Stille grijze muis

Verslag van een provocatieve sessie met coach Hanny Post.

Aanmeldingsprobleem:
Karlijn (meisje, 16) voelt zich verlegen en onzeker in een groep mensen die ze niet zo goed kent. Dat vindt ze vervelend.
Ze heeft naast haar studie een bijbaantje in een revalidatiecentrum waar ze het transport van patiënten verzorgt. Tijdens de pauzes wil ze graag meedoen aan de gesprekken tussen collega’s maar durft dit niet.

Diagnose:
Angst om raar of niet aardig gevonden te worden, angst om er niet bij te horen.

Interventies:

1. Maar dat is juist goed. De beste manier om te voorkomen dat je iets raars zegt of dat mensen je vreemd vinden is stil in een hoekje zitten.
Nu je collega’s het inmiddels van je gewend zijn, zullen ze het sowieso raar vinden of je uitlachen, als je ineens gaat praten. Dus, je mond houden en niet opvallen!

2. Doe het nog wat meer. Voel je toch de behoefte opkomen om iets te zeggen dan moet je die meteen onderdrukken; klem je kaken stevig op elkaar. Gebruik elke koffiepauze om dit te oefenen. Oefen ook thuis en met je vrienden. Net zo lang tot je absoluut zeker weet dat je nooit meer iets zult zeggen in gezelschap. Dan pas kun je gerust zijn dat je nooit wordt uitgelachen omdat er iets raars over je lippen is gekomen.

3. Absurde oplossingen: Er zijn nog meer situaties waarin Karlijn zich ongemakkelijk voelt:
Gisteren reed ze een patiënt in bed naar de behandelafdeling. De patiënt was laat voor zijn afspraak en had haast. Toen ze voor de lift stond te wachten, kwam er een collega aan, ook met een bedlegerige patiënt, die voordrong. Toen moest ze wachten op de volgende lift en kwam haar patiënt te laat.
Karlijn vond dat niet leuk, maar durfde er niets van te zeggen.
Ik stel voor dat ze heel vaak oefent in voorkruipen: “Neem met je bed met patiënt een strategische positie in halverwege de gang. Zodra je uit een andere gang een collega met een bed ziet naderen, trek je een sprintje naar de lift, blokkeer je de ingang en zorg je dat je als eerste binnen bent. Alles is geoorloofd; je collega pootje haken, bedreigen met een jachtgeweer of de patiënt van je collega uit bed duwen, als je maar de eerste bent.”
Daar moet ze om lachen maar ziet dit niet als een serieuze oplossing.
Geschrokken vraag ik haar of ze weet wat er op het spel staat: “Stel je komt bloedend aan bij de eerste hulp -gat in je hoofd en je been ligt er half af- laat je dan ook iedereen voor gaan? … je zegt nu wel gemakkelijk dat jij dan eerst gaat, maar als je niet geoefend hebt, kun je het helemaal niet. Weg coachklant, vertrapt en gestorven op de drempel van de eerste hulp!

4. Bijnaam: ik noem Karlijn de stille grijze muis. Daarvan gaat ze rechtop zitten en zegt gedecideerd: “Nee, dat wil ik niet zijn, ik wil gewoon meepraten. Thuis en bij mijn vrienden doe ik dat ook. En ik kan het best leren om het bij mijn collega’s ook te doen.”
‘Weet je het zeker?” vraag ik. “Ik vind het moeilijk”, beaamt ze, “maar ik wil het toch proberen.”

Resultaat
Karlijn kan nu haar probleem relativeren. Als ze positieve mensen om zich heen heeft die haar goed kennen, voelt ze zich niet verlegen. Dat ze zich wel onzeker voelt bij mensen die ze nog niet zo lang kent, kan ze nu beter accepteren. Ze denkt dat ze wel kan leren meer te praten in onbekend gezelschap, maar beseft dat ze niet snel iemand wordt die de grootste mond heeft.

Evaluatie
Ik vond het lastig om de cliënt uit te dagen en niet haar kwetsbaarheid als uitgangspunt te nemen. Regelmatig dacht ik bij mezelf: Oh, wat zeg ik nu? Het hielp om de interventies nog meer te overdrijven en absurd te maken. Karlijn liet me zien dat ze niet alleen prima bestand was tegen mijn interventies, dat ze haar weliswaar in de war brachten, maar haar ook hielpen beter met haar probleem om te gaan.

About the Author Posting

Posting is geen auteur. Dit is iemand van IEP Support, die een artikel van de auteur aangeleverd heeft gekregen en in de IEP bibliotheek (Blog) heeft geplaatst. De auteur is degene die bij het artikel staat aangegegeven.

Leave a Comment: