dan gaat ze schrijven (ik heb haar pen en papier gegeven). Ze schrijft woorden/zinnen. Soms op een rijtje en soms op een andere plek op het papier.
Ze geeft aan dat ze klaar is. Ze heeft nu allerlei woorden/zinnen die bij haar opkwamen genoteerd. Dit is voor haar de eerste stap, een vrije associatie reeks. Ze noteert alles wat er in haar opkomt, zonder gevoel.
Mindsonar: Gedachtesprongen noteren vs verwarring/chaos en vrij associeren vs vastdenken.
Navraag over zonder gevoel: Ze heeft zichzelf aangeleerd om te schrijven, dit heeft ze gedaan door een schrijf uitdaging aan te gaan. De novel writing month, hierin moet je in 30 dagen, 50.000 woorden schrijven. Dit heeft haar geleerd om door te schrijven, haar innerlijke criticus opzij te zetten en te gaan voor het doel van de 50.000 woorden.

Ze gaat verder. Haar pen gaat tussen woorden heen en weer op papier, er worden strepen getrokken tussen woorden en krassen gemaakt, omcirkeld en nieuwe woorden opgeschreven. Ik zie haar knikken, haar pen heen en weer bewegen over het papier en ik zie haar “schrijven” in de lucht boven het papier. Ze zit met haar gezicht op het papier gericht,haar hoofd ondersteund door een hand. Haar hand in het haar aan de voorkant. Vingers omklemmen een pluk en laten deze soms los om vervolgens weer vast te grijpen. Ze laat los als ze schrijft en grijpt vast als haar pen heen en weer gaat tussen woorden op het papier.
Navraag over dit deel. Hier is ze op zoek naar associaties die passen bij de eerder genoemde woorden/zinnen. Ze geeft aan dat het gevoel dat ze erbij heeft ook moet kloppen met wat ze heeft opgeschreven. Bij navraag geeft ze aan dat dit gevoel in haar buik en borst zit.
Mindsonar: Met handen bewegen vs vast zitten.

Ze geeft aan dat ze nu alles heeft genoteerd en dat ze nu over zou gaan op het uittypen van datgene waar ze mee wil werken.
Ik doe navraag over associëren in 2 contexten.

Context 1) Tegeltjes wijsheid voor collega geo wetenschappers die gaan trouwen.
Achtergrond: Ze heeft bij collega’s al woorden opgehaald die zij vinden passen bij geo wettenschappen. Ingrid gaat hier tegeltjes wijsheden bij verzinnen.
Ze geeft aan dat ze een bepaalde kadans zoekt,  een ritme (ze was bezig met rijmwoorden). De woorden en de rijm moeten pakkend of grappig zijn, maar vooral kloppen bij haar gevoel van zowel het woord (bijvoorbeeld vulkaan) als haar idee van wat past bij een (in dit geval) huwelijk.
Ze geeft aan ook beelden te zien, bij vulkaan zag ze een vulkaan die uitbarstte. Het beeld van de vulkaan paste voor haar ook bij haar gevoel van huwelijk. De beelden, de woorden en haar gevoel moeten kloppen in buik en borst. Hier maakt ze een solide gebaar van vuist tegen buik.

Context 2) Ze is bezig met het schrijven van een roman waarbij ze metaforen gebruikt om de lees ervaring te versterken.
Achtergrond: Ze geeft aan dat ze soms iets meer wil toevoegen om het gevoel sterker te laten overkomen bij de lezer. (Bijvoorbeeld iemand voelde zich ellendig na een nacht van te veel drank en te weinig slaap. Hij voelde zich ellendig was niet goed genoeg, uiteindelijk voelde hij zich als een rat met scheurbuik.)
In deze situatie kijkt ze niet meer naar het papier. We zijn zelfs gaan wandelen. Ingrid legt uit dat zij op deze manier vaak inspiratie opdoet. Ze neemt de scene mee als ze gaat wandelen. Tijdens het wandelen kletsen we wat, maar het lukt mij niet om haar tijdens het wandelen te modelleren. Bij terugkomst vraag ik haar door op wat er gebeurt, ik laat haar associëren in een vorige situatie.
Ze neemt een scene in haar hoofd. Ze kan hier heel goed beschrijven wat ze ziet, hoe de sfeer is (alle submodailteiten). Dan focust ze op een detail. Hoe is dat,” ellendig voelen” is niet goed genoeg. Ze noemt woorden die voor haar passen bij ellendig , dit gaat vrij snel, soms een pauze (ze geeft aan dat ze dan toetst of het klopt met haar gevoel). Als ze heeft gevonden wat klopt, (de scene zoals ze deze voor zich ziet, het woord/de woorden en haar gevoel), dan verwerkt ze dit. Het gevoel van kloppen is hetzelfde als in context 1.

Reinalda

Voor Reinalda zijn de volgende criteria van belang:

  • Passend beeld versus hakend beeld.
  • Associaties versus blokkade.
  • Reframe versus belemmerende overtuiging.
  • Plezier versus verdoving.

Observaties
Reinalda heeft haar gezicht iets opgeheven, haar rechterhand in een soort kommetje alsof ze iets in haar hand houdt. Haar hand maakt draaiende bewegingen en soms schud ze haar hoofd, maar dit is heel licht.
Ik vraag haar over wat er gebeurt. Ze geeft aan dat ze beelden ziet, die beelden “vangt” ze in haar hand, als ze “er doorheen” klikken, dan kloppen ze en gebruikt ze het beeld. Klikken ze niet, dan stopt ze de beelden in een druivenplukkers mandje op haar rug. Ze geeft aan dat ze beelden uit dit mandje ook belangrijk vindt, want het kan dat ze die beelden ooit toch gebruikt.
Reinalda geeft aan dat ze soms ook niet weet waarom een beeld opkomt. Dan kan ze het niet 1 op 1 plaatsen met de persoon waar ze voor schrijft. Dan doet ze soms wel een research om erachter te komen dat er ergens een verband bestaat. Ze omschrijft dat ze een cliënt gehad heeft met een schisis (hazenlip). Er kwam een beeld op van een neushoorn. Reinalda heeft toen informatie opgezocht over neushoorns. Uiteindelijk bleek dat je de 2 soorten neushoorns uit elkaar kunt halen door de vorm van hun lip.

 

Zelf aan de slag

Ik heb al wat ervaring met het schrijven van verhalen. Ik heb meerdere “sprookjes” geschreven voor collega’s die weg gingen. Zoals eerder geschreven wilde ik me verder bekwamen in het schrijven van metaforen.
De observaties die ik bij hen heb gedaan en de doorvraag op het interne proces zijn herkenbaar voor me. Ik herken dat beelden en woorden moeten kloppen bij een gevoel. Ik ervaar het als energie, een vrolijk gevoel, de woorden komen dan ook de een na de ander. Ik voel in alle vezels dat het klopt. Soms houdt dit ook in dat ik weer opnieuw begin.
Ik heb meerdere ervaringen met het deel associëren. Hierbij mijn ervaringen.
Ik heb in mijn achterhoofd al het besluit dat ik een verhaal wil schrijven en voor wie of ter gelegenheid van wat. Soms popt er gelijk een beeld op of een woord. Soms een hele scene. Die beelden passen bij mijn gevoel. Die neem ik dan als uitgangspunt. Het kan zijn dat dit een hoofdpersoon is (als ik voor iemand schrijf), maar ook dat ik al de “moraal” van het verhaal heb bedacht. Dan weet ik waar ik naartoe schrijf.
Een andere keer ben ik echt op zoek. Dan heb ik een gevoel bij waarom ik wil schrijven, maar kan ik het woord niet vinden. Ik ga dan in mijn hoofd op zoek naar het bijpassende woord. Ik kantel mijn hoofd dan iets naar links alsof ik probeer te horen wat er wordt gezegd. Allerlei woorden komen langs in mijn hoofd, een lange rits van woorden achter elkaar. Tot het woord komt dat erbij past. Dan is het ook stil en is alleen het woord er en voel ik energie gaan stromen.
Ik merk dat ik nu meer vertrouwen in mezelf en het proces voel. Ik weet nu welke stappen er horen bij het schrijven. Dit ervaar ik als een soort rust, die als een soort onderstroom ligt onder de snelle stroom van de inspiratie.

Nawoord

Tijdens deze opdracht kwam ik er achter dat er zo veel meer speelt bij het bedenken en schrijven van een metafoor, dan alleen maar associëren. Je bent reframes aan het maken, al strijdend met je innerlijke criticus. Ook was ik verbaasd over het feit dat je fantasie maar zo een kleine rol speelt. En als je dan een metafoor geschreven hebt, wat maakt dat een metafoor ook zo gelezen gaat worden, of doe je het daar niet voor?  Ook hier geldt dat je geen invloed hebt op de reactie die je boodschap oproept. Je kunt er alleen voor zorgen dat de je aansluit bij je cliënt, rapport tussen zijn verhaal en jouw verhaal, afstemmen in schrift…

About the Author Posting

Posting is geen auteur. Dit is iemand van IEP Support, die een artikel van de auteur aangeleverd heeft gekregen en in de IEP bibliotheek (Blog) heeft geplaatst. De auteur is degene die bij het artikel staat aangegegeven.

Leave a Comment: