Menu

Niet-helpen voor hulpverleners

Het provocatieve effect


Dit is een hoofdstuk uit het boek 'Niet-helpen voor hulpverleners' door Jeffrey Wijnberg


Wie de niet-helpende hulpverlener aanschouwt, kan het gevoel bekruipen dat hij zit te kijken naar een ongeorganiseerde bende: geen logica, geen stappenplan, geen structuur, geen overzicht terwijl patiënt en hulpverlener, bij tijden, in een deuk liggen van het lachen.  Wie dan ook nog eens die niet-helpende hulpverlener de vraag stelt ‘wat is nu het plan?’, zal hij wellicht het antwoord krijgen: ‘het is niet de bedoeling dat ik een plan heb om de patiënt te dwingen zelf een plan te laten ontvouwen’.  Zo bekeken is de niet-helpende hulpverlener een anarchist: hij houdt zich aan geen enkele normale richtlijn in de hulpverlening; en heeft daar ook nog eens schik in.  Bij deze kan ik melden dat er wel degelijk een plan is, een verborgen agenda, een systematisch werkwijze die ervoor moet zorgen dat de patiënt zich als normaal mens gaat gedragen.  Want achter al het schatergelach en structuurloos gekwetter is de niet-helpende hulpverlener uit op het provocatieve effect: een sterke emotionele reactie van de patiënt dat iets van verandering in gang gezet is.


Eigenlijk gaat het niet eens zo zeer om één provocatief effect, maar om meerdere provocatieve effecten; en wel 6 in getal:


1. assertief gedrag (‘laat me uitpraten, je hebt al te veel gezegd’)

2. verdedigend gedrag (‘onzin wat je nu zegt, het zit heel anders’)

3. uitspraken van eigenwaarde (‘ik kan heus wel wat, meer dan je denkt’)

4. uitspraken van realiteitsbesef (‘het is inderdaad waar dat ik een schijtluis ben’)

5. het nemen van verantwoordelijkheid (‘uiteindelijk ben ik natuurlijk de enige die iets kan veranderen aan mijn werkloze status’)

6. normaal, liefdevol contact (‘ik zal nu wat beter mijn best doen om goed te luisteren voordat ik het allemaal beter weet’)


Zeer belangwekkend is het volgende: ieder mens die zich assertief gedraagt (1), zichzelf kan verdedigen (2), zichzelf de moeite waard vindt (3), de werkelijkheid onder ogen ziet (4), verantwoordelijkheid neemt voor zijn leven (5) en liefdevolle contacten onderhoudt, kan met recht als ‘normaal mens’ worden aangemerkt.  


Normaal bestaat

Wie zich dagelijks onder de mensen begeeft, zal ernstig twijfelen of een normaal exemplaar eigenlijk wel bestaat. Al die loslopende regelneefjes, angsthazen, zwartkijkers, workaholics, zenuwlijders, asocialen, contactgestoorden, aanstellers,  uitstellers, luilakken, vreetzakken, klagers en oplichters geven een wereldbeeld die weinig hoopvol is.  Kom dan ook nog eens een dagje meelopen in mijn psychologische praktijk en u zult overtuigd raken dat iedereen een schroefje los heeft.  Gek genoeg kan ik, als psycholoog, er gelukkig heel normaal onder blijven en misschien juist wel omdat al die krankzinnigheid mij tot normaal-zijn dwingt.  Omgekeerd geldt, trouwens hetzelfde: hoe gekker ik mij, als therapeut, gedraag des te normaler mijn patienten zich tonen. En dit gegeven leidt maar tot één conclusie: normaal bestaat en er zijn zelfs mensen die het in de vingers hebben. Een normaal mens streeft ernaar om zich nuttig te maken in regulier werk, huishoudelijke taken of het ondersteunen van gezinsleden, familie en vrienden.   Hij is plichtsgetrouw; en heeft zijn aandacht naar buiten gericht, op wat hij kan bijdragen aan de gemeenschap in plaats van wat hij kan binnenhalen voor zichzelf.  Hij loopt niet weg voor problemen, maar zoekt op een creatieve manier naar oplossingen al was het alleen maar om niet anderen met de rotzooi te laten zitten.  Een normaal mens is zich ervan bewust andere mensen nodig te hebben om succesvol te zijn en tegelijkertijd bijzonder zelfkritisch als het leven tegenzit.  Hoe tegenstrijdig het ook klinkt: een normaal mens is in zijn denken, gevoelsleven en handelen lang niet altijd normaal.  Ook een normaal mens ervaart onberedeneerde angst, misplaatste boosheid of onverklaarbare somberheid.  Ook kan hij lijden aan het leven en vastlopen in goede bedoelingen of slechte relaties. Maar,  een normaal mens weet niet van opgeven en blijft zoeken naar wegen om zichzelf als mens te verbeteren om zodoende de harde werkelijkheid het hoofd te bieden. Want, één illusie heeft hij zeker niet: dat het leven gemakkelijk is. Een normaal mens heeft dus ook realiteitszin: de kalmte om te aanvaarden wat niet veranderd kan worden, de moed om te veranderen wat veranderd kan worden en de wijsheid om het verschil tussen deze twee te onderkennen.   Hij heeft een geweten en neemt de tijd om zijn eigen prestaties tegen het licht te houden van goed en kwaad.  Dit betekent dat  een normaal mens in wezen altijd twijfelt omdat hij weet dat niemand de waarheid in pacht heeft en hij zelf nog het minst.   Hij is nieuwsgierig, heeft een luisterend oor en een vriendelijk woord voor een ieder zonder onderscheid in ras, geloof, leeftijd of uiterlijk. Omdat een normaal mens doordrongen is van het menselijke tekort in ieder mens, kan hij nog het hardst om zichzelf lachen.  Zo houdt hij zichzelf dienstbaar, dankbaar en nederig en in voortdurende verwondering over al het moois dat het leven te bieden.  In alles zoekt hij de liefde: en speelt het relatiespel om te winnen, maar nooit om de ander te laten verliezen.


Zes keer normaal


1. Assertief gedrag

De niet-helpende hulpverlener zal opgewekt kijken wanneer hij assertief gedrag ziet; en dat kan natuurlijk alleen tijdens het therapiegesprek zelf.  Om die reden heeft de hulpverlener de gewoonte ontwikkeld om de patiënt met enige regelmaat in de reden te vallen:


-wat is probleem?

-eh, ja, hoe zal ik het zeggen

-misschien kan ik gewoon raden wat het probleem is, dan kan je gewoon knikken als je denkt dat ik al aardig in de buurt kom; eens even kijken, jij lijkt me wel iemand die…

-laat ik nou gewoon mijn eigen woorden gebruiken, want ik heb er wel naar uitgekeken om mijn verhaal te doen

-ja, dat snap ik, maar een verhaal heeft iedereen, dat is ook niet wat ik gevraagd heb; mijn vraag was ‘wat is het probleem; en daar heb je kennelijk moeite mee, geen ongewoon verschijnsel voor, maar dat is voor mij geen punt, want…

-(geïrriteerd) als je me nu eerst even rustig laat uitpraten, dan kan ik antwoord geven.

-wat zei je nu?

-dat je me even uit moet laten praten.

-hmm, ok, ga je gang.


Het provocatieve effect is evident: door opzichtig te patiënt in de rede te vallen, wordt de patiënt uitgedaagd om voor zichzelf op te komen.  Overigens, het is niet ongewoon dat het veel langer duurt voordat de patiënt dit assertieve gedrag vertoont.  De niet-helpende hulpverlener zal tot het uiterste gaan om dit provocatieve effect te ontlokken. 


2. Verdedigend gedrag

De niet-helpende hulpverlener zal plaagstoten uitdelen, al was het alleen maar om te kijken of de patiënt in staat is om zichzelf te verdedigen.  Meestal gaat het om zwart-klinkende uitspraken als ‘jij bent typisch iemand die geen leiding kan geven’ of ‘jij bent zo langzaam als een schildpad’ en ‘ik heb nog nooit iets gehoord wat zo onzinnig is’.  Nu kan er wel degelijk een kern van waarheid zitten in dit soort absolutistische uitspraken, maar de bedoeling is om een provocatief effect teweeg te brengen:


-wat is het probleem?

-dat ik geen grenzen stel; en meer dan eens over me heen laat lopen.

-ok, je bent dus een soort goedzak die met alle winden meewaait.

-nou, zo erg is het nou ook weer niet, ik kan wel weerwoord geven, maar meer dan eens zeg ik ‘ja’, terwijl ik eigenlijk ‘nee’ bedoel.

-ja, dus gewoon een sullige jaknikker die eigenlijk braaf zijn mond houdt.

-nee, nu trek je het wel erg naar één extreem toe, zo bedoel ik het niet.

-je spreek mij nu ook steeds tegen, zo meegaand vind ik je niet.

-nee, dat is een goed teken.

-hoezo is dat nu weer prima?

-omdat ik ook mijzelf wil kunnen verdedigen.

-ok, dus je kan het wel.

-nu wel, maar vaak ook niet; te vaak.


Het provocatieve effect is evident; als de patiënt maar hard genoeg in de hoek wordt gedrukt, dan is hij staat om terug te vechten.


3. Eigenwaarde

Er is helemaal niets mis mee om als hulpverlener de patiënt te complimenteren, zeker wanneer hij een compliment verdient.  Tegelijkertijd is het therapeutischer wanneer de patiënt zichzelf kan complimenteren, vooral om blijk te geven van een gevoel van eigenwaarde.  Om die reden zal de niet-helpende hulpverlener geneigd zijn om uitspraken te doen als ‘daar ben je niet geschikt voor’ of ‘dat heb je niet in je’ en ‘ik heb er geen vertrouwen in dat je daar toe in staat ben’; dit om uit te lokken dat de patiënt zijn geschiktheid zelf onderstreept:


-wat is het probleem?

-problemen met mijn vrouw.

-hmm, misschien ben je gewoon relatieongeschikt.

-(lacht), denk ik ook wel eens; nee, ik kan er wel wat van.

-hoe denk je dan?

-nou, ik ben 18 jaar getrouwd, heb 3 kinderen en een geslaagd gezinsleven, alleen weet ik nu niet hoe ik haar onvrede kan neutraliseren.

-kijk, dat is al een bewijs van je onnozelheid.

-wat?

-dat jij haar onvrede zou kunnen neutraliseren, weet je dat nog niet?

-(lacht) ja, daar heb je wel een punt.

-wat, dat je onnozel bent?

-nou, ik weet genoeg, maar was dit punt even kwijt.

-ok, hoe zit het dan?

-dat ik mij niet moet bemoeien met haar onvrede, die is er toch wel.

-hmmm, klinkt heel wijs.

-vind ik zelf ook.

-is er nog een probleem?

-ik zal daar eerst even goed over nadenken.

-prima, ik wacht.


Realiteitsbesef

Het is menselijk om de realiteit te verdraaien of te verfraaien. Iedereen heeft zo zijn eigen versie wat er om hem heen gebeurt.  De niet-helpende hulpverlener zal dan ook met de nodige scepsis en kritische zin het verhaal van de patiënt aanhoren.  Daarbij geldt het uitgangspunt: vertrouwen is goed, controle is beter.  Het is een beproefde methode om de patiënt te bewegen naar wat ‘echt’ is.  Om dat vorm te geven zal de therapeut meer dan eens doorvragen over de meest onzinnig lijkende details:


-ok, dus je hebt verkering, zeg je.

-ja, met Gerda; nog maar net een week of drie.

-hebben jullie dat zo naar elkaar uitgesproken?

-hoe bedoel je?

-zoals ik het zeg: hebben jullie tegen elkaar gezegd ‘nu hebben we verkering’

-nou, niet met zoveel woorden.

-hoe dan wel?

-als je seks met elkaar hebt, dan is het toch serieus, of niet.

-de seks wel, maar impliceert dat dan dat je verkering hebt?

-ga ik van uit.

-ja, jij wel, maar Gerda heeft zich zo niet uitgelaten, toch?

-nee, niet expliciet.

-ok, dus jij hoopt dat jullie verkering hebben.

-hmm, ja dat is een betere weergave van de werkelijkheid.

-dacht ik al.


Verantwoordelijkheid

Het klinkt als een open deur, maar kan niet genoeg benadrukt worden: hulpverlening heeft alleen kans van slagen als de patiënt verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen leven.  De niet-helpende hulpverlener zal daarom geneigd zijn om de schuld van het probleem te verleggen naar andere mensen of moeilijke omstandigheden aanvoeren om op die manier de patiënt wakker te schudden; en hem er toe te bewegen zijn eigen verantwoordelijkheid te nemen voor het probleem:


-wat is het probleem?

-dat ik nogal opvliegend ben de laatste tijd.

-vervelende vrouw en lastige kinderen zeker?

-ja, dat wel.

-nou, dan snap ik wel dat je opvliegend ben.

-ja, alleen ik kan toch moeilijk hen de schuld geven.

-ja, dat kan wel; zeker als het gewoon zo is.

-nee, dat vind ik te gemakkelijk.

-ja, gemak dient de mens; vraag hen maar om beter gedrag te vertonen zodat jij ook wat gezelliger kunt zijn.

-nee, dat ga ik niet doen; daarom ben ik niet hier.

-waarom ben je hier?

-om iets aan mezelf te doen.

-wat dan?

-om iets meer zelfbeheersing te leren hebben.

-hoe wou je dat doen dan?

-goeie vraag, daar moet je me bij helpen.

-ik zei toch net: vraag je vrouw en kinderen om je niet zo uit te lokken.

-nee, dat is het niet.

-wat dan wel?

-misschien moet ik eens beginnen om de alcohol te laten staan.

-hmmm, dat klinkt wel erg verstandig.

-vind ik ook.


Normaal contact

Tegen studenten in de hulpverlening zeg ik vaak: ‘kijk goed naar de patiënt; als je oplet dan kun je zien en horen hoe de patiënt zijn probleem ‘doet’.  Wat ik hiermee bedoel is dat elk mens een eigen contactstijl heeft en dat deze zichtbaar zal worden in het contact met de hulpverlener.  De niet-helpende hulpverlener zal hier meteen op reageren, vooral wanneer het een opvallend en afwijkend vorm van contact-maken betreft.  De bedoeling is dan om de patiënt te dwingen om normaler gedrag te laten vertonen:


-wat is het probleem?

-ik wil eerst mijn eigen verhaal doen.

-o jee, heb ik meteen al een verkeerde vraag gesteld; is er anders nog wat ik verkeerd doe, ik bedoel zit ik goed, kijk ik goed en ben ik wel empathisch genoeg?

-nou, dat kan ik allemaal niet zo snel beoordelen.

-ja, maar wel dat mijn eerst vraag niet deugde.

-ja, precies.

-daarom word ik meteen heel voorzichtig en angstig.

-is niet de bedoeling.

-nee, misschien wel niet, maar dat breng je wel zelf te weeg.

-ok, sorry dan; ik zal eerst jouw vraag beantwoorden.

-ok, dan, wat is het probleem.

-dat ik onderhand zo weinig vrienden heb.

-hmm, verbaast me niet.

-(lacht) nee, ik eigenlijk nu ook niet.

-mooi, dan weet jij misschien wel wat er mis is.

-ja, ik ben veel te dominant.

-bingo!


Onderhand zal duidelijk zijn dat de niet-helpende hulpverlener wel degelijk een ‘masterplan’ heeft; en deze op creatieve wijze in werking zet om de patiënt te bewegen naar normaal gedrag.  Het is belangrijk om te beseffen dat de patiënt helemaal niet op de hoogte gesteld hoeft te worden van dit ‘masterplan’.  Hij zal in het contact met de hulpverlener er van zelf wel achter komen hoe het zit.  En ook al begrijpt de patiënt helemaal niets van wat de niet-helpende hulpverlener doet, dan nog zal het provocatieve effect onontkoombaar zijn.  Belangrijk is dit verband is ook het gegeven dat de niet-helpende hulpverlener er helemaal niet op uit is om ‘provocatief ‘ te zijn.  De werkelijkheid is eerder andersom: de patiënt gedraagt zich zodanig dat de hulpverlener wordt uitgedaagd, waardoor de hulpverlener niet anders kan dan te reageren op die uitdaging:


-wat is het probleem?

-ik kan het niet echt een probleem noemen (uitdaging)

-ok, dat scheelt, dan schrap ik het woord probleem; is voor mij een stuk gemakkelijker en rustiger werken als ik dat weet; maar wat is het dan wel, een dingetje of zo?

-(lacht) nou een dingetje, nee.

-wat dan wel, een kwestie of een dilemma, nu zit ik in spanning, wat is het dan wel?

-hmmm, hoe zal ik het noemen (uitdaging)

-nu lijkt het wel of je gewoon iets gaat verzinnen.

-nee, ik verzin het niet, nou ja wel een beetje, want ik bedenk het wel zelf.

-ja, dat bedoel ik, wat heb je verzonnen?

-(lacht) het gaat meer om een innerlijk conflict (uitdaging)

-innerlijk conflict, dat klinkt alsof je dat ergens gelezen hebt of dat jou dat iemand jou voorgezegd heeft.

-ja, dat klopt wel.

-wat klopt wel?

-dat iemand mij dat heeft ingefluisterd.

-o ja, wie dan, je vrouw zeker.

-ja, hoe weet je dat?

-ach, briljante psychologische inzicht.

-(lacht) nee, maar mij vrouw zei laatst: ‘Johan je hebt een innerlijk conflict, praat daar eens over met een psycholoog; en daarom ben ik hier.

-begrijp je wel wat zij bedoelde?

-nou  niet echt, maar ik ben wel zo braaf dat ik hier nu zit.

-ja, maar wat heb je daar nu aan?

-goeie vraag; misschien is het probleem wel dat ik te braaf ben.

-ok, dus nu is er wel een probleem.

-ja, nu wel.

About the Author Jeffrey Wijnberg

Werd geboren in Madison, Verenigde Staten in 1951. Na zijn gymnasiumtijd in Nederland studeerde hij enkele jaren muziek en psychologie in de VS. In 1977 voltooide hij zijn studie in de klinische psychologie aan de Rijksuniversiteit te Groningen. De eerste privé-praktijk van Noord-Nederland werd door hem in Groningen opgezet. Hij is sindsdien zelfstandig gevestigd. Als psychotherapeut gaat zijn speciale belangstelling uit naar de provocatieve stijl. Voor het IEP geeft hij, samen met Jaap Hollander, introductieworkshops Provocatief Coachen als ook de twee-jarige opleiding Provocatief Coachen. Hij is publicist en auteur van populair-wetenschappelijke psychologie boeken, waaronder "Provocatief Coachen", de uitdagende stijl van helpen", "Gekker dan gek; hoe provocatieve therapie werkt", "Niet-helpen voor hulpverleners", "In het diepste van de ziel is niets te zien; "Provocatieve psychologie", "Niemand is iemand zonder de ander" en "Succes is ook niet alles; verder met provocatief coachen". Hij is, als psychotherapeut, erkend en geregistreerd door de overheid. Elke maandag verzorgt hij een column in het dagblad "De Telegraaf", pagina Vrouw. Voor coaching- en therapie-afspraken is hij altijd bereikbaar op 050-3113900. Zie ook www.wijnbergenwijnberg.nl

Leave a Comment: