Reinalda Kerseboom: NLP en sponsorschap

Geen metafoor van mij dit keer, maar een praktijkverhaal.
In dit verhaal laat ik je kennis maken met Lambert.
Om te illustreren hoe je met NLP… zelfs zonder NLP-technieken, maar door sponsorschap en zo hier en daar wat Miltontaal…..

Lambert is 15 jaar oud als hij voor speltherapie wordt aangemeld in het centrum voor kinderen met spraak- en taalproblemen waar ik dan nog werk. Hij is gediagnosticeerd met een stoornis in het autistische spectrum en hij lijdt aan selectief mutisme: een angststoornis waarbij je wel kunt praten, maar dat in specifieke situaties niet voor elkaar krijgt.
Lambert spreekt al jarenlang nergens anders dan binnenshuis tegen zijn ouders. De hele basisschool periode heeft hij zwijgend doorgebracht. In de pauzes op die school stond hij altijd als een zoutpilaar op de 2e tegel naast de deur. Hij deed met geen enkele spelactiviteit van zijn klasgenoten mee. Via wat omzwervingen is hij uiteindelijk op een VSO beland dat verbonden is aan het behandelcentrum waar ik dan werk (meer dan 10 jaar geleden). Ook op het VSO spreekt hij helemaal niet. De pauzes brengt hij alleen en binnen door. Hij eet en maakt zijn huiswerk.

In de loop van mijn lange carrière heb ik een aantal kinderen met selectief mutisme gezien en die gingen allemaal in korte tijd praten.  De eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik dat, zeker in het begin, vooral intuïtief behandelde. Maar al deed ik voor mijn gevoel maar wat…, het etiket dat ik goed was in selectief mutisme bleef aan mij kleven. En daarom kreeg ik die kinderen vaak toegeschoven.
Zo was dus ook Lambert in mijn spelkamer terecht gekomen. De logopediste op zijn school, had mij ooit over een casus gehoord. Ze raadde Lamberts ouders aan hun zoon bij mij aan te melden. Ze zou zelf contactpersoon blijven naar zijn school.
Ik wist inmiddels -door NLP en mezelf te modelleren- wél wat ik deed. De kern daarvan lag in mijn basishouding wist ik. Ik begon altijd met zo’n kind te vertellen dat ik wist dat ze wel konden praten en dat ik ook wist dat ze dit op heel veel plekken nog te spannend en te moeilijk vonden. En dan liet ik hen weten dat dit naar voor ze was, maar dat ik er wel tegen kon als ze zwegen, dat ik dat begreep en dat ik daarom voorlopig voor hen zou praten. En daarna kwam de echte kunst: ze namelijk op geen enkele manier uitlokken toch iets te zeggen, door sneaky vragen te stellen of vragend te kijken. Iets dat je ouders en andere (beroeps)opvoeders van deze kinderen altijd maar weer ziet doen. Als je er op gaat letten wordt je er kriegel van, dat aanhoudende ‘gezeur’ dat steeds weer op een mislukking uitdraait.

Als speltherapeut had ik het daarna doorgaans makkelijk. De meeste -meestal jonge- kinderen durfden wel te gaan spelen en het was niet zo ingewikkeld al hun spelhandelingen te verwoorden en mee te spelen. Ik herinner me uit mijn tijd in het RadboudUMC een kind dat een berg in het zand had gemaakt waarop hij een paard stap voor stap naar boven liet lopen.  ‘Stap,….. stap….. stap… stap….’, zei ik. ‘Stap…,…..  ’Stap!’, vulde hij aan. Tijdens dat spelen kwamen vaak al snel en vanzelf de eerste woorden en als die er eenmaal maar waren….
Af en toe kwam er een kind dat ook niet durfde te spelen, maar gelukkig wist ik toen dat zo was al van een bestaand gedragstherapeutisch protocol  voor de behandeling van selectief mutisme, ontwikkeld door Max Güldner en Els Wippo. Door dat steeds maar op maat te snijden voor het individuele kind lukte het dan ook zo’n extreem verlegen kiddo aan de praat te krijgen. Voor een meisje met een nogal hardnekkige zwijgzaamheid schreef ik daarnaast zes hulpbronverhalen, die in de loop der jaren bijna allemaal in de Eekhoorn verschenen.
Misschien had ik dat etiket, dat ik goed was met kinderen met selectief mutisme dus wel terecht gekregen…  Maar een autistische jongen die al zoveel jaren zweeg gaan behandelen, dat leek ook mij een behoorlijke uitdaging. Gelukkig was ik inmiddels ook NLP-er.

Lambert kwam de eerste sessie met zijn beide ouders. Ik zag een extreem verlegen, wat pafferige jongen die me niet aan durfde te kijken en die zat te trillen als een espenblad van spanning. Ik vroeg hem een vragenlijstje (CORS voor insiders) voor me in te vullen: zijn naam, leeftijd en de datum en daarna op 4 lijnen een kruisje te zetten. Ook dat kreeg Lambert niet voor elkaar. Hij werd knalrood, begon te zweten als een otter en zijn gezicht vertrok in allerlei grimassen. Ik liet dat even duren en toen zei ik tegen hem: ‘Ok, dank je wel dat je me zonder woorden zo goed hebt laten zien hoe spannend jij het vindt om te praten of iets van jezelf te laten zien als je niet thuis bent . Ik zal de dingen die ik vandaag echt moet weten nu verder aan je ouders vragen en ik zal de vragen die zij aan mij hebben beantwoorden. Daar is niets geheims aan, dus blijf maar gewoon zitten en luister maar mee als je dat wilt.’
Zijn ouders vertelde ik wat ik wist over het selectief mutisme van hun zoon. Zij vulden dat kort aan, maar ik stuurde het gesprek vooral zo dat ze me van alles vertelden over zijn kwaliteiten. Zo kwam ik al snel te weten dat Lambert slim en een verwoed K’Nex-speler was. Hij maakte volgens zijn ouders hele eigen originele ontwerpen.
Nadat ik hen had aangegeven dat ik meerdere kinderen met selectief mutisme had geholpen en dat ik het leuk vond met hen en hun zoon uit te vinden hoe die hulp voor Lambert zou gaan werken, vroeg ik of het mogelijk was dat Lambert de volgende sessie een eigen K’Nex-ontwerp mee zou nemen. Dat leek hen geen probleem. We spraken af dat ik Lambert voorlopig van zijn school om de hoek tegemoet zou komen lopen, zodat hij niet aan hoefde te bellen en dan tegen wie er ook maar opendeed (we hadden geen portier en het was veel te ingewikkeld al mijn collega’s te instrueren hoe met het probleem van deze jongen om te gaan) zou moeten zeggen voor wie hij kwam. De eerstvolgende keer zou een van zijn ouders hem nog komen brengen zeiden zij.

Op het tijdstip van de afspraak werd op mijn deur geklopt. Ik riep: ‘binnen’ en sloot mijn computer af. Lamberts moeder stapte naar binnen met een K’Nex-bouwwerk dat ze amper kon dragen, daarachter verscheen Lamberts vader met een minstens zo groot bouwsel in zijn armen. En daarachter schuifelde Lambert naar binnen met een transformator in zijn handen. Toen zijn ouders het bouwwerk hadden neergezet klikte Lambert de twee delen aan elkaar. Hij koppelde de transformator er aan en stak de stekker in het stopcontact. Ik sloeg het met verbazing gade en zag uit mijn ooghoeken zijn ouders vertrekken. ‘We halen hem straks weer op’, riepen ze al zwaaiend.
Ik liep om Lamberts reuzenrad heen en bekeek het van alle kanten. Van verbazing mijn eigen principes nooit iets te vragen in het begin van de behandeling vergetend, vroeg ik na een paar minuten: ‘Zie ik dat nou goed? Daarbovenop heb je een vogel gemaakt en elke 2e keer dat het rad een omslag maakt slaat hij zijn vleugels uit en strekt hij zich op zijn poten. Heeft iemand dit al eens gezien?’
Lambert glunderde en zei zacht maar heel duidelijk: ‘nee, jij bent de eerste’. Het lukte me mijn blijdschap over deze woorden niet meteen van de daken te schreeuwen. Uit ervaring wist ik dat kinderen met selectief mutisme vaak zelf nogal eens schrikken van de eerste woorden of van de reactie van de toehoorders. Dus ik zei: ‘wat ben ik blij dat je me dit hebt willen laten zien. Ik zal je vertellen waarom. Door dit reuzenrad weet ik dat jij een hele creatieve jongen bent. Je hebt een geweldig ruimtelijk inzicht, je kunt heel  goed systematisch, planmatig denken en werken. Je durft fouten te maken en dingen opnieuw uit te proberen en jezelf te corrigeren. En je kunt duidelijk antwoord geven op een vraag. Dat zijn nou precies de kwaliteiten die je nodig hebt als je wilt leren om ook op school gewoon antwoord op vragen te kunnen geven en te gaan praten in de klas en daarbuiten.’

Ik liet een stilte vallen en daarna zei ik: ‘ Je hebt vorige week gehoord dat ik al meer kinderen heb geholpen met een praatplan. Je bent voor de 2e keer hierheen gekomen, daarom weet ik dat je graag met mij samen wilt uitvinden hoe we een praatplan zo kunnen maken dat het gaat werken voor jou . Volgende week heb ik de eerste stappen ervan speciaal voor jou klaar. We oefenen steeds samen hier, stapje voor stapje en als het moet dan passen we het plan aan, net zoals jij een ontwerp van K’Nex soms weer uit elkaar haalt en overnieuw anders maakt. We gaan net zo lang door als nodig is. De rest van de tijd vandaag zullen we een spel doen, ik ben tenslotte niet voor niets een speltherapeut en we hebben nog drie kwartier. En na het oefenen alle andere keren zullen we ook steeds dat spel gaan spelen.’
Lambert keek me niet aan, maar hij leek opgelucht.
Speciaal voor hem had ik een nieuw gezelschapsspel aangeschaft: King Arthur (in 2005 uitgekozen tot het spel van het jaar). Het is een pratend bordspel. De spelers, met een ridder als pion, moeten proberen om koning van Engeland te worden en het zwaard van Arthur als eerste uit te steen te halen. Dit kan door punten en uitrustingsstukken te verzamelen. Tijdens je spelbeurt kom je allerlei figuren uit de legende tegen; ze praten tegen je (ieder met een eigen stem), stellen je vragen en geven je opdrachten en jij als speler moet steeds opnieuw een strategie bepalen. Die maak je kenbaar door een bepaalde knop op het bord aan te raken en met die knop activeer je de spelfiguren (en er wordt gesproken). Het leuke van het spel is bovendien dat het – elke keer dat je het speelt -anders is. De ene keer zit de reus bijvoorbeeld verscholen in de grot, de andere keer op het galgenveld en weer een andere keer kom je hem helemaal niet tegen. Je kunt het spel dus heel vaak achter elkaar spelen zonder dat het saai wordt en je moet er best een beetje slim voor zijn en steeds maar weer nadenken over je strategie. Dat vond ik belangrijk, maar ik koos dit spel vooral ook omdat Lambert door het te spelen zelf van meet af aan zou zorgen dat er gesproken werd in het uur. Later in de behandeling maakte ik, geïnspireerd door een dobbelspelletje van een frisdrank reclame, een vraag-en antwoordspel voor hem dat we wekelijks samen speelden. Zo oefenden we ‘fluency’.
Lambert kwam vanaf die 2e dag wekelijks. Aanvankelijk liep ik hem tegemoet, maar al snel was dat niet meer nodig.
Het eerste kwartier van zijn sessie deden we samen de oefeningen uit het gedragstherapeutische plan. Dat begint met uitblazen van kaarsen. De volgende stap is blazen met geluid, een stap daarna maakte ik er uitademen en ‘ja’ of ‘nee’ mee naar buiten laten komen van. Hoe dat plan verder ging is voor het verhaal eigenlijk niet zo belangrijk. Het is maar dat je een idee hebt, als je wilt kun je het originele plan van Wippo en Güldner vast wel vinden op internet.
Dat oefenen ging met vallen en opstaan. Maar telkens als een stap niet meteen lukte gebruikte ik de K’Nex-metafoor: ‘Ok, dit is nog even een stap te ver, of misschien hebben we iets anders nodig.  We gaan terug naar de vorige stap,… prima… en zou dit [X] dan de volgende stap kunnen zijn…’.

Inmiddels was de logopediste op Lamberts school aan de practitionersopleiding begonnen. Elly Boersma kende Lambert al goed en ze ging mee zorgen dat de stappen die Lambert in de spelkamer zette ook op school genomen konden worden. Eerst deed ze de oefeningen die hij in de spelkamer deed in haar behandelkamer individueel met hem. Daarna hielp ze hem in de klas bij bepaalde lessen dezelfde stappen nemen. Toen Lambert een keer helemaal in tranen aankwam en liet weten dat antwoord geven op een vraag in een bepaalde les helemaal mislukt was zei ik: ‘Dat gebeurt nou altijd als je denkt dat het probleem bijna opgelost is. Dat is om te voelen dat je het zo echt nooit meer wilt. Kom, we doen samen even een paar stappen terug.  Haal maar diep adem en blaas maar hoorbaar uit…. Ok. En nu nog een keer en dan laat je ‘ja’ op de lucht mee naar buiten komen… Prima, en nu nog een keer en dan met zo maar een woord dat naar buiten wil…’. En daarna oefenden we de volgende stap.

Het effect was al snel spectaculair:
Het lukte Lambert steeds beter antwoord te geven op vragen in de klas. Hij ging met een andere jongen fietsen op een hometrainer in de pauzes en na een tijd ging hij ook mee voetballen. Dit betekende niet alleen dat hij spontaan met leeftijdsgenoten moest zijn gaan praten. Hij viel er ook  kilo’s bij af. Huiswerk werd tot vreugde van zijn ouders steeds vaker thuis gemaakt.
Toen de eindexamentijd aanbrak vroegen zijn ouders dispensatie aan voor het mondeling. Ik werkte inmiddels niet meer op dat behandelcentrum, maar ik hoorde van Elly (ze verdient in deze casus minstens de helft van de credits) dat Lambert zelf die dispensatie had geweigerd. Hij wilde graag mondeling examen doen!

Ruim 2 jaar geleden – we hadden al die tijd geen contact gehad, maar ze had via mijn website het adres van mijn praktijk gevonden,  ontving ik van zijn moeder onderstaand bericht:

Hallo Reinalda,
Ik was de kasten aan het opruimen en zag toen nog het werkboek en verslagen van jou en mijn zoon Lambert.  Deze heb ik even door gebladerd. U werkte in 2006 in Arnhem en mijn zoon zat op het VSO. Lambert had selectief mutisme en autisme. Stevige jongen met licht blond haar.
Hij heeft veel met K’Nex gewerkt/gespeeld. Bij jou heeft hij het spel King Arthur gedaan en dit hebben wij dan ook gekocht. Hij is met sprongen vooruit gegaan. Na Het VSO/VMBO tl heeft hij regulier ROC ict gedaan. Nu zit hij op HBO ict in [ Y ] en is derde jaars. Hij woont op zich zelf, regelt alles alleen behalve administratie en is alleen in weekend of vakantie thuis. Hij heeft heel veel vrienden waarmee hij op stap gaat. Zoals vandaag is hij met 3 andere klasgenoten van het VSO naar Amsterdam. Hij is nu slank en heeft donker haar gekregen en kan heel goed praten, functioneel maar ook met snelle grapjes maken. Dit alles hadden wij in 2006 niet durven dromen.  Ik dacht: Dit mail ik even naar jou. Alle moeite die er in het verleden gedaan is heeft er voor gezorgd dat Lambert nu zo ver is gekomen.
Vriendelijke groet,
Zijn moeder.

Inmiddels zijn we 10 jaar verder. De deuren van mijn eigen praktijk zijn in december vorig jaar gesloten en ik geniet voor onbepaalde tijd van een sabbatical. Mijn praktijkwebsite en mailadres zijn opgeheven en tóch wist de moeder van Lambert mij opnieuw te vinden, nu via de website van de  B&B die ik samen met mijn lief begonnen ben.
Ze schreef me een van de mooiste berichtjes die ik ooit ontvangen mocht:

Januari 2016:

Ik dacht: Dit wil ik even naar Reinalda mailen:
Lambert (autisme, selectief mutisme en K’Nex liefhebber) is door u begeleid toen hij op het VSO zat ongeveer 10 jaar geleden.
Vandaag heeft Lambert zijn presentatie van het werkstuk over zijn eindstage opdracht gehad voor HBO ict. Wij konden onze oren en ogen niet geloven. Wat wij zagen was iemand die zeer goed kon uitleggen wat hij in de stage had gedaan en ook waarom. De toehoorders waren ook zeer positief.
Hij kreeg een 8 voor deze presentatie omdat ze goed merkten dat Lambert wist waarover hij sprak en zelf de opdracht uitgebreid had met goede onderbouwing. Voor zijn werkstuk had hij ook een 8 en voor zijn stage ook een 8. Voor de theorie heeft hij ook gemiddeld ruim een 8 behaald.
Wij zijn zeer trots op hem en hadden  8 jaar geleden nog niet verwacht dat hij dit allemaal zou kunnen. Hij blijkt zelfs de enige, van de 30 personen die aan die opleiding begonnen, te zijn die zonder vertraging het diploma behaalde.
Nu gaat hij werk zoeken. Er zijn reeds 2 bedrijven die gevraagd hebben of hij bij hen wil gaan solliciteren.
Dus heel positief !
We dachten: dit willen we Reinalda ook even laten weten.
Dit omdat we u nog herinneren als een betrokken hulpverlener van Lambert.
Wat toen “gezaaid” is, is toch uitgekomen.

En ik dacht: wat een oerkracht komt er naar boven als je iemand vanuit sponsorschap benadert en steeds maar weer laten weten:
Jij bestaat. Ik zie je (met alles wat je in je hebt!). Je bent bijzonder / waardevol / belangrijk / uniek. Je bent welkom. Jij hoort hier. Je hebt iets bij te dragen.
En dat vergezeld laat gaan door: Het is voor jou mogelijk om te slagen. Je bent in staat om te slagen. Je verdient het om te slagen.

Zo zie je maar: Hoe je met NLP…..                          Daar is trouwens een heel boek van 😉

About the Author Reinalda Kerseboom

Reinalda Kerseboom was meer dan 30 jaar speltherapeut. Ze volgde haar NLP-opleidingen en de opleiding tot provocatief coach bij het IEP. Ze was gespecialiseerd in het werken met metaforen. Ze is auteur van een aantal boeken met en over hulpbronverhalen. --- Ze had een praktijk in Renkum, waar ze kinderen, jongeren en ouders zag. ---- Ze geeft momenteel geen therapie meer, maar houdt zich bezig met het management van haar Bed & Breakfast; zij is eigenaar van B&B 'de Kleikamp' in het mooie Renkum, Gelderland. Zeker een bezoek waard!

Leave a Comment: