Menu 

Neuro-Linguïstisch Programmeren (NLP) is
een model voor doelgerichte verandering,
waarin de innerlijke beleving en het overdraagbaar maken van bijzondere menselijke vermogens centraal staan.

Jaap Hollander en Anneke Meijer


Heel kort: definitie, ontstaan, varianten, inhoud en wetenschap

Drie elementen
NLP is een methode die de structuur van de subjectieve ervaring onderzoekt: elementen en samenhangen in onze innerlijke beleving. Daarmee wil NLP o.m. bijzondere menselijke vermogens overdraagbaar maken. NLP helpt om harmonieuze relaties op te bouwen en communicatie te verhelderen.

Ontstaan
NLP ontstaat in de jaren '70, als Richard Bandler en John Grinder drie beroemde psychotherapeuten bestuderen en hun vaardigheden overdraagbaar maken. Na de jaren '80 breidt NLP zich snel en uit en overstijgt het de therapie-wereld. Er worden ook NLP-technieken ontwikkeld voor het bedrijfsleven, de gezondheidszorg en het onderwijs. 

NLP in Nederland
In 1981 wordt NLP naar Nederland gebracht door het IEP. Nederland kent momenteel ongeveer 50 organisaties die NLP-trainingen aanbieden en een NLP-vereniging, de NVNLP. 

Inhoud
NLP wordt niet centraal gereguleerd, waardoor er veel verschillende varianten bestaan. In 2018 wordt op initiatief van IEP-trainers een enquête gehouden binnen de 'NLP Leadership Summit' over wat nu wel en niet NLP is. Hieruit komt de 'Yellow List' voort, de tot nu toe best onderbouwde lijst van NLP-elementen. 

Wetenschap
Wetenschappelijk onderzoek dat laat zien dat NLP uitstekend werkt. Bovendien sluit de praktijk van NLP nauw aan bij recente wetenschappelijke inzichten.

Eigendom
In 2000 oordeelt het Engelse High Court dat NLP een generieke term is, die vrijelijk gebruikt mag worden.

Het begin
Beleving en verantwoordelijkheid - Fritz Perls


“I am not in this world to live up to other people’s expectations, nor do I feel that the world must live up to mine.”
Fritz Perls (1893-1970)


NLP ontstaat in Californië halverwege de jaren '70: de flower power loopt op zijn einde en de nieuwe zakelijkheid begint op te komen. In de jaren '70, de tijd van de hippies, ‘moet alles kunnen’, willen mensen in contact komen met hun gevoel en ‘zichzelf zijn’. In de jaren '80, de tijd van de yuppies, willen mensen 'presteren', 'scoren' en daar zo rijk mogelijk voor beloond worden. NLP is cultureel gezien half hippie en half yuppie.

Aan het eind van de jaren zeventig studeert Richard Bandler wiskunde en computer-programmeren aan de University of California in Santa Cruz. John Grinder, die tijdens de koude oorlog als geheim agent (Green Baret) voor de CIA in Europa heeft gewerkt, is daar op dat moment professor in de linguïstiek.

Bandler heeft als bijbaantje video-opnamen uitgetypt van Gestalttherapeut Frits Perls. De Gestalttherapie focust op de beleving in het hier-en-nu beleeft. Ook het uiten van tegenstrijdige verlangens, het afwerpen van sociale rollen en het nemen van verantwoordelijkheid voor je eigen gedrag, zijn typerend voor de Gestalttherapie. Perls vraagt cliënten bijvoorbeeld om belangrijke gebeurtenissen uit het verleden in de tegenwoordige tijd te vertellen, zodat de bijbehorende emoties weer voelbaar worden. Of als een cliënt een opvallend gebaar maakt, vraagt Perls hem om dat groter te maken, om de emotionele betekenis te verhelderen. Op basis van wat hij Perls op video heeft zien doen, begint Bandler zelf groepstherapie te geven aan medestudenten.

Richard Bandler

John Grinder

Frits Perls in de jaren '70

Het tweede element
Taal en wereldbeeld - Korzybski


“Man’s achievements rest upon the use of symbols.... We must consider ourselves as a symbolic, semantic class of life,
and those who rule the symbols, rule us.”

Alfred Korzybski (1879-1950)


John Grinder doet in 1974 enige tijd mee aan Bandler’s groepssessies. Samen maken ze een taalkundig model van het werk van Fritz Perls. En daarmee begint NLP. In de daaropvolgende zeven jaar bestuderen Grinder en Bandler naast Frits Perls nog twee andere beroemde psychotherapeuten: Virginia Satir (gezins- en relatietherapie) en Milton Erickson (hypnotherapie).

De eerste versie van NLP, bestaat dus uit de principes en technieken van de Gestalttherapie, gecombineerd met inzichten uit de taalkunde. Ook het principe van het modelleren (bijzondere menselijke vermogens overdraagbaar maken) is meteen aanwezig: Bandler modelleert Perls en Grinder modelleert Bandler. Het doel is: andere therapeuten leren wat Perls kan. Het modelleren is o.m. gebaseerd op Grinder's undercover werk, waarbij hij de gedragingen van de lokale bevolking kopieerde om niet op te vallen. 

Grinder brengt vanuit de linguïstiek de filosofieën van Alfred Korzybski en Hans Vaihinger mee. Korzybski stelt dat de mens het bombardement van zintuiglijke indrukken structureert met behulp van de taal. Op die manier schept hij een plattegrond om mee door de werkelijkheid te navigeren. Maar doordat mensen hun wereldbeeld meestal verwarren met de werkelijkheid zelf, ontstaan er ook veel beperkingen en conflicten. Vaihinger benadrukt dat ons wereldbeeld niet bedoeld is om de wereld af te beelden, maar alleen om de wereld hanteerbaar te maken.

De vooruitgang van de mens als soort is, zegt Korzybski, te danken aan het vermogen om symbolische plattegronden te maken. Leerervaringen kunnen aan andere mensen worden doorgegeven, iets dat dieren niet kunnen, of althans in veel mindere mate. Hier zien we het verband tussen Korzybski en het modelleren. 

De vooronderstelling van NLP: 'De kaart is niet het gebied', is rechtstreeks aan Korzybski ontleend. Ook de term ‘neurolinguistiek’ werd al in 1941 door hem gebruikt.

Van Perls komt de verantwoordelijkheid voor het eigen gedrag. In combinatie met Korzybski verschuift die verantwoordelijkheid als het ware naar binnen, en wordt het verantwoordelijkheid voor het eigen wereldbeeld. Dit is een wezenlijk verschil, omdat die verantwoordelijkheid nu ook belevingen omvat zoals emoties en overtuigingen Doorgaans worden die gezien als zaken waar mensen geen invloed op hebben. 

Alfred Korzybsky

​Proto-NLP

De ontmoeting tussen Bandler en Grinder en de combinatie van ideeën van Perls en Korzybski, levert halverwege de jaren '70 een soort proto-NLP op: de hoofdlijnen zitten er al in, maar ieder element zal later nog verder worden uitgewerkt.

  1. Beleving
    Focus op de innerlijke beleving

  2. Taal en wereldmodel
    Focus op de relatie tussen taal en beleving.

  3. Verantwoordelijkheid
    Nadruk op  verantwoordelijkheid voor het eigen wereldbeeld.

  4. Modelleren
    Het in kaart brengen en overnemen van bijzondere menselijke vermogens.

  5. Technieken
    Stappenplannen waarmee een specifiek doel kan worden bereikt. Over dit laatste element hebben we het nog niet gehad. Het is waarschijnlijk ontleend aan Bandler's programmeren van computers. We zien het ook in de naam: Neuro Linguïstisch Programmeren.

Proto-NLP

Modelleren als kern van NLP​


“NLP is the modelling of excellence.”
John Grinder (1940 – heden)

“NLP is an attitude and a methodology
that leaves behind a trail of techniques.”

Richard Bandler (1950 – heden)

"Modelleer en vermenigvuldig het goede!"
Jaap Hollander


Bandler en Grinder stellen beiden dat modelleren de kern van NLP is. Zij noemen zichzelf geen 'trainers' of 'therapeuten', maar 'modelleurs'. Grinder legt uit dat NLP een set strategieën is voor het modelleren van mensen met uitzonderlijke vermogens: 'The modelling of excellence’. Wat eerst slechts enkelen konden, kan nu iedereen leren. Iedereen? Nou ja, iedereen die aan de randvoorwaarden voldoet en er de moeite voor wil doen. Grinder benadrukt het maatschappelijk belang van NLP als een vorm van versneld leren. 

Bandler vertelt dat hij gemodelleerd heeft hoe mensen in zijn algemeenheid denken en dat hij daar zijn technieken op heeft gebaseerd. Hij wil mensen leren hoe ze hun hersenen het beste kunnen gebruiken. Hier verschillen Bandler en Grinder van mening. Grinder ziet het verspreiden van het vermogen om te modelleren als de missie van NLP. Bandler vindt dat hij zelf al alles al gemodelleerd heeft wat de moeite waard is en dat er dus geen verdere modellering nodig is.

Het metamodel: overtuiging en keuze​


"Grinder and Bandler have succeeded
in making explicit the syntax of how people avoid change and, therefore, how to assist them in changing".

Gregory Bateson over ’The Structure of Magic’


De eerste methodiek die Bandler en Grinder samen voortbrengen is het metamodel. Het metamodel is 'meta’ ten opzichte van wereldmodellen: het is een model voor het veranderen van wereldmodellen. 

Mensen houden hun wereldmodel in stand met behulp van drie universele principes:
- Generalisatie
- Deletie (weglating)
- Vervorming.

Mensen vertalen belevingen in regels. Bijvoorbeeld, je ziet als kind honderden keren hoe je vader zijn Volkswagen start door het contactsleuteltje om te draaien. Dus vorm je een generalisatie (je zou het ook een ‘overtuiging’ of een 'regel' of een ‘schema’ kunnen noemen): 'Auto’s starten als je het contactsleuteltje omdraait'. Daardoor is een stukje van je wereldmodel los komen te staan van je zintuiglijke ervaringen. Je denkt niet meer aan je vader en zijn Volkswagen. Je 'weet' hoe auto's gestart worden. Je 'weet' dit ook over alle andere auto's.

Tot zover niets aan de hand. Maar mensen hebben de neiging om hun generalisaties te verdedigen tegen nieuwe informatie. Stel bijvoorbeeld, dat iemand gelooft dat 'mannen hard zijn'. Stel nu, dat hij een zachte man tegenkomt. Logisch gezien zou hij moeten concluderen dat zijn wereldmodel niet klopt. Hij is immers een ’rara avis’, een witte raaf is tegengekomen. Dat bewijst dat niet alle raven zwart zijn. Maar mensen hebben er psychologisch belang bij om hun wereldbeeld eenduidig te houden. Dus in plaats van de generalisatie bij te stellen, gaat iemand informatie weglaten of vervormen. Hij vergeet die zachte man gewoon, dan klopt het weer. Of hij vervormt zijn waarneming en hij ziet toch 'een harde glans' in de ogen van die zogenaamd zachte man... Zo vermijden mensen veranderingen die hun wereld minder voorspelbaar maken. Daar heeft Bateson het over in het citaat hierboven.

Het metamodel helpt mensen om generalisaties te doorbreken. Als iemand bijvoorbeeld zegt: 'Ik ben bang', dan weet de NLP-er dat er iets aan deze zin ontbreekt. Iemand is altijd ergens bang voor. Dus vraagt hij: 'Waar ben je precies bang voor?' Of, ander voorbeeld, iemand zegt: `Je moet nu eenmaal vertrouwen hebben’, dan vraagt de NLP-er: 'Wat zou er dan precies mis gaan als je géén vertrouwen had?' Hiermee wordt iemand uitgenodigd om zijn overtuigingen weer met zintuiglijke belevingen te verbinden. Dat maakt het mogelijk om te veranderen. Iemand kan – als hij dat wil - nu op dezelfde belevingen nieuwe overtuigingen baseren. 

Universele modelleringsprincipes: Generalisatie, deletie, vervorming

Virgina Satir: verbinding en relatie​


“I believe the greatest gift I can conceive of having from anyone
is to be seen by them, heard by them, to be understood and touched by them.”

Virginia Satir (1916-1988)


Virginia Satir is een gezinstherapeute die sterk gericht op de verbinding tussen mensen. Zij gaat er van uit dat in iedere vorm van effectieve therapie de emotionele betrokkenheid tussen de therapeut in de cliënt de succesfactor is. Ze heeft zelf ook een opmerkelijk vermogen om goed contact te maken. In de jaren '70 modelleren Bandler en Grinder haar, dat wil zeggen ze gaan na welke woordkeuze en welke non-verbale gedragingen nuttig zijn voor het ontwikkelen van goed contact (rapport) (Bandler, Grinder en Satir 1976).

Verder raken zij via Satir geïnteresseerd in vroege ervaringen met belangrijke anderen, wat later leidt tot NLP-technieken zoals ‘change personal history’.

Virginia Satir, jaren '70

Ook het idee van ‘gedeelten’ ontlenen zijn aan Satir, die haar cliënten helpt om contact te zoeken met verschillende kanten van zichzelf. Zij ziet die kanten als een soort zelfstandige rol-identiteiten, die verschillende doelen en gevoelens kunnen hebben. Satir begrijpt dat twee conflicterende gedeelten beiden positieve functies kunnen hebben. Daarom wil zij ze laten samenwerken in plaats van het ongewenste gedeelte uit te schakelen, wat meestal het streven is. 

Via Satir krijgt NLP er twee dimensies bij: de relatie en gedeelten. Aan het NLP molecuul, dat al atomen bevat uit de linguïstiek en de Gestalttherapie, worden nu als het ware een ‘rapport’-atoom en een ‘gedeelten’-atoom toegevoegd, waardoor een sterkere en rijkere verbinding ontstaat.

NLP met elementen ontleend aan Satir

Gregory Bateson: systeem en ecologie​


“Interesting phenomena occur when two or more rhythmic patterns are combined,
and these phenomena illustrate very aptly the enrichment of information that occurs
when one description is combined with another.”

Gregory Bateson (1904-1980)


Gregory Bateson is, net als Grinder, docent aan de University of California. Hij is van huis uit bioloog en heeft belangrijk werk gedaan op het gebied van de psychiatrie en de antropologie. Bateson ziet de wereld als een stelsel van in elkaar grijpende systemen, waarin oorzaken gevolgen kunnen zijn en andersom. Hij een van de uitvinders van de `double bind’-theorie van schizofrenie, over het effect  van dubbele boodschappen. Bateson heeft het niet over een gek kind of een gek-makende moeder, maar over het gezinssysteem waar zij beiden onderdeel van zijn.

Bateson, die ook een van de grondleggers is van de cybernetica (stuurkunde), brengt Bandler en Grinder in contact met het TOTE model (Test-Operate-Test_Exit).
Om een doel te bereiken heeft een systeem nodig:
- Een duidelijke weergave van dat doel
- Een inschatting van het resultaat (Kom ik dichter bij mijn doel of raak ik er verder bij vandaan?)
- Een scala van verschillende handelingsmogelijkheden.

Gregory Bateson

Ook het begrip 'ecologie’ in NLP is van Bateson afkomstig net als de concepten ‘meta-boodschap’ en ‘incongruentie’. Bij meta-boodschappen gaat het om de boodschap die wordt geïmpliceerd. Als ik jou bijvoorbeeld vraag om mij iets uit te leggen, dan geef ik daarmee de onuitgesproken boodschap dat ik jou erken als iemand die meer over het onderwerp weet dan ik. Meta-boodschappen hebben vaak betrekking op de relatie. 

Bij incongruentie gaat het om tegenstrijdigheden tussen de verbale en de non-verbale communicatie. Als ik je hartelijk dank voor je advies, maar ik trek er een vies gezicht bij, dan ben ik incongruent.

Batesons concept 'ecologie' gaat over de effecten op het grotere systeem. Wat is het - misschien onverwachte -  effect van een verandering op het systeem als geheel? In NLP betekent dit: heeft een gewenste verandering negatieve bijverschijnselen? 

Later zullen Bateson's ideeën over niveaus van leren door Robert Dilts verder worden uitgewerkt tot de 'logische niveaus' in leren en communicatie.

NLP met elementen ontleend aan Bateson

Erickson: suggestie en hulpbronnen​


Every person’s map of the world is as unique as their thumbprint. There are no two people alike. No two people who understand the same sentence the same way….
So in dealing with people, you try not to fit them to your concept of what they should be.

Milton Erickson (1901-1980)


Bateson is bevriend met Milton H. Erickson,  psychiater en grondlegger van de Ericksoniaanse hypnotherapie. Erickson heeft een combinatie ontwikkeld van de klassieke hypnotherapie en non-directieve psychotherapie. Hij is uitgekomen op een vorm van hypnotherapie die gebruik maakt van indirecte suggestie. Hij doet dat bijvoorbeeld door aan iemand met pijnklachten verhalen te vertellen over hoe mensen soms dingen niet waarnemen die er wel zijn. Wat tegenwoordig ook wel ’priming’ wordt genoemd. Hij vertelt bijvoorbeeld over zijn broers, vroeger op de boerderij, die na een dag oogsten op het land enorm stonken naar zweet. Moeder zei dan “Jongens, jullie stinken!”, maar de jongens roken dat niet meer. En hij vertelt over hoe hij ooit als student logeerde in een blikslagerij. Daar was het ’s ochtends een oorverdovend lawaai. Maar na een paar dagen hoorde hij dat lawaai niet meer. Indirecte suggesties roepen minder weerstand op en betreken de cliënt actiever bij het veranderingsproces. Erickson is ook een virtuoos gebruiker van suggestieve taal. Dit taalgebruik wordt door Bandler en Grinder in kaart gebracht onder de titel ‘het Miltonmodel’. 

Milton H. Erickson

Een ander Ericksoniaans principe is ‘utilization’ (gebruik maken van). Hij zoekt naar levenservaringen van de cliënt zelf die het gewenste doel ondersteunen. Om bij het voorbeeld van pijncontrole te blijven: Erickson gaat dan op zoek naar momenten dat de cliënt in zijn eigen leven ooit dingen niet heeft gevoeld die er wel waren. In NLP vinden we dit idee terug onder de noemer ‘hulpbronnen’. Hulpbronnen zijn belevingen die iemand helpen om een probleem op te lossen.

Ook het idee van het onbewuste als creatieve kracht is, is van Erickson afkomstig. Freud en Jung hadden al op het belang van het onbewuste gewezen, maar bij hen lag het accent op stoornissen. Erickson kijkt naar mogelijkheden; hij benadrukt de innerlijke hulpbronnen die in het onbewuste klaar liggen om ingezet te worden voor de gewenste verandering.

Erickson is er een meester in om subtiele stembuigingen en bewegingen te registreren en hun betekenis te achterhalen. In NLP vinden we dit terug onder de noemer ijken, d.w.z. zien welke belevingen door non-verbale reacties worden aangeduid.

En last but not least wordt aan Erickson het onderscheid tussen associatie en dissociatie ontleend. Dit is het verschil tussen een ervaring zintuiglijk beleven enerzijds en hem van een afstand beschouwen anderzijds. In vrijwel alle NLP-technieken speelt dit onderscheid mee.

Bandler en Grinder bedenken dat het misschien niet nodig is om officieel in trance te zijn om dit allemaal te kunnen. Ze beginnen Ericksoniaanse technieken te gebruiken zonder trance-inductie.

Zo worden er aan NLP verschillende Ericksoniaanse elementen toegevoegd. Hieronder zijn ze weergegeven met lichtgroene bollen. Je ziet dat NLP inmiddels een complex systeem is geworden. Bedenk dat alle elementen elkaar beïnvloeden. Zo is bijvoorbeeld het communiceren met gedeelten, ontleend aan Satir, nader uitgewerkt in een hypnotische vormgeving, ontleend aan Erickson. Bovendien is er over alle elementen nog veel meer te zeggen. Vandaar ook, dat er zo veel verschillende definities en invullingen van NLP bestaan.

NLP met elementen ontleend aan Erickson

Technieken​


“NLP is for people who want to get things done”
John Grinder


In 1981 beëindigen Bandler en Grinder hun samenwerking. Tussen 1974 en 1981 ontwikkelen ze een aantal technieken: navolgbare procedures die tot een bepaald resultaat leiden. Het produceren en het gebruiken van technieken is van het begin af aan een belangrijk onderdeel van NLP. De technieken maken grijpbaar wat eerst abstract of theoretisch was. Dit zijn de tien belangrijkste technieken uit deze periode (’74-’81):

  1. Het metamodel
    Het metamodel – al eerder genoemd – bestaat uit typen uitspraken die de NLP-er kan herkennen en waarop hij met bepaalde vragen (in het metamodel ‘uitdagingen’ genoemd) reageert. De techniek bestaat er uit dat de NLP-er zijn gesprekspartner door middel van deze vragen helpt om generalisaties (vaak belemmerende overtuigingen) weer te verbinden met de concrete ervaringen waar hij die ooit op heeft gebaseerd. Dit geeft hem de mogelijkheid om nieuwe generalisaties te vormen. Deze techniek wordt gebruikt om belemmerende overtuigingen te veranderen. In deze techniek zijn invloeden van Perls, Chomski en Korzybski herkenbaar.
  2. Afstemmen voor rapport
    De NLP-er sluit met zijn eigen non-verbale en verbale reacties aan bij zijn gesprekspartner. Hij stemt zich af op zijn gesprekspartner. Dit bevordert het ‘rapport’ (een sfeer van waardering en vertrouwen), waardoor de gesprekspartner eerder bereid is om suggesties van de NLP-er te volgen. Deze techniek wordt gebruikt om een goede (werk-)relatie op te bouwen. In deze techniek zijn de invloed van Satir en Erickson herkenbaar. Bandler en Grinder benaderen het rapport in de jaren 70 en 80 tamelijk instrumenteel. Later verandert dit en wordt rapport gezien als een wisselwerking tussen gedragsmatig afstemmen enerzijds en een gecentreerde, accepterende basishouding (sponsoring).
  3. Het gebruik van ankers
    ‘Ankeren’ in NLP is verwant aan klassieke conditionering. Door een beleving op te roepen en zijn gesprekspartner tegelijkertijd op een bepaalde manier aan te raken, of iets op een bepaalde toon te zeggen, kan de NLP-er dezelfde beleving later opnieuw oproepen. Met behulp van dit soort ankers kan hij innerlijke hulpbronnen koppelen aan situaties waarin zijn gesprekspartner die nodig heeft. Deze techniek wordt gebruikt om belemmerende gevoelsreacties te veranderen. In deze techniek is met name de invloed van Erickson herkenbaar.
  4. The circle of excellence
    Bij deze techniek wordt eerst nagegaan welke hulpbronnen iemand in een gegeven situatie nodig heeft. Het kan gaan om het oplossen van een probleem, maar het kan ook gaan om een nog betere prestatie in een situatie waarin iemand al goed functioneert. De verschillende hulpbronnen worden gekoppeld aan een gezamenlijk anker. Het anker wordt weergegeven in alle zintuiglijke kanalen (beeld-, woord- en gevoelssymbolen), zodat de gesprekspartner het gemakkelijk kan activeren in de betreffende situatie. Deze techniek wordt gebruikt complexe hulpbronnen te activeren. In deze techniek is met name de invloed van Erickson herkenbaar.
  5. Change personal history
    Met deze techniek herschrijft iemand als het ware zijn levensgeschiedenis. Eerst wordt er gezocht naar vroegere ervaringen waarop een problematische reactie is gebaseerd. Meestal gebruikt de NLP-er daarbij een zoek-anker. Vervolgens worden aan de gevonden ervaringen nieuwe hulpbronnen toegevoegd, ook weer met een anker. Zo ontstaat een andere beleving van wat er ooit in het verleden is gebeurd en kan iemand afscheid nemen van moeilijke ervaringen. In de toekomst gaat hij onbewust (meer) reageren alsof het vroeger anders was gegaan, hoewel hij bewust nog weet hoe het in feite is gegaan. Deze techniek wordt gebruikt om gevoelsmatige hindernissen op te ruimen die samenhangen met het verleden. In deze techniek zijn de invloed van Satir en Erickson herkenbaar.
  6. The new behavior generator
    Deze techniek wordt gebruikt om iemand voor te bereiden op nieuwe uitdagingen. De NLP-er helpt zijn gesprekspartner om een innerlijke strategie te leren waarmee hij nieuw gedrag kan bedenken. De strategie heeft drie zintuiglijke stappen:
    - Auditief: woorden die aangeven welke criteria belangrijk zijn
    - Visueel: beelden van mogelijke handelingen.
    - Kinesthetisch: gevoelens over wat realistisch is om concreet te doen.
    De gesprekspartner doorloopt deze cyclus meestal meerdere keren om tot een passend nieuw gedrag te komen. Deze techniek wordt toegepast om mensen voor te bereiden op nieuwe uitdagingen. Indirect is in deze techniek de invloed van Korzybski herkenbaar.
  7. Veranderen van innerlijke strategieën
    Bandler en Grinder hebben geobserveerd dat bepaalde oogbewegingen samenhangen met het zintuiglijke karakter van de beleving op dat moment. Dat stelt hen in staat om opeenvolgingen van zintuiglijke belevingen te observeren die een bepaald resultaat hebben. Zo heeft iemand bijvoorbeeld een strategie om beslissingen te nemen, maar ook een strategie om kwaad te worden. Doordat de NLP-er de strategie kan observeren, kan hij zijn gesprekspartner helpen om die te veranderen. Hierbij zijn er verschillende mogelijkheden. Een problematische strategie bijvoorbeeld kan drastisch worden veranderd, een omslachtige strategie kan worden gestroomlijnd en goede strategieën kunnen van de ene persoon op de andere worden overgedragen (modelleren). Deze techniek wordt toegepast om verschillende soorten hindernissen op te ruimen en hulpbronnen te activeren. Indirect is ook in deze techniek de invloed van Korzybski herkenbaar.
  8. Onderhandelen tussen gedeelten
    Veel menselijke problemen zijn gebaseerd op innerlijke conflicten (tegenstrijdige gevoelens). In NLP worden die gezien als conflicten tussen verschillende gedeelten die verschillende doelen hebben. Bij deze techniek worden de conflicterende gedeelten eerst duidelijk zintuiglijk weergegeven. Vervolgens wordt naar een gezamenlijke doelstelling en nieuwe gedragingen gezocht. Deze techniek wordt toegepast om innerlijke conflicten op te lossen. In deze techniek de invloed van Satir en Perls herkenbaar.
  9. Reframing
    Overtuigingen zijn innerlijke systemen waarin verschillende zintuiglijke ervaringen, criteria en verbale conclusies zijn te onderscheiden. Reframing (het plaatsen van een nieuw kader) is een NLP-techniek waarbij deze elementen eerst in kaart worden gebracht. Vervolgens helpt de NLP-er zijn gesprekspartner om een nieuwe betekenis aan de zintuiglijke ervaringen te koppelen, d.w.z. uit dezelfde ervaringen nieuwe, betere conclusies te trekken. Deze techniek wordt, net als het metamodel, gebruikt om belemmerende overtuigingen te veranderen. In deze techniek zijn invloeden van Perls en Korzybski herkenbaar.
  10. Metaforen
     Het gebruik van metaforen in NLP is een vorm van indirecte suggestie. De gewenste verandering wordt aangeboden in de vorm van een verhaal. Dat verhaal heeft inhoudelijk niets te maken met de gewenste verandering, maar het heeft wel een structuur (elementen en relaties) die de verandering weerspiegelt. Als de gesprekspartner bijvoorbeeld moed nodig heeft om zijn angst onder ogen te zien, vertelt de NLP-er een verhaal over een jongen in Polynesië die leert duiken en die daarbij zijn angst overwint door zich voor te stellen dat hij een dolfijn is. Deze techniek wordt gebruikt om onbewuste hulpbronnen te activeren. In deze techniek zijn de invloed van Erickson en Bateson herkenbaar.

Grinder solo: The New Code of NLP


"Talking about group intelligence:
Bandler and Grinder sure were a lot more intelligent when they were still working together"

Robert Dilts


In het begin van de jaren 80 ontwikkelt Grinder ’New code NLP’. De ’New code’ komt voort uit Grinders idee dat veel NLP-ers succesvol zijn in het overdragen van NLP aan anderen, maar NLP niet op zichzelf toepassen. Hij wil een soort NLP maken, dat je alleen voor anderen kunt gebruiken als je het zelf beheerst. Hij ziet het  als een ontwerpfout dat dit - overdragen zonder persoonlijke integratie - met het ’klassieke’ NLP wel kan.

New code NLP, nog sterker beïnvloed door Erickson en Bateson, gaat van de volgende principes uit:

  • Het onbewuste wordt expliciet betrokken bij het uitkiezen van de doelen, de hulpbronnen en de nieuwe gedragingen.
  • Het nieuwe gedrag moet de oorspronkelijke positieve bedoeling van het oude gedrag minstens even goed vervullen.
  • De verandering vindt plaats op het niveau van de innerlijke toestand of intentie, in plaats van het niveau van gedrag.

Enkele belangrijke technieken in het New code NLP zijn:

  1. Meervoudige waarnemingsposities
    het beschrijven van een situatie vanuit minimaal drie verschillende standpunten, meestal het eigen standpunt, het standpunt van een andere betrokkene en de situatie bekeken vanuit de relatie.
  2. Het gebruik van tijdslijnen
    Hierbij worden verschillende gebeurtenissen uit het leven van de cliënt ruimtelijk op verschillende plaatsen neergezet.
  3. Het ’stopzetten van de wereld’
    Deze methode, ontleend aan het werk van Carlos Castaneda, behelst vooral het stopzetten van de innerlijke dialoog en concentratie op de zintuiglijke waarneming.
  4. ’Editing’
    Dit houdt in dat er nieuwe ervaringen worden gecreëerd door elementen van andere ervaringen te koppelen aan lichaamshoudingen. De nieuwe ervaringen worden gebruikt om reacties op belangrijke keuzemomenten (`choice points’) te vervangen.
  5. Ideomotore signalen
    Dit is een methode die nauw verwant is aan de hypnotherapie van Erickson. Er wordt daar verschillende manieren gezocht waarop het onbewuste met het bewuste denken kan communiceren. Dit element was ook al aanwezig in de ’klassieke’ vorm van NLP, maar in de ’New code’ staat het meer centraal.
  6. Het gebruik van ’high performance games’
     Er worden in het ’New code’ NLP spellen gebruikt, zoals bijvoorbeeld het ’alfabet spel’, die de gebruiker door sterke concentratie in een toestand brengen waarin zijn bewuste denken zijn onbewuste optimaal gecoördineerd zijn.

New code NLP heeft niet het effect dat Grinder ervan verwacht. In de praktijk blijkt dat de nieuwe technieken prima kunnen worden gebruikt door mensen die ze niet in hun eigen leven toepassen. Tegenwoordig worden ze meestal niet meer van de rest van NLP onderscheiden. 

Bandler solo: Design Human Engineering en toneelhypnose

Bandler ontwikkelt vanaf het begin van de jaren '80 ook een ’nieuwe en beter’ systeem, dat hij ’Design Human Engineering’ (DHE) noemt. Deze methode is gebaseerd op subtiele verschillen in de kwaliteit van onze innerlijke beelden, geluiden en gevoelens, de z.g. ’submodaliteiten’. Voorbeelden van submodaliteiten – er zijn er tientallen – zijn: de helderheid of de kleurverzadiging van innerlijke beelden, de snelheid of de toonhoogte van geluiden en de plaats of de mate van energie van gevoelens. Bandler's werk met submodaliteiten bestaat vooral uit het creëren van nieuwe ervaringen door submodaliteiten te veranderen. DHE gaat van het volgende uit:

  • Onze mogelijkheden en hindernissen in het leven worden bepaald door de submodaliteiten van onze innerlijke ervaring.
  • We hebben volledige controle over die submodaliteiten.
  • We kunnen dus alles bereiken wat we willen, door onze submodaliteiten te veranderen.

Het werken met submodaliteiten was al in NLP aanwezig. In DHE wordt het verder uitgewerkt. In DHE wordt bijvoorbeeld gewerkt met gefantaseerde innerlijke ’machines’ waarmee de deelnemers hun submodaliteiten ’besturen’. Ook de doelstelling verandert: de algemene oriëntatie verschuift van curatief (therapie, coaching) naar generatief (overal toepasbaar waar beleving belangrijk is) en van ’anderen helpen’ naar ’het beste uit jezelf halen’.

Halverwege de jaren 90 gaat Bandler samenwerken met Paul McKenna, een bekende Engelse toneelhypnotiseur. Zijn werk verschuift in de richting van hypnose en hij noemt zijn methode nu ’Neuro Hypnotic Repatterning’. Hij doet nu een soort toneelhypnose waarbij hij deelnemers – die overigens nauwelijks de kans krijgen om iets te zeggen - NLP-achtige processen laat doorlopen. 

Nieuwe ontwikkelaars, nieuwe doelgroepen​

Vanaf de jaren 80 kent NLP diverse verschillende ontwikkelaars, veel verschillende doelgroepen en een grote internationale verspreiding. NLP-ers van de tweede generatie, zoals Leslie Cameron Bandler, David Gordon, Anthony Robbins, Robert Dilts, Todd Epstein en Stephen Gilligan zetten de ontwikkeling van NLP voort. Doordat zij dat allemaal op hun eigen manier doen, ontstaat er een veelheid van verschillende accenten en technieken. 

Bovendien verschuift de doelgroep. In de jaren '70 in NLP verdiepen zich vooral psychologen, psychotherapeuten, maatschappelijk werkers en psychiaters in NLP. Vanaf de jaren '80 komen er steeds meer managers, trainers, docenten, adviseurs, verkopers, voorlichters en zelfs advocaten, douaneambtenaren en spionnen bij. NLP blijkt nuttig in vrijwel ieder beroep waarin communicatie een hoofdrol speelt en waarin resultaten belangrijk zijn. 

In vrijwel alle Westerse landen worden NLP-instituten opgericht, waardoor ook nationale verschillen ontstaan. De aanbieders van NLP-trainingen beginnen te variëren van spiritueel tot zakelijk, van uitstekend onderlegd tot nauwelijks opgeleid en van uiterst integer tot hyper-commercieel. Aangezien er geen centrale autoriteit is die NLP reguleert, kan iedereen die dat wil NLP-trainingen aanbieden.

Metaprogramma’s en overtuigingen​

In de jaren '80 voegt Leslie Cameron Bandler de metaprogramma’s toe aan NLP. Zij constateerde dat Bandler in zijn werk onderscheidingen, zoals proactief/reactief, naartoe/weg van of globaal/specifiek, gebruikt. Zij verzamelt deze onderscheidingen en begint ze te gebruiken om trends in de inhoud van iemands denken vast te stellen. Ze noemt deze denkstijlverschillen `metaprogramma’s’, omdat ze `meta’ staan ten opzichte van de directe zintuiglijke `programmering’. 

Een tweede ontwikkeling in de jaren '80 en '90 is het werk van Robert Dilts met overtuigingen. Hij ontwerpt verschillende diepgravende NLP technieken voor het veranderen van beperkende overtuigingen. Daarnaast ontwikkelt hij een groot aantal NLP modellen en technieken voor toepassingsgebieden zoals fysieke gezondheid en leiderschap en vertaalt hij verschillende belangrijke ideeën van Bateson in NLP methoden, zoals de hiërarchie van logische niveaus en het 'uitlijnen’ daarvan.

In de jaren 80 beginnen ook de successen van ’motivational speaker’ Anthony Robbins. Hij combineert in eerste instantie NLP met het vuurlopen (lopen over gloeiende kolen) en trekt grote aantallen mensen aan o.a. door ’viral marketing’, waarbij deelnemers actief worden ingezet om nieuwe deelnemers te werven. Robbins - en later ook zijn Nederalndse navolger, Emile Ratelband - maken NLP toegankelijk voor grote groepen mensen. 

Eerste, tweede en derde generatie NLP​

In de jaren '00 onderscheidt Robert Dilts drie ’generaties’ in NLP, analoog aan de verschillende generaties van de – tegelijk met NLP ontstane – Apple computer. Dit is een vereenvoudigd beeld van de ontwikkeling van NLP, maar het geeft de trends goed weer. De eerste generatie NLP is gericht op mentale vermogens, de tweede generatie richt zich daarnaast ook op de ’somatische intelligentie’ en de derde generatie is daarnaast ook nog veld-gericht.

De eerste generatie NLP is het werk van Bandler en Grinder tot en met het begin van de jaren '80, zoals hierboven beschreven. Dit blijft de basis van NLP.

De tweede generatie NLP ontwikkelt zich halverwege de jaren '80 en in het begin van de jaren '90. De focus breidt zich uit van gedrag en vermogens naar overtuigingen. Er wordt nu ook gewerkt met thema’s zoals kernwaarden en metaprogramma’s (denkstijlen). Ook wordt er in de tweede generatie de ’somatische intelligentie’ benadrukt, dat wil zeggen het lichaam als belangrijke informatiebron. Er worden ruimtelijk gestructureerde methoden gebruikt zoals waarnemingsposities en tijdslijnen.

De derde generatie NLP houdt zich, naast al het voorgaande, bezig met thema’s zoals identiteit, visie en missie. De derde generatie is bovendien ’veld-gericht’, dat wil zeggen dat zij ook grotere systemen zoals gezinnen, organisaties en culturen bij het veranderingsproces betrekt. De derde generatie NLP maakt gebruik van begrippen zoals zelforganisatie, archetypen en energievelden. Gereedschappen van deze derde generatie zijn bijvoorbeeld het uitlijnen van logische niveau het scheppen en beschermen van een creatieve ondersteunende ruimte en ’sponsorschap’ ( het valideren en verwelkomen van de ander zoals hij of zij is).

De latere generaties omvatten de eerdere. Als we NLP vergelijken met meubelmaken, dan houdt de eerste generatie zich bezig met hoe te zagen, schroeven en timmeren. De tweede generatie beseft dat je een betere meubelmaker bent als je gelooft in je vak. En de derde generatie wordt zich er van bewust dat het proces van het meubelmaken niet in een vacuüm plaatsvindt, maar onderdeel is van een bredere cultuur, waar ook bijvoorbeeld architectuur en grafisch ontwerp deel van uitmaken. Het feit dat je je daar van bewust bent, betekent uiteraard niet dat je zonder te zagen, schroeven en timmeren een goede meubelmaker kunt zijn. 

NLP in Nederland​

Het Instituut voor Eclectische Psychologie (IEP) organiseert al in 1981 de eerste NLP-workshop in ons land en in 1983 volgt de eerste volledige NLP opleiding. Sinds die tijd houdt de ontwikkeling in Nederland ongeveer gelijke tred met die in de Verenigde Staten, vooral door de vele werkbezoeken van Robert Dilts. Maar ook John Grinder, Todd Epstein, David Gordon en Stephen Gilligan geven op enig moment workshops voor het IEP.

Daarnaast worden door Nederlandse NLP-trainers, met name. binnen het IEP, NLP-boeken geschreven en NLP-technieken ontwikkeld, zoals de pragmagie, het binnen-buiten model, de kernspeurder, het sociaal panorama en ’ecologisch veranderen in organisaties’. Ook worden er in Nederland computertoepassingen van NLP ontwikkeld zoals ’MindSonar (het meten van metaprogramma’s). Naast het IEP kent Nederland momenteel ongeveer 60 andere NLP-instituten die NLP-trainingen aanbieden.

NLP en de wetenschap​

De relatie tussen NLP en de wetenschap is van het begin af aan moeizaam. In de jaren '70 en '80, met de Vietnam-oorlog en de atoomdreiging, wordt de wetenschap vaak gezien als een verlengstuk van het ‘militair-industriëel complex’. Een corrupt en gevaarlijk politiek systeem, beheerst door verdachte geldstromen die uiteindelijk bepalen wat de wetenschap onderzoekt en wat er wel of niet wordt gepubliceerd. Er is binnen NLP wel waardering voor de wetenschappelijke methode op zich, maar aansluiting bij de ‘mainstream’ wetenschap is voor de eerste NLP-ers ondenkbaar. Formele wetenschappelijke toetsing wordt - op zijn best - overgelaten aan de toekomst.

Het grote voordeel is, dat NLP zich zeer snel kan ontwikkelen. Alle wetenschappelijke 'checks-and-balances' worden losgelaten, dus zodra iemand een idee opschrijft is er weer een stukje NLP ontstaan. Technieken overleven in het trainingen-circuit op 'sink-or-swim'-basis. Als ze werken blijven ze populair, als ze niet werken verdwijnen ze. Er zijn natuurlijk ook nadelen. In principe kan iedereen alles beweren onder het motto 'dit is NLP'. Er is geen centraal gezag dat dat stellingen controleertt en corrigeert. Overdreven claims en slecht doordachte verhalen tasten de geloofwaardigheid van NLP aan.

Vanaf de jaren '90 wordt NLP door sommige wetenschappers doelgericht aangevallen. 'Neurolinguistiek', zo definieert men, 'onderzoekt hoe spreken en taal verstaan door de hersenen wordt gestuurd, gebruik makend van klinisch onderzoek aan afasiepatiënten, en van moderne beeldtechnieken zoals magneto-encefalografie'. Aangezien NLP zich daar duidelijk niet mee bezighoudt, vindt men dat het predikaat 'Neuro-Linguistisch' bewust misleidend wordt gebruikt.
Hier kunnen wij drie dingen tegen inbrengen
a. De betreffende wetenschappers hebben geen onderzoek gedaan naar de innerlijke motivatie van NLP-ers. Daarom is hun stelling over 'bewuste misleiding' wetenschappelijk gezien lariekoek.
b. NLP verwijten dat het geen magneto-encefalografie gebruikt, is net zoiets is als een torenvalk verwijten dat hij niet van baksteen gemaakt is. NP heeft nooit geclaimd dat het magneto-encefalografie gebruikt. NLP heeft nooit geclaimd dat het academische neurolinguistiek is.
c. De term ‘neurolinguïstiek’ wordt al in 1941 door Korzybski gebruikt, lang voordat er überhaupt magneto-encefalografie bestond. Wie heeft dus bepaald dat dit nu ineens een definiërend onderdeel van de neurolinguïstiek is?

Verder beweren sommige wetenschappers dat er geen effectonderzoek is gedaan naar NLP. Er is, beweert men, nooit in kwantitatieve onderzoeken aangetoond dat NLP effectief is. In de jaren '80 en '90 tijd klopte dit bijna helemaal. Maar op dit moment zijn er diverse wetenschappelijke onderzoeken - gepubliceerd in 'peer-reviewed' wetenschappelijke tijdschriften - die laten zien dat NLP effectief is. Iemand die in deze tijd nog beweert dat NLP 'geen enkele wetenschappelijke onderbouwing heeft', is ofwel niet op de hoogte van de laatste onderzoeken, ofwel hij negeert ze bewust. Dit zijn beide ernstige wetenschappelijke misstappen, die kordaat gecorrigeerd dienen te worden door de NVNLP. Overigens wordt dit soort beweringen tegenwoordig meestal niet meer gedaan door actieve wetenschappers, maar door mensen zonder onderzoekservaring, vaak uit randgebieden van de wetenschap, zoals industrieel ontwerpers of psychiaters in ruste.

Recente wetenschappelijke inzichten ondersteunen NLP​

Veel recente wetenschappelijke inzichten sluiten naadloos aan bij de praktijk van NLP. Enkele voorbeelden zijn

  • De ontdekking van de spiegelneuronen
  • Het inzicht in de constructieve aard van de herinnering
  • De neurologische basis van imaginatie.

Voorbeeld 1: Spiegelneuronen
Een spiegelneuron is een neuron dat niet alleen vuurt als een zoogdier een handeling uitvoert, maar ook als het een handeling ziet uitvoeren door een ander dier (vooral van dezelfde soort). Het gedrag van het andere dier wordt neurologisch 'weerspiegeld'
, doordat zenuwcellen op dezelfde manier actief wijn als wanneer het dier de handeling zelf uitvoert. Spiegelneuronen lijken een rol te spelen bij het begrijpen en interpreteren van de acties van anderen, het inzicht in denkpatronen bij anderen en het emotioneel inlevingsvermogen (empathie). Deze bevindingen sluiten naadloos aan bij de NLP-technieken rond het opbouwen van rapport, die voor een belangrijk gedeelte gebaseerd zijn op het ‘spiegelen’ van de gedragingen van de ander.

Voorbeeld 2: Constructive memory
In de cognitieve psychologie is men het er sinds het midden van de jaren '90 over eens, dat herinneren een kwestie is van construeren, geen kwestie van reproduceren. De hersenen zoeken als het ware stukjes uit verschillende bronnen bij elkaar en bouwen daarmee een herinnering op. Dit inzicht biedt een uitstekende theoretische onderbouwing voor de NLP-techniek ‘change personal history’. In deze techniek worden problematische herinneringen opgezocht. Vervolgens worden deze herinneringen veranderd door er nieuwe elementen (positieve hulpbronnen) aan toe te voegen. Daardoor veranderen zowel het karakter van de herinnering als de invloed van die herinnering op het gedrag.

Voorbeeld 3: Neurologische basis van imaginatie
Imaginatie (het innerlijk oproepen van beelden) en perceptie gebruiken dezelfde neurologische circuits. In gewoon Nederlands: fantasie en waarneming gebruiken dezelfde gedeelten van de hersenen. Zo zijn er bijvoorbeeld specifieke gebieden in de hersenen die geactiveerd worden bij het zien van gezichten. In het begin van de jaren '00 werd aangetoond dat dezelfde gebieden - op dezelfde manier - worden geactiveerd, wanneer mensen aan gezichten denken. Ook dit recente wetenschappelijke inzicht sluit aan bij NLP. In NLP wordt namelijk gewerkt met ‘afstemmen op de toekomst‘. Dit houdt in dat iemand zich een levendige voorstelling (imaginatie) maakt van hoe hij zich in de toekomst gaat gedragen. Als hij hiermee dezelfde hersengebieden activeert als wanneer hij het daadwerkelijk zou hebben gedaan is het begrijpelijk waarom dit een goede strategie is om te veranderen.

Literatuur over de achtergronden van NLP​

  • Dilts, R. en Delozier, J.
    Encyclopedia of Systemic NLP and NLP New Coding
     2000, NLP University Press, Scotts Valey, USA.

  • Derks, L. en Hollander, J.
    Essenties van NLP
    Sleutels tot persoonlijke verandering
    2000, Kosmos Uitgevers

  • Bandler, Richard and Grinder, John
    The Structure of Magic
    A Book about Language and Therapy
    1975, Science & Behavior Books, Palo Alto

  • Bandler, Richard and Grinder, John
    Frogs into princes: Neuro Linguistic Programming
    1979, Real People Press

  • Erickson, Milton H.
    Hypnotic Realities
    The Induction of Clinical Hypnosis and Forms of Indirect Suggestion.
    1976, Irvington Publishers

  • Erickson, Milton H.
    The Collected Papers of Milton H. Erickson on Hypnosis
    Volume I: Nature of Hypnosis and Suggestion.
    Volume II: Hypnotics Alteration of Sensory, Perceptual and Psychophysiological Processes.
    Volume III: Hypnotic Investigation of Psychodynamic Processes
    1980, Irvington Publishers

  • Grinder, John and Bandler, Richard
    The Structure of Magic II
    A Book about Communication and Change
    1975, Science & Behavior Books, Los Altos, California

  • Korzybski, Alfred H.
    Science and Sanity
    An Introduction to Non-Aristotelian Systems and General Semantics
    1933, International Non-Aristotelian Library Publishing Co.

  • Korzybski, Alfred H.
    Manhood of Humanity
    1921, International Non-Aristotelian Library Publishing Co.

  • Miller, George A.; Galanter, Eugene and Pribram. Karl H.
    Plans and the Structure of Behavior
    1960, Henry Holt & Co.
  • Perls, Fritz, and Perls, Frederick S.

    Gestalt Approach and Eye Witness to Therapy
    1973, Science and Behavior Books

  • Satir, Virginia M.
    Making Contact
    1976, Celestial Arts

  • Satir, Virginia M.
    Your Many Faces
    1978, Celestial Art

  • Zeig, Jeffrey K. (Editor).
    A Teaching Seminar With Milton H. Erickson
     1980, Brunner/Mazel