Menu

Zie je wel, het lukt weer niet: verslag van een provocatieve sessie

Provocatieve sessie van Yolande Henskens
  Gegevens cliënt:Jongen van 10 jaar met een laag zelfbeeld met een hoge intelligentie. Hij wordt op school gepest en blijft zeggen dat hij niks kan. Hij “ondertitelt” zijn eigen acties steeds met negatieve opmerkingen, zoals “Zie je wel, het lukt weer niet”, “ Wat ben ik toch een sukkel” enz..
Aanmeldingsprobleem:Ik denk slecht over mijzelf en wil dat niet meer.
Diagnostiek:Jongen imiteert het gedrag van zijn moeder (praat ook negatief over zichzelf), daarnaast “moet”  hij voldoen aan de hoge eisen van zijn moeder. Alleen het beste is goed genoeg. Neemt een slachtofferrol aan, slachtoffer van zijn waardeloze persoonlijkheid.Hij was al een paar keer bij me geweest en bleef als het ware hangen in de Ik ben-kan-durf niks houding. Tijd voor een provocatieve oorwassing.
Provocatieve interventies:

  • De gestuurde cliënt

Y: “ Oké, S. Wat maakt dat je hier bent?”

S: “ Ik moet van mijn moeder”.

Y: “ Oh, durft jouw moeder het dan niet zelf te vertellen?”

S: “ Wat???”

Y: “ Nou…..wat haar probleem is?!”

S: “ Mijn moeder heeft geen probleem!”.

Y: “ Nou dat is helemaal schandalig…. Laat ze je gewoon voor niks helemaal 50 km komen op je vrije woensdagmiddag. Echt schandalig!! Zulke ouders verdienen strenge straffen.”

S: “ Ja maar het is niet voor niks”.

Y: “ Nou snap ik het niet meer… jij moest toch voor je moeder mee?”

S: “ Nee, ik heb een probleem!!!”

 

  • Maar wat is dan het probleem?

Y: “ Jij????? Hou me niet voor de gek zeg! Hoe kan zo’n grote, knappe jongen nu een probleem hebben??

S: “ Nou, ik ben niet knap hoor”.

Y: “ Welles”.

S: “ Nietes”. Enz.. ( Moet lachen)

Y: “ Maar jij denkt dus dat je een probleem hebt???”

S:  “ Ja”.

Y: “ Zie je wel geen probleem dus. Je denkt het alleen maar”.

S: “ Neeeeh. Ik weet het omdat het zo is”. (Zucht)

Y: “ Maar wat is nou het probleem?”

S: “ Dat weet je toch wel? Je kent me toch al?”

Y: “ Ja maar ik weet het niet meer, dus het zal wel een ieniemienie probleem zijn”.

S: “ Ik vind mezelf niks waard”. (Meteen zakt zijn strijdbare houding als een plumpudding in elkaar. Zijn schouders hangen, hij kijkt me niet meer aan en kreunt en steunt.)

 

  • Spiegelen:

Ik neem de lichaamshouding meteen over en overdrijf en zak bijna van mijn stoel af. S. Kijkt verbaasd en glimlacht heel eventjes. Als ik ook nog eens flink ga kreunen en steunen, houdt hij het niet meer van het lachen.

Ik reageer verontwaardigd dat hij me uitlacht en ik denk al zo slecht over mezelf. Ik ga gewoon verder met mijn extreme non-verbale spiegeling. S. blijft lachen en ik reageer nog verdrietiger enz..

 

  • Voordeel van het probleem:

Juist fijn voor de andere kinderen in de klas. Nu hebben ze tenminste een goed gevoel over zichzelf, dankzij jouw domme karakter.

Fantastisch dat je jongere broertjes een voorbeeld hebben hoe het niet moet. Zij hoeven jouw fouten niet meer te maken.

Stel je voor dat je ineens geweldig zou worden. Dat zou schrikken zijn voor iedereen.

S. begint al tegen te stribbelen.

Y: “ Zie je wel toch geen probleem dus!?”

S:  “ Jawel, maar zo erg is het nou ook weer niet”.

Y: “ Dus ik verdoe hier mijn tijd met een nep-probleem?”

 

  • Absurde oplossingen:

Y: Ik heb de oplossing voor je, S.!”

S: “ Echt?”

Y: “ Ja, want daar kom je toch voor bij een coach?…. Ik zie plotseling ook dat het probleem echt groot is, sorry dat ik dat niet door had”. (zalvende toon, empathische houding)

S: “ Wat dan?”  (lijkt opgelucht)

Y: “ Blijf gewoon voor altijd in je bed liggen…..Of is dat te moeilijk voor je?”

S: “ Ja maar..”.

Y: “ Sst, luister even….kun je dat wel of is dat ook te moeilijk?”  Zo ga ik alles benoemen wat met in bed liggen te maken heeft van ademhalen op je rug, draaien op de zij, ogen sluiten en weer openen, met een kussen, onder een dekbed enz. Met steeds de vraag of is dat te moeilijk. Totdat S. echt ingrijpt:

“ Ja maar zo erg is het niet. Ik had gisteren nog een 10 voor rekenen en een 9 voor spelling. Bij de voetbal heb ik een goede voorzet gegeven”.

Plotseling zit hij weer rechtop en vertelt me vol overtuiging waar hij wel goed in is en ook dat er een meisje hem leuk vindt in de klas. Als ik vraag of zij dan heel lelijk is, kijkt hij verward en begint dan plotseling te lachen.

 

  • Farrellyfactoren:

 

  1. Maak lichamelijk contact.
  2. Spiegel de non-verbale reacties van de cliënt.
  3. Onderbreek de cliënt.
  4. Dramatiseer het verhaal.
  5. Dommetje spelen.
  6. Absurde oplossingen.
  7. Breng mezelf in een lachstemming.
  8. Richt mijn aandacht volledig op S.
  9. Protesteer tegen vooruitgang.

 

 

Resultaat:Het resultaat is dat S. opgelucht mijn kamer uitloopt en lacht als ik hem vraag of ik hem moet helpen met de klink naar beneden duwen. Ik hoor hem buiten nog lachen over mijn gekkigheid.S. is niet meer bij me geweest. Moeder geeft aan dat S. zelfverzekerder is en dat het pesten ook gestopt is.
Evaluatie:Ik vond het best eng om dit bij een jong kind te doen, maar werd getriggerd door zijn constante terugvallen. Ik was verbaasd over het feit dat S. vrij snel door had dat ik het goed bedoelde en zich niet meteen gepest voelde. Voor herhaling vatbaar. 

Yolande Henskens, Eigenwijzig (http://www.eigenwijzig.nl/)

About the Author Posting

Posting is geen auteur. Dit is iemand van IEP Support, die een artikel van de auteur aangeleverd heeft gekregen en in de IEP bibliotheek (Blog) heeft geplaatst. De auteur is degene die bij het artikel staat aangegegeven.

Leave a Comment: