Patroonherkenning door Reinalda Kerseboom: Ridder Ridder

Weer een praktijkverhaal. Dit keer een vol spontane metaforen van de klant. En een verhaal dat laat zien hoe patroonherkenning helpend was bij het in kaart brengen wat er speelde bij een verstandelijk gehandicapte man met heel weinig taal.

Richard,  een man met het syndroom van Down van 26 jaar werd door zijn ouders aangemeld voor speltherapie omdat hij heel veel had meegemaakt en het in emotioneel opzicht niet goed met hem leek te gaan.
Bijna 2 jaar voor de aanmelding had Richard bij een onfortuinlijk ongeval in het donker en alleen buiten zijn ledematen op verschillende plaatsen gebroken.  Het was toevallig dat een buurtgenoot hem had gevonden. Het is nooit duidelijk geworden hoe lang hij in zijn eentje ernstig gewond buiten had gelegen. Wat wel duidelijk was, was dat er een langdurige ziekenhuisopname volgde en een heel lange revalidatieperiode, omdat een van zijn breuken maar niet wilde helen. Richard heeft langdurig veel pijn geleden. Vlak voor de aanmelding werd in het ziekenhuis, min of meer per toeval, bij een controle een vorm van kanker ontdekt die een operatie en bestralingen noodzakelijk maakte. Met name dat laatste leek een traumatische ervaring voor Richard; zo helemaal alleen op die behandeltafel.
Richard leek ongelukkig. Hij gedroeg zich, met name naar een jongen en een meisje op zijn leefgroep onaangepast. Daar werd hij op aangesproken, maar zijn gedrag veranderde eigenlijk niet.
Van zijn ouders begreep ik dat Richard veel speelde. Hij gebruikte bestek als een soort van vingerpoppetjes. Hij deed een populair kinderprogramma op tv na door zelf in de rol van de hoofdpersonen te stappen. Hij gebruikte playmobil.

Toen Richard mijn spelkamer binnenkwam bleef zijn oog meteen bij het ridderkasteel van Playmobil steken. En toen ik vroeg: ‘ik geloof dat je al iets hebt gezien waar je mee zou willen spelen?’, antwoordde hij meteen: ‘ja!’. Dat bleef al de 16 keren dat hij kwam zo.
Richard was dan wel 26, maar hij functioneerde op het niveau van een 3-4 jarige. Hij sprak bovendien heel slecht verstaanbaar. Aanvankelijk leek zijn taalgebruik voor mij vooral op gebrabbel met zo nu en dan een woord. De eerste sessies zat daarom iemand van zijn dagbestedingsgroep die hem goed kende bij ons in de spelkamer om mij te helpen Richard beter te begrijpen.
Wat er vanaf het eerste moment dat Richard ging spelen gebeurde is een ervaring die ik niet snel zal vergeten. Zodra ik het kasteel en de manden met ridders en koningen voor hem had neergezet liet Richard mij zijn verhaal zien. Ik hoefde (en ik mocht van hem) alleen maar te kijken en ik hielp hem zijn verhaal te doen door minutieus te verwoorden wat ik zag gebeuren.  Richard zocht de poppetjes en hun attributen heel erg zorgvuldig uit en hij speelde heel geconcentreerd. Ik zat er in opperste concentratie bij. Het leek wel of we samen in een ‘bubble’ verdwenen en de wereld om ons heen even stilstond. Vaak was ik verrast dat het speluur al zo snel weer voorbij was.

In de eerste spelsessies werd eigenlijk alleen maar gevochten. Na 3 keer spelen was duidelijk dat  Richard steeds dezelfde poppetjes voor zijn vechtende partijen uitzocht. En het was me ook duidelijk welke van die figuren de hoofdpersoon van het verhaal was.  Deze hoofdpersoon werd buitengesloten en gestraft en ook door bazen in de gaten gehouden en veroordeeld. Het spel was zo ingeleefd gespeeld dat ik als speltherapeut rustig durfde te veronderstellen dat wat ik te zien kreeg een afspiegeling was van Richards innerlijke ervaringen. Hij voelde zich afgewezen.

Van al datgene wat hij aan narigheid had meegemaakt rondom zijn gezondheid was echter helemaal niets in het spel terug te zien.
Richard wilde nooit dat ik met hem meespeelde, maar ik kon wel toevallige situaties die tijdens het spel gebeurden benoemen en zo het thema ziekenhuis inbrengen. Als er in het heetst van de strijd een ridder viel riep ik: ‘oh, au, kan er iemand komen kijken of ik iets gebroken heb.. misschien moet ik naar het ziekenhuis…’. Maar Richard ging daar of niet op in, of hij zei geïrriteerd: ‘ach hou op’.
Nadat dit 3 sessies achter elkaar zo was gebeurd begon ik te vermoeden dat Richards probleem niets met zijn medische geschiedenis te maken had. Maar het kon natuurlijk ook zo zijn dat die ervaringen zo traumatisch waren geweest dat hij er zelfs niet over durfde te spelen…

Richard zelf maakte een einde aan mijn twijfel door op een prachtige beeldende manier te laten zien wat hem zo verdrietig maakte in een vervolgverhaal dat gespeeld werd in een aantal achtereenvolgende weken.
‘Ridder Ridder’, zoals ik zijn hoofdpersoon was gaan noemen was namelijk verliefd op Prinses en wilde graag met haar kussen. Maar de prinses wilde hem niet, zij was verliefd op Prins. In zijn wanhoop besloot Ridder Ridder naar een verre koning te gaan en hem zijn kroon en zijn speciale zwaard te leen te vragen. Hij zette zijn helm af, verkleedde zich als prins en ging Prinses bezoeken. Eerst leek Prinses wel genegen met hem op pad te gaan, maar een volgend moment koos ze toch weer voor  Prins, of vond de koning en vader van Prinses Ridder Ridder, ondanks zijn gouden kroon en zwaard, niet goed genoeg voor zijn dochter. En dat eindigde steevast in gevechten waarbij Ridder Ridder buitengesloten en soms opgesloten werd. Het maakte hem zó verdrietig en kwaad! Hij bracht de kroon en het koningszwaard weer terug naar de echte eigenaar en probeerde op allerlei andere manieren Prinses voor zich te winnen. Maar zijn pogingen bleven vruchteloos.

Voor zijn opvoeders was het een schok te ontdekken dat Richard ‘gewoon’ last had van liefdesverdriet. Niemand had de incidenten die plaatsvonden tussen hem, het meisje op zijn groep en haar vriendje zo kunnen duiden. Ja, ze wisten wel dat Richard een beetje jaloers was op die twee, maar als hij zijn gevoelens liet blijken door bijvoorbeeld een foto van zijn rivaal te verscheuren dan werd hij berispt en werd hem vaak te verstaan gegeven dat hij toch een ander meisje als vriendin had. Dat was een oud klasgenootje dat hij zelden zag, met wie hij heel sporadisch iets leuks ging doen, maar met wie hij zeker geen verkering had of zelfs maar ooit zou krijgen.
‘Nooit gedacht, liefdesverdriet,….weet je het zeker’, vroegen zijn ouders. Ik legde hen uit wat patronen zijn en hoe je een patroon herkent. Omdat Richard zo moeilijk te verstaan was had ik ook een aantal sessies met hem opgenomen, zodat ik achteraf nog eens rustig na kon kijken en vooral horen of ik in de sessie iets belangrijks had gemist. Die beelden liet ik hen zien. Ze herkenden het patroon en vroegen me de beelden aan de groepsleiding te laten zien. Dat deden we.

Toen we ons samen af vroegen hoe het zou zijn als de persoon op wie je echt verliefd bent en die je steeds afwijst dagelijks om je heen is, brak er begrip voor Richard door. ‘ik zou haar nog niet in de supermarkt tegen willen komen’, zei iemand, ‘en zij zitten de godganse dag tegen elkaar aan te kijken…’
Daarna bespraken we een strategie om Richard anders te begeleiden bij dit probleem; meer met hem stil te staan bij zijn verdriet, hem troosten en hem helpen er vorm aan te geven.
Dit werkte en ook dat liet Richard me in zijn spel zien. Hieronder lees je wat ik verwoordde bij dat nieuwe verhaal in zijn ridderspel:

‘Op een dag komt er ook nog een nieuw meisje. De koning wil met haar kussen. Maar dat wil het nieuwe meisje niet. Dat is naar voor de koning. Nu heeft de koning verdriet. Net zoveel als Ridder Ridder wanneer Prinses zijn meisje niet wil zijn.
Na lange tijd en veel gevechten vinden eerst alle koningen en prinsen een eigen meisje dat met hen wil kussen. Boven in het kasteel is het nu helemaal goed. Iedereen is blij.
Ridder Ridder en zijn vrienden zien dat. Ineens hebben ze een plan. Ze doen hun helmen af en hun zwaarden weg. En dan zijn er zomaar prinsessen die hun meisje willen zijn. Een wil kussen met Ridder Ridder. Een wil kussen met een vriend van Ridder Ridder en een andere wil ook kussen met de andere vriend van Ridder Ridder. Ze gaan samen op hun eigen plek in het kasteel wonen.  Iedereen is blij’.

Als ik dat gezegd heb, kijkt Richard me blij lachend aan. Hij laat Ridder Ridder en zijn meisje kussen en dan begint hij heel lief en zachtjes te zingen. Het klinkt eerst nog maar als neuriën, maar als ik zeg: ‘Ze zijn zo blij dat er een liedje wordt gezongen’, hoor ik ineens luid en duidelijk:

‘Ik hou van jou, … alleen van jou….’

Zo zie je maar…

Hoe je met NLP … patroonherkenning.                Daar is trouwens een heel boek van.

About the Author Reinalda Kerseboom

Reinalda Kerseboom was meer dan 30 jaar speltherapeut. Ze volgde haar NLP-opleidingen en de opleiding tot provocatief coach bij het IEP. Ze was gespecialiseerd in het werken met metaforen. Ze is auteur van een aantal boeken met en over hulpbronverhalen. --- Ze had een praktijk in Renkum, waar ze kinderen, jongeren en ouders zag. ---- Ze geeft momenteel geen therapie meer, maar houdt zich bezig met het management van haar Bed & Breakfast; zij is eigenaar van B&B 'de Kleikamp' in het mooie Renkum, Gelderland. Zeker een bezoek waard!

Leave a Comment: