Menu

Ratiootje: verslag van een provocatieve sessie

Coachingstraject 10

Vrouw 37 jaar woonachtig met haar man en twee zoons van 14 en 16 jaar. Ze werkt als orthopedagoog en klinisch psycholoog in een instelling voor moeilijk opvoedbare jongeren.

Bijnaam: Ratiootje. Ze doet en organiseert alles met haar verstand. Ze vindt dit niet leuk om te horen, het irriteert haar want ze wil zo graag meer balans in ratio en gevoel. Voelt zich daardoor ook soms afgewezen bv bij de andere ouders aan de zijlijn bij de voetbal, zij voelt zich er niet bijhoren.

Aanmeldingsprobleem:
Ze wil kiezen voor een nieuwe uitdaging in haar carrière. Of ze wil een masteronderzoek gaan doen of ze wil de beleidskant op. Ze wil op zoek naar haar drijfveren.

Diagnostiek:
Ze wil het liefst alles overwogen en met controle doen. Maar ze beseft dat ze eigenlijk alles zo overwogen en verstandelijk beredeneert, dat ze nog nooit heeft geweten wat haar gevoel wil of wat haar drijfveren zijn. Er is een innerlijke angst voor vertrouwen op haar gevoel. Ze is ook bang voor wat haar gevoel zegt, toen het er eindelijk kwam schrok ze heel erg van zichzelf. Angst voor loslating.

Provocatieve interventies:
1) Provoceren op de 1e zin: “Welke drijfveren heb ik eigenlijk”. Ik antwoordde: “Heb jij überhaupt drijfveren, ik denk dat ze er niet zijn”. Ze reageerde heel koel en verstandelijk, dat ze dacht dat het er wel moest zijn. Maar dat ze ze nog niet kende. Ik reageerde: “Doe je dan maar wat in je leven? Je hoeveelste baan is dit?” Ze vertelde dat dit haar tweede baan was en ze leek uiterlijk niet warm of koud te worden van mijn vraag. Terwijl ik het zelf best een confronterende vraag zou vinden.

2) Universele waarden: Ze vertelde over haar man en kinderen. Dat de kinderen hun eigen weg gingen, de een op zolder zat en de ander moeder wegjoeg dat hij het wel alleen zou kunnen. Ze zei: “mijn kinderen hebben mij niet meer nodig”. Ik zei: “Inderdaad als je 14 jaar bent heb je natuurlijk je moeder niet meer nodig. En moeders willen natuurlijk altijd de controle houden en daar gruwelen kinderen van. Hoe zit het met je man? Kan hij zichzelf zelfstandig redden of moet je daar ook nog achteraan? Ze zei: “Op zich is hij zelfstandig, maar hij kan zich vaak erg uit balans gedragen en dat vind ik vervelend, daar heb ik last van”. Ik antwoordde: “Je weet toch alle mannen gedragen zich als een klein kind die aandacht willen als ze zich uit balans voelen”. Verstandelijk antwoordde ze dat ze er niet op zat te wachten dat ze de redder of hulpverlener voor haar man moest spelen, daar was ze mee gestopt.

3) Wip-wap toepassing. Ik gaf aan dat ik bij haar geen enkel enthousiasme of vreugde zag bij de keus voor onderzoek. Ik dacht dat ze geen hart had. Het leek mij beter zei ik, dat ze zich vooral niet bezig ging houden met onderzoek. Ze wist eigenlijk nog geen goed thema, ze had ook nog niet uitgezocht of het thema al onderzocht was. En weer te wachten tot haar werkgever met een thema kwam, dan kwam het nog niet uit haar hart of uit haar drijfveren. Nee, het leek mij beter dat ze geen onderzoek zou doen. Ze gaf aan dat er al wel een onderzoek aan haar was gegeven, maar dat dit veel te lang duurde. Ik gaf haar haar scherpe mimiek non-verbaal terug. Het bevestigde mij door te blijven gaan met dat het niet verstandig was masteronderzoek te gaan doen. Ze kon beter een goede moeder proberen te zijn, meer op zolder te gaan zitten ondanks dat haar zoon haar wegjoeg, anders zou ze later toch van hem op haar kop krijgen dat zij er nooit voor hem was geweest. Of ze zou nog een paar leuke hobby’s kunnen gaan kiezen. Ze bleef me in stilte aanstaren. Ik gaf ook nog aan, dat ze wel jaarlijks even naar de voorlichting van de master zou kunnen gaan, want daar werd ze zichtbaar enthousiast van. Dan was er elk jaar toch even het verzetje en dan kon ze weer doorgaan in haar eigen rol. Ze schoot in de lach met de woorden; “Ja, dat zou ik kunnen doen”. Toen ben ik overgegaan naar de andere wip door te zeggen: “Misschien is het wel verstandiger dat je toch kiest voor onderzoek. Dan stel je nog wat voor. Je kinderen willen toch al geen aandacht van je en je man krijgt het niet van je.” Toen zei ze: “Daar klaagt hij ook altijd over dat ik hem te weinig aandacht geef”. Dit heb ik weggewimpeld met de universele waarden: “Mannen klagen altijd dat ze te weinig aandacht krijgen, niets van aantrekken”. Dit liet ze zich gezeggen en ik ging door in als ze dan klaar zou zijn met masteronderzoek dat ze dan groot in de krant haar naam zou zien staan. Dat mensen haar belden, dat ze zo geweldig was en overal uitnodigingen zou krijgen. Dat ze dan eindelijk wat voorstelde, maar ook hier liet ze weinig gebeuren alleen kwam er faalangst langs: “Ik heb ook nog angst om voor groepen te staan en dat zal dan wel moeten”.

4) Non-verbaal spiegelen. Ik begon haar na te doen. Ik ging keurig op de stoel zitten, begon heel verstandelijk te praten en beeldde uit dat ik niet wist waar haar hart zou zitten. Ze ging rechtop zitten en zei: “Ik weet wel biologisch waar mijn hart zit. Maar verder ben ik nu eenmaal zo” Ze herkende zich erin, maar ook daarin bleef ze redelijk vlak.

5) De kernspeurder ingezet: Ik vroeg of ze nog meer problemen had. Ze antwoordde gelijk fel: “Nee hoor ik heb verder geen problemen”. Ik provoceerde “wat bijzonder, een mens zonder problemen die kom ik bijna nooit tegen. Die zijn zeldzaam”. Toen zei ze: “Ik heb mezelf afgeleerd om te klagen, ik wil alleen maar positief zijn”. Ik ging door en vroeg om meer problemen. Allereerst was er het probleem dat ze geen contact met haar gevoel kon krijgen. Ze vond dat ze niet werkelijk contact had met haar hart en dit vond ze erg”. Ik ging zwaaien met het vingertje en zei: “Ja, je kritische ouder vindt dit heel erg, want het kleine meisje heeft haar hart gesloten”. Het tweede probleem was dat ze niet altijd besefte dat ze zo rationeel was. Ik gaf aan dat het vast heerlijk moest zijn in de comfort-zone. Iedereen op orde, alles onder controle. Ze begon te pruttelen. Toen vroeg ik naar het derde probleem. Ze zei abrupt: “Dat ga ik je niet vertellen”. Ik zei: “Prima dat je zo duidelijk je grenzen aangeeft, blijkbaar zit hier een grote kern onder, ik word er nieuwsgierig van. Zou het zo’n vreemd groot probleem zijn, dat je denkt hier zal Mathilde niets van begrijpen of zou het emoties oproepen en je hart open zetten”. Het laatste zei ze. Ik heb toen besloten om de kernspeurder intern op emotieniveau te gaan uitzoeken.

6) Kernspeurder intern op emoties: “Wordt je wel eens boos?” “Ja”, zei ze, “op mijn zoons en man. Zeker als ze thuis niets doen”. Ik zei: “Dan moet jij zeker thuis weer alles doen”. Het antwoord was “Ja, ik heb er ook zo’n hekel aan dat ik het altijd weer op moet lossen en regelen”. “Ja, daar zijn moeders voor”. Ze schoot in de lach. Ik vroeg toen: “Ben je wel eens bang?” Ze moest lang nadenken en gaf aan dit alleen bij bewoners op haar werk tegen te komen.  Ik vroeg: “Word je wel eens blij? Gaat je hart wel eens open? “Ja, als ik op een maandagavond naar een prachtige film ben geweest of als ik van de week ga eten met vrienden”. Even later kwam er dat ze vertelde dat haar schoonzusters altijd zeiden dat ze zo goed met haar moeder kon opschieten. Ze zei: “Ja, dat is ook zo, maar of we het echt zo goed met elkaar kunnen vinden. Ik zei: “hoe is je moeder?” Ze zei: “Rationeel, net als ik” “Mag je dan kwetsbaar zijn bij je moeder, heeft ze je wel eens zien huilen?” Het antwoord was ja en gelijk verbaasd erachter aan “Ik heb mijn moeder nog nooit zien huilen. Ik heb haar wel eens gevraagd: “Mam wanneer laat je je nu eens echt zien”.  Ik zei: “Hebben jouw kinderen je wel eens zien huilen?” Alleen toen haar vader was overleden. Ik zei verder: “Over 15 jaar zeggen jouw kinderen ook onze moeder hebben we nooit echt gezien”. Toen schoot ze vol, de tranen stroomden over haar wangen. Ze geneerde zich, maar liet het toch toe met als antwoord: “Dit is prima”. Ze veegde haar tranen, maar begon het niet verstandelijk weg te kletsen. Het mocht er echt even zijn en ik heb het even zo gelaten. Ze gaf ook aan dat ze nooit huilde en als het dan gebeurde dat het dan een hele schok voor haarzelf was. Ze kon het toelaten omdat ze op coaching was, maar vond eigenlijk dat ze faalde. Eindelijk liet ze haar reservering varen.

7) Op de ouderrol geprovoceerd: Je moeder wil dus dat jij masteronderzoek doet, logisch dat ik geen enthousiasme zie. Jij doet het niet voor jezelf, jij moet hen status geven. En jij hebt waardering van hen nodig, dus je gaat het doen. Zo heb je het je hele leven al gedaan. Ze knikte en begon te vertellen dat ze zo graag met haar zoon mee wilde naar voetbal, niet dat ze iets met die mensen aan de zijlijn had. Daar hoorde ze niet bij. Ook haar zoon wilde niet dat zij mee ging naar voetbal, maar ze moest eerlijk toegeven dat zij wenste dat hij het tot een succes kon maken voor haarzelf. Haar tranen begonnen weer te stromen. Ze gaf aan dat ze me niet zo snel kon volgen, maar dat ze voelde dat ze zelf eigenlijk hetzelfde deed met haar eigen kind, dan waar ze nu last van had mbt haarzelf. Zij wilde dat haar ouders trots op haar waren, en ook zij wilde trots zijn op haar zoon. Maar dat kon ze niet, want hij bakte er niets van, wees haar af en zij voelde zich er ongelukkig bij, haar zoon niet.

Resultaat tot nu toe:
Op zich gaat het goed, ik ben blij met de doorbraken op intern emotioneel niveau. Zij vindt de coaching ook erg plezierig en ervaart het als prikkelend en hunkering naar meer. Ze gaf ook aan tijd nodig te hebben na elke sessie om het te verinnerlijken.

Evaluatie:
Ik vond het in het algeheel erg lastig dat zij zo verstandelijk terug reageerde. Er was geen humor in te krijgen, ik leek geen vis te vangen. Ze hield alles af en ik zag ook weinig aan haar mimiek dat er iets gebeurde. Later heb ik het over een andere boeg gegooid. Ik ben door de kernspeurder in te zetten gaan zoeken naar meer problemen en toen die er ook nauwelijks waren heb ik de kernspeurder doorgezet naar emoties. Toen brak ze in tranen uit.
Toch zou ik nog meer naar de kern willen, we zijn er na 2 sessies nog niet.
Mijn beleid was een vis te vangen, vaak lukt dit al goed in de eerste sessies, maar bij deze cliënt duurde het erg lang. Ik had achteraf ook nog kunnen beginnen met de eerste indruk mbt haar kleren. Ze zag er zo keurig en ordentelijk uit, alles bij elkaar passend, zelfs oorbellen en sjaal waren niet vergeten. Maar dit durf ik tot op heden nog minder, pas later integreer ik het in het gesprek als ik non-verbaal aan het spiegelen ben.
Het is me wel opgevallen, dat als je een werkprobleem naar de privé-sfeer verplaatst er veel overlappingen zijn.

Mathilde Vrielink
Coachingspraktijk Culturele Diversiteit, Professional Organizing en Loopbaanontwikkeling
Email: mathildevrielink@hotmail.com

Oktober 2012

About the Author Posting

Posting is geen auteur. Dit is iemand van IEP Support, die een artikel van de auteur aangeleverd heeft gekregen en in de IEP bibliotheek (Blog) heeft geplaatst. De auteur is degene die bij het artikel staat aangegegeven.

Leave a Comment: