Menu

Opvliegers te lijf met NLP

Waardoor ontstaan opvliegers?

In de overgang daalt de productie van het geslachtshormoon oestrogeen. Oestrogeen wordt in de eierstokken en in de bijnier geproduceerd. De soort oestrogeen die het vrouwenlichaam produceert verandert bovendien in de levensfase van de vrouw[1]. Na de menopauze daalt de oestrogeen spiegel plotseling heel sterk.
Door schommelingen van dit hormoon raakt de hypofyse van slag. De hypofyse is het gebied in de hersenen dat onder andere de lichaamstemperatuur regelt. Je lichaam denkt op onverwachte momenten dat je oververhit bent en zet meteen het afkoelmechanisme in werking: zweten. Zodra het lichaam ontdekt dat afkoelen niet nodig is, komt er een einde aan de opvlieger. Je zou kunnen zeggen dat de thermostaat van een vrouw in de overgang in de war is.

Daarnaast zijn er volgens wetenschappelijk onderzoek veel triggers die opvliegers uitlokken zoals:

  • suikers
  • cafeïne (in koffie, zwarte thee én chocola)
  • alcohol
  • pikante voeding
  • pseudo hormonen in voedingsstoffen en cosmetica (xeno-oestrogenen)
  • overgewicht
  • roken
  • uitdroging
  • stress

Al deze triggers betekenen (fysieke) stress voor je lichaam en stress is misschien wel de grootste trigger voor een opvlieger. Stress verergert ook opvliegers. Het is dus belangrijk om te kijken naar stress in jouw leven en waar je dit mogelijk kan verminderen.

Maar Oestrogenen zijn ook nuttig voor het lichaam. Ze hebben een preventief effect op hart- en vaatziekten, osteoporose en waarschijnlijk dementie.

 

Behandeling

  1. IJk de opvliegers
    • Vraag: Hoe spelen opvliegers een rol in jouw leven?
    • Wat zijn mogelijke triggers? Hoe lang speelt het?
    • IJk de reactie: laat associëren in een opvlieger (mogelijk krijgt cliënt een opvlieger). Observeer de houding, gedrag, spierspanning, ademhaling, huidskleur etc.
  2. De thermostaat is van slag
    • Vraag: hoe de cliënt opvliegers ziet
    • Leg uit dat een opvlieger het resultaat is van een thermostaat (hypofyse) die van slag is door schommelingen in de hormonproductie of externe triggers. Je lichaam denkt dat je oververhit bent en zet het afkoelingsmechanisme in werk.
  3. Ecologie
    • Vraag: ben je klaar om deze onnodige reactie los te laten?
    • Ben je bereid je thermostaat op dit punt bij te stellen?
    • Soms is het nuttig om te vragen: “Ga eens naar binnen en vraag aan je onderbewuste of je onderbewuste ook klaar is om de thermostaat bij te stellen? “
    • Gebruik zo nodig NLP technieken om te zorgen dat de verandering ecologisch is.
  4. Dissociatie
    • “Stel je voor dat je een paar meter verderop een andere versie van jezelf ziet staan.” Laat client de plaats aangeven.
    • Geef de suggestie dat die andere versie van jou daar een goed werkende thermostaat heeft, die niet reageert op hormoonschommelingen of de externe triggers (die je hebt geijkt)”
    • Laat bij die andere zelf daar de externe temperatuur een paar graden dalen en “zie hoe het lichaam normaal reageert.”
    • Ondersteun cliënt tijdens de dissociatie en later ook bij de associatie met een kinesthetisch hulpbronanker; laat af en toe los om gewenning tegen te gaan.
    • In plaats van een kinesthetisch hulpbronanker kun je ook andere hulpbron (zoals een stelknop) verankeren die ze kan gebruiken als ze een opvlieger voelt aankomen.
    • Laat bij die andere zelf daar de externe temperatuur een paar graden stijgen en “zie ook hoe het lichaam normaal reageert.”
    • Introduceer schommelingen in de hormoonspiegel en “zie ook hoe het lichaam normaal reageert” en /of
    • Geef die andere zelf daar de geijkte externe trigger en “zie ook hoe het lichaam goed reageert op [de trigger].”
    • Doe een positieve suggestie in de geest van: “Zie je dat jouw thermostaat prima kan reageren op dit soort schommelingen en gebeurtenissen“.
  5. Associatie
    • Vraag: “Ben je klaar om deze verandering eens zelf te ervaren? “
    • Laat cliënt associëren en geef de cliënt hiervoor goed de tijd.
    • Breng rustig de schommelingen aan in de hormoonspiegel (en of triggers) en zorg dat het kinesthetisch hulpbronanker geactiveerd blijft.
    • Geef positieve suggestie in de geest van: “geniet van de rust en ontspanning die dit geeft en merk hoe je thermostaat juist reageert en zorgt dat de temperatuur constant blijft ”
    • Geef de cliënt de tijd om aan het beeld te wennen; herhaal de hormoonschommelingen en/of triggers minstens vijf keer.
  6. Afstemmen op de toekomst
    • Geef de client een positieve suggestie “zie hoe je thermostaat ook in de toekomst stabiel blijft en hoogstens kleine schommelingen vertoont”; “zie ook hoe je thermostaat stabiel blijft bij externe triggers zoals […] “
    • Kijk goed naar de non-verbale reacties. Zie je dat die anders zijn dan bij stap 1?
  7. Test
    • Test zo mogelijk met een externe trigger.

[1] oestradiol (vooral op vruchtbare leeftijd) , oestriol (vooral in de zwangerschap) en oestron (vooral op oudere leeftijd na de menopauze).

About the Author IEP Support

IEP Support is geen auteur, maar het secretariaat van het IEP. De auteur staat boven het artikel vermeld.

Leave a Comment: